Back                               Pionnetje pakken

 

In de eerste partij uit de match Spassky– Fischer in1972, pakte Fischer zoals iedereen weet, of behoort te weten, een pionnetje. Die actie heeft heel wat pennen in beweging gezet.

Spassky - Fischer.  Reykjavik (1), 1972

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pf3 d5 4.Pc3 Lb4 5.e3 0–0 6.Ld3 c5 7.0–0 Pc6 8.a3 La5 9.Pe2 dxc4 10.Lxc4 Lb6 11.dxc5 Dxd1 12.Txd1 Lxc5 13.b4 Le7 14.Lb2 Ld7 15.Tac1 Tfd8 16.Ped4 Pxd4 17.Pxd4 La4 18.Lb3 Lxb3 19.Pxb3 Txd1+ 20.Txd1 Tc8 21.Kf1 Kf8 22.Ke2 Pe4 23.Tc1 Txc1 24.Lxc1 f6 25.Pa5 Pd6 26.Kd3 Ld8 27.Pc4 Lc7 28.Pxd6 Lxd6 29.b5

Hier is de beruchte stelling:

 

 

9...Lxh2

Flohr in Schachecho, nr 15, 1972:

"Ein himmelschreiender Bock! Die ganze Welt staunte: Wie kommt Bobby auf die Idee, einen so vergifteten Bauern zu verschlucken? Seit Jahrhunderten kennt man das Motiv von Läuferopfern auf h7 bzw. h2. Ich kann mich aber an kein Beispiel erinnern, dass jemand im Endspiel auf h2 einen Bauern nimmt. Dieses alte Gesetz kannte natürlich auch Fischer seit Jugend her. Und doch begeht der heute hochreife Grossmeister einen so kindischen Fehler."
 

Dat was het kommentaar, niet alleen van de Russen, maar van bijna alle grootmeesters ter wereld. Maar men kan er ook anders over denken, namelijk, dat het de meest  spectaculaire psychologische zet uit de schaakhistorie was!! Natuurlijk zag Fischer, dat hij de loper verloor, maar hij zag tegenkansen. Daarom redeneerde hij als volgt:

“Als ik deze partij alsnog remise maak, deel ik de Russen een geweldige psychologische klap uit. Ze zullen denken, dat ik me alles kan veroorloven. Mocht ik deze partij toch verliezen, dan krijgen ze het idee, dat ik een zacht eitje ben, eigenlijk een kruk. Wie maakt er nu zo'n himmelschreiender Fehler? Ze gaan me onderschatten. Conclusie: ik kan er alleen maar bij winnen. “

Toen hij ook nog de tweede partij zonder spelen weggaf, was de psychologische slag helemaal gewonnen. Spassky heeft pas laat in de match het idee gehad, dat hij werkelijk tegen een geweldige tegenstander speelde, maar toen was het te laat.

Het eindspel dat volgde is zeer boeiend en waard nog eens voor het voetlicht te brengen.

30.g3 h5 31.Ke2 h4 32.Kf3 Ke7 33.Kg2 hxg3 34.fxg3 Lxg3 35.Kxg3 Kd6 36.a4

Timman en Olafsson zetten hier een vraagteken achter. 36.Kg4 zou winnend zijn geweest. De Engelsman Speelman in ‘Analysing the Endgame’ uit 1997 is het daar niet mee eens.

 A) 36...g6 Volgens Olafsson en Timman nodig.  37.a4 a6 38.La3+ Kd5 39.b6 Ke4 40.Le7+- Kxe3 (40...f5+ 41.Kg5 Kxe3 42.Kxg6 wint ook.) 41.Lxf6 Kd3 42.Kf4 Kc4 43.Ke5 Kc5 44.a5 Kb5 45.Kd6.

B) 36...Kd5! Speelman. 37.Kh5 Ke4 38.Kg6 e5 39.Kxg7 f5 40.Kf6 f4 41.exf4 exf4 42.Lxf4 (42.Ld2 f3 43.Le1 Kd5 44.Ke7 Kc4 45.a4 b6 46.Kd6 Kb3 47.Kd5 Kxa4 48.Kc4 Remise!!) 42...Kxf4 Remise.

36...Kd5 37.La3 Ke4 38.Lc5 a6 39.b6

 

 

39...f5?

Juist was 39...e5! Maakt remise volgens Timman en Speelman: 40.Kg4 (40.Lf8 Kxe3 41.Lxg7 Kd4 42.Lxf6 Kc5 43.Ld8 Kb4 44.Kf3 Kxa4 45.Ke4 Kb5 46.Kd5 a5 Remise (Prins, Timman)) 40...g6 41.Le7 Kxe3 42.Lxf6 Kd4 43.Kg5 Kc5 44.Ld8 a5 remise.

40.Kh4 f4 41.exf4 Kxf4 42.Kh5 Kf5 43.Le3 Ke4 44.Lf2 Kf5 45.Lh4 e5 46.Lg5 e4 47.Le3 Kf6 48.Kg4 Ke5 49.Kg5 Kd5 50.Kf5 a5 51.Lf2 g5 52.Kxg5 Kc4 53.Kf5 Kb4 54.Kxe4 Kxa4 55.Kd5 Kb5 56.Kd6 1–0

 

In ‘Analysing the Endgame’ (1997) besteedt Jonathan Speelman ruim 20 bladzijden aan 29…Lxh2. De gegeven varianten zijn slechts het topje van de ijsberg. Zijn conclusie: Ook na 29...Lxh2 was de stelling remise.

Tot op heden zijn Speelman’s analyses niet weerlegd. Dat betekent, dat Fischer meer van schaken begreep dan alle die hoge heren als Flohr en Botwinnik, die  nu een beetje te kijk staan (als domkoppen)

C.J..