Fraai spel Frans Snijders!                                                                PZC 16-5-1991

Frans Snijders van Het Witte Paard uit Sas van Gent is een speler, die zich in elke partij volledig geeft. Zijn compromisloze stijl vergt een onophoudelijke concentratie; hij gunt zich geen tijd om door wat positionele zetjes wat op adem te komen. Erop of eronder vanaf het begin. Een dergelijke manier van spelen doet begrijpelijkerwijze een grote aanslag op de denktijd. Snijders is dan ook een speler, die vaak en hevig in tijdnood komt. Het is niet verwonderlijk, dat zodoende prachtig opgezette partijen regelmatig eindigen in dramatische nederlagen. Maar niet in het volgende kunststukje.

Snijders-Trimp, Sas van Gent 1991.

1 e4 c5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5. De Rossolimo-variant, een uitstekende keuze, als men de boekjesvarianten, die ontstaan na de hoofdvariant 3. d4 wil vermijden. 3. ... a6.  Dit is het meest directe antwoord op wits loperuitval. Andere goede zetten zijn 3.... Dc7 3. ... e6 3. ... Db6 3. ... Pf6 en 3. ... g6. 4. Lxc6 bxc6. Gebruikelijker is 4. ... dxc6, om de loper van c8 meteen vrij baan te geven. 5. d4. De theoretici bevelen hier 5. c3 aan, om de dame na 5.... d6 of 5... d5 naar a4 te kunnen spelen. Snijders' zet is natuurlijk ook niet slecht. 5.... e6 6.0-0 d5. Zwart maakt meteen gebruik van de mogelijkheid om een ogenschijnlijk sterke centrumpositie in te nemen. 7. Pe5! Wit zet de zwarte pionnen meteen onder druk. 7. ... Db6?! In aanmerking kwam 7. ... dxe4. Wit kan dan niet goed 8. Pxc6 spelen wegens 8. ... Dd6, maar hij doet dan echter 8. dxc5! en na dameruil houdt hij een merkbaar voordeel. 8. Df3 Pf6. Wit moet nu doortastend blijven spelen, anders krijgt zwart door zijn sterke centrumpionnen overwicht.

9. exd5 cxd5. Nog minder aantrekkelijk was 9. ... exd5 wegens 10. Tel! en zwart komt niet meer tot een redelijke ontwikkeling. Nu trouwens ook niet meer. 10. Lg5! Wit blijft met sterke zetten de zwarte stelling onder druk houden. 10.... Le7. Nu nog de korte rokade en zwart is uit de zorgen. 11. dxc5! Zeer goed gespeeld en de enige manier om het initiatief te handhaven. Speelt zwart nu 11. ... Dxc5, dan krijgt hij na 12. c4 met nieuwe moeilijkheden te kampen. Zwart wil het onderste uit de kan hebben en neemt een kloek besluit. 11. ... Dxb2?! "Je moet nooit op b2 nemen, ook niet als het goed is", (Gligoric).  12. Pc3. De witte stukken zijn nu volledig ontwikkeld, hoewel de dubbelpion op de c-lijn er ogenschijnlijk niet al te florissant bij staat. 12.... h6? Men mag soms veel twijfelachtige zetten doen zonder in definitief nadeel te komen. Dit is zo'n geval. Bij de vooruitberekening had zwart natuurlijk gehoopt hier zijn koning in betrekkelijke veiligheid te kunnen brengen door te rokeren. Natuurlijk was hij dan na 13. Pc6! Lxc5 14. Lxf6 gxf6 15. Dxf6 niet zonder zorgen. Bijvoorbeeld 15. ... Dxc2 16. Tacl Dg6 17. Pxd5! exd5 18. Dxg6 hxg6 19.Txc5 en wit komt een pion voor. Toch had zwart zo moeten spelen, want wat nu volgt is een regelrechte afstraffing. 13. Pc4. Met kleine tactische middelen weet wit zijn stukken beslissende kracht te geven. Het paard mag met genomen worden wegens Dxa8! 13.... Db4. Op 13. ... Dxc2 volgt ongeveer hetzelfde als in de partij met nog meer kracht omdat wit Tacl met tempowinst kan inlassen. 14. Lxf6 gxf6 15. Pb6! Een echt Zeeuws werkpaard! Onvermoeibaar tot de oogst binnen is. 15. ... Tb8 16. Dg3!! Met prachtig spel heeft wit de zwarte stelling uit zijn voegen gespeeld. Om de bedreiging van Tb8 af te wenden moet hij een dodelijke concessie doen. 16. ... e5. Het enige. In de speelzaal had men ondertussen ontdekt dat Frans Snijders weer eens met wat bijzonders bezig was. Men kent in Sas van Gent zijn inventiviteit, maar men weet ook, dat hij in tijdnood al menigmaal prachtige stellingen heeft verprutst. Ook nu had Frans hier al een aanzienlijk deel van zijn bedenktijd verbruikt, zodat men zijn hart vasthield. 17. Dg7. Nu wordt de zwarte koning voorgoed in het centrum vastgenageld, waar hij snel en doeltreffend wordt terechtgesteld: 17. ... Tf8 18. Pbxd5 Dxc5 19. Tad1!! Het zijn vaak de stille zetten, die de moeilijkste zijn. Zwarts laatste poging om een verdedigingslinie rondom de koning op te bouwen is natuurlijk tot mislukken gedoemd. 19. ... Le6 20. Pe4! Dxc2. Het galgenmaal. 21. Pexf6+ Lxf6 22. Dxf6! In nijpend tijdgebrek houdt wit zijn hoofd koel. Er dreigt mat op e7. Leuk is nu ook 22. ... Tb7 23. De7+!! Txe7 24. Pf6 mat.

22. ... Dc5. Volkomen hopeloos is ook 22: ... Lxd5 23. Txd5 enz. 23. Dxe5! Met dubbele aanval. Op de toren en op de dame (Pf6+). 23. ... Tc8. Ook 23. ... Dc8 is niks meer. Wit moet alleen verhinderen, dat zwart de dame kan offeren voor een paard en een toren. Niet 24. Pf6+ Ke7 25. Td7+ dus wegens 25. :.. Dxd7!, maar 24. Tc1! Dd8 25. Tfd1! uit! 24. Pf6+ Ke7 25. Td7+

 

 

 

Mat!! Een prachtig slot van een zeer sterk gespeelde partij.  

Naspelen.

 

Heel vaak is het zo, dat Snijders het gezicht van de partij bepaalt, of hij nu verliest of niet. En in opperste benauwdheid weet hij altijd met de zekerheid van een slaapwandelaar de scherpste verdedigingsmethode te kiezen. Wie daar niet op berekend is, gaat onverbiddelijk voor de bijl.  

Gillis-Snijders, Oss 1991.

1. e4 e5 2. Pf3 Pc6 3. Lb5 a6 4. La4 Pf6 5. 0-0 Pxe4 6. d4 b5 7. Lb3 d5 8. dxe5 Le6 9. c3 Le7 10. Pbd2 0-011. Lc2 f5 12. Pb3 Dd7 13. Pbd4 Pa5 14. a4 c5 15. Pe2 Pc6; 16. Le3 b4 17. a5 bxc3. Geheel in de beproefde scherpe stijl. Hier gaat zwart echter net iets te ver. 18. bxc3 f419. Pxf4 Pxc3 20. Dd3 Pe4 21. Pxe6. Omdat 21.... Dx6 22. Lb3! c4 23. Lxc4 nagenoeg beslissend in wits voordeel is, vat zwart de koe bij de horens en begint met materiaal te smijten, om de tegenstander schrik aan te jagen! Wit laat zich in eerste instantie met beetnemen en speelt voortreffelijk tegen. 21.... Txf3 22. Dd1! Txe3 23. Dg4 Pg5 24. Lxh7+ Kh8 25. Lf5 Pxe5 26. Dh5+ Kg8 27. fxe3. Aangezien 27.... Pxe6 faalt op 28. Dh7+ en 29. Lxe6++ wilde hij de partij opgeven. Op het laatste moment ontdekte hij nog een minieme kans. 27. ... g6!

 

 

28. Pxg5 gxh5 29. Lxd7 Lxg5 30. Le6+ Kg7 31. Lxd5 Lxe3+ 32. Khl. De zaak is opgeklaard en wit staat de kwaliteit voor. Hij moet gedacht hebben, dat hij het resterende spelletje gemakkelijk zou kunnen winnen en gaat wat slordiger spelen. De zwarte vrijpion blijkt zeer gevaarlijk. 32. ... Td8 33. Lf3 Pd3 34. h3 c4 35. Lxh5 c3 36. Tf7+? Kg8 37. Tc7? Het slechtste veld voor de toren. 37.... Ff2+ 38. Kg1 Pe4+ ! Ai! Nu faalt 39. Kh2 op Lf4+ en ook de andere mogelijkheid kost materiaal. 39. Kf1 Pg3+ 40. Ke1 Pxh5. Zelfs pion c3 is nu onkwetsbaar. Wat een pech! 41. Kf1 Pg3+ 42. Ke1 Tf8. Wit gaf het op. Een voor Frans Snijders karakteristieke partij, waarin van alles gebeurt!