Back                                       Schoonheid van het correspondentieschaak                     PZC 2006

 

De bekende uitspraak van Capablanca, dat een ingewikkelde schaakpartij een teken is dat er knoeiers aan het werk zijn, is natuurlijk een grapje.

Toch zit er een kern van waarheid in. Dat blijkt als men gaat vragen aan grootmeesters naar hun beste partij. Ze zullen dan nooit een partij noemen, die zo ingewikkeld is, dat niemand er een touw aan vast kan knopen.

Om een voorbeeld te noemen. Michail Tal, de tovenaar van Riga, een van de beste aanvalsspelers aller tijden, vond de partij, die hij in 1964 van Smyslov had gewonnen de beste. Dat was een positioneel opgezet gevecht, dat resulteerde in een fijnzinnig eindspel!

De beste partij is natuurlijk nog niet de mooiste partij.  Bij het toekennen van schoonheidsprijzen moeten de combinaties correct zijn. Dat is een stilzwijgende afspraak. Op het oog schitterende combinaties vallen door de mand, als blijkt, dat ze bij goed spel weerlegd hadden kunnen worden. Vroeger zijn daar door incompetente jury’s lelijke blunders mee gemaakt. Tegenwoordig is men niet zo scheutig meer met het geven van schoonheidsprijzen. Men legt dan andere criteria aan.

In het Corus-toernooi bepaalt het publiek wie de publieksprijs krijgt, dat is dan de partij, die het meest tot de verbeelding heeft gesproken. Dat gebeurt na afloop van de ronde waarin de partij werd gespeeld. Daarbij speelt de correctheid slechts een ondergeschikte rol. De publieksprijs kan dus bij wijze van spreken naar de blunderrijkste partij gaan.

 

Correspondentieschakers menen, dat zij het beste schaak spelen. Dat geldt ongetwijfeld voor de topschakers in die discipline. Maar of het ook de mooiste en interessantste partijen zijn? In elk geval biedt het volgende sprankelende gevecht alles wat een aantrekkelijke partij nodig heeft. Een interessante opening, een spannend spelverloop, fraaie combinaties en een pakkende slotzet. Daarbij moet men ook bedenken, dat beide spelers volledig gebruik konden maken van alle technische foefjes zoals computers en databanken! Desondanks blijft het schaakspel nog te moeilijk voor de meest geavanceerde computers, hoewel dat niet lang meer zal duren.

 

M. Umansky - V. Hefka. 18e WK Correspondentieschaak.

1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.g3 Lg7 4.Lg2 0-0 5.Pc3 d6 6.Pf3 Pc6 7.0-0 Tb8 8.d5 Pa5 9.Pd2 c5 10.Dc2 a6 11.b3 b5 12.Lb2 bxc4 13.bxc4 Lh6 14.f4 Pg4 15.Pd1 Txb2 Een bekend offer in dit soort stellingen. De loper van g7 is een toren waard.  16.Dxb2 Lg7 17.Dc1 e5  Zwart neemt niet op a1 en heeft daar redenen voor.  18.Tb1 exf4 19.Txf4  Niet 19.gxf4 wegens 19...Ld4+ 20.Kh1 Pxh2 21.Kxh2 Dh4+ enz. 19...Te8  Zit de witte stelling niet vol gaten? Dat is toch minstens de kwaliteit waard? 20.h3 Pf6 21.e4 Lh6  Zwart heeft een heel eind vooruit gerekend. Wit moet de kwaliteit teruggeven. Hij doet dat op de beste manier.

22.Pf2!!  Niet 22.Tf2 Pxe4! 22...Lxf4 23.gxf4 Ph5 24.Pd3 Dc7 25.Dc3 Wit heeft de lange diagonaal in handen. Voor deze diagonaal bestaat geen aparte schaakterm. Voor de andere, van h1 naar a8 wel; dat is de melkweg.  25...Dd8 Lokt de witte toren binnen de zwarte stelling om hem daar te kunnen vangen.Maar wat anders te doen? Wit dreigde met e4-e5 zijn ruimteoverwicht nog gevoelig uit te breiden. 26.Tb8! Pb7  Er dreigde Txc8! 27.e5 Dc7 28.Ta8 Ver van huis doet Ta8 verwoestend werk. 28...De7 29.e6! 29.Txa6 levert na 29...Lf5! niets op. 29...Pg3 Dreigt een kleinigheid (Pe2+).  30.Kh2 Pf5 31.Pe4 Pd4  Net op tijd heeft zwart de diagonaal kunnen afsluiten, maar wit is er nog niet mee klaar. 32.Pb4!!  Weer een mooie zet en op termijn de strategische beslissing. 32...fxe6 33.Pc6!!  Twee witte stukken dringen diep in het zwarte achterveld terwijl de andere ook niet ver weg zijn.

 

 

33...Df7  Na 33...Pxc6 34.dxc6 is het meteen uit.  34.dxe6! Dxf4+ 35.Dg3! Dxg3+  Na de terugtocht 35...Df8! volgt op bizarre wijze de herovering van de zwarte diagonaal: 36.Df2! Pf5 37.Db2 Pd4 38.Pxd4 cxd4 39.Dxd4 en wit staat gewonnen. Zie de volgende schitterende variant 39...Txe6 40.Pg5 Te2 41.Pe6!! Txe6 42.Lxb7. 36.Pxg3 Ld7 36...Pxc6 37.Lxc6 Tf8 kost een stuk.  37.Pe7+!!  Zwart geeft het op. In een correspondentiepartij is dat wel gerechtvaardigd. Het is inderdaad uit na: 37...Kf8 38.exd7 Txa8 39.Pc8 Tb8 40.Lxb7 1-0. In een bordpartij zou men dat nog graag uitgevoerd hebben gezien.

 

Ter vergelijking een correspondentiepartij uit de tijd, dat de computers nog in de kinderschoenen stonden :

Normantas - Criel. 10e Wereldkampioenschap, 1982

1.Pf3 g6 2.e4 Lg7 3.d4 d6 4.Le2 Pf6 5.Pc3 0-0 6.0-0 c6 7.h3 Dc7 8.a4 e5 9.Le3 exd4 10.Lxd4 Te8 11.Te1! Een slim pionoffer, dat zwart niet had moeten aannemen. 11...Pxe4 12.Lc4 Pf6 13.Lxf6 Txe1+ 14.Dxe1  De huidige computers zien het in meerderheid nog wel zitten voor zwart. 14...Lxf6 15.De8+ Kg7 16.Pe4! Lxb2 17.Pxd6!!  Netjes met het menselijk brein uitgerekend. Knap!  17...Dxd6 Tot een amusante drijfjacht leidt 17...Lxa1 18.Pxf7! g5 19.Dh8+ Kg6 20.Ld3+ Kxf7 21.Pxg5+ Ke7 22.Dxh7+ Kd8 23.Dg8+ Ke7 24.Df7+ Kd8 25.Df8+ Kd7 26.Lf5 mat! 18.Dxf7+ Kh6  Ook de huidige computers hebben niet direct in de gaten, dat wit beter staat!!  19.g4! Lf6 20.Te1 Pa6

 


 


21.Te6!! Een schitterende zet, die de witte aanval op gang houdt. 21...Lxe6 22.Dxf6 Pc5  De enige manier om de nederlaag uit te stellen was 22...Tf8 23.g5+ Kh5 24.Lxe6!! Dd1+ 25.Kh2 Dxf3 26.Lg4+ Kh4 27.Lxf3 Txf6 28.gxf6 Pc5 29.Lg4 en wit wint. 23.g5+ Kh5 24.Le2 Tf8 25.Pd4+ Kh4 26.Pf5+!! 1-0

Aan welke partij zou u de voorkeur geven, als u zou moeten beslissen over de schoonheidsprijs?