Back                       Schaak zonder oogkleppen                                     PZC 2006 

 

In recente kampioenschap van Rusland begon de partij Zvjagintsev - Chalifman als volgt: 1. e4 c5 2.Pa3?!

Deze zet is natuurlijk wel eens eerder gespeeld, maar waarschijnlijk nog nooit in een toernooi van dit kaliber.

Van verschillende kanten werd op de zet verontwaardigd gereageerd. De zet zou een belediging zijn voor de tegenstander, die niet serieus genomen zou worden.

Maar is het wel zo’n absurde zet? Het paard kan na c3, Pc2 de opmars d4 ondersteunen.

Bekend is ook de De Bruycker opening 1.d4 Pa6 2.e4 c6, door Tony Miles de Kangoeroe genoemd. Hij speelde zelf ook wel eens de Dubbele Kangoeroe, waarbij hij ook het andere paard op dezelfde manier ontwikkelde, Ph6, f6 en Pf7.

Gekke openingszetten zijn bijna zo oud als het spel zelf. In 1843 werd door de originele Russische speler Von Jänisch in de Philidor- verdediging het volgende aanbevolen: 1.e4 e5 2.Pf3 d6 3.d4 exd4 4.Pxd4 d5!! De zet lijkt in tegenspraak met alle principes waar de studerende schaker meer opgegroeid is. Maar hij is nog nooit weerlegd! Ook nu is hij nog goed speelbaar, maar je moet er wel een beetje mee uitkijken.

Naast de wereld van de grootmeesters is er ook nog een parallelle schaakwereld. Die waar originaliteit belangrijker is dan succes. De Duitser Stefan Bücker is met zijn tijdschrift Kaissiber een leidende figuur in die beweging. Zelf heeft hij o.a. ‘De Gier’ uitgevonden. Dat gaat zo: 1.d4 Pf6 2.c4 c5 3.d5 Pe4!! De hoofdvariant was altijd 4.f3 Da5+ 5.Pd2 Pd6!?

Jarenlang heeft men vergeefs getracht deze absurde zelfblokkade te weerleggen. Bücker vond steeds weer een weg om zijn systeem in leven te houden. Tegenwoordig wordt De Gier echter niet meer zo gespeeld. Nu speelt men het paard niet meer naar d6, maar gewoon naar f6 terug. En dat blijkt helemaal zo gek niet te zijn. Is schaken echt een logisch spel?

Absurde of quasi absurde openingszetten staan tegenwoordig trouwens wereldwijd in de belangstelling. Dat is voor een deel te danken aan de Nederlandse schaakmeester Jeroen Bosch. Met zijn boek SOS, Secrets of Opening Surprises, schoot hij in de roos. Ondertussen is het vierde deel verschenen.

De boeken zijn ook al in het Duits vertaald onder de titel ‘Schach ohne Scheuklappen’ (Schaak zonder oogkleppen). Bosch  is in de laatste delen niet meer de enige auteur, maar heeft hulp gekregen van bekende meesters en grootmeesters.

In deel 4 behandelt hij de volgende partij.

A.Grosar - Z. Kosul, 1994.

1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 Pa5!! De vreemde zet is geen tempoverlies, omdat de witte loper op b5 ook niet te handhaven is en wit ook een tempo moet verliezen. 4.d4 a6 5.Le2 cxd4 6.Pxd4 Dc7  Hier is  6...b5 agressiever en eveneens goed is. 7.0-0 e6 8.Dd3 Pf6 9.c4 b6 10.Pc3 Lb7 11.b3 Lb4 Het is duidelijk, dat zwart niets te vrezen heeft en al enigszins het initiatief heeft overgenomen.  12.f3 b5! 13.Ld2 bxc4 14.bxc4 Lc5 15.Kh1 Pc6 16.Pxc6 Lxc6 17.f4 d6 18.f5 e5 19.Pd5 Lxd5 20.cxd5 h6 21.Tfc1 Da7 Zwart staat iets beter en weet het voordeel ook thuis te brengen. 22.Tc4 0-0 23.Dg3 Lf2 24.Df3 Tfc8 25.Tac1 Txc4 26.Txc4 Tb8 27.Dd3 Tb2 28.Ta4 Dc5 29.Tc4  Slaan op a6 gaat niet: 29.Txa6 Dc2!! en wit wint. 29...Db6 30.Tc2 Tb1+ 31.Tc1 Txc1+ 32.Lxc1 Da5 33.Ld2 Dxa2 34.g3 a5 35.Kg2 Lc5 36.Kf3 a4 37.Lc3 a3 38.Dc4 Db1 39.Kg2 a2 40.Da6 Ld4 0-1

 

Verrassend is, dat afwijkende zetten heel vaak weer leiden tot bekende stellingen. Dat was ook in bovenstaande partij het geval. In de volgende partij, uit SOS 2, loopt het wel helemaal anders.

M. Grünberg - C. Popescu, 1998

1.Pf3 d5 2.c4 d4 3.c5!!  De uitvinder van deze op het eerste gezicht ‘onmogelijke’ zet, Mihai Grünberg kwam op het idee naar aanleiding van een vondst van bovengenoemde Stefan Bücker (1.d4 Pf6 2.Pf3 c5 3.d5 c4!?).  De bedoeling is te verhinderen, dat pion d4 gedekt wordt door c5.  3...Dd5 4.Da4+ Pc6 5.b4 e5 6.e3 Ld7 7.b5 Dxc5 8.Pa3 Pb4

 

 

 

Na enkele zetten is een groteske stelling ontstaan. Tarrasch zou gegruwd hebben en Euwe misschien ook wel. In de tijden van Shirov, Morozewitsj, Bosch en Bücker, kijk je van niets meer op.  9.Lb2 dxe3 10.fxe3 Ld6 11.d4 Dd5 12.Lc4 De4 13.0-0-0 Ph6 14.The1 0-0 15.Db3 exd4 16.Txd4 De7? Nu gaat het onmiddellijk mis. Nodig was  16...Dg6 17.Txd6 Pxa2+ 18.Dxa2 cxd6  en de situatie is onduidelijk. Volgens Tarrasch zijn er trouwens geen onduidelijke stellingen, maar alleen luie mensen! 17.Dc3 Pf5 18.Tg4 1-0

 

Een zeer interessante ontdekking is ook ‘Aljechins blunder.’ Igor Glek, in Vlissingen geen onbekende, en Elena Sedina wijden er in deel 4 een beschouwing aan. Het gaat om de volgende variant: 1. e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 Pf6 4.Lg5 h6!?, zoals in Capablanca - Aljechin in 1914 werd gespeeld. Er volgde: 5.Lxf6 Dxf6 6.cxd5 en zwart was een pion kwijt. Glek en Sedina bewijzen, dat na 6... Lb4 7.Lb5+ c6 8.dxc6 bxc6!! zwart uitstekende kansen heeft voor de pion. Aljechin speelde 8...Pxc6? en verloor tamelijk kansloos.