Schaakrubrieken 2010-1

1. Engels schaak
2. Rademakers wint!
3. Moskalenko
4. Van Wely verslaat Short
5. Matten 7
6. Wijk aan Zee
7. Siberisch schaak
8. HWP grijpt strohalm
9. Groffen bijt van zich af
10. Bogaard recht zijn rug
11. Zeeuws kampioenschap 1
12. Originaliteit
13. Middelburg degradeert
14. Caruana's techniek
15. New in Chess Magazine 25 jaar
16. Vassily Smyslov
17. Kortsjnoi - Spassky, oude glorie.
18. Mat in 22 zetten
19. Simon Alapin
20. Lilienthal overleden
21.Lev Alburt
22. Karpov for president!
23. Shirov, icoon van de chaos
24. Superpartij van Wely
25. Kraemer en Zepler
 

25. Kraemer en Zepler                                        26 juni 2010

De Duitser Ado Kraemer was een van de bekendste en belangrijkste schaakprobleemcomponisten van de 20e eeuw. Hij had een levenslange vriendschap met zijn landgenoot Dr. Eric Zepler.  Ze maakten ook samen problemen en schreven prachtige probleemboeken. Schaakvriendschappen komen meer voor, maar dit was toch wel iets heel bijzonders. Zepler (1898-1980) was een Jood en Kraemer (1898-1972) lid van de NSDAP, een nazi! Zepler ontsnapte aan de nazihorden door in 1935 naar Engeland te vluchten. Daar bouwde hij een schitterende carrière als wetenschapper op. Een afdeling van de universiteit van Southampton is zelfs naar hem genoemd. Hun vriendschap is tot het einde van hun leven blijven bestaan. Het kan niet anders of Kraemers nazi-sympathieën moeten maar zeer oppervlakkig zijn geweest. Hij was niettemin lid van de SA en volgens sommige bronnen zelfs van de SS. Het schijnt, dat ze tijdens de oorlog toch nog contact met elkaar hebben gehad!  In elk geval ging hun schaakvriendschap na de oorlog gewoon door en werd zelfs nog geïntensiveerd. De twee boeken die ze toen samen schreven, Problemkunst  in 20. Jahrhundert en Im Banne des Schachproblems behoren tot de mooiste die op dit gebied verschenen zijn. Vooral het laatste boek is een goudmijn van schitterende problemen. Het beleefde een derde druk, voor een schaakboek iets uitzonderlijks. Kraemer heeft weinig last gehad van zijn besmet verleden. Waarschijnlijk heeft zijn vriendschap met Zepler daartoe bijgedragen. Toen hij kort na de oorlog meedeed aan een door de KNSB uitgeschreven probleemwedstrijd, werd zijn bijdrage echter wel geweigerd wegens zijn nazi-sympathiën! Kraemer en Zepler waren ondanks hun gemeenschappelijke hartstocht voor het schaakspel toch twee verschillende componisten. Hun beroepsbezigheden weerspiegelden zich als het ware in hun schaakwerk! Kraemer had een hoge functie in de wijnbouw als directeur van een overheidsinstelling en Zepler was puur wetenschapper. Kraemer maakte meer frivole, smakelijke en soms sensationele problemen. Ze waren, meer dan bij Zepler, op het doorsnee schaakpubliek gericht. Zeplers creaties waren bijna altijd van een verstilde mathematische schoonheid. Maar ook hij had zijn ‘zwakke momenten’!

Kraemer  en Zepler, Basler Nachrichten., 1950.

Stelling: Wit: Kb2, Dc3, Pe2, Pg3, Lh5, pionnen op a3, d3. Zwart: Kd1, Da8, Pe4, Pe8, Ld7, Le1, Tb8, Tg6, pionnen op a4, b3, c6, d2, d5, f2, g2.

 

 

De opgave luidt: Wit aan zet geeft mat in drie zetten. Een stelling waar sommige partijspelers van gruwen. Men kan er echter van verzekerd zijn, dat er geen enkel overbodig stuk op het bord staat. Het is dus, in probleemtermen, een economisch verantwoorde stelling. Dat was bij Kraemer en Zepler altijd een absolute zekerheid. Het thema dat in dit probleem aan de orde is, kan nu eenmaal niet met weinig stukken uitgebeeld worden. Waar gaat het om? Wit wil aftrekmat geven met Pe2, maar zijn eigen dame op c3 staat in de weg. Die wordt op sensationele manier opgeruimd.

1.Ka1! Dreigt Db2-Db1 mat. 1...Pxc3 De enige manier om dat te pareren. (1...b2+ 2.Dxb2 Txb2 3.Pc3+ mat.) 2.Kb2!! Even op adem komen! Wat gebeurt hier? Ongelofelijk. De koning keert meteen terug. Mat op de volgende zet is onvermijdelijk, met Pxc3, Pc3 of na 2... Pxe2 met 3.Lxe2. De bedoeling was dus om het overbodige, of eigenlijk schadelijke eigen stuk, de dame van c3, te doen verdwijnen.


 

24. Superpartij Van Wely                                                  19 juni 2010

Toen Bobby Fischer in het kandidatentoernooi van 1959 met een slappe variant van de Caro Kann, van Petrosjan en Keres had verloren, raadde zijn secondant, de Deense grootmeester Bent Larsen, hem aan een andere variant te gaan spelen, die meer aan zijn stijl beantwoordde. Fischer weigerde en zei, dat hij er net zo lang mee door zou gaan tot hij er een partij mee zou winnen. Dat gebeurde. Fischer won van Benkö en heeft de variant daarna nooit meer gespeeld! Grote spelers zijn eigenwijze spelers! Het is eigenlijk al begonnen met Steinitz, die in de 19e eeuw met eigenwijze hardnekkigheid tegen de geest van de tijd handelde door te trachten met verdedigen partijen te winnen. Het resultaat was, dat de hele schaakfilosofie op zijn kop werd gezet. Schaken werd een strategisch spel en is dat nog steeds. Eigenwijze schakers, je vindt ze in grote aantallen op alle niveaus. In het topschaak net zo goed als in de onderste regionen van een regionaal clubje. En dat is maar goed ook, anders zou het maar een saaie boel zijn. Onder de Nederlandse toppers springt Loek van Wely er wat eigenwijsheid betreft bovenuit. Hij laat zich, net als Fischer, niet van zijn stuk brengen door slechte resultaten met een bepaalde opening. Met de meest geanalyseerde variant uit de hele openingstheorie, de Najdorf-variant van het Siciliaans, heeft hij al talloze malen in het zand moeten bijten, o.a. tegen Kasparov, maar  dat heeft hem er niet toe kunnen verleiden de variant vaarwel te zeggen. In de laatste ronde van het teamkampioenschap van Frankrijk beleefde hij tenslotte een moment van grote glorie. Met zijn geliefde ‘Najdorf’ versloeg hij de wereldtopper Vugar Gashimov in een schitterende partij, waarmee hij zijn team Chalons en Champagne de nationale titel bezorgde. Zal Van Wely in de voetstappen treden van Fischer en nooit meer ‘de najdorf’ spelen? Het is onwaarschijnlijk. Je gooit niet zomaar een jarenlang opgebouwde kennis en ervaring in de prullenmand. Zo eigenwijs is Van Wely nu ook weer niet.

V.Gashimov – L. van Wely. Guingamp, Frankrijk, 2010.

1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 a6 De beruchte Najdorf-variant. 6.Lg5 e6 7.f4 Pbd7 8.Lc4 Db6 9.Lxf6 Pxf6 10.Dd3 Dxb2 11.0–0 Pd7 12.Lb3 Pc5 13.De3 Da3 14.f5 Ld7 15.fxe6 fxe6 16.Tab1 Le7 17.Dg3 g6 De zwarte koning moet definitief in het midden blijven. 18.Kh1 Pxb3 19.cxb3 Dc5 20.Pce2 Tf8 21.Tfc1 De5 22.Dd3 Tc8 23.Txc8+ Lxc8 24.Pf3 Db5 25.Dd2 Ld7 26.Tc1 Dh5 27.De3 g5 28.Pg3 Dg4 29.Tc7 Df4 30.Dxf4 Txf4 31.Txb7 Lc6 32.Tb6 Lxe4 33.Txa6 Ld5 34.Kg1 g4 35.Pd2 Td4 36.Pdf1 Td1 37.Kf2 Ta1 38.Pd2 Lf6! 39.Pge4 Le5 40.g3 Th1 41.Pxd6+ Ke7 42.P6e4 Txh2+ 43.Ke3 Th1 Zwart heeft de wind in de zeilen gekregen. Het loperpaar heerst over het hele bord. Of dat voldoende is voor de winst is een andere zaak. In elk geval overspeelt Van Wely in het vervolg van de partij zijn gerenommeerde tegenstander. 44.Ta7+ Kf8 45.Pc5? Nu is het niet meer te redden. Noodzakelijk was 45.a4 , maar of het na 45...h5 voldoende zou zijn geweest, is twijfelachtig. 45...Lxg3 46.Pd7+ Kg7 47.Pe5+ Kf6 48.Pxg4+ Kf5 49.Tg7 Te1+ 50.Kd3 Lf4! 51.Pc4 Nauwelijks beter was 51.Pf2 e5! en wit staat aan de rand van de afgrond. 51...Lxc4+ 52.Kxc4 Te2!!

 


53.Txh7
Er is niet beter. Ook 53.Kd3 Td2+ 54.Kc3 h5! redt niet 53… Kxg4 54.a4 Ta2 55.Kb5 e5 56.Te7 Kf3 57.a5 e4 58.b4 e3 59.Ka6 e2 60.Txe2 Kxe2 61.b5 Ld2 0–1 Een geweldige partij.


 

23. Shirov, icoon van de chaos.                                            12 juni 2010

De meeste schakers, grootmeesters, meesters, sterke schakers of krukken, willen liever geen partijen spelen, die zo ingewikkeld zijn, dat ze er geen touw aan vast kunnen knopen. Ze voelen zich in dergelijke omstandigheden lusteloos, machteloos en diep ongelukkig. Ze willen geen onzekerheid en onvoorspelbaarheid. Het toeval mag geen rol spelen. Een beetje risico, akkoord, maar ontembare chaos, nou nee. Er is gelukkig een kleine minderheid onder de schakers, vooral te vinden in de hogere echelons, die zich wel kiplekker voelt als de stukken lukraak op het bord lijken te zijn gekwakt, zonder enig doel, binding, samenwerking of controle. Waarom houden ze van de dit soort spel en waarom zijn ze beter in het berekenen en taxeren van die chaos? Hoe komt dat? Er is maar een reden voor: Ze kunnen niet anders. Schaken is voor hen een soort harddrug, een tot creativiteit dwingende verslaving. De speler, die een icoon van het  chaos-schaak genoemd kan worden, is de geweldige Alexey Shirov. Geen enkele speler kan in zijn schaduw staan. Zijn boeken, Fire on Board 1 en 2, zijn monumenten van vindingrijkheid, durf en onvoorstelbare moed en vechtlust. Deze manier van schaken vergt natuurlijk enorm veel van een speler. De mening bestaat, dat het mentaal en fysiek niet lang vol te houden is om zo te spelen. In het verleden zijn er meer va-banqueschakers geweest. Michail Tal was het in zijn beste jaren. Later kalmeerde hij en werd hij, wellicht gedwongen door zijn slechte gezondheid, helaas een gewone schaker. De razend populaire Shirov zet nu al meer dan twintig jaar de schaakwereld op stelten met zijn partijen. Ooit heeft men gedacht, dat hij wel tot een meer bedachtzamer schaak zou overschakelen. Voorlopig is daar niets van te merken. Hij is in bepaald opzichten een volgeling van Bent Larsen, de grote Deense schaker, die 40 jaar geleden de Russen tot wanhoop bracht. Larsen vond een remise verschrikkelijk, erger nog dan een nederlaag! Hij zei, dat spelers, die ongeslagen waren gebleven in een toernooi, eigenlijk gestraft moesten worden!

Shirov is een held van veel schakers, ook van Dvoretsky, de supertrainer waar in deze rubriek al vaker over is geschreven. Dvoretsky heeft Shirovs analyses in zijn boeken aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen. En wat is gebleken? Shirovs analyses zijn bijzonder zwak, maar niet zijn spel. In veel van zijn meesterstukken speelde hij foutloos! De dwang van het toernooispel, bracht hem tot ongekende concentratie, die hij in de rust van de studeerkamer niet kon opbrengen.. Een van de meest adembenemende partijen van de laatste decennia is het volgende geniale meesterstuk.

Shirov – Eingorn, 1989.

1.d4 e6 2.c4 Lb4+ 3.Pc3 Pf6 4.f3 d5 5.a3 Le7 6.e4 c5 7.cxd5 exd5 8.dxc5 Lxc5 9.e5 Pfd7 10.Dxd5 0–0 11.f4 Db6 12.Pf3 Lf2+ 13.Ke2 Pc5 14.b4 Td8 15.bxc5 Lxc5 16.De4 Db3 17.Ld2 Txd2+ 18.Kxd2 Db2+ 19.Kd3 Dxa1 20.e6 fxe6? (Zwart kon remise maken met 20...Lxe6! 21.Pg5 Lb3 22.Dxh7+ Kf8 23.Dh8+ Ke7 24.Dxg7 De1 25.Le2 Dxh1 26.Pxf7 Dg1!! (26...Lxf7? 27.Pd5+) 27.De5+ Remise.) 21.Pg5 g6 22.De5!!

 

 

22… Le7 (22...Dxa3? 23.Df6!!) 23.Pxe6 Kf7 (23...Lf8! 24.Pxf8 Pc6 25.Df6 Lf5+ 26.Ke3 Te8+ 27.Kf3 Pe5+ 28.Dxe5 Txe5 29.Lc4+ Kxf8 30.Txa1 Tc5 remise.) 24.Dg7+ Ke8 (24...Kxe6 25.Kc2!!) 25.Pc7+ Kd8 26.Dh8+ Kd7 27.Pxa8 Dxa3 28.Kc2 Zwart gaf het op.

Wie praat er nog over schaakstrategie bij dit tomeloos stukkenspel?


 

22. Karpov for president!                                           5 juni 2010

In het najaar wordt in de Siberische mijnstad Chanty Mansyisk tijdens de schaakolympiade ook een nieuwe president van de FIDE gekozen. De zittende president Kirsan Iljoemzjinov wil nog vijf jaar doorgaan.Wie is Iljoemzjinov? Hij is behalve hoofd van de FIDE ook president van de deelrepubliek Kalmukkië, beschikt over veel geld uit de olie-industrie en heeft een beetje rare ideeën. Hij heeft o.a.verklaard, dat hij op 18 september 1998 in het centrum van Moskou werd ontvoerd door buitenaardse wezens en in een vliegende schotel naar een andere planeet werd gebracht, waar een zakelijke bijeenkomst werd gehouden! Een normaal mens zou het niet kunnen verzinnen, maar schaakmeesters die geld van hem krijgen, geloven het grif! Een grote verrassing was, dat niemand minder dan ex-wereldkampioen Anatoly Karpov door de Russische federatie werd aangewezen als tegenkandidaat van Iljoemzjinov. Maar dat zinde het Kremlin niet. Een politie-eenheid bezette het gebouw van de schaakbond, nam alles in beslag, computers, meubilair etc., gooide alle medewerkers eruit en een zetbaas van president Poetin, Dvorkovich, verklaarde, dat de verkiezing van Karpov illegaal was geweest en Iljoemzjinov de kandidaat van de Russische federatie was. Bij vorige stemmingen om het FIDE-presidentschap wist Iljoemzjinov de stemmen van kleine landen te kopen. Het is in de FIDE zo geregeld, dat elk land slechts een stem heeft. De stem van Rusland telt evenveel als de stem de Maagdeneilanden. Toch is er een kans, dat Karpov het gaat redden. Hij wordt gesteund door bijna alle Europese landen, de Verenigde Staten en Canada. Ook veel grootmeesters, waaronder zelfs Kasparov, eens de grote rivaal van Karpov, willen Karpov als president. De internationale schaakwereld schudt op zijn grondvesten! Mocht Karpov president worden, dan is hij na Max Euwe de tweede wereldkampioen, die de voornaamste functie in de wereldschaakbond bekleedt. Als schaker staat hij op de wereldranglijst van alle tijden op de derde plaats, achter Kasparov en Fischer. Als toernooispeler staat hij echter bovenaan. Hij won meer toernooien in zijn carrière dan wie ook en speelde zeer veel fraaie partijen. De onderstaande partij is een van zijn allerbeste en tevens allermooiste.

Karpov – Kamsky, Aljechin Herdenkingstoernooi,Moskou, 1992

1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pf3 Lg7 4.g3 c6 5.Lg2 d5 6.cxd5 cxd5 7.Pc3 0–0 8.Pe5 e6 9.0–0 Pfd7 10.f4 Pc6 11.Le3 Pb6 12.Lf2 Ld7 13.e4 Pe7 14.Pxd7 Dxd7 15.e5 Tac8 16.Tc1 a6 17.b3 Tc7 18.Dd2 Tfc8 19.g4 Lf8 20.De3 Pc6 21.f5 La3 22.Tcd1 Pb4 23.Dh6 Dreigt f6 met mat op g7. 23...De8 24.Pb1 Lb2 25.Dd2 Pc2 Twee zwarte stukken zijn diep de witte stelling binnengedrongen, maar is dat goed of is dat slecht? 26.Kh1 De7 27.Lg1 Pd7 28.Tf3 Db4 29.Dh6 Df8 30.Dg5 Dg7 Wit moet nu voortdurend rekening houden met een stukoffer op e5 of d4. 31.Dd2 b6 32.Tdf1 a5 33.h4! Pb4 34.a3 Natuurlijk niet 34.Dxb2 Tc2 35.Da1 Txa2 enz. 34...Tc2 35.Df4 Pc6 36.Lh3 Pd8 37.Le3 b5 38.T3f2 b4 39.axb4 axb4 40.Txc2 Txc2 41.Tf2!! Txf2 42.Dxf2 La3 43.Dc2 Pxe5 44.dxe5 Dxe5 45.Dc8! De4+ Of 45...Dxe3 46.Dxd8+ Kg7 47.f6+ Kh6 48.Df8 mat.
 


46.Lg2!!
Dxb1+ 47.Kh2 Lb2 48.Dxd8+ Kg7 49.f6+!! Lxf6 50.Lh6+ Kxh6 51.Dxf6 Dc2 52.g5+ Kh5 53.Kg3 Dc7+ 54.Kh3 1–0
Over smaak valt niet te twisten, iedere schaker heeft zijn eigen lievelingen, maar dat dit een magistrale partij is, zullen weinigen durven tegenspreken.

 

21. Lev Alburt                                                                    29 mei 2010

De opmars van het sovjetschaak was in het toernooi van Moskou in 1935, waar Botwinnik en Flohr wonnen, al zichtbaar. Na de tweede wereldoorlog kwam het tot volle ontplooiing. In het westen werd het met bewondering, argwaan en ook met jaloezie aanschouwd. Wat was de motor tot het succes? Wat deden de Russen anders dan de westerse topschakers? Volgens de Amerikaan Soltis, die een boek schreef over het sovjetschaak, was de financiële en politieke steun van het regiem doorslaggevend. Het schaak werd als een propagandamiddel gezien en dus met geld en middelen gesteund. Ongekend massale toernooien werden er georganiseerd, vooral voor de jeugd. Door de staat betaalde schaaktrainers waren actief in de hele Sovjet Unie. Schaakmeesters en grootmeesters hadden de status van volkshelden. Het allerbelangrijkste voor velen was, dat schaken politiek neutraal is. Praten over politieke onderwerpen kon gevaarlijk zijn, discussiëren over een schaakopening was waardevrij. Als je zei, dat Stalin een domoor was, kon je dat het leven kosten, maar dat het Siciliaans niet deugde kon je rustig zeggen! Er waren natuurlijk ook felle communisten onder de schakers, o.a. Kotov, Botwinnik en Geller. De trainingsmethoden van de Russen zijn in talloze boeken beschreven, o.a. door de in deze rubriek al eens genoemde Mark Dvoretsky. Ook grootmeester Lev Alburt is actief als schaakauteur. Hij was drie keer kampioen van de Oekraïne, hield van de Russen, maar haatte het regime. In 1979 vluchtte hij naar de Verenigde Staten en werd ook nog drie keer kampioen in zijn nieuwe vaderland! Hij is de meest eigenwijze wijsgeer onder de schaakauteurs. Vaak in de contramine, maar nooit saai en oppervlakkig. Dat hij als enige grote meester de Aljechin-verdediging altijd trouw is gebleven, zegt veel over zijn karakter en levensstijl. Op de recente vraag van New in Chess waar hij het meest bang voor is, antwoordde hij: “The (slow) suicide of the West.” De langzame zelfmoord van het Westen. Hij is een groot bewonderaar van Vaclav Klaus, de president van Tsjechië, die niets moet hebben van de klimaatalarmisten, de propagandisten van de ‘global warming hoax’!
Lev Alburt – Lev Polugaevsky, Moskou, 1966.

1.d4 Pf6 2.Pc3 Een zet, die je in de praktijk nog zelden aantreft, maar lang niet slecht is. 2...d5 3.Lg5 c6 4.Dd3 g6 5.Lxf6 exf6 6.e4 dxe4 7.Dxe4+ Le7 8.0-0-0 f5 9.De3 0-0 10.Lc4 Pd7 11.h4 Pf6 12.Pf3 Pg4 13.De2 Lb4 14.Tde1 Dd6 15.h5 b5 16.Lb3 Lxc3 17.bxc3 a5 Zwart lijkt eerder te komen met zijn aanval, maar als zo vaak bedriegt de schijn. 18.hxg6 hxg6 19.a3! a4 20.La2 Dxa3+ 21.Kb1 La6 Het gaat ook fout na 21...Tb8 22.Pg5 b4 23.Lxf7+ Txf7 (23...Kg7 24.Th7+ Kf6 25.De7 mat) 24.De8+ enz. 22.Pg5 Dreigt een offer op f7. 22...Ta7 23.Df3 Met de bedoeling om iets op de h-lijn te ondernemen. 23...Pf6 24.Dxc6 Kg7 25.Ph7!!

 


Een briljante zet, die de overwinning zeker stelt. 25...Pd7 Er is niet beter, want op 25...Pxh7 volgt bijzonder fraai 26.Txh7+ Kxh7 27.Df6!! en de dreiging 28.Th1 is dodelijk. 26.Pxf8 Nog fraaier was 26.Lxf7!! Txf7 27.Te6!! Pf8 28.Pxf8 en snel mat. 26...Pxf8 27.Te8 Lb7 28.Db6 Dxc3 Zwart probeert eeuwig schaak te geven, maar dat mislukt. 29.Dxa7 Db4+ 30.Kc1 Da3+ 31.Kb1 Db4+ 32.Kc1 Da3+ 33.Kd2! Dxa2 34.Dxb7 Dc4 35.Db6 Db4+ 36.c3 Db2+ 37.Kd3 Dxf2 38.Dd6 Ph7 39.De5+ Pf6 40.Teh8! Zwart gaf het op. Een schitterende, originele partij.

 

20. Lilienthal overleden                                                                 15 mei 2010

Op 9 mei overleed Andor Lilienthal op 99 jarige leeftijd. Hij was de oudste grootmeester uit de geschiedenis. Hij heeft niet alleen een zeer lang, maar ook een buitengewoon avontuurlijk leven gehad. Zijn jeugd werd getekend door bittere armoede. Toen hij in aanraking kwam met het schaakspel en talent bleek te hebben, speelde hij in cafés in Boedapest om wat geld te verdienen. Uiteindelijk werd schaken zijn beroep. Hij trok in Europa van toernooi naar toernooi, speelde ontelbare simultaans, o.a. eens in Bilbao aan 121 borden en werd een sterke grootmeester. Hij nam voor Hongarije deel aan drie olympiades. Uiteindelijk kwam hij in de Sovjet-Unie terecht waar het schaken tot het nationale erfgoed behoorde. Nadat hem in 1939 de Russische nationaliteit werd verleend, mocht hij meedoen aan het kampioenschap van de Sovjet Unie in 1940. Dat werd zijn grootste toernooisucces. Samen met Bondarevsky eindigde hij in een veld van 20 spelers als eerste, boven o.a. Smyslov, Keres, Boleslavski en Botwinnik. Dat zinde Botwinnik echter niet en de sovjetautoriteiten evenmin. Speciaal voor hem, de lieveling van het regiem, werd in 1941 het eerste en enige Absolute Kampioenschap van de Sovjetunie georganiseerd. Lilienthal was daar zeer verbitterd over. Hij had zich, doodmoe van vele simultaans in de Oeral, o.a. aan 201 borden in Swerdlovsk, niet kunnen voorbereiden en verloor de titel. Botwinnik won met 2,5 punt voorsprong op Keres. In 1950 plaatste Lilienthal zich wel voor het kandidatentoernooi. Het werd geen succes. Hij deelde met Szabo en Flohr de 8e plaats. Na  45 jaar Rusland keerde hij in 1976 terug naar zijn oorspronkelijke vaderland Hongarije. Lilienthal was tegen de echte topspelers, de wereldkampioenen, op zijn best. Hij speelde fantastische partijen tegen Lasker, Aljechin en Capablanca, maar vooral Botwinnik, die hij een paar keer vreselijk toetakelde. Zijn bekendste partij speelde hij echter in het kersttoernooi van Hastings 1934/35.

Andor  Lilienthal – José Raoul Capablanca. Hastings 5 december 1934.

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pc3 Lb4 4.a3 De scherpe Sämisch-variant. Tegenwoordig staat hij weer opnieuw in de belangstelling. 4...Lxc3+ 5.bxc3 b6 6.f3! d5 7.Lg5 h6 8.Lh4 La6 9.e4 Lxc4 Of 9...dxe4 10.fxe4 g5 11.Lg3 Pxe4 12.Le5 en 12.Ld3 met aanvalskansen. 10.Lxc4 dxc4 11.Da4+ Dd7 12.Dxc4 Dc6 13.Dd3! Pbd7 14.Pe2 Td8 15.0–0 a5 Lilienthal: 15...Pe5 16.Dc2 Pc4 17.d5 exd5 18.Pd4 met voordeel voor wit. 16.Dc2 Dc4 17.f4 Tc8 18.f5 e5 "Toen ik f4-f5 speelde, zag ik al, dat ik de dame ging offeren." 19.dxe5! Dxe4 Er staat nu een van de meest gepubliceerde stellingen uit de geschiedenis van het schaakspel op het bord. Er schijnt zelfs een Hongaarse postzegel te bestaan met de stelling! Lilienthal was Capablanca zeer dankbaar voor de laatste zet. Waar hij in de Sovjetunie ook was, nog vele jaren nadien, altijd vroegen de liefhebbers hem de partij te laten zien waarin hij de dame offerde tegen de grote Cubaan.

 

 

20.exf6!! Dxc2 21.fxg7 Tg8 22.Pd4 De4 Er is geen redden meer aan. De zwarte koning is machteloos tegen de samenwerkende witte stukken.  Bijvoorbeeld: 22...Dd2 23.Tae1+ Pe5 24.Txe5+ Kd7 25.Td5+ Ke8 26.Te1+ en wint. 23.Tae1 Pc5 24.Txe4+ Pxe4 25.Te1 Txg7 26.Txe4+ Kd7 "Toen hij echter zag, dat wit na 27.Te7+ Ld6 28.f6 met 29.Lg3+ winnen kan, wachtte hij mijn antwoord niet meer af. Hij lachte, reikte mij de hand en feliciteerde mij."

 

 


 

19. Simon Alapin                                                                       8 mei 2010

Simon Alapin was meer dan honderd jaar geleden een bekende schaakmeester. Hij behoorde niet tot de internationale top, maar kon toch redelijk meekomen. Hij zou niettemin al lang in de vergetelheid zijn geraakt, als hij niet een belangrijke openingstheoreticus was geweest. Zijn Alapin- variant van het Siciliaans, 1.e4 c5 2.c3, kent iedere schaker en is nog springlevend. Daarnaast heeft hij in veel openingen verbeteringen aangebracht en nieuwe ideeën gelanceerd. Ook 1.d4 d5 2.c4 e6 3.Pc3 Le7!! is van Alapin. Maar dat is niet alles. Hij was in zijn denken over schaken zijn tijd ver vooruit! Terwijl Tarrasch en zijn volgelingen het schaakspel in allerlei regeltjes en principes probeerden te vangen, bleef Alapin de pragmaticus. Als Tarrasch zei, dat achtergebleven pionnen nadelig waren, zei Alapin, dat hij dat dan maar eens met varianten moest bewijzen. Zijn credo was: ‘geen principes maar zetten‘, een variatie op de slogan van een bekende Rotterdamse voetbalclub! Alapins opvatting, neergelegd in krantenartikelen, is nu gemeengoed, maar nog zelden krijgt hij de eer, die hij eigenlijk verdient. De reden zou wel eens kunnen zijn, dat de grote Tarrasch de kritiek van Alapin niet goed heeft kunnen verdragen. Het gezag van Tarrasch was onmetelijk in die dagen en zeker in Duitsland. Alapin en Tarrasch hebben in 1902 in Marseille wel een geheime match gespeeld! In de officiële schaakpers is daar bijna niets van terug te vinden. Tarrasch had geëist, dat de partijen niet gepubliceerd zouden worden. Toen een Belgische krant de uitslag van de match, +4 –3 =2, in het voordeel van Alapin, bekendmaakte, was Tarrasch woedend. Alapin had de afspraak geschonden!  Alapin werd toen in Duitsland jarenlang geboycot en van toernooien geweerd. Dat heeft zijn carrière natuurlijk geschaad. In de loop van de tijd zijn vijf van de negen partijen uit de match bekend geworden. Hieronder een van die partijen en een correspondentiepartij.

Siegbert Tarrasch - Simon Alapin. Corr.partij, plm. 1900.

1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 Pc6 4.Pf3 Pf6 5.Ld3 Lb4 6.e5 Pe4 7.Ld2 Pxd2 8.Dxd2 Pxd4!! Een Shirov-offer!!  9.Pxd4 c5 10.Pdb5 0–0!! 11.a3 La5 12.b4 cxb4 13.Pe2 bxa3 14.c3 a6 15.Pbd4 f6 16.exf6 Dxf6 17.0–0 e5 18.Pb3 Lb6 19.Pg3 Le6 20.Txa3 Tac8 21.Pc1 Lc5 22.Tb3 b5 23.Tb2 Lb6 24.Pa2 e4 25.Lb1 De5 26.Kh1 h5 27.f4 Df6! 28.Pe2 Of 28.Pxh5 Dh4 29.Pg3 Tf6! 28...h4 29.Pd4 Lxd4 30.Dxd4 Dxd4 31.cxd4 31...h3 32.Pc1 Beter was 32.g3 g5 33.Kg1 gxf4 34.Txf4 Txf4 35.gxf4 Kf7 met aanhoudende strijd. 32...g5 33.Pb3 Tc4 34.gxh3 gxf4 35.Tg2+ Kh8 36.Tfg1 Tc7 37.Tg6 Lxh3 38.Pc5 f3 39.T6g3 Th7 40.Txh3 Txh3 41.Pd7 Tf4 42.Tc1 f2 43.Kg2 f1D+ 44.Txf1 Txf1 45.Kxf1 Txh2 Wit gaf het op.
Simon Alapin - Max Lange. Correspondentiepartij, plm. 1900

1.e4 e5 2.Pe2 De Alapin-opening!! 2...Pc6 3.d4 Dh4 4.d5 Lc5 5.Pg3 Pce7 6.Pd2 Df6 7.f3 Dh4 8.Pb3 Lb6 9.d6 Pc6 10.c4 cxd6 11.Dxd6 Pf6 12.Kd1 Ph5 13.Pf5 Dd8 14.g4 g6 15.Pe3 Df6 16.Dxf6 Pxf6 17.c5 Ld8 18.Pc4 d5 19.Pd6+ Ke7 20.g5 Pd7 21.exd5 Pb4 22.Lc4 Pxc5 23.Pxc5 Kxd6 24.Pe4+ Ke7 25.Ld2 a5 26.a3 Pa6 27.d6+ Kf8 28.Lc3 h6 29.Lxe5 Th7 30.Pf6 Lxf6 31.gxf6 Ld7 32.Tc1 Pb8 33.Lb5 Pc6 34.Te1 Th8 35.Lxc6 Lxc6

 

 

36.Txc6!! bxc6 37.d7 Td8 38.Ld6+ Kg8 39.Te7 g5 40.Kc2!! Een verbluffende koningsmars die wit al met de 36e zet moet hebben gezien. 40...Kh7 41.Kc3 Kg6 42.Kc4 Kxf6 43.Kc5 h5 44.Kxc6 Zwart gaf het op wegens 44...g4 45.Te3 Kg6 46.Lc7 enz. 

 


 

18. Mat in 22 zetten                                                                                        1 mei 2010

Het schaakspel is een kunstzinnig spel dat te verdelen is in verschillende disciplines, die mijlenver uit elkaar lijken te staan. Tussen correspondentieschakers en bordschakers is er bijzonder weinig contact, terwijl ze toch precies hetzelfde spelletje spelen. Helemaal apart staan de liefhebbers van de probleemkunst en eindspelstudie, die onderling ook weer sterk van elkaar verschillen. Ruzie hebben ze niet, maar dat er grote barrières bestaan tussen hen, is een feit. Af en toe worden wel er pogingen ondernomen om ze nader tot elkaar te brengen. Het succes is altijd minimaal. Onder de bordschakers is nog de meeste verwantschap met de liefhebbers en de componisten van de eindspelstudie. Maar ook weer niet met alle studies. Het moeten constructies zijn, waar ze iets van kunnen leren, natuurlijke, partijgelijkende stellingen. Schakers willen immers altijd wat leren. Ze zijn als  mensen, die naar een Rembrandt-tentoonstelling gaan om een paard te leren tekenen. Tussen bordschakers en probleemliefhebbers bestaat evenveel affiniteit als tussen voetballers en biljarters. Het is nog een wonder, dat er grootmeesters bestaan, die ook in de probleemkunde van topklasse zijn. Eigenlijk is er maar een, de Engelsman John Nunn. Hij is zelfs een paar keer wereldkampioen probleemoplossen geweest. Nunn is werkelijk van alle markten thuis. Het volgende probleem is ontleend aan een boek van hem.

J. Dulbergs. Mat in 22 zetten. 1e prijs Sjachmaty, 1972.

 

 

Wit: Kc6, Pf8, Lb8, Lh7, pionnen op c2, e2, e3, f2, g3. Zwart: Kf5, Pg6, Lh5, Tg5, pionnen op e4, f6, f7, g4. Wit is aan zet en geeft mat in 22 zetten. Het is een misvatting te denken dat meerzetten, problemen met meer dan 3 zetten, moeilijker zijn dan twee- en driezetten. In de meeste meerzetten wordt met eenvoudige matdreigingen gewerkt, waar slechts een antwoord op mogelijk is. Tot er geen parade meer is.  Soms moet met dwangmaatregelen de tegenstander gedwongen worden een bepaalde stelling in te nemen, waarna de matvoering volgt. Dat is bij dit tamelijk eenvoudige, maar zeer aantrekkelijke probleem, ook het geval. Zwart staat pat. Wit moet hem dus een vluchtveld gunnen. Maar hij moet het zo doen, dat de zwarte stukken niet losbreken. De enige zet, die in aanmerking komt is 1.La7 Met deze zet wordt veld e5 vrij gegeven, een veld, dat in het vervolg als een soort draaischijf fungeert. 1…Ke5 Zwart doet nu tot het einde toe alleen meer gedwongen zetten. De andere zwarte stukken staan er slechts als decoratie bij, maar wel een noodzakelijke decoratie. 2.Ld4+ Kf5 3.Lc5 Ke5 4.Ld6+ Kf5 5.La3 Ke5 6.Lb2+ Kf5 7.c3! Een zeer subtiele zet. De bedoeling is om veld d5 met tempowinst aan de zwarte koning te ontnemen. 7...Ke5 8.c4+ Kf5 9.La3 De loper gaat nu met een paar omweggetjes weer terug naar zijn oude standplaats. Het hoe en waarom zal spoedig blijken. 9...Ke5 10.Ld6+ Kf5 11.Lc5 Ke5 12.Ld4+ Steeds gaat het met schaakjes gepaard. 12...Kf5 13.La7 Ke5 14.Lb8+ Kf5 Sensationeel!! De beginstelling staat weer op het bord. Wel met een klein verschil: pion c2 is naar c4 verhuisd. 15.Kc7 Ke5 16.Kd7+ Kf5 Nu blijkt het nut van pion c4. De koning kan niet naar d5. 17.Pe6!! Het probleem neemt een dramatische wending.  17...fxe6 Tot het einde toe doet zwart gedwongen zetten. 18.Lf4!! e5 19.Kd6 exf4 20.exf4 e3 21.Kd5!! exf2 22.e4 mat. “Wie dit niet aardig vindt, is niet te helpen!’ placht de Duitse schaker Kurt Richter te zeggen.

 


 

17.Kortsjnoi - Spasski, oude glorie.                                     24 april 2010                                                   

De Russische schaaktrainer Mark Dvoretsky vertelt in een van zijn boeken, dat hij een groep Engelse grootmeesters eens bezig zag met het analyseren van een stelling. Zwart was in het voordeel, maar men wilde weten hoe het voordeel het beste in winst zou kunnen worden omgezet. Enkele ingewikkelde varianten passeerden de revue, maar op een bepaald moment zei grootmeester Jon Speelman, dat men moest stoppen omdat het uit de hand liep, de partij raakte ‘out of control’. De grootmeesters gingen weer terug naar de beginstelling en begonnen opnieuw. Dvoretsky koppelt aan die waarneming een wijze les. Als je een groot voordeel hebt, moet je zorgen niet in een onoverzienbare variantenzee verzeild te raken zodat de partij alle kanten op kan en het resultaat dus onzeker wordt. In een betere stelling moet je het risico beperken, het zekere voor het onzekere nemen. Het gaat per slot van rekening om de winst. Wat valt hier uit te leren? Geldt Dvoretsky’s raad niet altijd, van de eerste tot de laatste zet? Moet je niet steeds alles onder controle houden? De werkelijkheid is gelukkig anders, wispelturiger. Een partij tussen twee topgrootmeesters, die elk risico mijden eindigt natuurlijk in een geestloze remise, maar wie wil winnen, grootmeester of niet, zal toch iets moeten wagen. De huidige wereldtop weet dat drommels goed, ondanks de ver doorgevoerde computergestuurde openingsvoorbereiding. Wie nooit iets waagt, wint ook nooit. Zie de partijen van spelers als Shirov, Topalov, Morozewitsch en vele anderen. Dvoretsky’s aanbeveling is daarom alleen van nut als er al een voordeel bereikt is. Helaas is het niet altijd gemakkelijk om alle risico’s uit te schakelen en naar een gemakkelijk te winnen eindspel af te wikkelen. Het is zelfs razend moeilijk. De tegenstander werkt immers niet mee! Als hij slechter staat, heeft hij immers niets meer te verliezen en schuwt geen enkel risico. De beste spelers van de wereld zijn ook de beste koorddansers. Kasparov en Karpov waren beter in staat dan wie ook om de spanning in een partij net zo lang vast te houden tot hun tegenstanders de draad kwijtraakten. Ze wonnen bijvoorbeeld een pionnetje en gingen over tot de Dvoretsky doctrine! In Elista, de hoofdstad van Kalmukkië speelden twee jonge honden van resp. 79 en 73 jaar, Kortsjnoi en Spassky een vriendschappelijke match, die in een 4-4 gelijkspel eindigde. De twee schaakhelden speelden fris van de lever een risicovol schaak, van begin tot eind, Dvoretsky of niet.

Viktor Kortsjnoi - Boris Spassky

1.c4 e5 2.Pc3 Pc6 3.Pf3 Pf6 4.a3 Een Kortsjnoi-zet. 4...d5 5.cxd5 Pxd5 6.Dc2 Le7 7.e3 Wit speelt een Taimanov-variant, maar dan met wit. Zou dat niet voordelig moeten zijn? 7...a6 8.Lc4 Pb6 9.Ld3 De originaliteit sterft niet met de jaren. De zet maakt het zwart moelijk om te rokeren. Er is wel een oplossing: Een ouderwetse Spassky-zet!! 9...Dd7!!

 

 

Een geniale zet. Zwart wit f5 spelen, zonder zijn koningsstelling te verzwakken. 10.b3? Speelbaar was 10.0–0! f5 11.e4! enz. 10...f5 11.e4 g5!! Dit is geen oudemannenschaak!! 12.exf5 Voor Kortsjnoi kwam 12.0–0 g4 13.Pe1 f4 natuurlijk niet in aanmerking. 12...g4 13.Pxe5 Pxe5 14.Le4 Pc6! 15.Pe2 Lf6 16.Tb1 Dd6 17.h3 gxh3 18.Txh3 Ld7 19.Td3 Df8 20.Lxc6 Lxc6 21.Te3+ Kd7 22.Lb2 Pd5 Het is uit, wit heeft onvoldoende compensatie voor het stuk. 23.Dd3 Lxb2 24.Txb2 Dxa3 25.Tc2 Tae8 26.Dd4 Kc8 Wit gaf het op.


16. Vassily Smyslov   *                                                                               17-04-2010
Vassily Smyslov is met zijn 89 jaar de oudste nog levende wereldkampioen. Hij speelde drie matches tegen Botwinnik, in 1954, 1957 en 1958. De eerste eindigde gelijk, de tweede won hij en de derde verloor hij. Hij bleef tot op zeer hoge leeftijd een speler van topklasse. Zijn manier van spelen was volstrekt logisch. Hij stond ver af van het va-banqueschaak van spelers als Michail Tal en Alexey Shirov. Dat wil niet zeggen, dat hij een saai soort schaak speelde, integendeel. Zijn beste partijen behoren tot fraaiste ooit gespeeld. Vooral in het eindspel blonk hij uit. Hij streefde naar harmonie zowel in het leven als op het schaakbord. Zijn combinaties waren leerzaam, begrijpelijk, gracieus en harmonieus. Een voorbeeld uit zijn jeugd.
Gerassimov – Smyslov. Moskou, 1935. 1.d4 d5 2.Pf3 Pf6 3.e3 e6 4.Ld3 c5 5.b3 Pc6 6.Lb2 Ld6 7.0–0 Dc7 8.a3 b6 9.c4 Lb7 10.Pc3 a6 11.Te1 cxd4 12.exd4 0–0 13.Pa4 Lf4 14.Pe5 dxc4 15.bxc4 Pxe5 16.dxe5 Dc6 17.Lf1 Tfd8 18.Db3 Pg4 19.h3 Td3!! 20.Dxb6 Txh3 21.Ld4 Lh2+ 22.Kh1 Lxe5+ 0–1. Het is daarom verrassend, dat een zijn bekendste combinaties buiten dit patroon valt. De partij werd in 1968 door de achtkoppige jury van de Joegoslavische Schachinformator, waaronder Max Euwe, met grote voorsprong uitgeroepen tot de beste partij van het 2e halfjaar van 1968. Ze liepen daarmee het risico een bok te hebben geschoten.
Smyslov – Liberson. Moskou, 1968.
1.c4 e5 2.Pc3 Pc6 3.g3 g6 4.Lg2 Lg7 5.Tb1 d6 6.b4 a6 7.e3 f5 8.Pge2 Pf6 9.d3 0–0 10.0–0 Ld7 11.a4 Tb8 12.b5 axb5 13.axb5 Pe7 14.La3 Le6 15.Db3 b6 16.d4 e4 17.d5 Lf7 18.Pd4 Dd7 19.Lb2 g5 20.Pce2 Kh8 21.Ta1 Pg6 22.f4 exf3 23.Txf3 Pe7 24.Pc6 Tbe8 25.Ped4 Pfxd5!
26.cxd5 Lxd5

Wit begint nu min of meer gedwongen een combinatie, die het bord in vlammen zet. Zelfs na herhaaldelijk naspelen dringt het pas langzaam door hoe de machinerie in elkaar steekt. Het is duidelijk, dat het om een dameoffer gaat, maar daar houdt het in eerste instantie mee op. Dat is ook geen wonder, want de combinatie in deze kolkende stelling is niet minder dan 14 zetten diep. Natuurlijk heeft Smyslov niet tot het einde gerekend, dat gaat het menselijk brein en zelfs de meest geavanceerde schaakcomputerprogramma’s van tegenwoordig te boven. Maar het is ook weer niet een 100% speculatief offer. Hij moet gezien hebben, dat het verliesgevaar niet erg groot zou zijn, zelfs als zwart steeds de beste zetten zou vinden. Het is wel een stelling waarin de ambitieuze analyticus gemakkelijk kopje onder in kan gaan. 27.Pxf5!! Txf5 28.Lxg7+ Kg8 29.Txf5!! Lxb3 30.Txg5 Pg6 31.Lh6 De6 32.h4 Dxe3+ 33.Kh2 Dc3 34.Tf1 Lc4 35.Tf2 De1 36.Tgf5 Lxb5 37.Ld2 Db1 38.Ld5+ Kh8 39.Lc3+ Pe5 40.Pxe5 dxe5 41.Txe5 Zwart gaf het op. Voor de amateur is het hoogst interessant om met behulp van een sterk schaakcomputerprogramma, na te gaan of de grootmeesters uit 1968 het juist hebben gezien. Hij zal dan vooral de stelling na de 34e en 37e zet van wit aan een nader onderzoek moeten onderwerpen. Kon zwart met 34… Le6 of met 37… Da1 remise houden? Zelfs als dat het geval is, doet dat nauwelijks afbreuk doen aan Smyslovs droomschaakpartij. Een tipje van de sluier kan opgelicht worden: Volgens Rybka 3 speelde Smyslov de partij foutloos!! Toch blijft één vraag onbeantwoord. De partij was weliswaar de beste van destijds, maar was het ook de mooiste?

*Opmerking. Smyslov overleed toen ik in Frankrijk zat. Ik had de rubriek met enkele ander rubrieken van tevoren naar de krant gestuurd. Smyslov heeft niet op mijn thuiskomst gewacht en overleed op 27 maart.


15. New in Chess Magazine 25 jaar.                                                                           10-04-2010
Voor veel schakers was het verdwijnen van Schaaknieuws vorig jaar een droevige gebeurtenis. Door de afname van het aantal abonnees, in belangrijke mate veroorzaakt door de concurrentie van internet, was een voortzetting niet langer mogelijk. Het blad heeft 23 jaar lang vooral het Nederlandse schaak op de voet gevolgd. Anders dan het eertijds beroemde en bij sommigen beruchte ‘Schaakbulletin’ heeft Schaaknieuws nooit literaire aspiraties gehad. Toch hebben er talloze fraaie, spannende, leerzame, controversiële en grappige artikelen in gestaan. John van der Wiel, auteur van de Swesjnikov-bijbel, voorspelde bijvoorbeeld dat de wereld in 2002 ten onder zou gaan! Bij New in Chess is een boek verschenen met het beste uit de honderden verschenen nummers van Schaaknieuws, samengesteld door Erik Bouwmans en Twan Kastelijn. Het boek met als titel ‘Wat is er mis meneer Kasparov?’ is een schatkamer voor de ware schaakliefhebber. Een van de vele hoogtepunten is het interview uit 2002 van Gert Devreese met HWP-icoon, Bernard de Bruyker, “Schaken heeft mij alles gegeven”. Een mooie titel zou ook geweest zijn ‘In de loopgraven van het Frans slaapt een reus’, naar een prachtig en leerzaam stuk van Peter Boel over Yge Visser, de Friese schaakmeester. Schaaknieuws was een waardevolle aanvulling op het meer internationaal gerichte blad New in Chess Magazine, de opvolger van Schaakbulletin. New in Chess bestaat 25 jaar. Ter gelegenheid daarvan is ook een jubileumboek verschenen, ‘New in Chess, The First 25 Years’. Het is een van de mooiste schaakboeken ooit in Nederland geproduceerd. De verzameling diepzinnige analyses, spraakmakende interviews, geschreven door topschakers uit alle delen van de wereld, maar toch vooral uit Nederland, maken het boek tot een onmisbaar werk voor alle liefhebbers van het koninklijke spel en speciaal zij met liefde voor geschiedenis van het spel. Het is verleidelijk om allerlei smakelijke en spraakmakende uitspraken te citeren, maar er is eigenlijk geen beginnen aan. Ook de PZC is er in zekere zin in vertegenwoordigd. Er staat namelijk een schitterende tekening in van Viktor Kortsjnoi gemaakt door Paul Kusters, de tekenaar van Toos en Henk! Schaakboeken zijn geen boeken, die je doorleest en daarna in de kast zet, het zijn studieboeken waar je soms maandenlang gebruik van maakt. Lang geleden had je de Prisma-schaakboeken, pockets die doormidden braken als je ze een paar keer openvouwde. Zulke boeken bestaan helaas nog, maar niet bij New in Chess! De Alkmaarse uitgeverij heeft goed begrepen dat schaakboeken het niet verdienen, dat ze zomaar uit elkaar kunnen vallen. Hun boeken zijn perfect ingenaaid, op schitterend papier gedrukt en op de layout is niets aan te merken. Een belangrijk aandeel in het succes van New in Chess heeft natuurlijk Jan Timman gehad met zijn beschouwingen, analyses en eindspelstudies. In het boek analyseert hij de volgende spectaculaire partij.

Athony Miles – Jan Timman, Las Palmas Las Palmas, 1977.

1.c4 e5 2.Pc3 Pf6 3.Pf3 Pc6 4.e3 Lb4 5.Dc2 d6 6.a3 Lxc3 7.Dxc3 a5 8.b3 Lg4 9.d3 Lxf3 10.gxf3 d5 11.cxd5 Dxd5 12.Tg1 0–0 13.Lb2 Tfe8 14.f4 Pd4 15.Lg2 Pf3+ 16.Lxf3 Dxf3 17.Tg3 Dh1+ 18.Ke2 Dxh2 19.Tag1 Ph5 20.T3g2 Dh3 21.fxe5 Te6 22.Dxc7 Tc6

 

 

23.Txg7+!! Pxg7 24.Txg7+ Kxg7 25.e6+ Kh6 26.Df4+ Kh5 27.Dxf7+ Kg4 28.Dg7+ Kf5 29.De5+ Kg6 30.Dg7+ Kf5 31.Df6+ Kg4 32.Df4+ ½–½

 


 

14. Caruana's techniek                                                                            03-04-2010

Een schaker kan nog zo mooi combineren, nog zulke diepzinnige plannen maken, als hij de techniek niet beheerst, wordt het niets. Hij kan gewonnen staande partijen niet winnen, speelt alleen op trucjes en valletjes en haat het eindspel. Het is inderdaad niet gemakkelijk om alleen op techniek een partij te winnen. Daar is geduld voor nodig, oneindig veel geduld. Grote spelers hadden dat. De namen van Lasker, Rubinstein, Capablanca en Fischer worden dan genoemd, maar ook de huidige topspelers kunnen urenlang ploeteren om een klein voordeeltje uit te bouwen of een slechte stelling te verdedigen. Technische vaardigheid komt het beste tot zijn recht in het eindspel. Is dat de reden dat veel schakers van lager niveau zo bang zijn voor het eindspel? Eigenlijk zou dat het gemakkelijkste onderdeel van het spel moeten zijn, omdat er maar zo weinig stukken op het bord staan. Angst voor het eindspel is eigenlijk angst voor het onbekende. De meeste partijen zijn immers klaar, lang voordat er sprake is van een eindspel. Niet zelden gebeurt het zelfs dat een speler in paniek raakt als een eindspel ‘dreigt’. Hij gaat onverantwoorde risico’s nemen, krijgt de kous op de kop, maar hoeft zich dan gelukkig niet in een saai eindspel af te beulen! Soms hoor je wel eens zeggen, dat het eindspel iets is voor oude mannen. Is dat zo? Natuurlijk niet. De jonge Italiaanse speler Fabio Caruana bewees dat in het Corus-toernooi met een geweldige partij.
Caruana – Tiviakov.
Corus, Wijk aan Zee, 2010.

1.e4 d5 2.exd5 Dxd5 3.Pc3 Dd6 Deze zet kan men met een gerust de Tiviakov-variant gaan noemen. Hij heeft de zet weer in praktijk gebracht en daarmee het Scandinavisch een grote dienst bewezen. 4.d4 Pf6 5.Pf3 c6 6.g3 Lg4 7.Lg2 e6 8.0–0 Le7 9.h3 Lxf3 10.Lxf3 0–0 11.Pe2 Pbd7 12.Lg2 e5 13.c3 Tad8 14.Db3 Dc7 15.dxe5 Pxe5 16.Le3 Pfd7 17.Tad1 Pc5 18.Dc2 Pc4 19.Lf4 Ld6 20.Lg5 Le7 21.Lf4 Ld6 22.Lc1 Tfe8 23.b3 Pb6 24.Pd4 Pe6 25.Pxe6 Txe6 26.Tfe1 Txe1+ 27.Txe1 Pd5 28.a3 Dc8 29.b4 Te8? Zwart ruilt ook het tweede stel torens af. Daar zal hij wel spijt van gekregen hebben. 30.Txe8+ Dxe8 31.c4 Pc7 32.Dd3 De1+ 33.Kh2 De7 34.Lg5 De6 35.h4 g6 36.Dd4 a6 37.Lh3 f5 38.Da7 Dc8  Na 38...Dxc4 39.Dxb7 staat zwart met zijn zwakke pionnen ook niet goed.  39.Dd4 Lf8 40.Lf6 Pe6 41.De5 Kf7 42.c5 Dc7 43.Dc3 Lg7 Een ernstige fout, die zwart in groot gevaar brengt. Zwart wilde van het witte loperpaar af, maar je moet niet kijken naar wat geruild wordt, maar naar wat over blijft. En dat is een formidabele witte loper tegen een kreupel zwart paard. 44.Lxg7 Pxg7 45.Lf1 f4 Nog een verzwakking. Tivi was duidelijk niet in zijn beste doen. 46.Lc4+ Ke8 47.g4! De7 48.Kg1 h5  Meer kansen bood 48...h6!   49.Dd3 Df6 50.g5 Df5 51.Dd6! f3 52.Db8+ Ke7 53.Dd6+ Ke8 54.Ld3!! Wit heeft gezien, dat zwart geen eeuwig schaak heeft of andere ernstige dreigingen. 54...Dg4+ 55.Kf1 Dg2+ 56.Ke1 Dg1+ 57.Kd2!! De koning vindt veiligheid op de damevleugel. 57...Dxf2+ 58.Kd1 Dg1+ 59.Kc2 Df2+ 60.Kb3 De3 61.Ka4!!

 

 

61...De7 De vreselijke dreiging Lxg6+ noopt zwart om zijn dame terug te trekken. Het is helaas te laat. 62.Lxg6+ Kf8 63.Db8+ Pe8 64.Df4+ Kg8 65.Lxh5 Pc7 66.Lxf3 Pb5 67.g6 a5 68.h5! axb4 69.h6!! De prachtige slotzet. Zwart gaf het op. Na 69...Pc3+ 70.Kxb4 Pa2+ 71.Kb3 De6+ 72.Dc4 Penning! 72...Pc1+ 73.Kc3 Pa2+ 74.Kd4 is het helemaal uit. Een voorbeeldig staaltje schaaktechniek.

 

 


 

13. Middelburg degradeert                                               20-03-2010

Het eerste team van Middelburg is na een kortstondig verblijf van een jaar in de landelijke competitie weer gedegradeerd naar de Zeeuwse afdeling. Als je een keer ongelukkig verliest, mag men van pech spreken, maar als het vier keer gebeurt, zoals dit seizoen met de Middelburgers het geval was, is het een gewoonte geworden en moet men bij zichzelf te rade gaan. Wellicht heeft men niet de nodige hardheid. Dat is een beetje vreemd, want het eerste team bestaat voor het merendeel uit zeer ervaren spelers, die jarenlang in sterke competities het klappen van de zweep hebben geleerd. De club telt immers niet minder dan vijf Zeeuwse kampioenen: Sven Stange, Wim Stange, Johan de Wolf, Cor Jansen en Michael Wise. Voeg daar nog eens de oude rotten Kees de Wolf, Maarten Westerweele, Wout van Wijnen en Hendrik Jan Meijer bij en je heb een dusdanig ervaren team, dat het eigenlijk kampioen had moeten worden. Alleen HWP uit Sas van Gent heeft nog meer Zeeuwse kampioenen in haar gelederen. Feit is dat bij de hoofdstedelingen de jaren gaan meespreken, want het was in de derde klasse F met voorsprong ook meteen het oudste team! De club heeft te weinig jeugdig talent en dat kan geen enkele club zich eigenlijk permitteren. Maar wat niet is, kan nog komen. Alleen Mathijs Janssen lijkt voldoende in zijn mars te hebben om op korte termijn een van de senioren permanent te kunnen vervangen.  Als troost voor Middelburgers nu twee sterke partijen uit de wedstrijd tegen Landau uit Axel, die met 4,5–3,5 verloren werd.

M. de Clerck – W.Stange, Middelburg, 2010.

1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pc3 Lg7 4.e4 d6 5.Le2 0–0 6.h4 h5 7.Lg5 Pbd7 8.f3 c5 9.d5 Ph7 10.g4 Te scherp. Wit wil een heksenketel en die krijgt hij. 10...Pxg5 11.hxg5 hxg4 12.f4 Pb6! 13.Ld3 e5! Zwart speelt het erg sterk. Van een witte aanval is weinig te merken. 14.f5 Dxg5 15.Dc2 Ld7 16.Df2 Tae8 17.Pge2 Of 17.Dh2 f6! enz. 17...gxf5 18.exf5 e4!!
 

 

Prachtig! De krakkemikkige witte stelling wordt nog verder aan stukken gereten. 19.Pxe4 Txe4 20.Lxe4 Te8 21.Ld3 Te3 Er zijn meerdere winstvoortzettingen. Wit is overklast. 22.Td1 Pa4 23.f6 Lxf6 24.Lh7+ Kg7 25.Td3 Txd3 26.Lxd3 Pxb2 27.Lc2 Pxc4 28.Pf4 Le5 29.Th7+ Kg8 30.Pd3 De3+ Wit gaf het op. Hij komt te veel materiaal achter. Een aantrekkelijke partij.

Johan de Wolf was de beste speler van het team. In de volgende partij laat hij weer eens zijn vlekkeloze techniek zien. Er zijn niet veel Zeeuwse spelers, die kunnen wat Johan hier liet zien. En dat ook nog in grote tijdnood.

B. Audenaert – J. de Wolf.Middelburg, 2010

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.g3 d5 4.Pf3 Le7 5.Lg2 0–0 6.0–0 c6 7.Dc2 b6 8.Pbd2 Lb7 9.e4 Pbd7 10.b3 Tc8 11.Lb2 c5! 12.exd5 (12.e5 Pe8) 12...exd5 13.Df5 dxc4 14.Pxc4 cxd4 15.Pxd4? Tc5 16.Dh3?! Th5!! 17.Dxh5 Pxh5 18.Lxb7 Lc5 19.Tad1 Dc7 20.Lf3 Phf6 21.Tfe1 a6 22.Pf5 b5 23.Pce3 Td8 24.Kg2 Lf8 25.a3 h6 26.Tc1 Db8 27.Ted1 Tc8 28.Pd5 Pxd5 29.Lxd5 Txc1 30.Txc1 Pc5 31.Td1 Beter 31.Lxg7 hoewel dat ook niet redt: 31...Lxg7 32.Txc5 Lf8 33.Tc6 De5 34.Pe3 Lxa3 35.Txa6 Lc5 36.Lc6 Lxe3 37.fxe3 Db2+ enz. 31...g6 32.Ph4 Lg7 33.Lc1 De5 34.Le3 Pe6 35.Pf3 Db2 36.Lc1 Dc2 37.Te1 Lc3 38.Tf1 Kg7 39.Le3 Dd3 40.Lb7 a5 41.Lc6 Pd8 42.La8 Lb2 43.a4 bxa4 44.bxa4 Dc4 45.Tb1 Lf6 46.Tb6 Dxa4 47.Ld2 Da1! 48.Ld5 a4 49.Le3 Dd1 50.La2 g5 51.h3 Dc2 52.Lb1 Dc4 53.Pd2 Dd5+ 54.Le4 Da5 55.Pc4 Dc3 56.Pd2 Ld4 57.Pb1 Dc5 58.Tb8 Lxe3 59.Txd8 Lxf2 60.Td2 Le1 61.Ta2 Db4 62.Kf3 Db3+ 0–1

 


 

12. Originaliteit                                                                          20-03-2010

Heeft originaliteit nog een kans in het moderne schaak? Er zijn openingsboeken, die alleen maar eindeloze reeksen van varianten geven. De schaker die niets anders doet dan die uit zijn hoofd leren, zal partij op partij verliezen. Door het instampen van openingsvarianten is nog nooit iemand beter gaan schaken. Het is nodig om de grondslag, de bedoeling van de zetten te begrijpen. Daar is intensief en langdurig studeren voor nodig. Tegenwoordig is de computer een handig en bijna onmisbaar hulpmiddel bij de openingstraining. Maar dat betekent niet, dat alle originaliteit in het huidige schaak buitenspel wordt gezet. Het tegendeel is bijna het geval. Speelde men vroeger op de vierde zet een nooit eerder vertoonde nieuwe zet, nu gebeurt het op de tiende zet of soms nog later. Niettemin kan men ook tegenwoordig ook nog wel op de tweede zet de tegenstander verrassen. Bijvoorbeeld 1.f4 Ph6!! Of 1.e4 c5 2.Pa3! Als men er van uitgaat, dat alles wat vergeten is, weer nieuw is, dan is alles mogelijk. Zie de volgende partij uit de wedstrijd Middelburg- Landau.

Stefaan Deman - Sven Stange. KNSB-competitie.

1.e4 e5 2.d4! exd4 3.Dxd4 Het middengambiet. Volgens de theorie een krachteloze opening, behalve in de handen van een handige en originele speler. 3… Pc6 4.De3 Le7  De hoofdvariant gaat verder met 4...Pf6 5.Pc3 Lb4. De zet die Sven speelt, is ook al gespeeld door wereldkampioen Anand. 5.Pc3 Pf6 6.Lc4 Pe5 7.Le2 d6 8.h4! De stelling is in de grote database van meer dan 4 miljoen partijen niet terug te vinden. Nieuw dus! 8...c6 9.Dg3 Dc7 10.Lf4 b5  Voorzichtiger is 10...Le6 11.h5 0–0–0 met ongeveer gelijke kansen.  11.a3 Le6 12.h5 0–0–0 13.b4 a5 14.f3 g6 15.Df2 Pxh5 16.Le3 Pd7 17.a4 Lf6 18.Ld4 axb4  Het is begrijpelijk, dat zwart zich niet wilde inlaten met 18...Lxd4 19.Dxd4 axb4 20.Dxb4 Pg3 21.axb5 Pxh1 22.bxc6 Hij staat dan een toren voor, maar de witte stukken lijken haaien, die op een prooi jagen.  19.Lxf6 Phxf6 20.axb5 c5? Juist was 20...Db6. 21.b6 Dxb6 22.Ta6 bxc3?  Na 22...Db7 23.Txd6 c4! had zwart niet hoeven verliezen. Nu gaat het snel mis.  23.Txb6 Pxb6 24.De3 Kc7 25.Dxc3 Pfd7 26.Lb5 Ta8 27.Pe2 Pe5 28.0–0 Pa4?  Ook na het betere 28...Thb8 had zwart het zwaar te verduren gehad.  29.Lxa4 Txa4 30.f4! Txe4 31.fxe5 Txe5 32.Pd4 Te8 33.Da5+ 1–0

Wil men verhinderen, dat men in een openingsval trapt, kan men ook een saaie opening kiezen, maar ook dan zijn verrassingen niet uitgesloten. Zie de volgende partij.

Erik Bolleman (Landau)- Benny Onrust. KNSB-competitie.
1.d4 d5 2.c4 c6 3.cxd5 cxd5 4.Pc3 Pf6 5.Pf3 Pc6 Een van de saaiste openingen uit de theorie. 6.Lf4 Db6 7.Pa4 Dd8 8.Pc3 Db6 9.Pa4 Da5+ 10.Ld2 Dd8 11.e3 e6 12.Lb5 Ld7 13.0–0 Ld6 14.Tc1 Pe4 15.Pc5 Db6 16.Pxd7 Dxb5 17.a4 Dd3 18.Pc5 Lxc5 19.dxc5 0–0 20.Lc3 Dxd1 21.Tfxd1 Tfc8 22.Ld4 a5 23.Pd2 Pxd2 24.Txd2 Pb4 25.f4 Tc6 26.Tc3 f6 27.Te2 Te8 28.Tb3 Te7 29.Lc3 Txc5 30.Lxb4 axb4 31.Txb4 Tec7 32.b3 f5 33.Kf2 Kf7 34.Td2 Ke7 35.Kf3 Tc3 36.Tb6 Td7 37.Ke2 Tdc7 38.b4 Tb3 39.a5 h6 40.b5 g5 41.Ta2 g4 42.Kd2 Kf6 43.Tc2 Td7 44.Tcc6!!

 

 

Een prachtige zet. Als zwart op c6 slaat, beslissen de witte vrijpionnen. Van schrik  blundert zwart de partij weg. Na 44.Te7 was er niets aan de hand. 44...d4? 45.Txe6+ Kg7 46.exd4 Tc7 47.Tg6+ Kh7 48.Txh6+ Kg7 49.Thg6+ Kh7 50.d5 Tbc3 51.Tgc6!! Nogmaals een fraaie torenzet, die nu wel beslissend is. 51...bxc6 52.Kxc3 cxb5+ 53.Kb4 1–0


 

11. Zeeuws kampioenschap 1                                                                         13 maart 2010

Het kampioenschap van Zeeland is in volle gang. Naar vier ronden staan de oud-kampioenen Gert van Rij en Matthieu Freeke, samen met Joey Grochal aan de leiding. De belangrijkste overwinning in de eerste helft van het toernooi was die van Grochal op de heersende kampioen Maarten Rademakers. Het zal voor Rademakers een zware dobber worden om zijn titel te prolongeren. Hij mag dan met nog vier partijen te spelen geen misstappen meer begaan. Freeke en Grochal speelden onderling al remise, zodat zij elkaar geen punt meer kunnen afsnoepen. Het wordt dus een bijzonder spannende finale. In deze rubriek van elk van de drie koplopers een partij.

In de eerste ronde probeerde Erik Roose met een snelle afruil het positionele overwicht van zijn tegenstander Gert van Rij in te dammen. Dat liep helemaal verkeerd af. In dit soort spelletjes is Van Rij nog bijzonder sterk. Geen dames ruilen dus tegen Gert van Rij!!

Erik Roose – Gert van Rij.

1.c4 f5 2.Pc3 Pf6 3.g3 g6 4.d4 Lg7 5.Lg2 d6 6.Lg5 c6 7.Lxf6 Lxf6 8.e4 0–0 9.Pge2 Pa6 10.0–0 e5 11.dxe5 dxe5 Het is een vergissing te denken, dat de kans op remise vergroot wordt door dameruil. In dit geval helemaal niet, omdat het wit ook nog een paartij tempi kost. 12.Dxd8 Txd8 13.Tad1 Le6 14.b3 Pc5 15.h3 Kf7 16.f4 exf4 17.exf5 Lxf5 18.g4 Lc2 19.Txd8 Txd8 20.Pxf4 Kg7 21.Pce2 Td2 22.Pc1 Ld4+ 23.Kh1 Le5 24.b4 Pe4 25.Pe6+ Kh6 26.Te1 Pf2+ 27.Kg1 Lg3 28.Pe2 Pxh3+ 29.Lxh3 Lxe1 30.P2f4 g5 0–1

Oud-kampioen Michael Wise doet ook weer eens mee. Hij kan nog altijd aardig meekomen, maar hij moet wel zijn dag hebben. Dat was tegen Freeke duidelijk niet het geval. Hij werd sterk onder druk gezet en Freeke besliste met een aardig kwaliteitsoffer de partij.

Matthieu Freeke – Michael Wise

1.d4 d5 2.c4 c6 3.Pf3 Pf6 4.Pc3 Db6 5.g3 Lf5 6.Lg2 e6 7.Ph4 Lg4 8.h3 Lh5 9.g4 Lg6 10.Pxg6 hxg6 11.e3 Pbd7 12.Dc2 Le7 13.Ld2 Td8 14.Pa4 Dc7 15.cxd5 Pxd5 16.0–0 0–0 17.f4 Tfe8 18.e4 P5b6 19.La5 Dd6 20.Tad1 Tc8 21.e5 Db8 22.f5 Pxa4 23.fxe6 fxe6 24.Dxa4 Pf8 25.Lc3 Dc7 26.Dc2 Lg5 27.De4 Tcd8 28.Lb4 Le7 29.Lc3 Td7? (29…Lg5!)

 

 

30.Txf8+!! Lxf8 31.Dxg6 Tf7 32.Le4 Zwart gaf het op. Hij wilde zich het slot 32...Tf4 33.Dh7+ Kf7 34.Lg6+ Ke7 35.Ld2 enz. niet meer laten bewijzen.

De partij Rademakers – Grochal was een waar spektakelstuk.

Maarten Rademakers – Joey Grochal

1.e4 Tegen De Bock speelde de kampioen 1.f3 e5 2.c3 d5 3.d4 Pc6 4.e3, de Rademakers-opening!! Hij won die partij! 1…c5 2.Pf3 e6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pc6 5.Pc3 Dc7 6.f4 a6 7.Le3 d6 8.Pb3 b5 9.Ld3 Pf6 10.0–0 Le7 11.Df3 Pd7 12.Tae1 Lf6 13.Dh3 Pb4 14.e5 Veiliger was 14.Ld4 Pxd3 15.Dxd3 met ongeveer gelijke stelling. 14...Pxd3 15.exf6 Pxe1 16.fxg7 Tg8 17.Txe1 Misschien had wit gerekend op 17.Dxh7 maar dat haalt na 17...Pf6 niets uit. 17...Lb7 Gevaarlijk, maar misschien wel speelbaar was 17...Txg7. Na 18.Ld4! krijgt wit dan enige aanvalskansen. Zwart kiest voor veiligheid. 18.Pd4? Een ernstige fout. Na 18.Dxh7 0–0–0 waren de kansen nog ongeveer gelijk. Nu komt zwart in het voordeel. 18...Txg7 De diagonaal naar g2 wordt wit fataal. 19.Te2 0–0–0 20.Pdxb5  Wit probeert nog een wanhoopsaanval. 20… axb5 21.Pxb5 Da5 22.Pxd6+ Kc7 23.Pxb7 Kxb7 Wit staat nu een toren achter en van een aanval op de zwarte koning komt niets terecht. De strijd is beslist. Zwart maakt het doeltreffend af. 24.Ld4 Tg6 25.Te3 Pb6 26.f5 Dxf5 27.Dh4 Dxc2 28.Dh3 Txd4 29.Df3+ Dc6 30.Dxf7+ Td7 31.Df1 Txg2+ 32.Dxg2 Td1+ 33.Kf2 Td2+ 0–1

 


10.Bogaard recht zijn rug.                                                                                                6 maart 2010
In een schaakpartij gaat het vaak zo: Een speler is in de opening wat zorgeloos, let even niet goed op en verliest een pion. Dan kunnen er twee dingen gebeuren. Hij is boos op zichzelf en neemt zich voor zich tot het uiterste te verzetten of hij legt al bij voorbaat het hoofd in de schoot, ontmoedigd door zijn stommiteit. In de schaakgeschiedenis zijn veel gevallen bekend, waarin ook topspelers op vaak onbenullige wijze een pion kwijtraken, maar toch de partij weten te winnen. De beroemdste partij waarin dit gebeurde was Nimzowitsch- Capablanca uit 1914.

1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Pc3 Pf6 4.Lb5 d6 5.d4 Ld7 6.Lxc6 Lxc6 7.Dd3 exd4 8.Pxd4 g6 9.Pxc6 bxc6 10.Da6 Dd7 11.Db7 Tc8 12.Dxa7 Lg7 13.0–0 0–0 14.Da6 Tfe8 15.Dd3 De6 16.f3 Pd7 17.Ld2 Pe5 18.De2 Pc4 19.Tab1 Ta8 20.a4 Pxd2 21.Dxd2 Dc4 22.Tfd1 Teb8 23.De3 Tb4 24.Dg5 Ld4+ 25.Kh1 Tab8 26.Txd4 Dxd4 27.Td1 Dc4 28.h4 Txb2 29.Dd2 Dc5 30.Te1 Dh5 31.Ta1 Dxh4+ 32.Kg1 Dh5 33.a5 Ta8 34.a6 Dc5+ 35.Kh1 Dc4 36.a7 Dc5 37.e5 Dxe5 38.Ta4 Dh5+ 39.Kg1 Dc5+ 40.Kh2 d5 41.Th4 Txa7 42.Pd1 0-1

Capablanca heeft nooit willen toegeven, dat hij het pionverlies over het hoofd had gezien. De partij staat bekend als een van de hoogtepunten uit de schaakgeschiedenis. Een meesterwerk, dat misschien bij toeval is ontstaan. Het is een voorloper van moderne positionele gambieten zoals het Wolga-gambiet 1.d4 Pf6 2.c4 c5 3.d5 b5! Elke schaker, die per ongeluk een pion verliest, maar alsnog weet te winnen, kan met Capablanca zeggen: "Het was geen blunder, het was een offer!" In de wedstrijd Landau (Axel) – Souburg (3e Klasse F, KNSB), door de Souburgers met 4½ -3½ , gewonnen, deed zich een geval voor, waarbij de winnaar, Corné Boogaard, in de voetsporen trad van de grote Cubaanse wereldkampioen. Zijn opening was een fiasco. Pionverlies was onvermijdelijk, niet omdat hij niet goed oplette, maar meer omdat zijn tegenstander Joop Maas de opening bijzonder sterk speelde. De wijze waarop Corné zich daarop te weer stelde was voorbeeldig. Hij rechtte zijn rug, drong zijn tegenstander steeds verder achteruit en won tenslotte op fraaie wijze.

Corné Boogaard (Souburg) - Joop Maas (Landau Axel).
1.e4 c6 2.d4 d5 3.exd5 cxd5 4.Ld3 Pc6 5.c3 g6 6.Lf4 Lg7 7.Pd2 Ph6! 8.Pgf3 0–0 9.0–0 f6!
Voorbeeldig gespeeld. Zwart verovert het centrum. 10.Te1 Pf7! 11.Lg3 e5 12.dxe5 fxe5 13.Lb5 e4 14.Lxc6 bxc6 15.Pd4 Db6 16.Db3 Nog het beste, want 16.P2b3 c5 17.Pc2 c4 18.Pbd4 Dxb2 ziet er nog slechter uit. 16...Lxd4 17.cxd4 Dxd4 18.Dc2 Db6 19.Pb3 Lf5 20.Tac1 Tac8 21.Dc5! Zeer goed, bijna Laskeriaans. De dameruil verkleint de verlieskans. 21...Tfe8 22.Pd4 Ld7 23.Te3 Dxc5 24.Txc5 Te7 25.Ta3 Le8 26.Ta6 Tb7 27.b3 Pd8 28.a3 g5 29.b4 Ta8 30.Kf1 Tb6 31.Tca5 Tb7 Door fijn positiespel heeft wit alle gevaren overwonnen. De geweldige loper op g3 compenseert meer dan voldoende de pion achterstand. 32.Ke1 Ld7 33.Ld6 Kf7 34.Lc5 De pion op a7 is niet meer te redden. 34...Pe6 35.Pxe6 Kxe6 36.b5 In de tijdnoodfase probeert wit de zaak te forceren, maar 36.Lxa7 zou ook wel voldoende geweest zijn. 36...Ke5?! Na het verrassende 36...Tab8 moet zwart niet 37.bxc6 spelen, wegens 37..Tb1+ en remise, maar 37.a4! met sterke positionele druk en goede winstkansen. 37.bxc6 Tb1+ 38.Kd2 Tab8 39.Lb4! Le6 40.c7! Tc8 41.Lc3+ Kf5

42.Txd5+!! Een verrassende matcombinatie besluit de partij. 42...Lxd5 43.Tf6+ Kg4 44.h3+ Kh5 45.g4+ Kh4 46.Th6 Mat.

 


 

9. Groffen bijt van zich af.                                                                                  20-2-2010

Verliezen is niet prettig, het went nooit, maar er zijn verschillen. Deze week een heroïsche partij van de teamleider van HWP, Hans Groffen uit Vlissingen. In de wedstrijd in de meesterklasse HSG – HWP, die eerst wegens de barre weersomstandigheden was afgelast, maar nadien werd ingehaald, moest hij aantreden tegen grootmeester Friso Nijboer. Hans speelde zijn vertrouwde Franse partij. Dat was heel dapper, want Nijboer is de auteur van ‘Winnen met het Frans’, een populair boek, dat hij samen met de oud-speler van HWP Geert van der Stricht, heeft geschreven. Nijboer weet dus alles van het Frans. Groffen was daar natuurlijk ook van op de hoogte en had duidelijk iets voorbereid, namelijk de miraculeuze zet 12… g5!!, die in verschillende varianten van deze opening kan worden toegepast. Of hij nu ook goed was, werd in de partij niet duidelijk, want Nijboer nam het cadeautje niet meteen aan, maar wachtte even alvorens toe te happen. Dat was een grootmeesterlijke taxatie en hij kwam al snel overweldigend te staan. Waarschijnlijk heeft hij gedacht het varken in het vet te hebben, maar dat was een misrekening. Groffen begon in een theoretisch verloren stelling met een ongekende verbetenheid terug te vechten. De grootmeester moest alles uit de kast halen om het punt binnen te halen. Bovendien kwam hij ook nog in razende tijdnood. Tenslotte moest onze Zeeuwse matador in een lastig eindspel het hoofd in de schoot leggen, een illusie armer, maar een onvergetelijke ervaring rijker.

Friso Nijboer – Hans Groffen. 5e ronde, KNSB- meesterklasse 2010.

1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 Pf6 4.e5 Pfd7 5.f4 c5 6.Pf3 Pc6 7.Le3 a6 8.Dd2 b5 9.Le2 Lb7 10.0–0 Dc7 11.Kh1 0–0–0 12.Pd1 g5!! 13.c3 Na 13.Pxg5 cxd4 14.Lxd4 Pxd4 15.Dxd4 Lc5 heeft wit wel een pion meer, maar wat doet hij ermee?  13...cxd4 14.cxd4 Lb4 15.Pc3 f6 16.exf6 Pxf6 17.Pxg5 De7 18.Lf3 h6 19.Ph3 Pe4 20.Dd3 Pd6 21.a4 Lxc3 22.bxc3 bxa4 23.Txa4 Pc4 24.Txc4 dxc4 25.Dxc4 Dc7 26.Dxe6+ Kb8 27.f5 Zwart had hier zonder veel hartzeer de partij op kunnen geven, maar zie: er gebeuren wonderen! 27...Ka8 28.Lf4 Volgens het principe ‘als je niet direct een winstvariant kunt vinden, neem dan maar wat materiaal mee’ had wit hier met  28.Lxh6 nog een pion kunnen pakken. 28...Dd7 29.d5 Pe7 30.c4 Pxf5 31.Db6 Pd6 32.Ta1 The8 33.c5

 

 

33… Db5! Zwart begint terug te vechten! 34.Dxb5 Pxb5 35.c6 Lc8 36.d6?! Alles lijkt voor wit in kannen en kruiken. 36...Txd6! De enige maar ook een buitengewoon vervelende zet voor wit. Hij moet nu nog een eindspel winnen, met een schraal pionnetje meer. Fout was natuurlijk 36...Pxd6 37.c7+ enz. 37.Lxd6 Pxd6 38.Pf4 Ka7 39.Kg1 Te5 Misschien was 39...Pb5 beter om op c7 een blokkade op te werpen en de toren op de achterste rij te laten. 40.Td1 Pb5 De tijdcontrole is voorbij, de partij begint opnieuw! 41.Td8 Lf5 42.Td7+! Kb6 43.Tb7+ Ka5 Na 43...Kc5 44.g4 Le4 45.Txb5+ axb5 46.c7 moet wit ook winnen. 44.Pd5 Pd4 45.Pe7! Of 45.Pb6 Tc5 46.c7 Pb5 47.Pa8 Tc2 48.h4 enz. 45...Pxf3+ 46.gxf3 Lh3 47.Kf2 Tc5 48.Kg3 Le6 49.Kf4 Ka4 50.Ke4 a5 51.c7 Ld7 52.f4 Tc2 53.Kd3 Tf2 Er is geen redding meer: 53...Txh2 54.f5 Th1 55.Tb8 Tc1 56.f6 Txc7 57.f7 en wint. 54.Ke3 Txh2 55.c8D Lxc8 56.Pxc8 Th1 57.Pd6 h5 58.Pe4 h4 59.Pc5+ Ka3 60.Tb3+ Ka2 61.Tb5 Th3+ 62.Kf2 Ta3 63.f5 h3 64.Tb3!! Txb3 65.Pxb3 a4 66.Pd2 Kb2 67.f6 Zwart gaf het op. Op 67...a3 volgt 68.Pc4+ Kb3 69.Pxa3.

 


 

8. HWP grijpt strohalm                                                                                       20-2-2010

Met een fraaie 7-3 overwinning op SMB uit Nijmegen heeft HWP de laatste strohalm om zich in de meesterklasse te kunnen handhaven aangegrepen. De wedstrijd op 6 maart tegen mede degradatiekandidaat Esgoo uit Enschede zal van beslissende betekenis zijn.Hieronder de mooiste winstpartijen uit de wedstrijd tegen SMB. Grootmeester Paul Motwani, voor de gelegenheid aan bord 2,  overklaste zijn tegenstander met grootmeesterlijk positiespel.

Motwani (HWP) - Krudde

1.g3 d5 2.Pf3 c6 3.Lg2 Pf6 4.0–0 Lg4 5.d4 Lxf3 6.Lxf3 e6 7.Pd2 Pbd7 8.c4 Le7 9.e4 dxe4 10.Pxe4 Pxe4 11.Lxe4 Pf6 12.Lf3 0–0 13.Le3 Dc7 14.Db3 Tfd8 15.Tfd1 Td7 16.Tac1 Tad8 17.d5 exd5 18.cxd5 c5 19.Dc4 b6 20.b4 Tc8 21.Lf4 Ld6 22.Lg5 Te8  (22...Le5 23.Lxf6 Lxf6 24.Lg4 ) 23.Lxf6 gxf6 24.Dg4+ Kf8 25.Df5 Le5 26.Lg4 Td6 27.f4 Lb2 28.Tc2 La3 29.Dxh7 Te3 30.Kf2!! De7 31.Dh8 mat.

Levendiger, maar niet minder overtuigend, ging het toe aan bord 2.

Maenhout (HWP) - Van Heeswijk

1.e4 d6 2.d4 Pf6 3.Pc3 g6 4.Lg5 Lg7 5.Dd2 h6 6.Lh4 g5 7.Lg3 Ph5 8.0–0–0 Pc6 9.De3 e6 10.Le2 Pxg3 11.hxg3 Ld7 12.f4 De7 13.d5 Pb4 14.a3 Lxc3 15.bxc3 Pa6 16.Lxa6 bxa6 17.fxg5 h5 18.Pf3 e5 19.Tdf1 Lg4 20.Ph4 c6 21.Tf6!! cxd5 22.Thf1 Le6 23.exd5  Op  23...Lxd5 volgt  24.Pf5 Dd7 25.Pxd6+ met vernietiging.  Zwart gaf het op.

Ook Koen Leenhouts gaf zijn tegenstander geen enkele kans. Een mooi torenoffer besloot de ongelijke strijd.

Wustefeld - Leenhouts (HWP)

1.d4 Pf6 2.Pc3 e6 3.e4 d5 4.Lg5 Le7 5.e5 Pfd7 6.h4 a6 7.Dg4 Kf8 8.Pf3 c5 9.dxc5 Pc6 10.Df4 Pxc5 11.0–0–0 Dc7 12.Kb1 b5 13.Ld3 b4 14.Pe2 a5 15.Ped4 Pa7 16.h5 Lxg5 17.Dxg5 h6 18.Df4 a4 19.Ph4 Ke8 20.Th3 a3 21.Pb5? Pxb5 22.Lxb5+ Ld7 23.Dxb4 Tb8! 24.Lxd7+ Kxd7 25.Dxa3 Ta8 26.Df3 Ke7 27.Df4 Thb8 28.Tc3 Da5 29.Kc1Txb2!! 

 

 

30.Txc5  (30.Kxb2 Pe4!! ) 30...Dxc5 31.Kxb2 Da3+ Wit gaf het op.  Hij gaat mat.

Meer gelijkopgaand was de strijd aan bord 9. Wit raakte omstreeks de 30e zet wit de weg en werd doeltreffend uitgeteld.

Koopmans – Verlinde (HWP)

1.d4 d5 2.Pf3 Pf6 3.c4 dxc4 4.e3 e6 5.Lxc4 c5 6.0–0 a6 7.a4 Pc6 8.De2 cxd4 9.Td1 d3 10.Txd3 Dc7 11.Pc3 Lc5 12.h3 0–0 13.e4 Pd7 14.Td1 b6 15.Le3 Lxe3 16.Dxe3 Pb4 17.De2 Lb7 18.Pd4 Pc5 19.Tac1 Tfd8 20.Pb3 h6 21.Pxc5 Dxc5 22.Lb3 Dg5 23.Txd8+ Txd8 24.Td1 Pc6 25.Txd8+ Dxd8 26.De3 Pd4 27.Lc4 Pc6 28.Dd3 Dc7 29.Lb3 De7 30.De3 Db4 31.Pe2 Pa5 32.Lc2 Dxb2 33.Dd3 Da1+ 34.Kh2 De5+ 35.f4 Dc7 36.e5 g6 37.Pc3 Kg7 38.Dg3 Pc4 39.Le4 Pd2 40.Dd3 Pxe4 41.Pxe4 Dc6 42.Dd8 Dxe4 43.Df6+ Kg8 Wit gaf het op.

De meest spectaculaire partij van de wedstrijd was de partij aan het tiende bord. Wit kwam slecht uit de opening, maar verdedigde zich hardnekkig. Omstreeks de 40e zet keerden de kansen en met een gedurfde koningsmars besliste wit de partij

Goormachtigh (HWP) – Knoop

1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pc3 Lg7 4.e4 d6 5.Le2 0–0 6.Pf3 e5 7.Le3 Pc6 8.d5 Pe7 9.Pd2 Pe8 10.c5 f5 11.f3 f4 12.Lf2 g5 13.g4 fxg3 14.hxg3 Pg6 15.Pc4 Df6 16.Le3 Tf7 17.Dd2 h6 18.0–0–0 dxc5 19.Lxc5 Pd6 20.Pxd6 cxd6 21.La3 a6 22.Pa4 Dd8 23.b4 b5 24.Pc3 Db6 25.Lb2 a5 26.a3 axb4 27.axb4 Tc7 28.Kb1 Ld7 29.Ld3 Da6 30.De2 Pe7 31.Lxb5 Lxb5 32.Dxb5 Da7 33.Dd3 Pc8 34.Dc2 Pb6 35.Db3 Da6 36.The1 Pc4 37.Th1 Dc8 38.Pb5 Tb7 39.Pa3 Pxb2 40.Kxb2 Tab8 41.Tc1 Dd7 42.Tc4 g4 43.fxg4 Dxg4 44.Thc1 De2+ 45.T1c2 De1 46.b5 Lf6 47.Tc8+ Txc8 48.Txc8+ Kg7 49.Dc4 Dd2+ 50.Kb3 Dd1+ 51.Dc2 Df3+ 52.Tc3 Dg4 53.Tc7+ Txc7 54.Dxc7+ Kg6 55.b6 Dxg3+ 56.Ka4 De3 57.b7 Dd4+ 58.Kb5 Db2+ 59.Kc6 Zwart gaf het op.
 



7. Siberisch schaak                                                                                   13-2-2010

Het toernooi om de wereldcup werd in de mijnstad Khanty Mansiysk in Siberië gehouden en in matchvorm gespeeld. Een match bestond uit gewone partijen, rapidpartijen en als dan nog geen beslissing was gevallen, uit snelschaakpartijen.Van de 128 deelnemers konden er na de eerste ronde dus al meteen 64 naar huis. Of  ze daar zo rauwig om waren, valt te betwijfelen. Van de opwarming van de aarde was namelijk weinig te merken. Het was bitter koud met temperaturen van 30 tot 40 graden onder nul! Geen wonder dat in het fraaie theater waar de wedstrijd werd gespeeld, de toeschouwers op de vingers van een hand te tellen waren. Alleen de spelers en enkele officials van de FIDE lieten zich zien. Naar moderne gewoonte werd iedereen bij binnenkomst in de zaal nauwkeurig door een snuffelhond op explosieven gecontroleerd om de schakers te behoeden voor een terroristische aanslag! Dat men in afgelegen oorden schaaktoernooien organiseert, is al merkwaardig, maar dat men het doet in een door de Siberische winter geteisterd gebied, is toch onbegrijpelijk. Gelukkig zorgde Gazprom, de sponsor van het toernooi, voor een aangename temperatuur in de lege speelzaal! Waarom speelde men niet in een schaakgekke stad als Moskou, Sofia, of zelfs Amsterdam? De wegen van de FIDE zijn onnavolgbaar. De heldhaftige winnaar, Boris Gelfand, moest in veertien dagen niet minder dan 25 partijen spelen! Hij verdiende er behalve een smak geld een plaats mee in het kandidatentoernooi voor het wereldkampioenschap. Tenminste als de FIDE de regels weer niet verandert en Iljoemzjinov en zijn paladijnen het kandidatentoernooi door wat anders vervangen. De bedoeling is om dit jaar zelfs de schaakolympiade in Khanty Mansiysk te houden. In oude tijden stuurden de Russische heersers misdadigers of politiek verdachte personen naar strafkampen in de buurt van de Noordpool, nu dus de topschakers. De partijen voor de wordcup waren gelukkig ook op internet te volgen. En spannend was het! Judith Polgar, de sterkste schaakvrouw ooit, was er ook. Ze speelt tegenwoordig niet veel meer, ze heeft een man en twee kinderen te verzorgen, maar kan het nog steeds. Ze bracht zelfs de latere winnaar Gelfand in hun tweede partij een sensationele nederlaag toe!

Judith Polgar - Boris Gelfand. Khanty Mansiysk, 2009.

1.e4 e5 2.Lc4! Deze zet is zo oud als het schaakspel zelf, maar werd tot voor kort niet door de eliteschakers gespeeld. Hij is te simpel en leidt tot vervlakkend spel!  2...Pf6 3.d3 c6 4.De2 Le7 5.Pf3 0–0 6.Lb3  Te gevaarlijk is 6.Pxe5 d5  6...d6 7.0–0 Pbd7 8.c3 a5 9.a4 b5 10.Lc2 La6 11.axb5 cxb5 12.Pbd2 Dc7 13.d4 a4 14.Ld3 Tfb8 15.Ph4 g6 16.f4! Judith had de eerste partij verloren en moest dus risico’s nemen. Ze lanceert nu een fabuleuze gambietaanval. 16...exf4 17.Pdf3 Ph5 18.Ld2 Pb6 19.g4!! fxg3 20.Pg5 Pc4 21.Pf5  De juiste zet was misschien 21.Txf7 maar Polgar vond hem te ingewikkeld! De gekozen zet was overzichtelijker.  21...Lxg5 22.Lxg5 f6 23.Lh4 gxh2+ 24.Dxh2 Tf8 De geweldige Gelfand weet zich geen raad meer. Juist was  24...gxf5 25.Txf5 Pg7 26.Txf6 b4 met grote verwikkelingen.  25.Le2 gxf5 26.Lxh5 fxe4

 

 

27.Df4!!  Niet goed was 27.Lxf6 Txf6 28.Txf6 Dg7+ 29.Dg2 Dxg2+ 30.Kxg2 Pxb2 en zwart staat beter.  27...f5 28.Kh1 Kh8 29.Tg1 Tf7  Of  29...Pb6 30.Dh6 Pd5 31.Tg2 en de verdubbeling op de g-lijn is beslissend.  30.Lxf7 Dxf7 31.Dh6 Tf8 32.Tg6!! 1–0 

 


 

6. Wijk aan Zee                                                                        6-2-2010

Het 72e Corus Schaaktoernooi was weer een weergaloos hoogtepunt voor de schaakliefhebbers. Op internet waren talloze websites aan het evenement gewijd. Gelukkig kreeg het toernooi ook ruimschoots aandacht in de vaderlandse pers. Opvallend was de alom tegenwoordigheid van ‘Mister Chess’ Hans Böhm. Hij is zonder twijfel de grootste schaakpropagandist van ons land. Hij was bijna twee uur lang te horen bij Casa Luna op de NCRV-radio. De uitzending is op de computer in zijn geheel nog te beluisteren. Even ‘googelen’ op Casa Luna en rest gaat vanzelf. Bovendien mocht hij ook nog bij Pauw en Witteman aanschuiven. Het toernooi werd verdiend gewonnen door het jonge Noorse schaakwonder Magnus Carlsen. Over dit schaakfenomeen zullen we nog veel te horen krijgen in de toekomst. Opvallend was de vliegende start van Alexey Shirov. Met 5,5 uit 6 liet hij de concurrenten de hielen zien. Helaas voor zijn vele fans kon hij het tempo niet volhouden, maar met een mooie gedeelde tweede plaats zal hij niet ontevreden zijn. Het schaaktechnisch hoogtepunt was echter de formidabele partij, die wereldkampioen Anand in de voorlaatste ronde op de mat legde.

Anand – Kramnik.  Wijk aan Zee, 30.01.2010.

1.e4 e5 2.Pf3 Pf6 Het Russisch wordt op wereldniveau beschouwd als de veiligste weg naar remise. Dat is ook de reden, dat veel witspelers, die uit zijn op de volle winst, van 1.e4 zijn afgestapt. 3.Pxe5 d6 4.Pf3 Pxe4 5.d4 d5 6.Ld3 Pc6 7.0–0 Le7 8.c4 Pb4 9.Le2 0–0 10.Pc3 Lf5 11.a3 Pxc3 12.bxc3 Pc6 13.Te1 Te8 14.cxd5 Dxd5 15.Lf4 Tac8 16.h3 Le4 Beide partijen hebben hun stukken mooi ontwikkeld met als gevolg dat er een levendige stelling is ontstaan. 17.Dc1 Pa5 Uit het vervolg blijkt, dat dit geen goede zet is. Nog altijd is het gezegde 'een paard aan de kant is een schand' in de meeste gevallen van toepassing. 18.De3 Lf8 19.c4! Wit neemt het initiatief.  19...Dd8  Fout was 19...Pxc4 20.Lxc4 Dxc4 21.Pd2 Da4 22.Pxe4 f5 23.Pc3 en wit wint materiaal.  20.Pe5 Lf5 21.Dc3 b6 22.Tad1 Df6 23.Dg3 Pc6 24.Pg4 Dg6 Richard Réti (1889–1929) hield ervan om de tempoverliezen in een partij met elkaar te vergelijken. Hij zou nu ongetwijfeld stomverbaasd zijn geweest. Wit had vier zetten nodig om zijn dame op g3 te krijgen. Het paard op g4 heeft vijf zetten gedaan. Zwart speelde vijf keer  met Pc6 en vijf keer met zijn dame. Hoe zit het met Ta8-c8? Is dat voor zwart tempowinst of tempoverlies? 25.d5 Pa5 26.Lxc7! Een kwaliteitsoffer, dat diep berekend moest worden. 26...Lc2 27.Tc1  Na 27.Ta1 Pb3 28.Ta2 Pd4 29.Pe3 Dxg3 30.Lxg3 Lb3 krijgt zwart actief tegenspel.  27...Pb3 28.Txc2 Dxc2 29.Ph6+ Kh8 30.Pxf7+ Kg8 31.Ph6+ Kh8 32.Pf7+ Kg8 33.Ph6+ Hier was enige verwarring. Kramnik dacht even, dat hij remise kon claimen, maar dezelfde stelling is met dezelfde partij aan zet slechts tweemaal op het bord geweest. Hier is het verdwijnen van de zwarte f-pion de reden dat er doorgespeeld moest worden. 33...Kh8 34.Le5!! Het grandioze hoogtepunt van het witte strijdplan. De machtige loper op e5 is sterker dan een toren. 34...Dg6 35.Lg4 Txc4 Zwart hakt de knoop door. Na 35...Tcd8 36.Pf5 staat hij ook zeer moeilijk.  36.Dxb3 Txe5 37.Txe5 Tc1+ 38.Kh2 Ld6 39.f4 Lxe5 40.fxe5 gxh6 41.De3

 

 

De machtige vrijpionnen laten zwart kansloos. 41...Db1 42.d6 Th1+ 43.Kg3 Te1 44.Df4 Tf1 45.Lf3  Zwart gaf het op. Na 45...Dg6+ 46.Kh2 is het inderdaad totaal verloren.  

 


 

5. Matten 7                                                                                         10-2-2010

Hein Donner schreef veertig jaar geleden in Avenue, dat vrouwen niet kunnen schaken. Er kwamen natuurlijk felle reacties uit de feministische hoek. Donner discrimineerde. Een boze dame schreef, dat hij eigenlijk had moeten zeggen dat vrouwen en negers niet kunnen schaken, want ze zijn dommer dan wij (de mannen). Donner reageerde daarop met: “Deze mevrouw heeft het niet goed begrepen. Negers kunnen best schaken, maar negerinnen niet.”  Toen Donner later zei, dat vrouwen in alles de mannen de baas waren, behalve op het terrein van de intuïtie, ging de storm enigszins liggen! Donner zou ongetwijfeld een prachtig stuk geschreven hebben over vrouwenschaak in het jongste nummer van Matten. Het literaire tijdschrift staat deze keer bijna geheel in het teken van vrouwen en het schaakspel. Maar ook zonder de betreurde grootmeester is Matten 7 bijzonder lezenswaardig. De toon wordt een beetje gezet door de Duitse schaakmeester Dirk Poldauf. Hij droomt er vaak van, dat hij tegen een prachtige vrouw moet spelen, maar dat hij het dan helaas moet stellen met een dikkige man in een slobbertrui. Hij stelt vast, dat het spelen tegen een vrouw niet hetzelfde is als het spelen tegen een man. Wie het bestaan achter het schaakbord van de specifieke spanning tussen de geslachten ontkent, kan net zo goed de hele evolutieleer overboord gooien! Matten 7 is een van de aardigste uit de serie. Het is zeer informatief, vaak amusant en af en toe ontroerend. Het laatste is zeker het verhaal over de schrijfster en journaliste Laurie Langenbach, die een boek schreef, over haar onbeantwoorde liefde voor Jan Timman, Geheime Liefde. Langenbach overleed op jonge leeftijd aan kanker. Beroemde schaakvrouwen worden door een keur van schrijvers geportretteerd of geïnterviewd, o.a. wijlen Fennie Heemskerk,  Judith Polgar, Peng Zao Qin, Corrie Vreeken, Erika Sziva en de tweelingzussen Marlies en Laura Bensdorp. Maar niet alles is even leuk en aardig. Het stuk van Adrie Plomp is een aangrijpend relaas over Salo Landau en zijn vrouw en dochtertje. Zij vonden de dood in Duitse concentratiekampen. Plomp schrijft, dat Euwe, waarschijnlijk met de moed der wanhoop, getracht heeft het leven van Landau te redden. Hij schreef een brief aan Aljechin, die bevriend was met  Hans Frank, de SS-beul van Polen. Wie in schaken, vrouwen en hedendaagse geschiedenis geïnteresseerd is, kan en mag Matten 7 niet ongelezen laten.

Horatio Bolton, 1850.  Mat in 24 zetten.

 


Wit: Kh2, Da3, Pd6, Pe5, pionnen b4, c5, h3, h6. Zwart: Ka8, Dg8, Pg6, Lb8, Lc8, Th7, pionnen a6, b6, f7, g2. Een stokoud probleem met een sterk vrouwelijk accent! 1.Df3+ Ka7 2.Pc6+ Ka8 3.Pd8+ Ka7 Nu zou het mat zijn met Pxc8, ware het niet, dat Pd6 gepend staat. Doorgaan met zomaar schaakgeven leidt niet tot het doel. Maar wat dan? 4.cxb6+ Kxb6 5.Dc6+ Niet 5.Df2+ want dan ontsnapt de zwarte koning met 5...Kc7! 5...Ka7 6.Dc5+ Trap af. 6...Ka8 7.Dd5+ Na 7.Dxc8? volgt 7...g1D+ en de zwarte stukken breken los. Pion g2 moet opgeruimd worden, maar hoe? 7...Ka7 8.Dd4+ Ka8 9.De4+ Ka7 10.De3+ Ka8 11.Df3+ Ka7 12.Df2+ Ka8 13.Dxg2+ Het eerste doel is bereikt. 13...Ka7 14.Df2+ Ka8 15.Df3+ Ka7 16.De3+ En weer de trap op. 16...Ka8 17.De4+ Ka7 18.Dd4+ Ka8 19.Dd5+ Ka7 20.Dc5+ Ka8 21.Dxc8 Dreigt 22.Db7 mat. Zwart heeft maar een antwoord. 21...f5 22.Dxa6+ La7 23.Dc6+ Kb8 24.Dc8 Mat!  

 

 


 

4. Van Wely verslaat Short                                                                        23-01-2010

Het Corus schaaktoernooi, vroeger het Hoogoven schaaktoernooi, is het mooiste schaaktoernooi van de wereld. Onder topgrootmeesters geldt: Wie Corus nooit heeft gewonnen, telt eigenlijk niet mee. In de loop van de tijd zijn heel wat superschakers op bezoek geweest in Beverwijk en Wijk aan Zee! Winnaars waren o.a.Euwe, Botwinnik, Keres, Geller, Kortsjnoi, Taimanov, Spassky, Petrosjan, Polugajevsky, Portisch, Ivanchuk, Karpov, Anand en Kasparov. Op die glorieuze lijst ontbreken slechts de namen van de wereldkampioenen Smyslov en Fischer! Dat is ongetwijfeld een smet op het blazoen van deze twee onvergetelijke schakers. Het grootste Nederlandse succes was de fantastische overwinning van Donner in de 18-kamp van 1963. Ook Euwe, Timman en Sosonko, die twee keer wonnen, hielden de Nederlandse eer hoog. Het toernooi begon in 1938 heel bescheiden met een vierkamp als hoofdgroep en groeide later uit tot een toernooi van wereldformaat. Ook in oorlogstijd ging het toernooi gewoon door met als uitzondering de hongerwinter van 1945. Uit 1941 tijd dateert ook de traditionele snertmaaltijd. Het organisatiecomité onder leiding van de eertijds vermaarde Piet Veldheer slaagde er in die benarde jaren steeds in de benodigde bonnen, groenten, aardappelen en vooral vlees bij de Beverwijkse middenstand los te peuteren. In 1942 was dat al voor 160 man! De snertmaaltijd wordt nog steeds georganiseerd. Het toernooi van dit jaar begon met een geweldige overwinning van Loek van Wely op Nigel Short. Helaas duurde de euforie van deze prachtpartij slechts een dag, want in de tweede ronde werd Van Wely verschrikkelijk toegetakeld door de Amerikaan Nakamura. Niettemin ruim baan in deze rubriek voor Loek van Wely!

Van Wely – Short, Wijk aan Zee, 2010.

Wie de partij vluchtig naspeelt, krijgt het gevoel, dat zwart zich volkomen willoos naar de slachtbank heeft laten leiden. Ook bij partijen van grote positiespelers als Capablanca, Rubinstein, Smyslov, Karpov en Reshevsky lijken de tegenstanders zich vaak als makke schapen te gedragen. Toch is dat in belangrijke mate gezichtbedrog. Het is razend moeilijk zo te winnen. Voor Tarrasch was het de ideale schaakpartij: Alle tactische dreigingen en trucs uit de stelling halen, ruimteoverwicht creëren, de opstelling van je stukken verbeteren en tenslotte in een overmachtsituatie toeslaan. 1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pf3 d5 4.Pc3 Pbd7 5.cxd5 exd5 6.Lg5 c6 7.e3 Le7 8.Dc2 0–0 9.Ld3 Te8 10.h3 Pf8 11.Lf4 a5 12.0–0 Pg6 13.Lh2 Ld6 14.Lxd6 Dxd6 15.Tfe1 Le6 16.a3 Te7 17.Tab1 Tae8 18.b4 De zogenaamde minoriteits-aanval, die hier op gang wordt gebracht, heeft als doel de zwarte pionnenstelling te verzwakken. Zwart moet tegenkansen zien te krijgen op de andere vleugel.  18...axb4 19.axb4 Ld7 20.b5 Pe4 21.bxc6 bxc6 22.Tb6 Pxc3 23.Dxc3 Df6 24.Lxg6! 24...Dxg6 25.Kf1! f6 26.Ta1 Dh5 27.Pe1! Df5 28.Kg1 Dg5 29.Kh2 Df5 30.Pd3 De6 31.Kg1 Tc8 32.Tb7 Tf7 33.Taa7 Le8 34.Db4 Td8 35.Pc5 Dc8 36.Db6 Met subtiel positiespel heeft wit een droomstelling bereikt. Door de zwakte van pion c6 en vooral veld c5, was zwart genoodzaakt zich terug te trekken en de zevende rij aan wit over te laten.
 


 

36...h5 37.Tc7 Txc7 38.Txc7 Da8 39.Ta7 Dc8 40.Tb7 Lf7 41.Da7 Tf8 42.Pd7 De beslissende wending. 42...Te8 43.Pxf6+ gxf6 44.Txf7 Df5 45.Tg7+ Kh8 46.Df7 Zwart gaf het op. Hij moet de dame geven om het mat te voorkomen. 

 


 

3. Moskalenko                                                                                        16-01-2010

De schaker die het tijd vindt om zijn spel nieuw leven in te blazen, omdat zijn oude variantjes hem beginnen te vervelen en hij ook wel eens een avontuurlijker schaak wil spelen, kan terecht bij de boeken van Viktor Moskalenko. De grootmeester, ooit kampioen van zijn geboorteland Oekraïne, maar al enkele jaren woonachtig in Barcelona, heeft een naam opgebouwd van een diepzinnige en eigenzinnige schaakschrijver en schaakdenker. Zijn in het Engels geschreven boeken worden in Nederland bij New in Chess uitgegeven. Internationaler kan bijna niet. Zijn laatste boek Revolutionize Your Chess  kan elke schaker op elk niveau wakker schudden en op weg helpen naar een nieuwe schaakbeleving met interessanter en origineler schaak. Dat hij met Moskalenko’s aanwijzingen ook nog meer partijen zal winnen, is mooi meegenomen. Zeker is dat het boek het plezier in het spel, mocht dat nog nodig zijn, sterk zal vergroten. De schrijver heeft ook iets nieuws geïntroduceerd, de vijf toetsstenen (Touchstones) van Moskalenko waar u aan moet denken, als u een partij speelt! Wie die consequent navolgt zal niet teleurgesteld worden.  De revitalisering van het schaak van de lezer wordt aan de hand van voorbeelden uit het eindspel, middenspel en opening, ter hand genomen. Een van de belangrijkste middenspelstellingen is die waarin de geïsoleerde pion een rol speelt. De schrijver laat ondubbelzinnig zien, dat dit onderwerp, nog altijd springlevend is en nog steeds met nieuwe inzichten verrijkt kan worden. Moskalenko zoekt vaak die varianten op, die al een tijdje uit de mode zijn, maar waarin nog vele mogelijkheden zijn tot vernieuwing en verscherping. Bijvoorbeeld de Sämisch-variant van het Nimzo-indisch. Ook de hemeltergend ingewikkelde Botwinnik-variant van het damegambiet krijgt een opkikkertje. De stokoude Stonewall- variant van het Hollands wordt in Moskalenko’s handen een bloedstollende affaire. En niet te vergeten de Trompovsky-opening ( 1.d4 Pf6 2.Lg5!!). Een bijzonder aardig boek, leerzaam maar vooral opwekkend. Zie bijvoorbeeld onderstaande partij.

George Levtchouck - Pascal Bergeron. Quebec, Canada, 1993.

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pc3 Lb4 4.f3 c5 5.d5 Lxc3+ 6.bxc3 e5 7.e4 d6 8.Ld3 Pbd7 9.Pe2 Pf8 10.h4 Ld7 11.h5 h6 Doordat de centrumpionnen vastgelopen zijn, is voorlopig alleen enig spel op de vleugels mogelijk. 12.Le3 Dc7 13.Lc2 Da5 14.Kd2! De koning loopt achter de dikke pionnenmuur hier geen gevaar. 14...0–0–0 15.a4 P8h7 16.Pc1 Pg5 17.Pb3 Dc7 18.a5 Kb8 19.Dc1 Tdg8 20.Da3 Ka8 21.Ld3 Tc8 22.Tab1 g6 23.hxg6 fxg6 24.Tb2 Pf7 25.Thb1 Pd8 Een echte manoeuvreerpartij. Is het echt nog mogelijk ergens door te breken? 26.Pd4!! Het Trojaanse paard springt temidden van de vijandelijke troepen. Een fantastische zet, die in dit soort stellingen al meerdere keren is voorgekomen. De inleiding tot een bruisende finale.

 

 

26...exd4 Nog slechter was cxd4. 27.cxd4 Th7 28.Tb6!! De zwarte koning temidden van zijn getrouwen verkeert nu in grote benauwenis. 28...Ph5 29.g4 cxd4 30.Lxd4 Pf4 31.a6!! De beslissende doorbraak. 31...Le8 32.axb7+ Pxb7 33.Txb7 Dxb7 34.Txb7 Txb7 35.Dxd6 Pxd3 36.Kxd3 Tb3+ 37.Lc3 h5 38.gxh5 gxh5 39.e5 h4 40.De6 Zwart gaf het op. De torens staan machteloos tegen de witte pionnenlawine. Iedere schaker droomt van zulk soort partijen.                                                                                                                             

 

 


 

2. Rademakers wint!                                                                  9 januari 2010
                                                                        
Maarten Rademakers werd vorig jaar Zeeuws schaakkampioen bij de jeugd en bij de senioren! Een uitmuntende prestatie waarmee hij de voetstappen trad van de Zeeuwse schaakmeesters Helmut Cardon en Koen Leenhouts. Of hij ook in staat is om tot hun hoogte te rijzen, zal de toekomst uitwijzen. Hij is in elk geval op de goede weg. Bij zijn club Het Witte Paard uit Sas van Gent krijgt hij alle kansen. Hij speelt momenteel aan het eerste bord van het tweede achttal en doet het daar uitstekend. Promotie naar het eerste tiental zou hem vleugels kunnen geven. Tactisch is hij nu al zeer goed, hetgeen ook blijkt uit zijn grote bedrevenheid in het snelschaken. Hij won bijvoorbeeld met grote overmacht de snelschaaktitel van Middelburg met 11 uit 12!! Ook in de opening is het moeilijk om hem te verrassen. In deze rubriek drie van zijn partijen uit de KNSB-competitie.

Paul van der Hoeven - Maarten Rademakers
1.e4 c5 2.Pc3 Pc6 3.Pge2 Pf6 4.d4 cxd4 5.Pxd4 e5 6.Pdb5 d6 7.Lg5 a6 8.Lxf6 gxf6 9.Pa3 b5 10.Pd5 f5 11.exf5 Lxf5 12.Df3 Pd4 13.Pc7+ Dxc7 14.Dxa8+ Ke7 15.Ld3 Da5+ 16.Kf1 Lxd3+ 17.cxd3 Dd2 18.De4 Dxb2 19.Te1 f5 20.De3 Kd7 21.Pb1 Dxa2 22.Pc3 Da3 23.Pe2 Pxe2 24.Txe2 Le7 25.Tc2 b4 26.Ke2 b3 27.Tc4 a5 28.Da7+ Ke6 29.Db7 Db2+ 30.Kf3 a4 31.Txa4 Dc2 32.Db5 Tc8 33.Tb4 Tc3
Met 33...Tc5!! of 33… e4+ had zwart snel kunnen winnen. 34.g3!! Txd3+ 35.Kg2 Tc3 36.De8 Tc8 37.Db5 d5 38.Txb3 De4+ 39.f3 Dc2+ 40.Kh3 Dd2 41.Da6+ Kf7 42.Dxc8 ½–½ Een overrompelende partij! Jammer van het missertje op de 33e zet.

Rademakers - van Overdam

1.c4 e5 2.Pc3 Lb4 3.g3 Lxc3 4.bxc3 d6 5.Lg2 f5 6.d3 Pf6 7.Pf3 0–0 8.0–0 De8 9.e3 Pc6 10.Tb1 Kh8 11.Pd2 f4 12.exf4 exf4 13.Pe4 Pxe4 14.Lxe4 g5 15.Tb5 Pe5 16.gxf4 gxf4 17.Kh1 c6 18.Tb1 f3 19.Tg1 Pg4 20.Txg4 Lxg4 21.Le3 Dd7 22.Dd2 c5 23.Lg5 Vooral niet 23.Txb7 wegens 23...Tab8!! 23...Tab8 24.d4 Lf5 25.dxc5 Lxe4 26.Te1 Tbe8 27.Lh6 Tf5 28.Dd4+ Tfe5 29.Lf4 Dg4 30.Lg3 Dh3?? Na 30...Lf5 31.Lxe5+ dxe5 32.Dxg4 Lxg4 blijft zwart een stuk voor. Zwart geeft nu op gruwelijke wijze de partij weg. 31.Tg1 Dxg3 32.Txg3 dxc5 33.Dd6 T5e6 34.Dxc5 Lg6 35.h4 Te4 36.Dg5 Tf8 37.Dh6 Tff4 38.Th3 Kg8 39.h5 Th4 40.Kh2 Lxh5 41.Dg5+ 1–0 Wit wist op onnavolgbare wijze zijn huid te redden. Ook een kunst!

Pietersma - Rademakers

1.d4 f5 2.g3 Pf6 3.Lg2 g6 4.c4 Lg7 5.Pc3 d6 6.Ph3 0–0 7.0–0 De8 8.d5 Pa6 9.Le3 c6 10.Dd2 Pg4 11.Lf4 h6 12.f3 Pe5 13.Lxh6 Pxc4 14.Dc1 e5 15.b3 Pb6 16.e4 cxd5 17.exd5 Ld7 18.Lxg7 Kxg7 19.f4 Tc8 20.Dd2 Tc5 21.Pg5 Kg8 22.Tfe1 e4 23.Lf1 De7 24.b4?! Tc7 25.b5? Een positionele blunder. Met 25.Pd1 of 25.a3 was de ergste schade misschien nog te herstellen. Nu gaat het rap naar de ondergang. 25...Pc5 26.Tac1 Tfc8 Zwart heeft de stelling nu in zijn greep. 27.Pf3? Wit weet het niet meer. Het beste was nog  27.h3 en Kh2 om de koning wat veiligheid te bieden. Ook 27.De3 Dg7 28.Pd1 bood kleine kansen op redding. 27...Dg7 28.Pg5 Misschien had wit gehoopt hier 28.Pe5 te kunnen spelen om na 28...dxe5?  29.d6 wat te kunnen rommelen. Maar zwart had dan natuurlijk 28...Pd3! gedaan, waarna 29.Lxd3 dxe5 30.d6 Tc5 is hopeloos is voor wit. Zwart maakt er nu fraai, snel en krachtig een eind aan. 28...Pd3!!

 

 

29.Lxd3 Dd4+ 30.Kh1 Txc3 31.Txc3 Txc3 32.Dg2 Txd3 33.Dh3 Dh8 34.Dg2 Dc3 35.Df1 Pxd5 36.Tc1 Dd2 37.g4 Pe3 38.Dg1 Pxg4
0–1

 


 

1. Engels schaak                                                                                            2 januari 2010

In de negentiende eeuw was Engeland het centrum van het wereldschaak. In 1851 werd in Londen het eerste grote schaaktoernooi uit de geschiedenis gespeeld. Dat was in de tijd dat schaken nog een spel was van deftige heren. Thans is Engeland op schaakgebied een ontwikkelingsland. Na het supertoernooi van Hastings van 1995 is het bergaf gegaan. Het aantal belangrijke toernooien dat er de laatste honderd jaar is gespeeld, kan men op de vingers van een hand tellen. Ook het jaarlijkse kersttoernooi van Hastings heeft daar geen verandering in kunnen brengen. Toen eens aan Karpov werd gevraagd hoe vaak hij in Engeland had gespeeld, antwoordde hij: “Twee keer. In 1973 in Hastings. De eerste en de laatste keer.” Andere schakers klaagden erover, dat ze in hondenhokken werden ondergebracht, of als vee werden behandeld. De negatieve houding van organisatoren, pers en publiek lag echter niet aan de Engelse schakers. Met spelers als Keene, Miles, Short, Nunn, Adams  en anderen rees het spelpeil tot grote hoogte, maar dat werd niet vertaald in belangrijke internationale toernooien in Engeland zelf. Toen Short in Londen in 1993 een match om de wereldtitel tegen Kasparov mocht aantreden, bestond er even hoop op betere tijden.  Die was echter van korte duur. Tegenwoordig worden er in China, de steppe van Kalmukkië of in de ijzige kou van Siberië belangrijker toernooien gespeeld dan in het voormalige wereldrijk. Een lichtstraaltje in deze duisternis is dat er onlangs een toernooi in Londen werd gespeeld. Vier Engelsen traden aan tegen vier buitenlanders, waaronder Kramnik en Carlsen. Carlsen won het toernooi. Hopelijk krijgt de Chess Classic volgend jaar een vervolg.

Magnus Carlsen - Luke McShane. Chess Classic Londen, 2009.

1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pc3 Lg7 4.e4 d6 5.Pf3 0–0 6.Le2 e5 7.0–0 Pa6 Tegenwoordig de meest gespeelde variant van het klassieke koningsindisch. 8.Te1 Niet 8.dxe5 dxe5 9.Pxe5 Pxe4 enz.  8...De8 9.Lf1 c6 10.Tb1 Lg4 11.d5 c5 12.Le2 Kh8 13.a3 Ld7 14.b4 b6 15.Lg5 Pg8 16.Pb5 f6 17.Lh4 De7 18.Pd2 Ph6 19.Pf1 Tfc8 20.Pe3 Pc7 21.bxc5 Pxb5 22.cxb5 Txc5 23.f3 Tac8 24.Ld3 Df8 25.Lf2 f5 26.a4 T5c7 27.h3 De stelling is nu nagenoeg gelijk, maar in twee zetten krijgt wit een overwicht. Hoe kan dat? 27...Lf6 28.Dd2 Lg5 29.a5! fxe4 30.fxe4 Pf7 31.axb6 axb6 32.De2 Tb7 33.Pc4 Dd8 34.Tf1 Kg7 35.Kh1 Le8 36.Db2 Ph6 37.Lxb6!! De7  Of 37...Txb6 38.Df2 met matdreiging op f8!!  38.Df2 Tcb8 39.Tb3 Pg8 40.Le2 Pf6 41.Lf3 Txb6 42.Pxb6 Dc7 43.h4 Lh6 44.Pa4 Txb5 45.Le2!!  Waarschijnlijk had wit er op gerekend hier 45.Txb5 te kunnen spelen. Maar hij zal gezien hebben, dat 45...Lxb5 46.Le2 Lf4 47.Lxb5 Pxe4 de overwinning ondanks de torenwinst geen stap dichterbij zou hebben gebracht: 48.De1 Pg3+ 49.Kg1 Da7+ 50.Tf2 Le3 enz.  45...Txb3 46.Dxf6+ Kg8 47.Pc5!!

 

 

Een zeer verrassende zet. Zwart kan het paard niet slaan. Niet met de dame wegens 48.De6+ en niet met de pion wegens 48.Lc4!! met de dreiging d6+ en damewinst. 47...Tg3 48.Pe6 Df7 49.Dxf7+ Lxf7 50.Tb1 Le8 51.Lf3! Zet de zwarte toren buitenspel. 51...Kf7 52.Tb7+ Kf6 53.Txh7 Lf4 54.Pxf4! Leidt geforceerd tot stukwinst. 54...exf4 55.e5+ dxe5 56.d6 e4 57.Lxe4 Te3 58.Ld5 Kf5 59.Kh2  Ook goed genoeg was 59.d7 maar dan moet hij na 59...Lxd7 60.Txd7 Kg4 61.Tg7 Te5 62.Txg6+ Kxh4 niet 63.Lf3?? spelen: 63...Te1+ 64.Kh2 Th1+ 65.Kxh1 Pat!!  59...Te5 60.Lf3 Kf6 61.d7 Zwart gaf het op.