Schaakrubrieken 2009-2

25. Mona Lisa of Nachtwacht.
26. Timman of Euwe?
27. Botwinnik - Smyslov redivivus
28. Verdedigen is moeilijk.
29. S.O.S. Jeroen Bosch.
30. Kasparov en het leven als schaken.
31. Joodse schakers.
32. Kaartenhuizen.

33. Provoost en Freeke in HZ-toernooi
34. Schaken is strijd.
35. De Zwarte Dame wint beker!
36. Maxim Vachier  Lagrave
37. Krasenkow wint in Vlissingen
38. Schaak bij Seniorgames
39. Peng kampioene
40. Anish Giri Kampioen!

41. Emanuel Lasker, de grootste!
42. Magnus Carlsen in Nanjing
43. De tovenaarsleerling
44. Alois Wotawa
45. Smeets in Novisad
46. Schaakmagazine, 116e jaargang
47. Hollands Glorie
48. Kasparov?
49. Zelfmat in 10
50.Boris Spassky
51.Psychologische trucs
 

 

51. Psychologische trucs                                                                                                 19 december 2009

Schaken is een spel van misleiding en verlokking. Je probeert de tegenstander op het verkeerde been te zetten, op een verkeerde trein te laten springen, of tot andere onverantwoorde acties te verleiden. Meestal gebeurt het met strategische of tactische middelen, maar niet zelden worden ook psychologische trucjes in de strijd geworpen. Elke schaker maakt daar min of meer gebruik van. Heel efficiënt kan het zijn om net te doen of je heel tevreden bent met je stelling, terwijl je weet, dat je hopeloos verloren staat. Karpov was daar een meester in. Rust uitstralen temidden van halsbrekende verwikkelingen. In grote tijdnood nog even rustig aan een kopje koffie nippen. Laten zien, dat je meester bent van de situatie. Dat vreet aan het zelfvertrouwen van de tegenstander. Je moet het natuurlijk niet overdrijven, want dan gaat men je doorzien en val je in de put, die je zelf gegraven hebt. Je als de underdog opstellen kan soms ook succesvol zijn. Pessimisme uitstralen! In grote droefheid hoofdschuddend naar je eigen stelling kijken, alsof je laatste uurtje geslagen is en weer hopeloos hebt zitten knoeien. Misschien denkt de tegenstander wel, dat hij erg goed moet staan en wordt hij overmoedig. Schakers, die nog nooit op die manier beetgenomen zijn, bestaan niet. Natuurlijk zijn superschakers er  minder gevoelig voor. Daarom zijn het ook superschakers. Het mooiste is natuurlijk de misleiding door goede zetten te doen, verder te kijken dan de ander. De partij van de week is daar een fraai voorbeeld van. Hij werd gespeeld in de halve finale van de wereldcup in het ijskoude Siberië!

Boris Gelfand – Sergey Karjakin. World Cup, Khanty-Mansiysk, Rusland, 2009.

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pf3 d5 4.Pc3 c6 5.e3 Pbd7 6.Dc2 Ld6 7.Ld3 0–0 8.0–0 dxc4 9.Lxc4 b5 10.Le2 Lb7 11.Td1 Dc7 12.Ld2 Een klein maar venijnig zetje. 12...e5 13.Tac1 a6 14.b4! De pointe van 12.Ld2. Slaat zwart op b4, dan volgt 13.Pxb5!! axb5 14.Lxb4 met beter spel voor wit. 14...Tfe8 15.Ld3 Lxb4 16.Pg5!  Nu ging 16.Pxb5 niet wegens 16...axb5 17.Lxb4 e4 en wit verliest een stuk. Misschien heeft Karjakin gedacht een slag te hebben geslagen. Gelfand heeft echter verder gerekend. 16...h6 17.Pxb5 axb5 18.Lh7+ Kf8 19.Lxb4+ c5 20.dxc5 Lc6 Verliest wit nu geen stuk? 21.Le4!!  Twijfelachtig was 21.Pxf7 Kxf7 22.Lg6+ Kg8 23.Lxe8 Txe8 en zwart staat goed.  21...Pb8  Op  21...hxg5 volgt spectaculair 22.Lxc6 Dxc6 23.Td6 Dc7 24.c6! en de aftrekschaakdreiging van Td6 verschaft wit groot voordeel.  22.Ph7+  Na 22.Lxc6 Pxc6 staan er weer twee witte stukken in.  22...Pxh7 23.Lxh7 g6 en de loper op h7 zit in de val, zou je denken. 24.Td6!!

 

 

Door de verkreukelde opstelling van de zwarte stukken op de damevleugel kan wit ten koste van een stuk een moordende aanval lanceren. Er dreigt een inslag op g6. 24...Te7! 25.h4 h5  25...Kg7 ging natuurlijk niet wegens 26.Txg6+! fxg6 27.Dxg6+ Kh8 28.Dg8 mat.  26.Lxg6! Niet zo moeilijk meer. De zwarte koning is reddeloos verloren. 26...fxg6 27.Dxg6 Txa2 Nauwelijks meer soelaas bood 26… Ta7. 28.Tcd1 Tf7 Bij gebrek aan beter. 29.Dh6+ Tg7 30.Df6+  Er leidden meerder wegen naar Rome, o.a.  30.Tg6   30...Kg8 31.Td8+ Kh7 32.Df5+ Tg6 33.Dxh5+ Th6 34.Df5+ Zwart gaf het op. Hij is verpletterend verslagen. Weggevaagd. De meelijwekkende hulpeloosheid van de zwarte stukken op de damevleugel springt in het oog.

 


 

50. Boris Spassky, Russische beer                                                   12 december 2009

Boris Spassky, wereldkampioen van 1969 tot 1972, wordt nooit genoemd bij de beste schakers aller tijden. Dat is niet terecht. Er zijn niet veel spelers, die zoveel schitterende partijen hebben gespeeld als hij. Prachtige combinatiepartijen, maar ook indrukwekkende technische prestaties staan op zijn conto. Zijn stijl was beheerst en beheersbaar agressief en stoelde op een breed en gedegen openingsrepertoire. Net als Kasparov vermeed hij de chaos, stellingen met onberekenbare verwikkelingen waarin intuïtief handelen noodzakelijk was. Hij stond ook altijd bekend als een luie speler, een Russische beer, die pas kwaad wordt als hij wordt getreiterd. Wat zijn carrière ook nadelig beïnvloedde was zijn dissidente houding in de Sovjet Unie. Hij kreeg minder kansen dan de grootmeesters die stipt de bevelen van de partij opvolgden. Bovendien kreeg hij te maken met de lieveling van de Sovjets, de geniale Anatoly Karpov. In zijn beginjaren was hij wel degelijk eerzuchtig. Een grote rol in zijn carrière speelde een partij, die hij in 1958 tegen Tal speelde. De partij werd gespeeld in de laatste ronde van het kampioenschap van de Sovjet Unie. Hij moest toen winnen, om zich te plaatsen voor verdere deelname aan de strijd om het wereldkampioenschap. De partij was afgebroken in een betere stelling voor hem. De hele nacht werd er met hulp van secondanten geanalyseerd. Doodmoe verscheen hij ’s morgens aan het bord. Ook Tal en zijn helpers hadden niet stil gezeten. Spassky slaagde er niet in de tegenstand te breken, maar hij wilde zich niet schikken in het onvermijdelijke, verloor zijn zelfbeheersing en ging ten onder. Hij rende na afloop de straat op en huilde als een kind, zoals hij later zelf zei. Zijn falen in 1958 heeft hem lang achtervolgd. Pas in 1964 keerde het tij. Hij plaatste zich toen in het interzonale toernooi van Amsterdam voor de kandidatenmatches, waarin hij  achtereenvolgens Keres, Geller en Tal overtuigend versloeg. Wereldkampioen Petrosjan kon hij echter nog niet de baas. Dat gebeurde wel drie jaar later, toen hij de wereldtitel voor zich opeiste. Na zijn nederlaag tegen Fischer in 1972 kon hij in Rusland geen goed meer doen en trad hij steeds minder op de voorgrond. Hij woont al jaren in Frankrijk.

Wie wil leren combineren kan geen betere leidraad vinden dan de partijen van Spassky

Hier een van de talloze scherp, maar zeer verantwoord opgezette aanvalspartijen tegen een topgrootmeester

Spassky - Schmid. Varna, 1962

1.d4 Spassky beheerste alle openingssystemen, speelde zelfs af en toe het koningsgambiet! 1… c5 2.d5 d6 3.e4 g6 4.Pf3 Lg7 5.Le2 Pf6 6.Pc3 Pa6 7.0–0 Pc7 8.Te1 0–0 9.a4 a6 10.Lg5 h6 11.Lf4 Ld7 12.Dd2 b5 13.e5! Vanaf dit punt loopt de witte aanval als een trein. Niet goed was 13.Lxh6 b4 14.Lxg7 Kxg7 15.Pd1 Pxe4 en wit heeft niets. 13...dxe5 14.Lxe5 b4 15.Lxf6! Lxf6 16.Pe4 Lg7 17.Pxc5 Lxb2 18.Tad1 Lf5 19.Dxh6 Lg7 20.Dh4 Dd6 21.Pg5 Tfe8 22.Ld3!!

 

 

Deze fraaie en onverwachte zet geeft de aanval de beslissende kracht. 22...Dxc5 Mooi is ook 22...Lxd3 23.Dh7+ Kf8 24.Pce6+!! fxe6 25.Txd3 en snel mat 23.Lxf5 Pxd5 Of 23...gxf5 24.Dh7+ Kf8 25.Dh5 Kg8 26.Dxf7+ Kh8 27.Td3enz. 24.Le6!! En nog een mooi slotzet. Zwart gaf het op. Er kon volgen 24...fxe6 25.Dh7+ Kf8 26.Pxe6+ en mat.

 


 

49. Zelfmat in 10                                              PZC 5-12-2009

In een schaakpartij is het de bedoeling om te winnen, om de tegenstander mat te zetten. Het kan iemand zijn die tegenover je zit, maar ook een persoon aan het andere eind van de wereld, waar je via internet verbinding mee hebt. Je kunt ook, heel ouderwets, schaken per brief, het correspondentieschaak, maar dat is een beetje op zijn retour, omdat nooit zeker is, dat geen computers gebruikt worden. Bovendien kan het buitengewoon langdradig zijn. Partijen die drie jaar of langer duren zijn geen uitzondering. Voor sommigen is het eeuwenoude schaakspel zelfs te saai. Ze verzinnen daarom allerlei andere spelletjes met de stukken en het bord. Eens in de zoveel tijd lees je weer eens, dat iemand in een ver land een schaakspel voor drie of vier personen heeft uitgevonden, of een driedimensionaal spel. De laatste tijd heeft het shuffelschaak, het Fischerschaak of schaak960 aan populariteit gewonnen. Daarbij wordt de beginstand door het lot bepaald. Bij schaak960 zijn 960 verschillende beginstellingen mogelijk. Bij enkele schaakcomputers is die versie van het spel al geïmplementeerd. De toekomst zal leren of ‘960’ levensvatbaar is. Mocht dat onverhoopt zo zijn, dan kunnen alle openingsboeken en 80% van de schaakliteratuur de oudpapierbak in. Een totaal andere schaakbeleving is te vinden in het kunstschaak; de problematiek en de eindspelstudie. Daar heb je geen tegenstander bij nodig, alleen bord en stukken. In de eindspelstudie gaat het over het algemeen normaler toe dan bij de problematiek, waar een eindeloos aantal mogelijkheden aan de orde is, van een heel eenvoudig mat in twee zetten,  tot de meest ingewikkelde retrograde opgaven met fantasiestukken. Sommige probleemliefhebbers vinden het fantasieschaak zelfs het echte schaak! Je hebt immers een eindeloze vrijheid in opgaven en regels. Nog regelmatig komen er nieuwe probleemsoorten bij. Niemand kan het helemaal bijhouden. Er zijn zelfs computerprogramma’s die de meest fantastische problemen kunnen oplossen. Zo is er het programma Winchloe, dat met 1000 fantasiestukken kan werken en 600 fantasieopgaven met een bordgrootte van maximaal 250x250 velden aankan! In deze rubriek beperken we ons tot een redelijke normaal probleem, een zelfmat in tien zetten van de Hongaar Balazs, op een eenvoudig 8x8 bord! Wit probeert niet te winnen, maar te verliezen!! De omgekeerde wereld dus, een suïcidaal probleem. Een kostelijke constructie uit 1941.

 



 

(Wit: Ka2, Dh8, Pb1, La3, Tb3, Te7, pionnen op f2, g2, g5, h4. Zwart: Kf8, La1, Lg8, Th6, pionnen op a4, b2, f4, g4, g6, h5, h7.)

Wit is aan zet en dwingt zwart hem mat te zetten in 10 zetten. 1.g3! Veld e3 moet vrij gemaakt worden. 1… f3 Na 1… fxg3 2.fxg3 axb3 is het meteen mat. 2.Tee3+ Kf7 3.Tb4!! Door middel van een trapje sluipt deze toren in de richting van de zwarte koning. De bedoeling daarvan hult zich vooralsnog in nevelen. Zwart kan alleen gedwongen zetten. 3… Kf8+ 4.Tc4+ Kf7 5.Tc5 Kf8+ 6.Td5+ Kf7 7.Td6 Kf8+ 8.Tde6+ Kf7 9.Te7+ Kf8+ 10.Tb3!! axb3 mat. Het grappige is ook nog, dat de torens van plaats geruild hebben. De zelfmatproblemen horen nog tot de z.g. orthodoxe problemen en zijn dus al heel oud. Ze zijn door hun specifieke constructieve problemen minder populair dan bijvoorbeeld de helpmatproblemen, waarbij wit en zwart samenwerken om een mat te bewerkstelligen.  

 

 

 


 

48. Kasparov?                                                      PZC 28-11-2009

Er gaan geruchten, dat Gary Kasparov zin heeft om weer te gaan schaken. Zeker is, dat hij nog steeds de ontwikkelingen op schaaktechnisch en organisatorisch gebied bijhoudt. Maar dat deed Fischer ook en we weten allemaal hoe het afgelopen is. Gary treedt de laatste tijd op als trainer van de Noorse superschaker Magnus Carlsen. Dat is ook een teken, dat hij nog zeer aan het spel verknocht is. Heel veel mensen en zelfs topschakers denken met weemoed terug aan de tijd dat Kasparov de wereld verbaasde met zijn fenomenale spel en zijn exorbitante gedrag. Zelfs ex-wereldkampioen Kramnik, die hem in 2000 de wereldtitel ontfutselde, sprak kortgeleden de hoop uit, dat hij weer gaat spelen. Met Kasparov zou het schaken in elk geval voor veel publiciteit zorgen. Zeker is, dat hij zich niet zou verlagen om voor een appel en een ei ergens in een verre uithoek van de wereld te schaken, zoals de meeste topspelers tegenwoordig doen. In plaats van in wereldsteden als Moskou, Londen, Parijs en New York speelt men tegenwoordig in Nalchik, Jermuk, Elista en Khanty-Mansiysk. Misschien is het beter dan niets, zegt Kasparov, maar hij vraagt zich af, of dat het toppunt van ambitie moet zijn van een topgrootmeester. Hij bedoelt eigenlijk te zeggen: ‘Schaam jullie’. De Engelse grootmeester Jonathan Rowson heeft ook een uitgesproken mening over het teloor gaan van de populariteit van het spel bij de westerse media. “Bring back the Cold War!” roept hij pathetisch uit in het jubileumnummer van New in Chess Magazine, waarin hij een column heeft. Hij herinnert zich blijkbaar nog de geweldige koppen in alle kranten ter wereld tijdens de koude oorlogsmatch Fischer- Spassky uit 1972! USA – USSR!! Toen bemoeide het Witte Huis zich er zelfs mee.  Nooit eerder werden er op de wereld en speciaal in de Verenigde Staten zoveel schaakspellen verkocht! Hier in Nederland hadden we het komische duo Euwe – Mühring dat op de televisie dagelijks verslag deed van de match. Daar bleef je voor thuis! Die goede oude tijd! Rowson vergeet helaas te schrijven: “Gary, come back”.

Thans is zelfs een match om de wereldtitel schaken geen hot item meer. Is het hoopvol, dat men eindelijk in Bulgarije, Topalovs thuishaven, een sponsor gevonden schijnt te hebben voor de match Anand – Topalov? Dat wereldkampioen Anand daar in het hol van de leeuw zijn titel moet verdedigen is eigenlijk te gek voor woorden. Om de goede oude tijden niet te vergeten en misschien als een voorproefje van wat komen gaat, een oude veegpartij van de grootste schaker aller tijden.

 

Kasparov – Ivanchuk, Moskou,1988.

1.c4 Pf6 2.Pc3 e5 3.Pf3 Pc6 4.g3 Lb4 5.Lg2 0–0 6.0–0 e4 7.Pg5 Lxc3 8.bxc3 Te8 9.f3 exf3 10.Pxf3 d5 11.d4! Pe4 Of 11...dxc4 12.Lg5 h6 13.Lxf6 Dxf6 14.Pe5 enz. 12.Dc2 dxc4 13.Tb1! f5 14.g4!! Met briljante zetten wordt de zwarte stelling kapot gespeeld. 14...De7 Na 14...fxg4 15.Pe5 Pxe5 16.Lxe4 Pg6 17.Lxg6 hxg6 18.Dxg6 Dd7 19.d5! Txe2 20.La3 Te8 21.Tbe1 Txe1 22.Txe1 is zwart is volkomen ingepakt. 15.gxf5 Pd6 Tot een zeer voordelig eindspel leidt 15...Lxf5 16.Pg5! g6 17.Pxe4 Lxe4 18.Lxe4 Dxe4 19.Dxe4 Txe4 20.Txb7 enz. 16.Pg5 Dxe2 17.Ld5+ Kh8 18.Dxe2 Txe2 19.Lf4 Pd8 Nu volgt nog een fraai slot, maar andere zetten hielpen ook niet meer. 20.Lxd6 cxd6 21.Tbe1 Txe1 22.Txe1 Ld7 23.Te7 Lc6 24.f6!!

Zwart gaf het op. Hij gaat mat.

 

 


 

47. Hollands Glorie!                                                PZC 21-11-2009

Het gaat niet goed met het schaken in Nederland. Grote toernooien, met uitzondering van het Corus toernooi, worden bijna niet meer gehouden. De schaakbond heeft nog maar amper 20 000 leden, vergeleken met tien jaar geleden een teruggang van meer dan 30%. In de oude media, kranten en televisie, is schaken nauwelijks nog terug te vinden. Niettemin: Nederland is het belangrijkste schaakland ter wereld! Dat had u niet gedacht, waarde lezer! Toch is het niet zomaar een boude bewering. In de eerste plaats is New in Chess in Alkmaar grootste uitgeverij van schaakboeken in de wereld. Bovendien wordt daar ook het toonaangevende schaaktijdschrift New in Chess Magazine samengesteld en uitgegeven. Wereldtoppers als Kasparov, Kramnik, Anand, Timman en nog vele anderen werken er regelmatig aan mee. In de tweede plaats is het bijna niet meer mogelijk om een groot en belangrijk toernooi te organiseren zonder dat DGT uit Enschede daar bij betrokken is. Dit bedrijf heeft een elektronisch schaakbord met stukken en bijpassende sofware ontwikkeld, die het mogelijk maakt om partijen tijdens het spelen op internet te zetten. Als dat gebeurt, kan men op elke plek in de wereld waar internet is, de partijen zet voor zet volgen op het moment, dat ze daadwerkelijk gespeeld worden. Op alle grote toernooien is DGT aanwezig. Ook sommige schaakclubs hebben al dergelijke borden, waarmee ze hun competitiepartijen op internet zetten. Dat het geen kleine aangelegenheid is, werd al aangetoond op de olympiades, waar honderden partijen gelijktijdig te volgen waren. Werkelijk ongelofelijk! Helemaal gratis voetballiefhebbers! De derde Nederlandse troef in de schaakwereld, eentje die razendsnel aan populariteit heeft gewonnen, is de website Chessvibes.com met o.a. grootmeester en computerspecialist Dimitri Reinderman als medewerker. In een Youtube-achtige setting worden interviews met spelers, persconferenties en partijcommentaren uitgezonden, die vaak uiterst actueel zijn. Kortom: Holland Glorie! Voor de ware schaakliefhebbers is internet een eldorado. Je kunt er niet alleen schaken met spelers over de hele wereld, maar ook de spanning en sensatie van het topschaak als toeschouwer meebeleven.

De partij van deze week is de meest sensationele uit het recente Michail Tal herdenkingstoernooi in Moskou, dat gewonnen werd door Kramnik voor Carlsen en Ivanchuk. Hij werd gespeeld in de laatste ronde.

 

Anand – Aronian. 2009.

1.d4 d5 2.c4 c6 3.Pf3 Pf6 4.Pc3 a6 De Chebanenko-variant van het Slavisch. De bedoeling is om met dxc4 een pion te winnen en vast te houden. 5.e3 b5 Ook speelbaar is 5...dxc4 6.Lxc4 b5 waarmee varianten uit het Aangenomen Damegambiet ontstaan. 6.c5 Pbd7 7.Ld3 e5 8.Pxe5 Beter 8.dxe5 Pg4 enz. 8...Pxe5 9.dxe5 Pd7 10.e6 Een schijnbaar sterke zet. Zwart kan niet goed fxe6 doen wegens Dh5+. 10...Pxc5 11.exf7+ Kxf7 12.b3? Een vreselijke zet, die wit meteen in een hopeloze stelling brengt. Na 12.Dh5+ Kg8 13.Lc2 Ld6 staat zwart ook al beter. 12...Pxd3+ 13.Dxd3 Dg5! Wit kan nu niet rokeren wegens 14... Lh3! 14.g3 Df6 15.Lb2 Df3 Wit staat al verloren. 16.Tg1 Lg4 17.a3 Te8 18.Tc1 b4 19.axb4 Lxb4

 

 

Een vreselijke stelling voor de wereldkampioen. 20.h3 Op 20.Dxa6 beslist 20...Txe3+ met mataanval. 20...Lxh3 21.g4 Lxg4 22.Tg3 Df5 23.Dd4 Te4 24.Da7+ Dd7 25.Db6 c5 Wit gaf het op. Arme Anand!

 

 

 


 

46. Schaakmagazine, 116e jaargang                                     PZC 14-11-2009

Het oudste schaaktijdschrift ter wereld is de British Chess Magazine. Het verscheen voor het eerst in 1881. Schaakmagazine, het officiële orgaan van de Koninklijke Nederlandse Schaakbond, dateert van 1893 en is dus aan zijn 116e jaargang bezig is. Respectabele leeftijden, waar geen enkel ander sporttijdschrift aan kan tippen. Schaakmagazine ziet er tegenwoordig flitsend uit met mooie foto’s en een ultra moderne layout. Een belangrijk onderdeel van het blad zijn de interviews. In het oktobernummer wordt toparbiter Geurt Gijssen uitvoerig aan het woord gelaten in een gesprek met Eric van Reem. Gijssen geniet door zijn kennis en diplomatiek optreden groot aanzien onder organisatoren en topschakers. Ondanks zijn 75 jaar is nog altijd actief. Hij heeft overal ter wereld grote toernooien en matches geleid, waaronder die om het wereldkampioenschap. Gijssen zegt in het interview met Eric van Reem: “Ik kan me nog het onvergetelijke Investbanka toernooi in Belgrado herinneren, dat was in 1989. Daar kwamen elke dag 4000 mensen kijken. Daarentegen kwamen in Las Vegas bij het WK in 1999 weinig toeschouwers. Ik telde elke dag het aantal toeschouwers en het hoogste aantal was 35. In een zaal naast ons zaten meer dan 1400 mensen bingo te spelen.”  Is dat om te huilen of om te lachen?

Gijssen heeft ook een briljante rubriek op de internetsite Chesscafe.com. Daar beantwoordt hij vragen van schakers uit alle delen van de wereld over de spelregels. Gijssen is de absolute autoriteit op dat gebied, zijn woord is wet!

Heel aardig is ook het gesprek dat hoofdredacteur Minze bij de Weg had met Wim Overes.  Overes is 91 jaar en 75 jaar lid van de Gorcumse Schaakclub! Hij vertelt, dat hij maar een matige leerling was op school. “Maar met het schaken schijnt er iets los gekomen te zijn. “  Hij haalde met glans zijn bakkerijdiploma. “Schaken is voor mij altijd een andere wereld geweest, je bent er even uit.”  Overes heeft twee boekenkasten vol met schaakboeken, ongeveer 500. Zijn grootste aandacht gaat uit naar de openingen. “Ik probeer ze nog steeds te verrassen”, vertelt hij met glimmende ogen. Schaakmagazine is een veelzijdig tijdschrift. Het blad heeft een hele reeks vaste en losse medewerkers. Een van hen is de Herman Grooten, de bekendste schaakleermeester van Nederland. Zeer de moeite waard zijn de fraaie toernooiverslagen en artikelen voor de jeugd. Helaas is het blad niet los te krijgen. Men zal lid moeten worden van een schaakclub. De meeste openbare bibliotheken hebben het echter wel bij de tijdschriften liggen. Uit een eerder nummer van Schaakmagazine een stokoude studie.

 

 

B. Horwitz. The Chess Monthly, 1884.

Zwart beschikt over de slechtste loper ter wereld, maar kan wit daar van profiteren? Zit zijn paard ook niet in dezelfde gevangenis? 1.Pb8 Ke8 2.Pa6 Ke7 3.Kd4 Ke8 4.Kc4 Ke7 Zwart heeft natuurlijk geen andere zetten. 5.Pb4!! Een paardoffer is nodig om de zwarte muur te slechten. 5...axb4 Grappig is 5...Ke8 6.Pd3 Ke7 7.Pf4 Ke8 8.Pe6!! En het sterkste paard ter wereld beslist!! 6.Kxb4 Ke8 7.a5 bxa5+ 8.Kxa5 Ke7 9.Ka6 Ke8 10.Kb7 Ke7 11.Kc8! Verrassend. 11...Ke8 12.b6!! cxb6 13.c7 Lxc7 14.Kxc7 b5 Of 14...Ke7 15.Kxb6 Kd7 16.Kb7 Kd8 17.Kc6 Ke7 18.Kc7 en wint. 15.Kxd6 Kd8 Ook 15...b4 16.Kc7 b3 17.d6 b2 18.d7+ Ke7 19.d8D mat, helpt niet. 16.Kc5 Kc7 17.Kxb5 Kd6 18.Kc4 1–0

 


 

45. Smeets in Novisad                                     PZC 9-11-2009  

De laatste ronde van het Europees landenkampioenschap in het Joegoslavosche Novisad zal Daniël Stellwagen nooit vergeten, al wordt hij honderd jaar. Wat was het geval? Het lot van het toernooi lag in de handen van de jonge Nederlandse grootmeester. De andere wedstrijden in de laatste ronde waren al afgelopen. Alleen hij was nog bezig, tegen Vukar Gashimov uit Azerbeidzjan. Als het remise zou worden, was Rusland kampioen, bij verlies was het kampioenschap voor Azerbeidzjan en grepen de Russen voor de zoveelste keer naast de titel. Stellwagen verloor, na een heldhaftige en grootmeesterlijke verdediging, op waarlijk dramatische wijze door een blunder in een remisestelling. Rusland en Nederland in zak en as, in Azerbeidzjan groot feest. Nederland werd uiteindelijk slechts negende. Dat moet voor het team, dat zo geweldig gepresteerd had in een loodzwaar veld van topspelers, een grote teleurstelling zijn. Bijna het hele toernooi was er uitzicht op een medaille geweest.  Tot de laatste ronde was nog geen wedstrijd verloren. Het team bestond uit Jan Smeets, Daniël Stellwagen, Edwin l’Ami, Sipke Ernst en Jan Werle. Ernst en Werle speelden om beurten op het vierde bord. Het is wel gebleken, dat Nederland ook zonder de oude garde, met o.a. Van Wely en Tiviakov, een mooie toekomst heeft.  Vooral Jan Smeets baarde opzien. Na een ongelukkige nederlaag tegen de Italiaan Caruana, waarin hij een prachtige stelling om zeep hielp, pakte hij geweldig uit tegen een van de beste spelers van de wereld.

Morozevich - Smeets

1.e4 e5 2.Lc4 2...Pf6 3.d3 c6 4.Pf3 d5 Smeets laat meteen zien, dat hij op groot wild uit is. 5.Lb3 Ld6 6.exd5 Pxd5 7.0–0 0–0 8.Te1 Lg4 9.h3 Lh5 10.Pbd2 Na 10.g4 Lg6 11.Pxe5 Lxe5 12.Txe5 Pd7 13.Te1 Dh4 heeft zwart meer dan genoeg compensatie voor de pion. 10...Pd7 11.g4 Lg6 12.Pc4 Dc7 13.d4 e4 14.Ph4 Lh2+ 15.Kh1 Tae8 16.Pe3 P7b6 17.De2 Ld6 18.Pef5 Lf4 19.c4 Lxc1 20.cxd5 Lf4 21.dxc6 bxc6 22.Pg2 Pd5 23.Pfe3 Pb4 24.Tec1 Pd3 25.Tc4 Lxe3 26.Pxe3 Te6 27.Kg1 Db8! 28.d5 Tf6!! 29.dxc6 Txf2! 30.Dxf2 Ook 30.c7 Txe2 31.cxb8D Txb8 is hopeloos. 30...Pxf2 31.c7 Pxh3+ 32.Kh2 Db6!! 33.c8D Wit heeft weer een nieuwe dame, maar dat brengt geen redding. 33...Dxe3 34.Dc5 Dh6 35.Tc2 e3 36.Kg3 Lxc2 37.Lxc2 Pf2 38.Dh5 Dd6+ 39.Kf3 Dc6+ Wit gaf het op. Een formidabele prestatie. Ook een andere grootheid liet hij hevig zweten.

Eljanov - Smeets

1.d4 d5 2.c4 c6 3.Pf3 Pf6 4.e3 Lg4 5.Db3 Db6 6.Pc3 e6 7.Ph4 Lh5 8.h3 Le7 9.g4 Lg6 10.Pxg6 hxg6 11.Lg2 g5 12.Ld2 Pa6 13.Da4 Db4 14.Dc2 Dd6 15.c5 Dc7 16.f4 gxf4 17.exf4 b6 18.Da4 Pb8 19.b4 a5 20.a3 Db7 21.Dd1 axb4 22.axb4 Txa1 23.Dxa1 Pbd7 24.0–0 0–0 25.Tb1 Ta8 26.Db2 Ta7 27.Ta1 g6 28.Txa7 Dxa7 29.Lf3 Lf8 30.Da2 Db7 31.Kg2 Lg7 32.Le3 Pe8 33.Da3 Pc7 34.Le2 bxc5 35.bxc5 g5!!

 

 

Smeets breekt met een fantastische actie de stelling open. Opeens staat het bord in vuur en vlam. 36.fxg5 e5! 37.dxe5 Lxe5 38.Pa4 Pe6 39.Pb6 d4 40.Ld2 Pdxc5 41.Pc4 Lf4 42.h4! De witte stelling lijkt rijp voor de sloop. 42...Lxd2 Kansrijker was 42...Db1!! met fraaie winstkansen. 43.Pxd2 Pf4+ 44.Kf1 Pe4 45.Pxe4 Db1+ 46.Kf2 Dxe4 47.Df3 De5 48.Lc4 Kg7 49.Kg3 Pe6+ 50.Kh3 c5 51.Lxe6!! Dxe6 52.h5 c4 53.h6+! Kh7 54.Kh4 d3 55.Df4! De matdreiging Dd4-g7 brengt redding voor wit. Jammer. 55...De1+ 56.Kh3 Dh1+ 57.Kg3 De1+ 58.Kh3 Dh1+ 59.Kg3 De1+ ½–½

 


 

44. Alois Wotawa                                                            PZC 17-10-2009

De meeste schakers, waaronder ook talloze meesters en grootmeesters, hebben waarschijnlijk nog nooit van Alois Wotawa gehoord. Het zij hun vergeven, je kunt niet alles weten, maar het is wel een beetje jammer. Wotawa (1896 – 1970) was een Oostenrijkse studiecomponist, die in kleine kring bekend was om zijn briljante kunstwerkjes. Hij deed eigenlijk nooit mee aan compositietoernooien. Vandaar zijn onbekendheid. Toch zie je in de meeste eindspelboeken zijn naam een enkele keer opduiken. Tussen de grootheden als Liburkin, Troitzky en Rinck valt hij niet zo erg op, maar dat is ten onrechte. De laatste tijd beleeft zijn werk een soort herwaardering en begint men hem te rekenen tot de grote componisten. Daar zijn twee redenen voor. In de eerste plaats hebben al zijn studies een plaats gekregen in de grote, wereldberoemde verzamel-CD van Harold van der Heijden, die iedere schaker in zijn bezit zou moeten hebben. In  de tweede plaats is zijn faam gestegen doordat de hier al eens genoemde Russische trainer Mark Dvoretsky, hem zeer heeft geprezen en tal van zijn composities als trainingsobject heeft uitgekozen. Het staat als een paal boven water, dat in eindspelstudies het mooiste wat het schaakspel te bieden heeft het beste tot zijn recht komt. Daarnaast zijn ze ook bijzonder leerzaam. Je kunt ze weliswaar niet direct in een praktische partij gebruiken, maar wel je analytische capaciteiten mee op een hoger plan brengen. En dus indirect ook je spelpeil verhogen. Het werkstuk van deze week is een zeer harde noot om te kraken. Maar je hoeft de grijze hersencellen niet te pijnigen. Je kunt de oplossing ook gewoon naspelen en je verbazen over het vernuft van de constructeur.

 

 

Alois Wotawa, Deutsche Schachzeitung, 1968.

 

Volgens de fanatieke partijschakers is dit een absurde stelling, die nooit in een gewone partij zal kunnen voorkomen. Daar zullen ze wel gelijk in hebben, maar dat betekent niet, dat hij daarom waardeloos is. Wotawa gebruikte voor zijn creaties over het algemeen stellingen, die men met een beetje fantasie normaal zou kunnen noemen. Deze dus niet. Voor de zekerheid geven we ook nog de stelling in notatie, mocht u denken, dat de diagramstelling fout afgedrukt is: Wit: Kf6, Pb8, Pf8, La6, Ta3, pionnen op c2 en g2. Zwart: Kh4, Ld7, Lh6, pionnen op a2, a5, b2 en h7. De opgave luidt: wit speelt en wint.
Het gaat als volgt: 1.Pbxd7! Dit is de enige manier om promotie van de b-pion te verhinderen. Er dreigt nu namelijk mat in negen zetten!! Dat is toch even slikken, waarde partijspeler. Een geforceerd mat in een open stelling als deze? 1...Lxf8 Op 1...b1D volgt het fraaie heen-en-weertje: 2.Th3+ Kg4 3.Pe5+ Kf4 4.Pe6+ Ke4 5.Ld3+ Kd5 6.Lc4+ Ke4 7.Ld5+! Kxd5 8.Td3+ Ke4 9.Pc5+ Kf4 10.g3 mat!! Fantastisch. En 1...Lg5+ gaat meteen fout wegens 2.Kf5. 2.Pc5! Dreigt weer mat!! 2...Lxc5 Gedwongen, want na 2...b1D 3.Th3+ Kg4 4.Lc8+ Kf4 5.Tf3 is het nog eerder mat!! 3.Th3+ De samenwerking tussen toren en loper is volmaakt. 3...Kg4 4.Lc8+ Kf4 5.Tf3+ Ke4 6.Lb7+ Kd4 7.Td3+ Kc4 8.La6+ Kb4 9.Tb3+ Ka4 Na een spitsroedenloopje langs de vierde rij volgt nu de genadestoot.  10.Lb5 mat!! Volgens de schaakpuriteinen is dit eigenlijk geen eindspelstudie, maar een probleem, waarvan de opgave zou moeten luiden: Wit geeft mat in 10 zetten.

 


 

43. De tovenaarsleerling                                                                PZC 24-10-2009                               

In 1945 werd een radioschaakmatch gespeeld tussen de Sovjet Unie en de Verenigde Staten. De uitslag was een sensatie: De Amerikanen verloren met 15,5 – 4,5! Deze verpletterende nederlaag van de viervoudige olympische kampioen van voor de oorlog markeerde het begin van een overweldigende sovjetsuprematie in de schaakwereld, waarvan de nagalm nog steeds waarneembaar is. De wereldmacht, die niet in staat was om een fatsoenlijke tube tandpasta te produceren, was in staat gebleken om op schaakgebied iedereen voorbij te streven. Hoe is dat zo gekomen? Botwinnik schreef in 1949, dat de sovjetschakers de plicht hadden te strijden voor de eer van Stalin, Lenin, het sovjetvolk en de communistische partij. Topschakers kregen in de Sovjet Unie voorrechten, waar de gewone sovjetburger niet van durfde dromen. Maar er moest ook wat tegenover staan, namelijk een totale onderworpenheid aan de regels en orders van het Kremlin. Hoe sterk de staat zich ermee bemoeide, heeft Bronstein wel eens verteld. Bij belangrijke matches, waar de ‘eer van het land’  op het spel stond, werd hem door figuren uit de KGB te verstaan gegeven, dat hij niet moest experimenteren, maar normale openingen moest spelen! Een van de meest briljante en originele schakers uit de geschiedenis werd de les gelezen door volkomen schaakanalfabeten! Na de val van de Sovjetunie zijn tal van boeken over het sovjetschaak verschenen. En het einde is nog niet in zicht. Zo verscheen dit jaar bij New in Chess in Alkmaar ‘The Sorcerers Apprentice’, de Tovenaarsleerling, de biografie van Bronstein. Het  boek is een zeer uitgebreide herdruk van eerder boek met dezelfde naam uit 1995 en kreeg volkomen terecht de Book of the Year Award van de Britse schaakbond. Het prachtige boek is een hommage aan Bronstein, samengesteld door zijn vriend Tom Fürstenberg. Heel veel partijen staan erin, o.a. de waanzinnige partij uit 1973 tussen Bronstein en Panno, helaas te lang voor deze rubriek. Maar er staat niet alles in. Dat zou ook niet kunnen, want Bronstein, die in 2006 op 82 jarige leeftijd overleed, heeft duizenden partijen gespeeld. Een van die partijen is de volgende zeer bijzondere partij, waarin Bronstein weer eens een nieuw systeem toepast.

Bronstein – Simagin, Moskou 1961.

1.c4 Pf6 2.d4 e6 3.Pc3 Lb4 4.a3 Lxc3+ 5.bxc3 c5 6.f3 Pc6 7.e4 0–0 8.e5 Pe8 9.f4 cxd4 10.cxd4 b6 11.Pf3 La6 12.Ld3 f5 13.d5 Pa5 14.d6! Deze zet splitst de zwarte strijdkrachten in tweeën. Maar is dat ook een pion waard? Deze vraag is nog steeds niet afdoende beantwoord. 14...Tc8 15.0–0 g6 De pion op c4 loopt niet weg. 16.c5!! Lxd3 17.Dxd3 Txc5 18.Le3 Td5 19.Da6 Pc6 20.Tfc1 Pg7 Eigenlijk staat wit geen pion achter, maar virtueel een stuk voor! Het paard van g7 kun je moeilijk een volwaardig stuk noemen. 21.Txc6!! Ta5

 

 

22.Dxa5!! De pointe van de witte actie, een dameoffer. 22...bxa5 23.Tc7 h6 24.Tb1 Pe8 25.Txa7 g5 26.Lb6 Db8 Op 26...Dc8 volgt 27.Lc7 Pxc7 28.dxc7 en Tb8. 27.Txd7 Dc8 28.Te7 Dc2 29.Tf1 Dc6 30.Lf2 Pg7 31.fxg5 hxg5 32.Pxg5 Dd5 33.Pf3 f4 34.Tc7 Pf5 35.Tb1 Pe3 36.h3 Dd3 37.Tbc1 Pd5 Zwart heeft zich kranig geweerd en lijkt tegenkansen te hebben. Op 37...Dg6 zou echter gevolgd zijn 38.Lxe3 fxe3 39.T1c4! waarna de witte aanval doorslaat. 38.T7c6 Pe3 39.T6c3 Db5 40.Lxe3 fxe3 41.Txe3 Db6 42.Tcc3 Kg7 43.Kh2 Kh6 44.Te4 Db2 en zwart gaf het tegelijkertijd op.

 


 

42.Carlsen- en historisk bragd                                     PZC 17-10-2009

En historisk bragd- een historische prestatie- kopte het Noorse dagblad Aftenposten. Na Ibsen, Much en Heijerdahl nu schaakgrootmeester Magnus Carlsen als nationale held. Terecht! Met zijn fenomenale overwinning in de zeskamp in de Chinese stad Nanjing evenaart hij de beste prestaties van Fischer en Kasparov. De andere spelers, allen van superklasse, kwamen er niet aan te pas. Oud-wereldkampioen Topalov deed het nog het beste. Hij bleef ‘slechts’ 2,5 punt achter! Wang Yue, de Chinese grootmeester moest 3,5 punt toegeven en de andere wereldsterren Radjabov, Leko en Jakovenko,  liepen 4 punten achterstand op. Het was de laatste tijd al duidelijk geworden, dat de jonge Noor een nieuwe sprong vooruit gemaakt had. Of dat te maken heeft met de hulp, die hij tegenwoordig van Kasparov krijgt, is natuurlijk nog niet te zeggen. Zeker is dat Carlsen veel te danken heeft gehad Henrik Carlsen, zijn vader, die hem alle ruimte heeft gegeven om over de wereld te reizen en schaaktoernooien te spelen. Daarnaast is Simen Agdestein, de Noorse (ex)voetbalinternational en schaakgrootmeester een grote steun geweest.  Voor alle schakers, die de top willen bereiken, geldt niettemin, dat ze het per slot van rekening toch zelf moeten doen. Fischer bewees, dat je zonder noemenswaardige hulp van anderen  wereldkampioen kunt worden. Noodzakelijk is dat je een universele speelstijl hebt. Die heeft Carlsen. Het is praktisch onmogelijk om hem in de opening te verrassen, hij gaat in het middenspel voor geen complicatie uit de weg en speelt het eindspel superieur. Vooral met dat laatste heeft hij een voorsprong op de concurrentie. Misschien heeft zijn vader hem gezegd: Kijk maar eens hoe Lasker het deed!

In Nanjing waren Carlsens partijen allemaal interessant en van hoog niveau, maar de wijze waarop hij Peter Leko van het bord schoof was ongelofelijk. Zo kansloos en hopeloos weggespeeld is de Hongaar nog niet vaak. Is Carlsen al zoveel beter dan zijn naaste concurrenten? Hij brengt een pionoffer, dat er op het eerste gezicht dubieus uitziet, maar al spoedig blijkt, dat zwart ontwikkelingsproblemen heeft. Zou Kasparov daar de hand in hebben gehad?

Magnus Carlsen - Peter Leko. Nanjing, 2009.

1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.d4 exd4 4.Pxd4 Lc5 5.Le3 Df6 6.c3 Pge7 7.Lc4 Pe5 8.Le2 Dg6 9.0–0 d6 10.f4! Dxe4 Dit aanlokkelijke aanbod kon zwart niet afslaan.  11.Lf2! In een partij Tsjigorin - Schiffers uit 1880 (!!) speelde wit  11.Dd2? maar werd na 11...Pg4 12.Lxg4 Lxg4 snel uitgeteld. 11...Lxd4 Na  11...Dxf4 12.Pb5 is zwart reeds 'opgeknoopt'. 12.cxd4 P5g6 13.g3 0–0 14.Pc3 Df5 15.d5 Het witte ruimteoverwicht en de dwalende zwarte dame geven meer dan voldoende compensatie voor de pion. 15...a6 16.Te1 Kh8 17.Tc1 Ld7 18.Lf3 Tac8 19.Db3 b5 20.Pe2 Dh3 21.Pd4 Lg4 22.Lg2 Dh5 23.h4 Pg8? Na deze zet is het eigenlijk al uit. Beter was zeker 23...Ld7 om veld c6 af te dekken. 24.Tc6 Pf6 25.Txa6 Ld7 26.Pxb5 Tb8 27.a4 Pg4 28.Lf3 Dh6 29.Dc4 Zwart is totaal overspeeld. Hij probeert nog wat met een stukoffer, maar had net zo goed al op kunnen geven.



29...Pxh4 30.Lxg4! Lxg4 31.gxh4 Lf3 32.f5! Dh5 33.Df4 Lxd5 34.Pxc7 Lb7 35.Tb6 f6 36.Ld4 Df7 37.Pe6 Tg8 38.Kf2 Tbc8 39.Lc3 Ld5 40.a5 Tc4 41.Pd4 La8 42.Dxd6 Dh5 43.Df4 Tcc8 44.Tbe6 1–0 

 


 

41. Emanuel Lasker, de grootste!                                  PZC 20-8-2009

Volgens Bobby Fischer waren de tien beste schakers aller tijden Morphy, Staunton, Steinitz,  Tarrasch, Tsjigorin, Aljechin, Capablanca, Spassky, Tal en Reshevsky. Fischer was wel zo sportief om zichzelf niet op de lijst te zetten en van Karpov en Kasparov had in 1964 nog niemand gehoord. De lijst was volgens Fischer niet gebaseerd op resultaten, maar op de kwaliteit van de partijen. Iedere schaker heeft natuurlijk zijn eigen lijst, maar omdat Fischer nu eenmaal Fischer was, kreeg hij veel aandacht. Dat Botwinnik er niet op stond is onbegrijpelijk, maar dat hij Emanuel Lasker niet noemde, was een blunder van formaat. Lasker was volgens hem slechts een koffiehuisschaker! Daar denkt men tegenwoordig toch heel anders over. Door zorgvuldige analyse van zijn partijen, waarbij ook de computer gebruikt werd, is de naam van Emanuel Lasker de laatste jaren met stip gestegen. Zijn magistrale verdedigingskunst in moeilijke stellingen was al eerder door Euwe en vooral Keres geroemd, maar door het werk van Kasparov en de Russische toptrainer Mark Dvoretsky is men er van overtuigd geraakt, dat verschillende van zijn partijen en vooral eindspelen tot het allerbeste schaak behoren dat ooit gespeeld is. In zijn laatste boek, Analytical Manual, besteedt Dvoretsky een hoofdstuk aan ‘Lasker the Great’. Met name ‘de ongelofelijkste, meest paradoxale remise ooit in een internationaal toernooi gespeeld’ neemt veel ruimte in beslag en is versierd met niet minder dan 86 diagrammen! Het is de partij Emanuel Lasker tegen Edward Lasker uit het toernooi van New York in 1924, dat Lasker (Emanuel) met grote overmacht won, 1½  punt boven Capablanca en 4 punten boven Aljechin. Helaas is het geweldige epos zo lang, 103 zetten, en hij zit zo vol boordevol fantastische wendingen, dat het niet mogelijk is hem hier de eer te gunnen die hij verdient, maar ook het slot is interessant genoeg om een idee te krijgen van Laskers grootheid.

Emanuel Lasker – Edward Lasker.  New York, 1924.

 

 

Het eindspel is sindsdien eindeloos geanalyseerd. De witte pionnen zijn niet ver genoeg opgerukt, terwijl de zwarte pion naar dame dreigt te lopen. 77.a6! Kc5 78.a7!! b3? Ongelofelijk, maar met deze zet vergooit zwart volgens Dvoretsky de winst. De analyses van Kasparov c.s., die het tegendeel willen bewijzen zijn fout!! Zwart had meteen 78...Ta8 moeten doen. 79.Pd1! Ta8 80.g5 Txa7 81.g6 Td7 82.Pb2 Td2 83.Kf3 Td8 84.Ke4 Td2 85.Kf3 Td8 86.Ke4 Kd6 87.Kd4!! Tc8 88.g7 Ke6 89.g8D+!! Txg8 90.Kc4 Tg3 91.Pa4 Kf5 92.Kb4 Kxf4 Edward Lasker was er nog steeds van overtuigd, dat hij gewonnen stond. Hij niet alleen trouwens. 93.Pb2 Ke4 94.Pa4 Kd4 95.Pb2 Tf3 96.Pa4 Te3 97.Pb2 Ke4 98.Pa4 Kf3 99.Ka3 Ke4 100.Kb4 Kd4 101.Pb2 Th3 102.Pa4 Kd3 103.Kxb3 Kd4+ Remise!! Dit buitengewoon lastige eindspel speelde Lasker foutloos, niet alleen dit eindspel trouwens, terwijl een hele trits superschakers waarbij minstens twee wereldkampioenen (Aljechin en Kasparov) het in de rust van hun studeerkamer niet voor elkaar kregen een juist beeld van het eindspel te krijgen. Vooral Laskers besluit om zijn vrijpionnen op te offeren om een doortocht voor de koning te krijgen was geniaal. Is het niet fantastisch, dat een oude partij als deze nog steeds de gemoederen bezig houdt? Voor de bescheiden meester Edward Lasker, een verre neef van de wereldkampioen, was de partij het hoogtepunt van zijn carrière. 

 


 

40. Anish Giri kampioen!                                                   PZC 3-10-2009

Het kampioenschap van Nederland is gewonnen door de piepjonge grootmeester Anish Giri. Alle kranten besteedden er uitvoerig aandacht aan. Ook voor de ingewijden behoorde hij aanvankelijk niet tot de grote favorieten, maar dat hij van zich zou doen spreken, stond als een paal boven water. Helaas kon hij zijn speelsterkte niet meten met de grootmeesters Timman, Smeets, L’Ami, Stellwagen en Werle. Zij vonden het armzalige prijzengeld een nationaal kampioenschap onwaardig, terwijl Sokolov niet meer voor Nederland mag uitkomen omdat hij voor het team van zijn geboorteland Bosnië heeft gespeeld. Tiviakov deed wel mee, maar trok zich tot ontsteltenis van de organisatie en de spelers na enkele ronden terug. Dat is natuurlijk onacceptabel. Tiviakov heeft waarschijnlijk hiermee zijn deelname aan het volgend kampioenschap en aan de Olympiade volgend jaar op het spel gezet.  Bij afwezigheid van genoemde spelers was Friso Nijboer de grote favoriet. Toen hij echter tegen Giri kansloos verloor was het met zijn kansen gedaan. Giri werd volkomen verdiend kampioen. De jongste die Nederland ooit heeft gehad. Om een idee te krijgen van het spel van de jonge held in deze rubriek een spectaculaire partij. De witspeler probeerde het jonge talent met een messcherpe opening te overrompelen. Zijn overmoed werd echter zwaar gestraft. Giri sloeg keihard terug met een ziedende mataanval.

Roi Miedema - Anish Giri. Haaksbergen 2009.

1.d4 d5 2.c4 c6 3.Pc3 Pf6 Populair is tegenwoordig de onaanzienlijke maar listige zet  3...a6, de Chebanenko-variant. De bedoeling is om op c4 te slaan en dan met b5 te vervolgen. Na 4.Pf3 dxc4 5.e3 b5 is het al bijna onmogelijk om de geofferde pion terug te krijgen.  4.e3 Het wordt nu Half Slavisch. Het echte Slavisch gaat verder met 4.Pf3 dxc4 5.a4 Lf5 6.e3 e6 7.Lxc4 enz.  4...e6 5.Pf3 Pbd7 6.Dc2 Ook een moderne zet. Vroeger speelde men doorgaans 6.Ld3 dxc4 7.Lxc4 b5 De Meraner-variant van het Half-Slavisch.  6...Ld6 7.g4 Een zet, die vroeger ondenkbaar was. Aljechin zou hem een knoeizet gevonden hebben.  7...h6 Slaan op g4 is mogelijk, 7… Pxg4 8.Tg1 h5 9.h3 Ph6, maar dan moet hij nu niet op g7 slaan wegens 10... Df6. Er kan dan volgen 10.Txg7? (Beter 10.e4! ) 10...Df6 11.Th7 Txh7 12.Dxh7 Pf8!! enz. 8.Ld2 dxc4 9.Lxc4 b5 10.Le2 Lb7 11.e4 Het lijkt er goed uit te zien voor wit. De zwarte stelling kan niettemin wel tegen een stootje. 11...Le7! 12.g5? Wit heeft a gezegd en besluit nu ook maar b te zeggen. 12...hxg5 13.Pxg5 c5! De oplettende toeschouwer ziet, dat de witte stelling er al niet meer goed uitziet. 14.dxc5 Op 14.Pxb5 volgt  14...a6! enz. 14...b4 15.Pa4 Th4!!

 

 

Indachtig Réti:"Rokeren doen we niet!" De zet offert schijnbaar een stuk. 16.c6 Tc8 17.cxd7+ Door hebzucht verblind! Juist was  17.Lb5, maar dan staat zwart na het eenvoudige 17...Kf8! natuurlijk ook beter. 17...Pxd7! Oei, nu staat Pg5 ook nog in. 18.Pxe6 Als er geen goede zetten meer zijn, komt er noodzakelijkerwijs een slechte (Tarrasch). 18...fxe6 19.Db3 Txe4 20.Tg1 Wit heeft in een mum van tijd zijn stelling in een puinhoop zien veranderen.  20...Da5 21.Kf1 Want 21.Txg7 kost een stuk: 21...Txe2+ 22.Kxe2 De5+ enz. 21...Txe2!! De puinopruimingsdienst! 22.Kxe2 Pe5!! 23.Tg3 Db5+ 24.Ke1 La6 Wit gaf het op. Mat staat voor de deur. Een originele partij.

 


 

39. Peng weer kampioene.                                                    PZC 26-9-2009         

Verliezen doet zeer, maar er zijn graduele verschillen. Pijnlijk is het als je zonder noemenswaardige tegenstand te kunnen bieden van het bord wordt geschoven en na afloop niet weet wat je fout hebt gedaan. Deerniswekkend maar ook hilarisch, is het opgeven in een gewonnen stelling. Het is grote spelers overkomen. Ellendig is natuurlijk de tijdsoverschrijding in een gewonnen stelling. De grote Botwinnik deed het zelfs in een partij om het wereldkampioenschap. Hij was gewoon vergeten op de klok te kijken! Verliezen door een blunder is nog het minst erge. Het zijn ongelukken, die iedere schaker van tijd tot tijd overkomen. Daar valt mee te leven. Wat sommige schakers ook vreselijk vinden, is het overzien van een geniale en sensationele zet, die de echte liefhebbers in vervoering brengt. Zhaoqin Peng had zo’n zet kunnen doen. In het kampioenschap van Nederland voor vrouwen was ze een klasse apart. Voor de elfde keer won ze de titel. Toch zou ze heel graag de partij tegen Marlies Bensdorp ook gewonnen hebben. Het was de meest fantastische partij van het toernooi. Bensdorp, een groot talent, voerde in de zevende ronde een furieuze aanval tegen de gedoodverfde kampioene. De koning van Peng werd met een torenoffer meedogenloos over het bord gejaagd. Het einde leek nabij. Peng wist echter op verbluffende wijze stand te houden. Helaas! Op het moment dat ze haar geniale verdediging met een briljant offer had kunnen bekronen, forceerde ze slechts remise door eeuwig schaak. Verschrikkelijk, erger dan een nederlaag!

Marlies Bensdorp - Zhaoqin Peng. Haaksbergen, 2009.

1.c4 c6 2.e4 d5 3.exd5 cxd5 4.cxd5 Dxd5 5.Pc3 Dd8 6.d4 Pf6 7.Lc4 e6 Een centrumstelling waar al ontelbare partijen mee zijn gespeeld, maar die nog altijd springlevend is. 8.Pf3 Pbd7 9.0–0 Pb6 10.Ld3 Le7 11.Lg5 h6 12.Lh4 0–0 13.Te1 Ld7 14.Pe5 Tc8 15.Tc1 Pfd5 16.Lxe7 Dxe7 17.Df3 Pxc3 18.bxc3 Wit heeft nu de zogenaamde hangende pionnen. 18...Lc6 19.Pxc6 bxc6 20.De4 g6 21.Te3 Pd5 22.Tg3 Df6 23.Tf3 Dg5 24.Tc2 Pf6 25.De1 Kg7 26.Te2 Dd5 27.Dc1 Pd7 28.c4 Da5 Niet goed is 28...Dxd4 wegens 29.Lxg6 fxg6 30.Td2 en wit staat overwegend. 29.Tg3 Tce8 30.Dc2 Dh5 31.Da4! Tb8 32.Te1 Tfd8 33.Dxc6 Da5 Door handig spel heeft wit nu een pion meer en een geweldige aanvalsstelling. Ze had nu eenvoudig 34.De4 kunnen doen, maar kiest voor het avontuur. Peng heeft echter een schitterende verdediging achter de hand. 34.Txe6?! Tb6! 35.Tgxg6+ fxg6 36.Txg6+ Kf7 37.Df3+ Tf6 38.De4 Dh5 39.Tg4 Blijf als zwart bij zoveel geweld maar eens rustig. 39...Pf8 Na 39...Kf8! lijkt zwart er goed af te komen. 40.c5 Pg6 41.h3 Te8 42.Db7+ Te7 43.Lc4+ Kf8 44.Db8+ Te8 45.Dxa7? Door dit onnozele pionnetje te pakken geeft wit het voordeel uit handen. Sterk was 45.Dg3 en zwart verkeert in grote benauwenis. Nu keren de kansen. 45...Df5 46.Dh7 Dxf2+ 47.Kh2 Te1 48.Dg8+ Ke7 49.Dg7+ Kd8 50.Dg8+ Kc7 51.Txg6 Na 51.Dg7+ Pe7 is de zwarte koning ontsnapt. 51...Dg1+ 52.Kg3

 

 

52...Df2+?? Een jammerlijke fout van de kampioene.  Met het schitterende torenoffer  52...Tf3+!! had ze kunnen winnen: 53.Kxf3 (53.Kh4 Dxd4+ 54.Tg4 Df6+ 55.Kh5 Te5+ enz.) 53...Te3+ 54.Kf4 Df2+ 55.Kg4 Dxg2+ 56.Kh5 Txh3 mat. Nu maakt ze remise door de zetten te herhalen. Doodzonde. Zo’n kans krijg je niet vaak. 53.Kh2 Dg1+ 54.Kg3 Df2+ 55.Kh2 ½–½

 

 


 

38. Schaak bij Seniorgames                                 PZC 19-09-2009

Bij de Seniorgames 2009 deden de schakers ook mee. Het aantal deelnemers (18) viel tegen. Met een flinke reclamecampagne had er veel meer ingezeten. Dat is geen direct verwijt aan de organisatie van de seniorgames, maar vooral aan de schaakclubs en de bonden. De Zeeuwse Schaakbond hield zich, zoals gebruikelijk, weer muisstil. Ook de landelijke bond liet zich niet van zijn beste kant zien. Een schamel berichtje op de internetsite was alles, terwijl toch een heel belangrijk deel van het ledenbestand uit 50-plussers bestaat. Tot mijn schande moet gezegd worden, dat ik er ook in deze rubriek geen aandacht voor heb gevraagd. Ik ging er ten onrechte van uit, dat het niet nodig zou zijn. Zeeland is de mooiste provincie van het land en schakers willen altijd en overal schaken! Waarom kwamen ze niet in drommen hierheen? Het was niettemin een heel plezierig toernooi, dat zich in Ons Dorpsleven in ’s Gravenpolder afspeelde. De organisatie was uitstekend en de leiding zeer professioneel. Ron Blok, Frans Peeters, Ben Mulder en Cees Rouw verdienen een groot compliment. De leeftijd van de deelnemers, waaronder niet minder dan zeven Vlaamse schaakvrienden, liep uiteen van 50 jaar tot 78 jaar! Het was ook een bijzonder zwaar toernooi. Op drie dagen moesten er twee partijen worden gespeeld. Dat betekende in enkele gevallen tien uur schaken per dag. Eigenlijk een onmogelijke opgave, maar hij werd zonder wanklank tot een goed einde gebracht. Spannend was het ook. Zelf begon ik zeer slecht, maar door de laatste vijf partijen te winnen, slaagde ik er toch in de kop van de ranglijst te bereiken en zodoende de gouden medaille mee naar huis te nemen. Daartoe moest in de laatste ronde wel van de jongste deelnemer (50) gewonnen worden.

Cor Jansen – Peter van der Borgt. 's Gravenpolder, 2009.

1.Pf3 d5 2.g3 Pf6 3.Lg2 g6 4.0–0 Lg7 5.d4 0–0 6.c4 c6 7.cxd5 cxd5 Wit heeft een ogenschijnlijk saaie variant gekozen, maar zwart moet wel heel voorzichtig spelen. 8.Pc3 Pc6 9.Pe5 e6 10.f4 Db6 11.e3 Td8 12.g4 Pxe5 Dat kan niet goed zijn. Zwart had zich passief moeten opstellen. 13.fxe5 Pe4 Niet goed, maar 13...Pd7 14.g5 is ook geen pretje. Nu verliest zwart een pion. 14.Lxe4 dxe4 15.Pxe4 Lxe5 16.Df3 Lg7 17.Dxf7+ Kh8 18.De7 Tg8 19.Tf7? Veel  te haastig. Voor de hand lag het onmiddellijk winnende 19.Pg5 h6 (19...h5 20.gxh5 gxh5 21.Tf6!) 20.Pf7+ Kh7 21.Pxh6!! Kxh6 22.Dh4 mat!! Dat had me heel wat kopzorgen bespaard. 19...e5! Zwart leeft weer! 20.d5 Lxg4 21.Pf6 Ogenschijnlijk onmiddellijk winnend.

 

 

21...Lf5? De computer vond de ‘onmenselijke zet’: 21...Tgf8!! 22.Pxg4?! (22.Txg7 Dxf6 23.Txh7+ Kg8 24.Dxf6 Txf6 25.Th4 Lf3 26.e4 en het remiseachtig.) 22...Txf7 23.Dxf7 Tf8 en ondanks een stuk meer, is de winst voor wit verkeken. 22.Pxg8 Nu is het uit. Of niet? 22...Tc8!! Zeer vindingrijk gespeeld. Kansloos was 22...Txg8 23.Txg7 Txg7 24.De8+ Tg8 25.Dxe5+ Tg7 26.b3 maar het had wel wat langer geduurd. 23.Ld2!! Nu is het niet moeilijk meer. 23… Dxb2 24.Txg7 Dxa1+ 25.Kf2 g5 26.Txg5 Zwart gaf het op. Na 26… Lg6 27.Txg6 hxg6 28.Pf6 gaat hij mat.

Op de website http://svgoes.nl/seniorgames/ is alles over het toernooi te vinden. Uitslagen, standen en naspeelbare partijen. Voortreffelijk samengesteld door Frans Peeters. 

 


 

37. Krasenkow wint in Vlissingen.                               PZC 12-9-2009                               

In het schaakspel heeft wit iets betere kansen om te winnen dan zwart. Statistische gegevens wijzen dat uit. Een interessante vraag is, of wits geringe voordeel theoretisch voldoende is om de partij te winnen. Zal het ooit zover komen, dat een supercomputer met wit altijd wint van een andere supercomputer? Of eindigt elke partij in remise? Denk niet, dat dat een onzinnige vraag is. De huidige topmachines zijn al sterker dan de wereldkampioen! Sinds de komst van het schaakrekentuig is de schaakwereld drastisch veranderd. In geen enkel toernooi worden nog partijen afgebroken. Dat maakte de toernooien eerlijker en aantrekkelijker voor de toeschouwers. Heel jammer is, dat het voor een eenvoudige amateur niet meer mogelijk is om roem te vergaren door een grote ontdekking te doen, een zet te vinden, die door de grootmeesters is overzien. Hans Böhm heeft daar een aardige anekdote over bij de lezingen die hij houdt. Twee grootmeesters spelen om de wereldtitel. De partij wordt rechtstreeks op internet uitgezonden en is overal te volgen. In de zaal hebben de toeschouwers op hun telefoon Rybka of Fritz. De hele wereld ziet, dat het mat is in 13 zetten. Er zijn maar twee schakers die het niet zien. Dat zijn die sukkels op het podium! Dit is geen utopie, maar de realiteit in de zeer nabije toekomst! Gelukkig is dat voorlopig nog geen reden voor pessimisme. Op de toptoernooien wordt met grote felheid gestreden. Het aantal remises is niet groter dan vroeger. Ook lijken de partijen ingewikkelder en spectaculairder te worden. Dank zij de computer worden dode varianten soms weer tot leven gewekt door de computer er op los te laten. Een aardig voorbeeld is een spannende partij met een voortijdige dameruil, vroeger vaak een garantie voor een snelle remise, uit het jongste Hogeschool Zeeland Schaaktoernooi.

Van den Doel - Krasenkow. Vlissingen, 2009.

1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 Pf6 De beruchte Berlijner-variant. Hij kostte Kasparov in 2000 zijn wereldtitel. Kramnik, zijn tegenstander, had hem tot in de finesses bestudeerd. Kasparov was te koppig en te eigenwijs om op een andere opening (1.d4) over te schakelen. 4.0–0 Pxe4 5.d4 Pd6 6.Lxc6 dxc6 7.dxe5 Pf5 8.Dxd8+ Kxd8 Een ontelbaar aantal partijen is sindsdien met deze variant gespeeld. Het oordeel, gebaseerd op computeranalyses, dat wit iets beter staat, is niet veranderd. 9.Pc3 h6 10.h3 Ld7 11.b3 a5 12.Lb2 Lb4 13.Tad1 Kc8 14.Pe2 a4 15.g4 axb3 16.axb3 Pe7 17.Ta1 Txa1 18.Txa1 Kb8 19.Pf4 Pd5 20.Ph5 g6!! Zeer nauwkeurig gespeeld. Het gaat net. 21.e6 Td8 22.exd7 gxh5 23.Pe5 23...f6 24.Pd3 Le7 25.gxh5 Txd7 26.Kg2 c5 27.Kf3 b5 28.Te1 c4 Zwart speelt dit deel van de partij formidabel. 29.bxc4 bxc4 30.Pf4 c3! 31.Lc1 Hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt, wit had  met 31.La1 de loper op het slechtste veld van het bord moeten zetten!! 31...Pb4 32.Pg6 Lc5 33.Te2 Pc6 34.Te8+ Kb7 35.Lxh6 Pd4+ 36.Kg2 Pxc2 37.Lf4 Pb4 38.Te4 Pd3 39.Tc4 Ld4 40.h6 c5 41.Ta4 c2 42.Tc4 Lb2 Het is bekeken. De pion op c2 kost wit een stuk. 43.Ld2 c1D 44.Lxc1 Lxc1 45.Th4

 

 

45...Lxh6!! Zwart geeft meteen het stuk terug en wint met de andere c-pion. Minder goed was 45...Th7 46.f4 f5. 46.Txh6 c4 47.Pf8 Tg7+ 48.Kh2 c3 49.Pe6 c2! 50.Pxg7 c1D 51.Txf6 Dc7+ Een formidabele partij van de terechte toernooiwinnaar.  

 


 

36.Maxim Vachier Lagrave                                                  PZC 5-9-2009

Af en toe worden er partijen gespeeld, die zo ingewikkeld zijn, dat ze het menselijk verstand te boven gaan. Gelukkig hebben we tegenwoordig de computer! Vroeger gebeurde het wel, dat tientallen jaren over een bepaalde partij werd gediscussieerd. De partij Capablanca - Bogoljoebov uit 1925 is zo’n berucht geval. Pas de laatste jaren heeft het elektronische rekentuig met die partij afgerekend. De partij van deze week zou in oude tijden ongetwijfeld ook jarenlang in de schaakpers rondgedwaald hebben. Hij werd gespeeld in de grootmeesterzeskamp in het Zwitserse Biel. Aan de witspeler, de Russische schaakfantast Alexander Morozevich, kun je het wel overlaten om het bord in brand te zetten. Het is zijn handelsmerk. Het werd niet zomaar een strovuurtje, maar een uitslaande brand, waarbij de toeschouwers van de ene verrassing naar de andere werden geleid. Morozevich is de laatste tijd wat minder in vorm, hoewel hij nog steeds topprestaties afwisselt met hevige inzinkingen. Nu liet hij zich weer van zijn beste kant zien, althans in het begin. Zijn tegenstander, de jonge Fransman Maxim Vachier Lagrave kon aanvankelijk niet veel anders doen, dan meegaan in de strijd.

A. Morozevich - M.Vachier Lagrave. Biel, 2009

1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 a6 6.f3 e6 7.Le3 b5 8.Dd2 Pbd7 9.g4 h6 10.0–0–0 b4 11.Pce2 Dc7 12.h4 d5 13.Pf4! e5 14.Pfe6! fxe6 15.Pxe6 Da5 16.exd5 Dxa2 17.Dd3 Kf7 Beter was 17...Lb7 waarna de meest dolzinnige varianten op het bord hadden kunnen komen. De zwartspeler geeft o.a. de volgende variant: 18.Dg6+ Ke7 19.d6+ Kxe6 20.Lh3! Ld5? (20...Da1+! 21.Kd2 Da5!) 21.g5+ Kxd6 22.gxf6 Pxf6 23.Txd5+ en wit wint. 18.g5 Pxd5 19.Lh3 Pxe3 20.Pd8+ Ke7 21.Pc6+ Kf7 22.g6+ Goed genoeg, maar direct winnend was het adembenemende 22.Le6+!! Kxe6 23.Dg6+ Pf6 24.gxf6 gxf6 25.De8+ Kf5 26.Pd4+ Kf4 27.Pe2+ Kf5 28.Td4!! en spoedig mat.  22...Kg8 De toren van h8 lijkt nu voorgoed buitenspel te staan, maar let op!! 23.Dxe3 Lc5 24.De4 Pf8 25.Td8 Lb7 26.Txa8? Wit kon hier nog steeds winnen met 26.Txf8+ en hoe zwart ook terugneemt, het loopt verkeerd voor hem af. B.v.: 26...Lxf8 27.Dxe5 Lc8 28.De8 enz. 26...Lxa8 27.h5 Een bizarre stand. Zwart staat een stuk voor, maar hoe kan hij de gordiaanse knoop ontwarren?

 

 

27...Th7!! Een ongelofelijke zet, het keerpunt in de partij. 28.Te1 Lxc6 29.Dxc6 Ld4 30.Kd2 Dxb2 31.Dc4+ Kh8 32.Kd3 a5 33.Dc8 Juist was 33.f4!! met grote winstkansen, nog steeds.  33...Da3+ 34.Ke4 b3 35.cxb3 a4 36.Tb1 Db4 37.Dc4 Db7+ 38.Dd5 Db4 39.Dc4 Dd2? Wit is niet tevreden met herhaling van zetten. 40.Lg4 a3 41.Df7 Dc2+ 42.Kd5 Dc5+ 43.Ke4 a2 44.Tc1 a1D 45.Txc5 Lxc5 46.Dd5 De1+ 47.Kd3 Dd1+ 48.Kc4 Dxd5+ 49.Kxd5 La3 Sterk was 49...Pxg6!! 50.hxg6 h5 51.Lf5 (51.Lh3 Th6 52.Kxc5 Txg6) 51...Th6 52.Kxc5 h4 en wint! 50.Lf5 Kg8 51.Kxe5 Th8! Ontsnapt! Het wonder is geschied. 52.Kd5 Ph7!! 53.gxh7+ Kf7 54.Lg6+ Kf6 Zwart speelt het lastige eindspel secuur uit. 55.f4 Lc1 56.f5 Ld2 57.Kd6 Le1 58.Kd7 Lb4 59.Kc7 Ke5 60.Kd7 La3 61.Kc6 Kd4 62.Kc7 Kc3 63.Kd7 Kb4 64.Kd6 Kxb3+ 65.Kd5 Lb2 66.Kd6 Lf6 67.Kc5 Kc3 68.Kd6 Kd4 69.Kc6 Td8 70.Kb6 Kd5 71.Kc7 Kc5 Zetdwang! 72.Lf7 g5!! De pointe. De rest is niet moeilijk meer. 73.fxg6 Td6 74.Le8 Le5 75.Kb7 Tb6+ 76.Kc8 Kd6 Wit gaf het op. Voor Morozevich een bittere nederlaag, maar wat een partij! Door de winst in deze partij won de jonge Fransman het toernooi, een half punt boven Ivanchuk en Morozevich. Een topprestatie. 

 


 

35. De Zwarte Dame wint Zeeuwse beker.                                               PZC 27-08-2009

De strijd om de Zeeuwse beker is dit jaar gewonnen door de Zwarte Dame uit Kruiningen. Een verrassend resultaat, want op papier waren er verschillende sterkere teams. In de eerste ronde werd al meteen afgerekend met de Zuid- Bevelandse concurrent Goes. Dat ging niet van een leien dakje. Het heeft niet veel gescheeld of het bloedstollende gevecht was het einde geweest van de Kruiningse aspiraties. De wedstrijd met normale bedenktijd eindigde in een gelijkspel, 2-2. De beslissing moest toen vallen in vier snelschaakpartijen. Opnieuw werd het 2-2! De regel die in zo’n geval van toepassing is, dat de partij aan het vierde bord in de eerste wedstrijd dan niet meer meetelt. Dat was  voordelig voor DZD, want die partij was verloren gegaan, zodat Goes eruit lag, zeer tot hun teleurstelling. Dat de volgende tegenstander, Denk en Zet, een nederlaag te slikken kreeg, was geen grote verrassing, maar wel de uitslag: 4-0!! In de halve finale werd Zierikzee met 3-1 eenvoudig aan de kant gezet. De finale ging toen tegen HWP uit Sas van Gent. Aan deze wedstrijd zal door beide partijen nog lang gedacht worden. HWP werd namelijk met 3,5–0,5 verpletterend verslagen!! Een geweldig succes voor de Kruiningse ploeg. Het dient gezegd te worden, dat het hun niet tegenzat, maar na zo’n zware nederlaag, moet je als verliezer niet meer klagen over gemiste kansen. Het Kruiningse team bestond uit Wout Bliek, Eric Clarisse, Peter van der Borgt en Willy Meulblok, terwijl de reserves Marko Burger en Rick Sorber ook hun steentje op voortreffelijke wijze bijdroegen. Topscorer was Willy Meulblok die al zijn vier partij won. Hij deed dat op zeer overtuigende wijze.  Vooral de volgende partij mag er zijn.

Louis Nieuwenhuizen (Goes) - Willy Meulblok (DZD)

1.e4 c5 2.Pf3 e6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 a6 5.Ld3 Dc7 6.Pd2 b6 7.P2f3 Lb7 8.0–0 d6 9.c3 Pf6 10.Te1 Pbd7 11.Dc2 Le7 12.a4 Tc8 13.Ld2 0–0 14.Pg5 Pe5 15.f4 Pxd3 16.Dxd3 Dc4 17.Dg3 Wit denkt een aanval te kunnen lanceren, maar komt bedrogen uit. 17...h6 18.e5 hxg5 19.exf6 Lxf6 20.fxg5 Le5 21.Df2 g6 22.Pf3 Lxf3 23.gxf3 b5 24.axb5 Dxb5! 25.f4 Lg7 26.Le3 Tb8 27.Te2 Tfc8 28.Td1 Tc6 29.Ted2 Df5 30.Dg2 Verstandiger was 30.Txd6 Txd6 31.Txd6 Db1+ 32.Df1 Dxb2 33.Dxa6 Dxc3 hoewel zwart dan ook beter staat. 30...d5 31.Tf1 Tc4 32.Df2 a5 33.Ta1 a4 34.Tdd1 a3!! Zeer sterk!

 

 

35.bxa3 Na 35.Txa3 gaat na 36....Dg4+ een toren verloren. Een gemene finesse! Met zulke grappen in tijdnood, valt vaak veel te verdienen. 35...Lxc3 Wit heeft nu een hopeloze pionnenstelling. 36.Tac1 Tb2 37.Dg3 De4 38.Tf1 Te2 39.Lf2 Ld2 40.Txc4 dxc4 41.f5 Lf4! Gewoon slaan op f5 was ook goed, maar zwart heeft nog wat gezien. 42.Dc3 Le5 43.Db4 Dg4+ 44.Kh1 Dh3 Wit gaf het op, hij gaat mat. Het is niet overdreven te zeggen, dat wit er eigenlijk niet aan te pas kwam. Een prima partij van de zwartspeler. Ook de volgende partij tegen een gerenommeerde tegenstander mag er zijn.

Meulblok - Gommers (HWP)

1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pd2 Pc6 4.c3 Ph6 5.Pgf3 dxe4 6.Pxe4 Pf5 7.Ld3 h6 8.De2 Le7 9.Ped2 Pd6 10.Pc4 Pxc4 11.Lxc4 a6 12.a4 b6 13.b4 Lb7 14.Lb2 Kf8 15.Td1 Pb8 16.0–0 c6 17.Pe5 De8 18.Df3 Lf6 19.Pg4 Pd7 20.Tfe1 Dc8 21.De2 b5 22.Lb3 Le7 23.f4 Pf6 24.Pf2 Ld6 25.Pd3 Dc7 26.Tf1 Pd5 27.Tde1 g6 28.Lc2 Kg7 29.Dg4 Tae8 30.Pe5 Lxe5 31.fxe5 De7 32.Tf3 Dg5 33.De4 h5 34.Tef1 Dg4 Zwart staat natuurlijk miserabel, maar na deze zet is het meteen uit. Hij gaf het op zonder het dodelijke 35.Txf7+ af te wachten.

 

 


 

34. Schaken is strijd.                                               PZC 22-8-2009

Wereldkampioen Emanuel Lasker schreef in 1906 het boek ‘Kampf’ (Strijd). Hij betoogde daarin, dat je om je doelstellingen in het leven te kunnen bereiken, voortdurend strijd moet leveren. Dat is bepaald geen optimistische levensfilosofie, maar wel een waar je als schaker mee uit de voeten kan. Dat bewees hij metterdaad op het schaakbord. Hij stak met kop en schouders boven zijn tijdgenoten uit en was 27 jaar wereldkampioen, een record dat waarschijnlijk nooit gebroken zal worden. Als geen ander kon hij eenvoudige stellingen verscherpen op momenten dat het de tegenstanders het het slechtste uitkwam, als ze bijvoorbeeld in tijdnood waren, of dachten, dat ze remise voor het grijpen hadden. Niet zelden deed hij zetten die een nauwkeurige analyse nauwelijks konden doorstaan, maar wel tot ingewikkelde stellingen leidden en remise uit de weg gingen. Vooral in het eindspel kwam zijn ongeëvenaarde vechtlust tot zijn recht. Hij wist van niets iets te maken. Bovendien was hij een geniaal verdediger, volgens Paul Keres de beste die er ooit geweest is. Euwe heeft over Lasker wel eens gezegd, dat je hem wel kon bewonderen, maar niet navolgen. Daar is toch wel wat tegenin te brengen. Zeker, de ouderwetse openingen en varianten, die Lasker speelde, zie je nog zelden, maar zijn filosofie van de strijd leeft als nooit te voren. Spelers als Botwinnik, Kortsjnoi en vooral Karpov doen vaak aan Lasker denken. Ook een speler van de jongste lichting Marcus Carlsen, de jonge Noor, speelt het eindspel als een ware Lasker, strijdbaar en vasthoudend tot de laatste snik.

Waarde in het Hogeschool Zeeland toernooi de geest van Lasker nog rond? Ongetwijfeld was hij daar aanwezig, maar dan meer in de harten dan in de zetten op het schaakbord. Met enige moeite was hij te herkennen in de volgende vechtpartij.

Erik van den Doel - René Tiggelman. Vlissingen, 2009

1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 d6 6.Lg5 e6 7.Lb5 De hoofdvariant gaat verder met 7.Dd2. 7… Ld7 8.Lxc6 Lxc6 9.Dd3 Le7 10.0–0–0 Tc8 11.f3 a6 12.h4 h6 13.Ld2 h5!!  Het klinkt misschien wat overdreven, maar dit is een geniale zet van de Zeeuwse topper. Hij wil verhinderen, dat wit h5 speelt en de koningsvleugel onder druk houdt. De grootmeester weet er niet goed raad mee. 14.Lg5 Dc7 15.Kb1 b5 16.Pxc6 Dxc6 17.Pe2 Dc4 18.Dd2 b4 19.b3 Dc7 20.Tc1 0–0 21.c3 d5 22.cxb4 Db8 23.Pd4 Db7 Zwart heeft zich schitterend verdedigd en staat beter. 24.e5 Lxb4 25.Df4 Pd7 26.Pc6 Txc6 27.Txc6 Dxc6 28.Dxb4 Pxe5 29.Tc1 Dd7 Mogelijk was 29...Db5 30.Dxb5 axb5 31.Tc5 Tb8 32.Lf4 Pd3 33.Lxb8 Pxc5 met winstkansen voor zwart. 30.Db6

 

 

30… Tc8? Hij wil zich niet in de verdediging laten dringen. Lasker zou wellicht 30...Ta8 gespeeld hebben met als mogelijk vervolg 31.Tc7 De8 32.Dd6 Pg6 33.g4 f6 34.Le3 Tc8 35.gxh5 Txc7 36.Dxc7 Pxh4 37.Db6 Pxf3 38.Dxa6 d4 en zwart staat op winst. Nu gaat het van lieverlee de verkeerde kant op. 31.Dxa6 Txc1+ 32.Lxc1 d4 33.Da8+ Kh7 34.Da5 f6 35.f4 Pd3 36.Dxh5+ Kg8 37.Ld2 e5 38.fxe5 fxe5 39.Df3 Pc5 40.b4 e4 41.De2 e3 42.bxc5 Df5+ 43.Kb2 Dxc5 Helaas gaat het spectaculaire 43...Df2 ook niet: 44.Dc4+ Kh8 45.Dxd4 exd2 46.Dxf2 d1P+ 47.Kb3 Pxf2 48.c6 enz. Wit staat gewonnen. 44.Le1 Db6+ 45.Ka1 Dc5 46.Dd3 Dc1+ 47.Db1 Dc5 48.g4 Kh8 49.g5 g6 50.Dxg6 Dc1+ 51.Db1 Dc4 52.Db2 Dd3 53.h5 Dd1+ 54.Db1 e2 55.h6 Kg8 56.g6 Kh8 57.Ld2 Kg8 58.Lc1 Df1 59.Db8+ Df8 60.h7+ 1–0 Ondanks de nederlaag een prima partij van de Vlissinger.

 


 

33. Provoost en Freeke in HZ-toernooi                                         PZC 15-8-2009

Elk jaar als het Hogeschool Zeeland Schaaktoernooi wordt gespeeld, is Vlissingen een week lang het middelpunt van het Nederlandse schaak. Toernooidirecteur Hans Groffen  en zijn vele medewerkers verdienen een groot compliment, want opnieuw hebben zij voor een vlekkeloze organisatie gezorgd. Ook aan de grote en kleine sponsors, zonder wie er geen toernooi mogelijk zou zijn, is het Nederlandse en in het bijzonder natuurlijk het Zeeuwse schaak veel dank verschuldigd. Het toernooi is na het Corus-toernooi nu het sterkst bezette toernooi van Nederland! Een wonder was ook dat overal ter wereld de schakers via hun computer een bezoek konden brengen aan het toernooi. De tien belangrijkste partijen waren steeds rechtstreeks via internet zet voor zet te volgen. Een technisch hoogstandje, dat vlekkeloos verliep. Voor de promotie van Zeeland is dit evenement van grote betekenis, waarschijnlijk nog veel groter dan de provinciale en gemeentelijke autoriteiten eigenlijk beseffen. Het was een beetje jammer, dat in het toernooi van dit jaar de Zeeuwse schakers een bescheiden rol speelden. Er bestond gerechtvaardigde hoop, dat Koen Leenhouts voor een stunt zou kunnen zorgen, maar de Zeeuwse kopman was duidelijk niet in zijn beste vorm. Niettemin werden er enkele fraaie prestaties verricht, die helaas niet altijd in punten werden uitgedrukt. De eerste grote sensatie was de overwinning van Simon Provoost op grootmeester Ikonnikov.

S. Provoost - S. Ikonnikov

1.d4 Pf6 2.Lg5 De Trompowski-opening, tegenwoordig een volwaardig systeem. 2…c5 3.Lxf6 gxf6 4.d5 f5 5.g3 Db6 6.Dc1 Lg7 7.c3 d6 8.Lg2 Pd7 9.Pd2 Pf6 10.Ph3 h5 11.0–0 h4 Een weinig zinvolle onderneming. 12.Pf4 hxg3 13.hxg3 Lh6 14.e3 Ld7 15.Td1 0–0–0 16.Pc4 Dc7 17.a4 Kb8 18.Dc2 Lc8 19.a5 a6 20.b4 e5 21.dxe6 fxe6 22.Tab1 d5 Beter was 22...cxb4 23.Txb4 Pe4 met gelijke kansen. 23.Pb6 Lxf4 24.exf4 Pg4? Zwart bederft in enkele zetten grondig zijn stelling. 25.De2 Th6 26.b5 axb5 27.Txb5 Wit staat gewonnen. 27...Ld7 28.Pxd7+ Txd7 Of 28...Dxd7 29.a6 met gemakkelijke winst. 29.f3 Pf6 30.Dxe6 Td6 31.Dxf5 Ka7 32.g4 Th8 33.g5 Pd7 34.Txd5 Tf8 35.Dd3 Txd5 36.Dxd5 Txf4 37.g6 Th4 38.f4! Txf4 39.Txb7+ 1–0

De beste Zeeuw in de eindrangschikking, met 6,5 punten uit 9 partijen, was Mathieu Freeke, de Zeeuwse kampioen van vorig jaar. Hij speelde enkele sterke partijen, waarvan de laatste tegen Jeroen Bosch, internationaal meester en schrijver van de beroemde S.O.S. schaakboeken, het meest opmerkelijk was. Bosch werd volkomen overklast.

J. Bosch (rating 2456)- M.Freeke (2264), Vlissingen, 2009.

1.d4 Pf6 2.Pc3 d5 3.Lg5 c6 4.e3 Db6 5.Tb1 g6 6.Ld3 Lg7 7.f4? Geen grootmeesterlijke zet. 7... 0–0 8.Pf3 Lg4 9.0–0 Pbd7 10.h3 Lxf3 11.Dxf3 e6 12.Pe2 c5 13.c3 Dc6 14.b4 cxb4 15.cxb4 Tac8 16.Tb3 Pb6 17.Tc1 Dd7 18.Df1 Pe4! 19.Lxe4 dxe4 20.b5 Pd5 Dit fantastische paard is de sleutel tot de zwarte overwinning. 21.Lh4 Txc1 22.Dxc1 Tc8 23.Db2 Tc4 24.Lf2 Dc7 25.Db1 f5! 26.Kh2 b6 27.Kg1 Lf8 28.a3 Tc2 29.Tb2 Txb2 30.Dxb2 Dc4 31.g4 Een wanhoopsactie in een poging om de druk te verlichten. Het helpt niet. Zwart voert de druk nog wat op. 31...Dd3 32.gxf5 gxf5

 

 

33.Da2 Pionverlies was onvermijdelijk. 33...Dxa3 34.Dc4 Dd3 35.Dc8 Kf7 36.Dd7+ Le7 Alles staat netjes gedekt. Zwart staat gewonnen. 37.Kf1 Dd1+ 38.Le1 Pxe3+ 39.Kf2 Pd5 Wit gaf het op. Hij is kansloos weggespeeld. Een echte Freeke-partij, geen halsbrekende verwikkelingen, maar fijnzinnig positiespel.

 


 

32. Kaartenhuizen.                                                               PZC 8-8-2009

In het schaakspel is het de algemene opvatting, dat ruimtelijk overwicht voordelig is. Good old Siegbert Tarrasch was daar lang geleden al van overtuigd. Hij stond dan ook bekend als ‘de patzetter’! Zijn ideale schaakpartij was een partij waarin de tegenstander zetje voor zetje steeds meer ruime werd afgenomen, tot hij uiteindelijk geen pap meer kon zeggen en dus virtueel ’pat’ stond. De grote Duitser wist natuurlijk ook wel, dat je met het ongeremd naar voren smijten van pionnen voorzichtig moest zijn. Het moest weloverwogen, planmatig,  geschieden. Toch zijn er altijd nog legio schakers, die met hun vingers niet van hun pionnen kunnen afblijven en ze zonder enige terughoudendheid vooruit gooien en enorme circustenten opbouwen of kaartenhuizen in elkaar zetten. Een van hen was indertijd E.J. Diemer, de grote voorvechter van het Blackmar-Diemergambiet (1.d4 d5. 2.e4 dxe4 3.f3). Ik heb hem in een paar toernooien meegemaakt, je wist niet wat je soms zag. Toch zijn er ook grote schakers wel eens ten prooi gevallen aan de pionnenzettenziekte. Bijvoorbeeld Michail Tal, de wereldkampioen van 1961-’62.

Tal - Miles. Bugojno, 1984

1.e4 c6 2.d4 d5 3.Pd2 dxe4 4.Pxe4 Lf5 5.Pg3 Lg6 6.h4 h6 7.Pf3 Pd7 8.h5 Lh7 9.Ld3 Lxd3 10.Dxd3 Dc7 11.Ld2 e6 Een heel normale opening met heel normale zetten, voorlopig. 12.0–0–0 Pgf6 13.Pe4 0–0–0 14.g3 Pc5 15.Pxc5 Lxc5 16.c4 Lb6 17.Lc3 The8 18.Kb1 a6 19.Dc2 Te7 20.Pe5 La5 21.b4 Wit begint met de opbouw van zijn kaartenhuis 21...Lb6 22.a4 Db8 23.f4 Da7 24.Td2 Kb8 25.a5 Lc7 26.g4 Ka8!!

Een aanvalszet!! Met de bedoeling Db8, Pe8 (retirer pour mieux sauter!!) en f6 met sterke druk op f4. Het is bijna niet te geloven, dat zwart van deze zeer passieve stelling uit nog gaat winnen.

 

 

27.g5 Pe8 28.c5? Om Pd6-f5 te verhinderen. Hij had op h6 moeten slaan, met kansen op tegenspel. 28...Db8 29.g6? f6 30.Pc4 Wellicht had Tal na 30.Pf7 overzien dat zwart dan 30… Td5!! kon doen.  30...Lxf4 Uit de samengebalde kracht breekt nu een stormwind los. 31.Te2 Pc7 32.Lb2 Pb5 33.The1 Pxd4 34.Lxd4 Txd4 35.Txe6 Txe6 36.Txe6 Dd8 37.Te1 Ka7! 38.Ka2 Ld2!! 39.Tb1 Dd5 40.Kb3 Td3+ Wit gaf het op. Na 41.Ka4 Tc3! 42.Dxd2 Dxc4 is het mat met Db5. Een verschrikkelijke nederlaag voor de ex-wereldkampioen. Een van de meest opzienbarende uit zijn hele carrière. In de match om het wereldkampioenschap in 1962 slaagde hij er echter wel in om een partij met een kaartenhuisconstructie Botwinnik, die blunderde in een beter stelling,  te verslaan. Dat ruimtelijk overwicht altijd voordelig zou zijn, is hoe dan ook een sprookje.

Ook Viktor Kortsjnoi wist wel raad met tentenbouwers en fabrikanten van kaartenhuizen, hoewel hij er geen been in zag om ook zelf af en toe als een provocateur ‘met zijn pionnen te spelen.’ Een van de meest sprekende voorbeelden hoe hij onvoorzichtige lieden aanpakt  is het volgende spektakelstukje.

Csom - Kortschnoj. Hongarije,1965.

1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.d5 Lg7 4.Pc3 0–0 5.e4 d6 6.Le2 c6 7.Le3 a6 8.a4 a5 9.g4 Pa6 10.f4 Pd7 11.h4 Hupla! Wat een moed om dat tegen deze tegenstander te spelen. Met volle kracht de ondergang tegemoet. 11...Pdc5 Bedreigt pion e4. 12.Lf3 Db6 Neemt pion b2 onder schot. 13.Dd2 Alles keurig gedekt toch? 13...Dxb2!! 14.Dxb2 Pd3+ 15.Kd2 Pxb2 16.Le2 Zit zwarts paard nu niet in de val? 16...Lxg4!!

Geweldig! Op 17.Lxg4 volgt Pxc4 en vervolgens Pxe3 en Lxc3. Een bijzonder vermakelijke partij, maar niet voor de verliezer. Wit geeft op.


 

31. Joodse schakers                                                            PZC 1-8-2009

Joodse schakers hebben de geschiedenis van het schaakspel voor een belangrijk deel richting gegeven. De lijst van Joodse topschakers is lang. In de eerste plaats prijken daarop de wereldkampioenen Steinitz, Lasker, Botwinnik en Tal. Daarnaast de topgrootmeesters Rubinstein, Tarrasch, Nimzowitsch, Spielmann, Tartakower, Réti, Reshevsky, Fine, Kashdan, Bronstein, Flohr, Geller, Najdorf, Judith Polgar, Polugajewsky, Averbach, Taimanov, Gulko en Gelfand. Ook Smyslov, Kortsjnoi en Kasparov hebben Joodse voorouders, maar willen niet als Jood worden beschouwd. Fischer was waarschijnlijk ook van Joodse afkomst, al heeft hij dat zelf altijd ontkend. Het schaakspel heeft veel aan deze giganten te danken, niet alleen wegens hun glanzende partijen, maar ook om hun theoretische bijdragen en boeken. Daarbij verdienen natuurlijk in de eerste plaats Tarrasch en Nimzowitsch vermelding. Tarrasch die de eretitel Praeceptor Germaniae, Duitslands leraar, droeg, werd beroemd met zijn ‘Dreihundert Schachpartien’ en Nimzowitsch met zijn ‘Mein System’. Tarrasch kan beschouwd worden als de grote theoreticus van het klassieke schaak, het soort spel, dat als voornaamste openingen het Damegambiet (1.d4 d5) en het Spaans (1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5) heeft voortgebracht. Nimzowitsch introduceerde een nieuwe manier van schaken, waarvan de Indische openingen de voornaamste exponenten zijn (1.d4 Pf6). De animositeit tussen Tarrasch en Nimzowitsch en hun aanhangers heeft tientallen jaren gewoed, tijdens hun leven, maar ook nog lang daarna. In de Sovjet Unie werd Tarrasch verketterd om zijn zogenaamde dogmatische zienswijze. “Over Tarrasch hebben wij in de Sovjet-Unie nooit iets geleerd. Ons grote voorbeeld was Tsjigorin”, zei Genna Sosonko eens. Pas toen Spassky zich ermee ging bemoeien, is Tarrasch in ere hersteld. In Rusland en de voormalige sovjetrepublieken wordt hij thans als een van de groten uit de schaakgeschiedenis erkend. De invloed van Nimzowitsch is nog bijna dagelijks in de toernooizalen te zien al heeft niet iedereen een even hoge dunk van hem. Jan Timman heeft wel eens toegegeven, dat hij nog nooit iets van Nimzowitsch heeft gelezen. Natuurlijk mag ook Savielly Tartakower, wiens ouders in een pogrom is Rusland werden omgebracht, niet ongenoemd blijven.Volgens o.a. Hans Ree, is zijn ‘Die hypermoderne Schachpartie’ het mooiste schaakboek ooit geschreven. Het is onbegrijpelijk dat dit boek nooit in het Nederlands is vertaald. Het boek is tweede hands nog wel te krijgen, maar niet goedkoop. Een luxe editie kost €. 444,95! Tartakowers twee boeken met zijn beste partijen zijn overigens ook zeer de moeite waard. Ze zijn diepzinnig en geestig.

Savielly Tartakower - Henri Weenink. Luik, 1930.

1.e4 c6 2.d4 d5 3.f3 e6 4.Le3 dxe4 5.Pd2 exf3 6.Pgxf3 Pf6 7.Ld3 b6 8.De2 Ld6 9.0–0 Pbd7 10.Pc4 Lc7 11.Pce5 Lb7

 

 

12.Pxf7!! Kxf7 13.Pg5+ Ke7 14.Pxe6! De clou van het eerste offer is het tweede offer. 14...Kxe6 15.Lc4+ Ke7 16.Lf4+ Pe5 Na 16...Kf8 17.Lxc7 Dxc7 18.De6 wint wit zijn tweede stuk ook terug. 17.dxe5 Dd4+ 18.Kh1 Pd5 19.Lg5+ Ke8 20.Dh5+ g6 21.Df3 Pf4 Er zit niets anders op. 22.Dxf4 Dxf4 23.Txf4 h6 24.Lf7+ Kf8 25.Lf6 g5 26.Tf2 Kxf7 27.Lxh8+ Kg8 28.Lf6 Te8 29.Td1 Lc8 30.c4 Le6 31.b3 Kh7 32.h3 Kg6 33.g4 a5 34.Kg2 a4 35.Kf3 axb3 36.axb3 b5 37.cxb5 Tb8 38.bxc6 Txb3+ 39.Kg2 h5 40.Lh8 Kh7 41.Tf6 Tb2+ 42.Kh1 Lb3 43.Td7+ Kxh8 44.Tf8+ Lg8 45.Txc7 hxg4 46.Tcc8 Zwart geeft op.

 


 

30. Kasparov en het leven als schaken.                                   PZC 25-07-2009

Gary Kasparov schreef ruim een jaar geleden een dik boek getiteld ‘Waarom het leven op schaken lijkt’, waarmee de succesvolste schaker aller tijden zijn geheimen over het schaken en het leven probeerde te onthullen. Hij kreeg er internationaal veel publiciteit mee. Zelfs op de Nederlandse televisie mocht hij in het bijzijn van Clairy Polak zijn boek aanprijzen! Het werk was niet in de eerste plaats bedoeld voor door schakers. Die hebben over het algemeen meer belangstelling voor de Najdorf-variant van het Siciliaans dan voor de geheimzinnige relatie tussen het schaakspel en Het Leven. Of de topmanagers van grote bedrijven en zij, die het willen worden, veel uit het boek hebben kunnen opsteken, is de vraag. Zou de economische crisis niet zijn ontstaan als er meer naar Kasparov was geluisterd? Toch moet men niet te kleinerend doen over zijn poging om buiten zijn vakgebied, het schaken, een prestatie neer te zetten. Donner heeft wel eens gezegd, dat je geen knip voor je neus waard bent als je nooit eens probeert hoger te rijken dan je capaciteiten toelaten. Dat geldt ook voor Kasparov. Hij is om de drommel niet bang. De kans, dat hij met dit boek flink onderuit zou gaan, was levensgroot aanwezig. Het is niet gebeurd en dat is een klein wonder. Hoewel de schakers een  beetje meesmuilend op het boek hebben gereageerd, kan het ook voor hen als schaker bijzonder waardevol zijn. Daar zijn vele voorbeelden uit het boek van te geven. Zijn tegenstanders wisten, dat hij zich altijd zeer intensief voorbereidde en daar veel partijen mee  had gewonnen. Het duurde niet lang of men probeerde zijn voorbereiding te ontwijken, waardoor men al bij voorbaat in een achterstandspositie terecht kwam. Toch waren zijn analyses vaak niet waterdicht, zoals hij zelf achteraf heeft moeten constateren. Wel ontleende hij er een groot zelfvertrouwen aan, dat hij ook uitstraalde. Hij noemt dat het placebo-effect. “Ik ging de strijd in met wapens waarvan ik dacht dat ze dodelijk waren. Dat gaf me zelfvertrouwen, ook al gebruikte ik ze nauwelijks.” Hij heeft het ook over de ‘verspilde moeite’ van de openingsvoorbereiding en refereert daarbij aan een advocaat, die zich intensief voorbereidt op een zaak, die nooit voor de rechter komt, maar die wel bijdraagt tot zijn begrip en een betere uitoefening van zijn vak. Dat het boek van Kasparov onder schakers betrekkelijk weinig succes heeft gehad, komt waarschijnlijk omdat er maar een diagram in voorkomt. Schakers houden niet van kletspraatjes maar van zetten! Toch is het een leuk en leerzaam boek. Veel over schaken staat erin, maar ook de wereldpolitiek, de geschiedenis en de zakenwereld komen ter sprake. En allemaal met een Kasparoviaanse saus overgoten. Een ding is zeker; Kasparov heeft zeker geen last van valse bescheidenheid. Daar is ook geen enkele reden voor. Hij was en is nog steeds de allergrootste! Dat hij de schaakarena heeft verlaten is misschien geen ramp, maar het is zeker een groot verlies, een onmiskenbare verarming. Gelukkig hebben we de foto’s (partijen) nog.

Hübner- Kasparov, Hamburg,1985.

1.c4 e5 2.Pc3 d6 3.d4 exd4 4.Dxd4 Pf6 5.g3 Pc6 6.Dd2 Le6 7.Pd5 Pe5 8.b3 Pe4 9.De3 Pc5 10.Lb2 c6 11.Pf4 Pg4 12.Dd4 Pe4!!

 

 

13.Lh3 Da5+ 14.Kf1 Pgxf2 15.Lxe6 fxe6 16.Pxe6 Kd7 17.Ph3 Pxh3 18.Dxe4 Te8 19.Pc5+ Dxc5 20.Dg4+ Kc7 21.Dxh3 Le7 22.Lxg7 Thf8+ 23.Lxf8 Txf8+ 24.Ke1 Df2+ 25.Kd1 Dd4+ 26.Kc2 De4+ 27.Kd2 Lg5+ 28.Kc3 De5+
 0–1

 


 

29. SOS van Jeroen Bosch                                                 PZC 18 juli 2009

Het zijn niet de theoretici die de richting bepalen waar het schaakspel zich heen beweegt, maar de spelers. De theorie wordt op het bord gemaakt, niet in de studeerkamer. Dat was vroeger zo en zo is het nog steeds. De praktijk bepaalt de waarde van een ontdekking. Maar het is toch niet meer zo vanzelfsprekend als vroeger. Er is namelijk een complicerende factor bijgekomen, de computer. Die is tegenwoordig immers verschrikkelijke sterk, beter dan de beste grootmeester. Het is gemakkelijker geworden om openingsideeën te testen op hun deugdelijkheid en er ook dieper in door te dringen. Het gevolg is dat varianten, die al lang uit de mode waren omdat ze te ingewikkeld zijn voor gewone stervelingen, nu weer opduiken. Tarrasch maakte zich altijd boos als iemand een analyse besloot met de opmerking ‘met onduidelijk spel’. Hij vond dat een teken van luiheid! Hij wist nog niet dat, naarmate men dieper een stelling analyseert, de onzekerheid soms alleen maar toeneemt! Hoe meer men weet, hoe meer men weet dan men nog niets weet! De computer heeft er zeker toe bijgedragen, dat de laatste tijd tal van bizarre en ingewikkelde varianten meer in zwang zijn gekomen. De voornaamste aanjager van die nieuwe trend is de internationaal meester Jeroen Bosch. Met zijn S.O.S. boeken, ondertussen zijn 10 delen verschenen, heeft hij de wereld in korte tijd veroverd en het schaakspel ontegenzeggelijk verrijkt. Vooral bij het internetschaak vliegen zijn zetjes over het scherm! Hij doet het ook niet meer alleen, maar heeft medewerkers om zich heen verzameld, die nieuwe en frisse ideeën aandragen of met stokoude zogenaamd weerlegde varianten en systemen op de proppen komen. Het zijn niet altijd vlijmscherpe zetten die uit de hoge hoed worden getoverd, maar soms maar heel kleine en vileine zetjes! Enkele voorbeelden: Uit deel 10 van Igor Lysyj: 1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pc3 d5 4.cxd5 Pxd5 5.e4 Pxc3 bxc3 Lg7 7.Lg5!, de Kruppa-variant. Van Adrian Mikhalchishin, in Sas van Gent geen onbekende, uit deel 9: 1.d4 f5 2.Pc3 Pf6 3.g4!, het Bogoljubov- gambiet. En wat te zeggen van 1.e4 e5 2.Pf3 Pf6 3.Pxe5 Pxe4!, het Damiano-gambiet, een bijdrage van Or Cohen? Ik verklap van hem een zeer misdadig zetje: 1.e4 e5 2.Pf3 Pf6 3.Pxe5 Pxe4 4.De2 De7 5.Dxe4 d6 6.d4 dxe5 7.dxe5  Pc6 8.Lf4 g5! 9.Lg3? f5!! en zwart wint een stuk. Cohen won er op internet een dozijn partijen mee. Het is niet zo, dat dit alternatieve schaak pas van de laatste tijd is. Er bestond altijd al een circuit waar de bizarre ideeën de boventoon voerden, maar het was toch een heel klein groepje schakers dat zich er mee bezig hield. Het werd door de elite niet serieus genomen. Een speler die regelmatig in de S.O.S. kolommen opduikt, is de Engelse grootmeester Nigel Short. Hij is niet te benauwd om af en toe buiten de gebaande paden te treden.

Short - Thorfinnsson, Reykjavik, 2000.

1.e4 c5 2.b3! Dit zijn van die fijne zetjes, die niemand speelt en die toch goed zijn. Zo zijn er vele. 2...Pc6 3.Lb2 Pf6 4.e5 Pd5 5.Pf3 d6 6.Lb5 Lg4 7.h3 Lh5 8.Pc3 Pf4 9.g4 Lg6 10.d4 e6 11.Dd2 Pd5 12.Pxd5 exd5 13.0–0–0 Le4 14.The1!!

 

 

 

Eén superzet en het is beslist. 14...Db6 Jammer dat zwart zich zo willoos laat afslachten. Fraai was 14... Lxf3! 15.exd6+ Kd7 (Of 15...Le4 16.dxc5! Kd7 17.c4!) 16.dxc5! Lxd1 17.Dxd5!! met de matdreiging Df5+. 15.Lxc6+ Dxc6 16.Pg5 h6 17.Pxe4 dxe4 18.d5 Da6 19.Txe4 0–0–0 20.f4 dxe5 21.fxe5 Le7 22.Kb1 Kb8 23.Df2 1-0
 


28.Verdedigen is moeilijk.                                                           PZC 11-7-2009
Verdedigen is een aspect van het schaakspel, dat schromelijk verwaarloosd is door de theoretici. Er zijn honderden boeken geschreven over de opening, het middenspel, het positiespel, aanvalstechnieken, enzovoort, maar over dit uitermate belangrijke onderwerp is bijna niets te vinden. Slechts een enkeling heeft er iets over geschreven. Euwe bijvoorbeeld. Die zag het wel. In 1959 schreef hij zelfs, dat de techniek van de verdediging nog ontwikkeld moest worden. De reden is waarschijnlijk, dat er weinig eer met verdedigen te behalen is. Aanvallen is leuk en spannend. Je tegenstander verpletteren, weet je wel! Verdedigen is veel moeilijker en men vindt het eigenlijk ook een beetje laf. Maar is het niet juist een teken van heldhaftige onverschrokkenheid? De kleinste fout van de verdediger heeft immers funeste gevolgen, terwijl een nalatigheid in de aanval misschien alleen het proces wat vertraagd of in het ongunstigste geval tot remise leidt. De verdediger moet stalen zenuwen hebben en koelbloedig en weloverwogen zijn zetten berekenen. Bovendien moet hij ook over een onuitputtelijk uithoudingsvermogen beschikken. Het is daarom niet verwonderlijk, dat het aantal verdedigingskunstenaars altijd bijzonder klein is geweest. Uit oude tijden zijn te noemen Steinitz en Lasker. Vooral de laatste was een waar virtuoos in het balanceren op de rand van de afgrond. Vaak deed hij het zelfs moedwillig om remise te ontwijken. Lasker was zonder twijfel de grootste verdediger aller tijden. Eervol ex-aequo staan op de tweede plaats Petrosjan, Kortsjnoi en Karpov. Achter deze drie is een grote leemte. Zelfs Kasparov kan als verdediger niet aan hen tippen. Vrijwillig een verdedigende stelling betrekken om de tegenstander uit de tent te lokken, heeft hij nooit gedaan. Zie hoe Lasker het deed:
Winawer - Lasker. Neurenberg, 1896.
1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 Pf6 4.0–0 Pxe4 5.d4 Le7 6.De2 Pd6 7.Lxc6 bxc6 8.dxe5 Pb7 9.Pd4 0–0 10.Pc3 Lc5 11.Pf5 d5 12.Dg4 Lxf5 13.Dxf5 Te8 14.Lf4 Ld4 15.Tfe1 Pc5 16.Tad1 Lxc3 17.bxc3 Dc8!! 18.Dh5 Da6 19.Te3 Dxa2!! 20.Tc1 Dc4 21.Tf3 Pe6 22.Ld2 Te7 23.Th3 De4 24.f3 Dg6 25.Dh4 Td7 26.f4 De4 27.g4 Pf8 28.Df2 a5 29.Te3 Dc4 30.f5 a4 31.Tf1 a3 32.Tee1 a2 33.h3 c5 34.Kh2 d4 35.Df3 c6 36.e6 fxe6 37.fxe6 Pxe6 38.Dxc6 Tda7 39.Ta1 Tf8 40.Tfe1 Pd8 41.Db6 Taf7 42.Lg5 Tf2+ 43.Kg3 Dxc3+ 0–1

Alexei Shirov is ook geen verdediger. Hij is puur aanvaller. Een recente geniale partij van hem.
Shirov - Nisipeanu.
 Roemenië, 2009.
1.e4 c5 2.Pf3 e6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pc6 5.Pc3 Dc7 6.Le3 a6 7.Dd2 Pf6 8.0–0–0 Lb4 9.f3 Pe7 10.Pde2 b5 11.Lf4 e5 12.Lg5 Db6 13.a3 Lc5 14.b4 Lf2
Een van de tactieken van verdedigend ingestelde spelers is het ruilen van de dames. 15.Dd6 Dxd6 16.Txd6 Peg8 17.Pg3 h6 18.Pd1 La7 19.Le3 Lb8 20.Lc5!!

Een geweldige verrassing. Wit offert de kwaliteit. Heeft hij echt voldoende compensatie? En waaruit bestaat die dan wel? 20...Pe7?! Zwart moet blijkbaar nog even bekomen van de schrik. 21.Pe3 Lxd6 22.Lxd6 Lb7 23.c4! Lc6 24.Kb2 Pg6 25.Pgf5 Kd8 26.Pxg7 Pe8 27.Pxe8 Txe8 28.Pf5 Te6 29.h4 h5 30.c5 Te8 Er zijn geen goede zetten meer. De opmars van de witte g-pion brengt de beslissing. 31.g4! hxg4 32.h5 Pf4 33.Ph6 gxf3 34.Pxf7+ Kc8 35.Lxe5 Txe5 36.Pxe5 Kc7 37.h6 Th8 38.h7 Lxe4 39.Th4! Alles klopt precies. 39...Txh7 40.Txf4 Th2+ 41.Kc3 Zwart geeft het op. Hij is kansloos weggespeeld. Het is duidelijk, dat de zwartspeler nog veel van Lasker zou kunnen leren.


 

27. Botwinnik-Smyslov redivivus.                                 PZC 4-7-2009

Michail Botwinnik en Vassily Smyslov speelden drie matches tegen elkaar om het wereldkampioenschap, in 1954, 1957 en 1958. De bittere rivaliteit tussen de beide giganten was legendarisch. Later is het toch nog goed gekomen en gingen ze vriendschappelijk met elkaar om. Net zoals het ooit tussen Lasker en Tarrasch is gegaan. Botwinnik, de patriarch werd hij in Rusland genoemd, is in 1995 op 84- jarige leeftijd overleden, Smyslov is dit jaar 88 geworden. Er is nog veel te leren uit de grandioze veldslagen die ze toen leverden. En wat een strijdlust blijkt eruit! Bij de 69 partijen die ze speelden waren slechts enkele korte remises. Dat waren o.a. de laatste twee partijen van de tweede match, toen Botwinnik al op een hopeloze achterstand was gezet. In totaal won Smyslov 18 partijen en Botwinnik 17. De eerste match werd 12-12, waarmee Botwinnik zijn titel behield, de tweede won Smyslov met 12,5 - 9,5, waarmee hij wereldkampioen werd en de derde was weer voor Botwinnik, die met 12,5 - 10,5 zijn titel terugpakte. De partijen waren van een niveau, dat slechts in de vijf (!) matches tussen Karpov en Kasparov tussen 1984 tot 1990 werd overtroffen. Onlangs is bij New in Chess in Alkmaar een boek verschenen over de drie matches tussen Smyslov en Botwinnik. Het is een Engelse vertaling van een boek, dat Botwinnik eerder in het Russisch schreef. Het nieuwe boek werd door Botwinniks neef Igor Botwinnik gepresenteerd. Op sommige momenten werd de machine te hulp geroepen en werden enkele door Big Brother Computer gevonden varianten als voetnoten aan het manuscript toegevoegd. Botwinniks analyses en strategische beschouwingen zijn nog steeds zeer de moeite waard en een voorbeeld voor de huidige schaakanalisten. Botwinnik spaart zichzelf niet en hij geeft Smyslov ook de eer die hem toekomt. Een hoogtepunt in dit fraaie boek is het schitterende eindspel uit de 17e partij van de tweede match. Het commentaar in het boek bij deze partij is van Smyslov zelf.

Botwinnik - Smyslov, Moskou, 1957.

1.Pf3 Pf6 2.g3 g6 3.c4 c6 4.Lg2 Lg7 5.d4 0–0 6.Pc3 d5 7.cxd5 cxd5 8.Pe5 b6 9.Lg5 Lb7 10.Lxf6 Lxf6 11.0–0 e6 12.f4 Lg7 13.Tc1 f6 14.Pf3 Pc6 15.e3 Dd7 16.De2 Pa5 17.h4 Pc4 18.Lh3 Pd6 19.Kh2 a5 20.Tfe1 b5 21.Pd1 b4 22.Pf2 La6 23.Dd1 Tfc8 24.Txc8+ Txc8 25.Lf1 Lxf1 26.Txf1 Dc6 27.Pd3 Dc2+ 28.Dxc2 Txc2+ 29.Tf2 Txf2+ 30.Pxf2 Pc4 31.Pd1 Kf7 32.b3 Pd6 33.Kg2 h5 34.Kh3 Pe4 35.g4 hxg4+ 36.Kxg4 f5+ 37.Kh3 Lf6 38.Pe1 Kg7 39.Pd3 Pc3! 40.Pxc3 bxc3 41.Pe1 Hier werd de partij afgebroken. De ochtend na deze partij bood secondant Goldberg, namens Botwinnik remise aan. Smyslov weigerde!! Botwinnik had dus duidelijk iets overzien. 41… Kh6 42.Pc2 Le7 43.Kg3 Met 43.a3! Kh5 44.b4 had wit nog remisekansen kunnen behouden. Het is bijna niet te geloven, maar nu wordt wit onverbiddelijk naar een nederlaag gespeeld. 44… Kh5 44.Kf3 Kxh4 45.Pe1 g5 46.fxg5 Kxg5 47.Pc2 Ld6 48.Pe1 Kh4 49.Pc2 Kh3 De zwarte koning dringt onweerstaanbaar de witte stelling binnen en het wordt nog erger. 50.Pa1 Kh2 51.Kf2 Lg3+ 52.Kf3 Lh4 53.Pc2 Kg1 54.Ke2 Kg2 55.Pa1 Le7 56.Pc2 Kg3 57.Pe1 Ld8 58.Pc2 Lf6 59.a3 Er is geen betere zet, want na een koningszet komt de zwarte koning nog dichterbij. 59… Le7 60.b4 Smyslov geeft nog een variant waaruit blijkt, dat 60.a4 ook niet meer helpt. 60… a4 61.Pe1 Lg5 62.Pc2 Lf6 63.Kd3 Kf2 64.Pa1 Ld8 65.Pc2 Lg5 66.b5 Ld8 67.Pb4 Lb6 68.Pc2 La5 69.Pb4 Ke1!!
 

Wit gaf het op!

26. Timman of Euwe?                                               PZC 27-6-2009

Wie was de sterkste schaakspeler uit de Nederlandse geschiedenis? Was het Max Euwe of is het Jan Timman? Euwe was in elk geval in eigen land meer dan dertig jaar van superieure klasse en onverslaanbaar. Daarnaast werd hij wereldkampioen en behoorde hij zeker gedurende twee decennia tot de beste spelers ter wereld. Toch is hij niet altijd naar waarde geschat. Rueben Fine, de beroemde Amerikaanse grootmeester noemde hem in zijn legendarische boek ‘Schaak verovert de wereld’ uit 1946 zelfs de meest onderschatte speler ter wereld. De reden was dat hij zijn overwinning op Aljechin in 1935 waarmee hij de wereldtitel veroverde, slechts te danken gehad zou hebben aan het feit, dat Aljechin vaak dronken was. Zoals Fine al zei en het is ook later o.a. ook door Kasparov bevestigd, won Euwe volkomen verdiend de titel en was het niveau van die match van 1935 zeer hoog. Dat Euwe de ware kampioen was, bleek ook in het supertoernooi van Nottingham van 1936, waar hij schitterend speelde en slechts door een blunder tegen Lasker de eerst plaats aan Capablanca en Botwinnik moest laten. Timman heeft ongetwijfeld meer grote toernooien gewonnen dan Euwe, maar de wereldtitel heeft hij niet kunnen veroveren, als was hij er in 1990 dichtbij. Hij verloor toen een spannende match van Karpov. Timman is ook heel lang de sterkste speler van het westelijk halfrond geweest. Het is dus helemaal nog geen uitgemaakte zaak dat Euwe ook de beste Nederlandse schaker aller tijden was! Er is nog een feit, dat in Timmans voordeel spreekt. Hij is een van de meest inventieve en originele spelers, die het schaakspel heeft gekend. Zie bijvoorbeeld de volgende unieke partij uit zijn kandidatenmatch met Hübner..

Jan Timman - Robert Hübner. Sarajevo 1991.

1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.d4 exd4 4.Pxd4 Lc5 5.Pf5 Timman heeft lak aan de oude regel die zegt, dat je niet twee keer achter elkaar met hetzelfde stuk moet spelen in de opening, tenzij het strikt noodzakelijk is. De meest gangbare zetten zijn 5.Pxc6  en 5.Le3. 5...Df6 6.Pc3 Pge7 7.Pe3 De vierde zet van dit paard. 7...0–0 8.Ld3 Pe5 9.Le2 De manier waarop Timman in deze partij met zijn stukken omgaat is zeer opmerkelijk. Weer een tempoverlies! Of niet? 9...P5g6 10.g3! En nu ook nog verzwakkende pionnenzetten! Kan dit zomaar? Ja, het kan niet alleen, het is nog goed ook. 10...d6 11.h4! Te8 12.h5 Pf8 13.Th4! Ook een manier om je toren te ontwikkelen. Het is beginners niet aan te raden om Timmans zet na te volgen. 13...c6 14.Pa4 Weer een zet met een reeds ontwikkeld stuk. 14...Dd4? Zwart had natuurlijk op e3 moeten slaan. Dan had wit nog maar weinig beter gestaan. 15.Pxc5 Dxc5 16.Pc4! De beslissende zet, de vijfde van dit paard. De zwarte dame komt nu ernstig in het nauw. 16...Td8 17.Le3 Het zou zwart niet misstaan hebben als hij hier de partij reeds opgegeven had. De dame is niet te redden. 17...Db5 18.a4 Da6 19.b4! d5

 

 

20.Pb6!! Dxb6 Zwart  kon het blijkbaar niet verkroppen zo totaal te zijn weggespeeld. Het is pijnlijk om te zien hoe Robert Hübner, die toch bekend staat om zijn grote sportiviteit, doormoddert in een straal verloren partij.  21.Lxb6 axb6 22.exd5 Pf5 23.Tf4 Txd5 24.Ld3 g6 25.hxg6 hxg6 26.Te4 Le6 27.Dd2 Pd4 28.Dc3 c5 29.bxc5 bxc5 30.Lc4 Th5 31.Lxe6 Pfxe6 32.Th4 Tf5 33.Kf1 Tf3 34.Db2 Te8 35.Te1 Te7 36.a5 Td7 37.Kg2 Tf5 38.Teh1 Pg5 39.a6 b5 40.c3 Pdf3 41.Tf4 1-0 Een wonderbaarlijke partij.  

 


 

25. Monas Lisa of Nachtwacht.                                         PZC 20-6-2009 

Welk schilderij is mooier, de Mona Lisa of de Nachtwacht? Het is een onzinnige vraag, die niet te beantwoorden is. Er bestaan immers geen objectieve criteria om de schoonheid van een kunstwerk te vast te stellen. Hetzelfde geldt bij de beoordeling van een schaakpartij, schaakprobleem of eindspelstudie. Een voorbeeld. In de Schachinformator, een Joegoslavische uitgave die in 1966 voor het eerst het licht zag en nu al zijn 103e deel kent, wordt elke keer door een jury bestaande uit tien beroemde grootmeesters de mooiste partij van het voorafgaande deel uitgekozen. Men is nooit unaniem in het oordeel. De een geeft een bepaalde partij een 10, terwijl de ander hem een 1 geeft of hem zelfs helemaal over het hoofd ziet. Hetzelfde gebeurt bij schaakcompositietoernooien. Als een jurylid een oordeel moet vormen, speelt altijd de persoonlijke voorkeur een rol. De uitslag van de wedstrijd heeft niet zelden tot heftige polemieken geleid. Bij het wedstrijdschaak speelt ook het toeval niet zelden een rol. Iemand geeft per ongeluk een toren weg, hij wil de partij al opgeven, maar dan blijkt er toevallig een schitterende combinatie in te zitten. Als hij dan voor de partij een schoonheidsprijs krijgt, zegt hij natuurlijk, dat hij alles van tevoren heeft gezien! Zelfs als men er bijna van overtuigd is, dat hij dan een beetje zit te jokken, zit er niet veel anders op dan hem de prijs toe te kennen. Het gaat immers niet om de persoon, maar om het werk. Soms wordt het toeval echter een handje geholpen door menselijk ingrijpen. Een beroemd geval is de partij die in 1920 werd gespeeld tussen de heren Adams en Torre. In bijna alle schaakleerboeken wordt de partij aangehaald als een van de schitterendste voorbeelden van mat op de onderste rij.

E. Adams – C.Torre. New Orleans, 1920

1.e4 e5 2.Pf3 d6 3.d4 exd4 4.Dxd4 Pc6 5.Lb5 Ld7 6.Lxc6 Lxc6 7.Pc3 Pf6 8.0–0 Le7 9.Pd5 Lxd5 10.exd5 0–0 11.Lg5 c6 12.c4 cxd5 13.cxd5 Te8 14.Tfe1 a5 15.Te2 Tc8 Hier had zwart 15...h6 moeten doen. Nu wordt hij, hoe onwaarschijnlijk het ook klinkt, achter elkaar van het bord gecombineerd. 16.Tae1 Dd7 17.Lxf6 Lxf6 Na  17...gxf6 heeft zwart natuurlijk 'geen stelling meer'. 18.Dg4! Het begin van een geweldig onweer dat over de zwarte stelling zal razen. Zwart kan de dame niet slaan wegens mat 'achter de paaltjes'. 18...Db5 De enige zet die mat of zwaar materiaalverlies voorkomt, maar de redding is het geenszins. 19.Dc4! Briljant. De witte dame staat nu zelfs tweemaal aangevallen, maar is immuun! 19...Dd7 Er is geen betere zet. 20.Dc7!!

 

 

Het fraaie hoogtepunt van de partij, die zo rijk is aan hoogtepunten. 20...Db5 Weer was de witte dame onkwetsbaar. En na 20...Da4 21.b3 Db5 22.a4 Tf8 23.Dxc8!! Dxe2 24.Dxf8+ Kxf8 25.Txe2 staat wit een toren voor. 21.a4 Nu geen damezet, maar een subtiel pionzetje. Zwart heeft geen keus. 21...Dxa4 22.Te4! Uiteindelijk ook nog deze schitterende torenzet. 22...Db5 23.Dxb7!! De slotapotheose. Zwart verliest een volle dame of gaat mat. Hij gaf het op. Een prachtig vuurwerk, dat ontelbaar veel schakers heeft verrukt, maar er kleeft een smet aan. Carlos Torre was een beroemde schaakmeester. Zijn tegenstander Adams was steenrijk, maar begreep van het schaken niet veel. Hoogstwaarschijnlijk wilde Torre zijn  weldoener een plezier doen en heeft hij, misschien samen met Adams, de partij geconstrueerd. Bewezen is het nooit. Het succes was in elk geval overweldigend.
Naspelen