Schaakrubrieken 2009-1

1. Hulp is verboden
2. Superzet van Koen
3. Een gave positiepartij is ook mooi.
4. Bosboom doet het weer!
5. Remises in Corus
6. Rademakers op kop
7. Mattieu Freeke schittert.

8. Superstars uit Terneuzen
9. De Zwarte Leeuw
10. Een pijnlijke ontdekking!
11. Zeeuws kampioenschap 2009
12. Tim Krabbé
13. Leer van Steinitz?
14. Averbach
15. Schaak en de computer
16. Albin Planinc overleden
17.Middelburg Kampioen!
18. Stellwagen en Anand
19. Remise...remise
20. Laatste ronde ZSB
21. Tijdnood
22. Nakamura kampioen.
23. Verliezen went nooit.
24. Matten 6
 

 

24. Matten 6.                                                            PZC 13-6-2009

In het zesde nummer van het literaire schaaktijdschrift Matten staat een zeer interessant interview met de 79-jarige Hans Bouwmeester. De voormalige bondscoach die lange tijd zijn stempel heeft gedrukt op het Nederlandse schaak lucht zijn hart, waarbij heel wat zaken aan de orde komen. Het lijkt erop, dat je beter coach kan zijn van een Nederlands voetbalelftal, dan van een zootje ongeregeld als de topschakers. Er was sprake van een botsing tussen de hardwerkende burgerman Bouwmeester en de antiautoritaire generatie van de jaren zestig en zeventig, ‘de jongens met de grote bek’. Zijn opmerking dat van de huidige 25 grootmeesters, die Nederland kent, alleen Timman een echte grootmeester is, zal misschien niet erg worden gewaardeerd, maar gelijk heeft hij wel. Het interview is een eresaluut aan Bouwmeester, prachtig geschreven door de interviewer Dirk Jan ten Geuzendam. Eigenlijk zou elke schaker, die in de geschiedenis van het spel geïnteresseerd is, dit stuk moeten lezen. Het roept een tijdgeest op, waarvan de naweeën nog regelmatig te zien en te voelen zijn. Matten 6 is zeer de moeite waard, met verrassende, informatieve en grappige artikelen. Een fascinerend stuk over het schaken in Hollywood bijvoorbeeld met Humphrey Bogart en andere grootheden van het celluloid. Wat te denken over de opvatting van Alexandra Besuyen, dat er niets sexier dan een schakende man? Ook de twee artikelen over voormalig wereldkampioenskandidaat Henrique Mecking, grootmeester naast God, mogen er zijn. Jaap Amesz, Terror Jaap, de winnaar van de Gouden Kooi, doet ook zijn zegje. “Ethisch en moreel kan ik mijn gedrag in dat huis ook niet goed praten. Ik wilde winnen en daar ben ik heel ver in gegaan.” Ook niemand minder dan ‘mister Chess’, Hans Böhm komt uitvoerig aan het woord. Hem worden 64 vragen voorgelegd; interessante vragen zoals “Wie is de mooiste vrouw van het schaakcircuit?” en “Waarom hebben zo weinig schakers een rijbewijs?” Andere medewerkers zijn Jan Timman, Peter Boel, Olaf Koens, John Kuipers, Sam Aldridge, Rob van Vuure, Dirk Poldauf (de schaakdromen van een Ossi), Stefan Verwey, Guus Luijters, Jan Kal en Hans Ree. Matten 6 is weer een topnummer. Ter ere van Bouwmeester hier een van zijn aardigste partijen met als slachtoffer Hein Donner, die ‘niet altijd de waarheid sprak’, maar wel ‘een goed karakter had’.

Bouwmeester – Donner, Hoogovens, 1955.

1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 a6 4.La4 Pf6 5.0–0 Le7 6.Te1 b5 7.Lb3 d6 8.c3 0–0 9.h3 Pa5 10.Lc2 c5 11.d4 Dc7 12.Pbd2 Te8 13.Pf1 Pc4 14.d5 Lf8?! Dit schijnt al minder goed te zijn. “Die lui van tegenwoordig kennen 14 zetten theorie en daarna begint het knoeien”, zou Donner gezegd kunnen hebben. 15.g4 h5 Veel te gewaagd. Veiliger was  15...h6. 16.g5 Ph7 17.Kh2 Le7 18.Pg3 g6 19.Tg1 Kh8 20.Pxh5!! Een fraai en sterk offer. 20…Dd7 Na 20…gxh5 21.Ph4 Tg8 22.Dxh5 is de witte aanval ook te sterk. 21.Tg3 Dd8 22.Pf6 Pxf6 23.gxf6 Lxf6 24.b3 Pb6 25.Lh6 Wit heeft zijn pion terug moeten geven, maar blijft in de aanval. 25...De7  Of 25...Kh7 26.Pg5+ Kg8 27.Df3 en zwart houdt het niet.  26.Dd2 Lg7 27.Lg5 Lf6 28.Lh6 Pd7 29.Kg2 Lg7 30.h4 Kh7 31.h5!!

 

 

De aanval komt nog net op tijd. Zwart is niet meer te redden. 31...Pf8  Op  31...Lxh6 volgt 32.hxg6+ fxg6 33.Th1 Dg7 34.Tgh3 enz.  32.Th1 Da7 Een vreemde zet uit wanhoop. 33.hxg6+ fxg6 34.Lxg7+ Kxg7 35.Dh6+ Kf7 36.Pg5+ Ke7 37.Tf3 Zwart gaf het op. Een gevoelige nederlaag van Donner. 

 


 

23. Verliezen went nooit.                                                       PZC 6-6-2009

Verliezen went nooit, schreef Donner ooit en daar zit veel waars in. Na zijn match tegen Ree in 1972 had hij de laatste partij, die de matchnederlaag bezegelde, heel beheerst opgegeven, de tegenstander waardig de hand gedrukt, was daarna naar huis gerend, waar hij zich brullend en krijsend op zijn bed had geworpen en de dekens over zijn hoofd had getrokken! Pas na drie dagen was hij opgestaan, had hij zijn vrouw gekust en de stand van zaken overwogen. Dat was Donner. De Russische speler Dwoiris bonkte in een toernooi in Groningen na een verliespartij met zijn hoofd tot bloedens toe de vloer van de speelzaal. Nimzowitsch sprong eens op een tafel en schreeuwde luid: “Waarom moet ik nu juist van deze idioot verliezen?” Zo erg is het niet altijd, maar een schaker, die durft beweren, dat hij goed tegen zijn verlies kan, is een jokkebrok of een heel slechte schaker. Er zijn zelfs spelers, die dagenlang niet aanspreekbaar zijn na een nederlaag. Het chagrijn druipt er van af. “Waarom ga je niet trompet spelen, postzegels verzamelen of zelfs een boek lezen? Doe tenminste iets waar je plezier aan beleeft!” Veel schakers zullen een dergelijke raad van vrouw of vriend wel eens gehoord hebben! Maar het blijft een zinloze poging om een schaker op het rechte pad te brengen! Eens een schaker, altijd een schaker!

De verwerking van een nederlaag is voor professionele schakers een voorwaarde om verder te kunnen. Meestal wacht immers de volgende dag alweer een nieuwe tegenstander. Dan moet de geestelijke pijn verwerkt zijn om met volle overgave de strijd opnieuw aan te kunnen gaan. Niet altijd lukt het en volgt het ene ongeluk na het andere. Taimanov en Larsen zijn er schaaktechnisch nooit overheen gekomen toen ze in 1971 allebei zes partijen achtereen van Fischer verloren. Koen Leenhouts, onze Zeeuwse schaakmeester, heeft in het afgelopen seizoen in HWP 1 geen last gehad van de naweeën van een nederlaag. Hij moest slechts twee remises toestaan, behaalde de fantastische score van 8 punten uit 9 partijen! Hier een van zijn meesterstukken.

R. van Egmond – K. Leenhouts, KNSB, 2008.
1.c4 Pf6 2.g3 g6 3.Lg2 Lg7 4.Pc3 0–0 5.e4 d6 6.Pge2 Pbd7 7.0–0 c6 8.d3 a6 9.a4 Tb8 10.a5 b5 11.axb6 Dxb6 12.h3 Pc5?! 13.b4! Dxb4 14.Tb1 Dxb1 15.Pxb1 Txb1
Nu is een stelling met ongelijksoortig materiaal ontstaan, een dame tegen een toren plus loper en pion. Rekenkundig gezien staat wit wat beter, maar als de zwarte stukken optimaal samenwerken, kan het heel anders uitpakken. Er zijn talloze voorbeelden bekend waarin de torenpartij aan het langste eind trekt. Alles hangt van de stelling af. 16.d4? Leenhouts: “Dit leek me positioneel niet zo handig. Omdat ik een vrije a-pion heb, is de aanwezigheid van de zwartveldige loper essentieel. Als ik die kan ruilen wordt de hele witte stelling wat wiebelig.” 16...Pb3! 17.Dc2 Pxc1 18.Txc1 Txc1+ 19.Dxc1 Pd7 20.f4 c5 21.dxc5?  Beter 21.d5 Te8 22.Da3 Kf8 met een ongeveer gelijke stelling en een grote kans op remise. 21...Pxc5

De zwarte stukken werken prachtig samen, terwijl de dame geen aanknopingspunten heeft. Het is verbluffend hoe kansloos wit naar een nederlaag wordt gespeeld. De vrijpion op de a-lijn blijkt niet te stuiten. 22.Pc3 Le6 23.Pd5 Lxd5! Natuurlijk! 24.cxd5 a5 25.Db1 Ook 25.e5 helpt niet meer. 25… a4 26.Lf1 a3 27.Lc4 Lb2 28.Kg2 Tb8 Er is geen houden meer aan. 29.e5 Tb4 30.exd6 exd6 31.Df1 Ld4 32.h4 Tb2+ Wit geeft het op.


 

22. Nakamura kampioen.                     PZC 30-5-2009
Hoewel het schaken in de Verenigde Staten nauwelijks publieke belangstelling trekt, is de wedstrijd om het landskampioenschap altijd van aanzienlijke betekenis. De eerste kampioen van het land was Charles Stanley die in 1845 Eugène Rousseau in een tweekamp versloeg. Het kampioenschap kan dus bogen op een lange traditie. Recordhouders wat het aantal titels betreft zijn Reshevsky en Fischer allebei met acht titels. Aan het recente kampioenschap in St. Louis deed een hele trits grootmeesters mee, gelokt door het aanzienlijke prijzengeld. Gata Kamsky was de favoriet, maar hij slaagde er niet in om de titel, die hij eerder in 1991 al eens won, te veroveren. Trotse winnaar was Hikaru Nakamura, de jongste grootmeester van de Verenigde Staten. Vijf jaar geleden pakte hij op 16-jarige leeftijd al de titel. Opvallend dit jaar was dat ook twee vrouwen, Irena Krush (24) en Anna Zatonskih (21), er in geslaagd waren tot de titelstrijd door te dringen. Krush deed het nog redelijk met 3,5 uit 9, maar voor Zatonskih was het duidelijk te zwaar. Zij eindigde met 0,5 punt op de 25e en laatste plaats. Nakamura kwam pas in de laatste ronde alleen aan kop van het klassement door in een ouderwetse hakpartij het nieuwe Amerikaanse talent Josh Friedel van het bord te vegen: Nakamura - Friedel.  1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lc4 Pf6 4.Pg5 d5 5.exd5 Pa5 6.Lb5+ c6 7.dxc6 bxc6 8.Ld3 Le7 9.Pc3 0–0 10.0–0 Tb8 11.h3 c5 12.b3 Tb4 13.Te1 Lb7 14.La3 Tf4 15.g3 Td4 16.Pf3 Txd3 17.cxd3 Dxd3 18.Pxe5 Df5 19.g4 Df4 20.d4 Td8 21.De2 Txd4 22.Lc1 1–0 Nakamura verdiende met zijn titel 40 000 dollar. Dat is natuurlijk geen tennis- of voetbalbedrag, Ronaldo krijgt het voor één trap tegen de bal, maar toch niet onaardig. Kamsky zal niet tevreden zijn geweest met zijn vierde plaats

Dat het kwalitatief met het Amerikaanse schaak niet slecht gaat, bleek vorig jaar toen in Dresden op de olympiade de bronzen medaille werd veroverd, achter Armenië en Israël, maar voor o.a. Rusland, Oekraïne en 97 andere landen. Bovendien staat een aantal jonge en zeer jonge spelers te trappelen om zich bij de top te voegen. De grote tijden van voor de tweede wereldoorlog, toen de Amerikanen vier keer achtereen de olympische titel veroverden, zullen echter niet zo gauw meer terugkeren. Feit is, dat de Amerikanen met Kamsky en Nakamura wel twee spelers in huis hebben, die het de komende tijd de Europese en Aziatische topspelers danig lastig kunnen maken. Nakamura is een speler, die van alle markten thuis is. Het is een originele speler, aalglad in tijdnood en een van de beste snelschaakspelers van de wereld.

Brooks - Nakamura.

1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 e5 6.Pdb5 d6 7.Pd5 Pxd5 8.exd5 Pe7 9.c4 Pg6 10.Ld3 Le7 11.0–0 0–0 12.Lxg6 hxg6 13.Le3 f5 14.f3 b6 15.f4 a6 16.Pc3 exf4 17.Lxf4 Lf6 18.Le3 Ld7 19.Ld4 Tc8 20.Dd3 Dc7 21.Lxf6 Txf6 22.b3 Dc5+ 23.Kh1 b5 24.Tae1 bxc4 25.Dg3 cxb3 26.Pe4 fxe4 27.Txf6 Lf5 28.Txd6 b2 29.Tc6 Txc6 30.dxc6 Dc1 31.Db3+ Kh7 32.Dd1 Dxd1 33.Txd1 e3 34.c7 e2 0–1

 

Oud kampioen Shabalov eindigde op een teleurstellende 14e plaats, maar hij speelde wel een van de aardigste partijen van het toernooi.

Shabalov - Eckert.

1.e4 c5 2.Pf3 e6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 d6 6.Le3 a6 7.g4 Pc6 8.g5 Pd7 9.h4 Pxd4 10.Dxd4 b5 11.0–0–0 Lb7 12.f4 Da5 13.a3 Tc8 14.Kb1 e5 15.fxe5 Pxe5 16.Da7 Dc7 17.Lh3 Ta8 18.Pd5! Db8 19.Dd4 Lxd5 20.Dxd5 Le7 21.h5 0–0 22.g6 Kh8 23.Lf5 Pc4 24.h6!!

 

 

24...Pxe3 25.hxg7+ 1–0 

 


 

21. Tijdnood                                                                     PZC 23-5-2009

David Bronstein dacht in een schaakpartij eens een uur na over zijn eerste zet. Er zal vast nog wel eens iemand langer over de eerste zet hebben nagedacht, maar bij spelers van wereldklasse is het nog steeds een record. Wolfgang Uhlmann, de Duitse grootmeester, dacht tegen Michail Tal eens 1 uur en drie kwartier na over een zet, maar dat was niet de eerste zet. Ongelofelijk was dat Uhlmann bij een volgende gelegenheid tegen dezelfde tegenstander nog eens hetzelfde deed. Hij verloor beide partijen!! Een gevolg van te lang nadenken, meestal ook nog op verkeerde momenten, is natuurlijk dat je in grote tijdnood komt. Dat is een kwaal van alle tijden en van alle categorieën schakers. Zo raakte topgrootmeester Gata Kamsky bij zijn recente optreden in de Grand Prix van Nalchik enkele keren in vliegende tijdnood door veel te lang na te denken in de opening. Hij maakte enkele gruwelijke fouten en verloor kostbare punten. Er zijn spelers, die bijna altijd in tijdnood komen. Het lijkt bij hen een soort verslaving. Reshevsky was een berucht geval. In Nederland is Friso Nijboer de grote tijdnoodspecialist. Het is ongelofelijk hoe onverstoorbaar hij zijn zetten doet met nog enkele seconden op de klok. Heel vaak lukt het hem dan ook nog om de partij te winnen! Het is weliswaar een groot nadeel om zeer weinig bedenktijd over te hebben, maar het is wel een psychologisch voordeel! De ander denkt immers dat het punt hem in de schoot zal vallen en gaat onnauwkeurig spelen. Nijboer en andere specialisten slaan dan onverbiddelijk toe. Soms gebeurt het dat een speler de tijd vergeet. Hij is zo in zijn spel verdiept, dat hij niet meer op de klok kijkt. Dat is heel veel spelers wel eens overkomen. Zelfs wereldkampioen Botwinnik. Hij ging eens in een gewonnen stelling in een partij om het wereldkampioenschap tegen Smyslov door zijn vlag. Van Botwinnik is ook de raad afkomstig, dat je moet zorgen voor de laatste zet voor de tijdcontrole, meestal is dat de 40e zet, nog vijf minuten over te hebben. Er zijn ook spelers die bijna nooit in grote tijdnood komen en zelfs als ze een enkele keer beetje krap in hun tijd komen te zitten nog netjes de zetten weten te noteren. Zo’n speler is Hans Groffen, de teamleider en speler van HWP 1. Een partij van hem.

H. Groffen (HWP) - B.Friesen (Eindhoven).

1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pc3 d5 4.Pf3 Lg7 5.cxd5 Pxd5 6.e4 Pxc3 7.bxc3 0–0 8.Le3 c5 9.Dd2 Da5 10.Tc1 cxd4 11.cxd4 Dxd2+ 12.Lxd2  Meestal speelt men hier 12.Pxd2 en zelfs 12.Kxd2 In beide gevallen moet zwart ook hard werken voor gelijkspel.  12...Pc6 13.Le3  13.d5  13...Td8  14.d5 Pa5 15.Lg5

 

 

15...Ld7 16.Le2  Minder goed is 16.Lxe7 Te8 17.d6 Pc6 enz.  16...Tdc8 17.0–0 e6 18.Ld2 b6 19.La6 Td8 20.Tc7 exd5 21.exd5 Lf5  Beter was zeker 21...Lg4 waarna wit slechts minimaal overwicht heeft.  22.Lxa5 bxa5 23.Te1 Lf6  Niet 23...Txd5?? 24.Lb7 enz.  24.h3 h5 25.h4 Lc8 26.Lc4 Lg4 27.d6 Td7 Zwart heeft hardnekkige pogingen gedaan om het witte overwicht in te dammen, maar is er niet in geslaagd. 28.Txd7 Lxd7 29.Pe5 Lxe5 30.Txe5 30...Tc8 31.Lxf7+ Kxf7 32.Te7+ Kf6 33.Txd7 Tc1+ 34.Kh2 Tc2 35.Txa7 Txa2 36.Kg3 Ta3+ 37.Kf4 Ta4+ 38.Ke3 Ke5  Of 38...Ke6 39.Tg7 en wit heeft gewonnen spel.  39.d7 Te4+ 40.Kf3 Tf4+ 41.Kg3 Tg4+ 42.Kh3 Td4 43.Txa5+ Kf6 44.Ta6+ Kf7 45.Ta7 Kf6 46.Kg3! Grappig. Na een ommetje op de koningsvleugel keert de koning weer terug. Het is uit. 46...Ke7 47.f3 Td2 48.d8D+ Kxd8 49.Ta6 1–0

 


 

20. Laatste ronde ZSB.                                                   PZC 16-5-2009

De nationale en regionale schaakcompetitie is ten einde. Het mooiste cadeau voor de Zeeuwse schaakliefhebbers is natuurlijk het kampioenschap en promotie naar de meesterklasse van het eerste team van HWP. Het is zo langzamerhand een gewoonte geworden dat de Sasse ploeg na een degradatie uit de meesterklasse meteen het verloren terrein weer goedmaakt met een kampioenschap. Het team is veel te sterk voor de eerste klasse. Er bestaat gerechtvaardigde hoop, dat men het ditmaal beter zal doen in de meesterklasse dan voorafgaande keren.. Enkele jonge spelers hebben meer ervaring gekregen met het spelen op topniveau en de iets oudere spelers zijn nog steeds in staat om wie dan ook partij te geven.Voor HWP was het wel een heel succesvolle slotronde, want alle vier de teams wonnen hun wedstrijden! Gunstig voor het algemene beeld van het Zeeuwse schaak in de landelijke competitie is ook, dat geen enkel Zeeuws team degradeerde en Middelburg, de kampioen van Zeeland, de vertrouwde stek in het KNSB- milieu weer inneemt. Dat brengt het totaal op zeven Zeeuwse teams in de KNSB. Een ongekende weelde. In de Zeeuwse hoofdklasse was Middelburg dit jaar een klasse apart. Alle wedstrijden werden gewonnen. De Goese schaakvereniging bestaat volgend jaar 100 jaar. Dat moet een extra stimulans zijn om de Zeeuwse titel in de wacht te slepen en eveneens te promoveren. Erg gemakkelijk zal dat niet zijn, want het vierde team van HWP wil ook hogerop!  De laatste ronde van de Zeeuwse hoofdklassecompetitie werd gemeenschappelijk gespeeld in De Halle in Axel. Het zou eigenlijk een traditie moeten worden, want het is een echte schaakhappening.  Jammer, dat zo weinig mensen de weg naar de schaakwedstrijden weten te vinden. Natuurlijk is schaken het mooist als je het zelf doet, maar een middagje schaakkijken is niet te versmaden. Vooral als de wedstrijden naar het einde lopen voel je de spanning stijgen en zie je de hoofden roder worden en de zenuwtrekjes pregnanter. Boze supporters, die een scheidsrechter of tegenstander uitschelden of molesteren hoef je niet te verwachten. Gewelddadigheden spelen zich doorgaans alleen op het bord af. Vreedzaamheid is troef, hetgeen niet wil zeggen, dat iedereen met een blij gemoed de arena verlaat. Schaken is een harde sport waarbij het verlies van een partij hard kan aankomen. Ook dat zie je en hoor je als je schaakwedstrijden bezoekt.  Een aardige en aparte partij uit de wedstrijd Landau 2 - Goes 2.

Patrick Moens  - Joop Van Ruler

1.b3 e5 2.Lb2 Pc6 3.e3 d6 4.Lb5 Ld7 5.Pf3 Pf6 6.d4 e4 7.Lxc6 Lxc6 8.Pg1 d5 9.c4 Le7 10.Pc3 0–0 De opening is geen succes voor wit. Zwart staat al beter. 11.Dc2 Te8 12.Pge2 b6 13.cxd5 Pxd5! 14.Pxd5 Lxd5 15.0–0 Ld6 16.Tfc1 a6 17.Pg3 Dh4 18.Pf1 Te6 19.g3 Dh3 20.De2 Th6 21.Tc2 21...Lb7 22.Tac1 a5! Met de lastige dreiging La6. Zwart staat gewonnen. 23.f4 Op de duur onvermijdelijk. 23...exf3 24.Df2 Te8 25.Txc7 Wit maakt er nog het beste van. 25...Lxc7 26.Txc7 Le4 27.Pd2 Ld5 28.Pc4 Lxc4 29.bxc4

 

.

 

29...Txe3!! 30.Tc8+ De enige mogelijkheid om de strijd te rekken. 30...Dxc8 31.Dxe3 Te6 Snel won 31...Tf6 32.Kf2 Te6 enz. 32.Dxf3 Tc6 33.c5 bxc5 34.d5 Wordt het toch nog wat? 34...Tg6 35.Dc3 h6! 36.Dxa5 Db8! 37.Dc3 Dd6 38.La3 Dxd5 39.Dxc5 Dxc5+ 40.Lxc5 Tc6 41.Le3 Ta6 Het is beslist. 42.Kg2 Txa2+ 43.Kh3 f5 44.Lg1 g5 45.g4 Ta3+ 46.Kg2 fxg4 47.Lc5 Tb3 48.Ld6 Kf7 49.Le5 Ke6 50.Lg7 h5 51.Ld4 Kf5 52.Lc5 Tb2+ 53.Kg1 Ke4 0–1

 


 

19. Remise .... remise!                                                           PZC 9-5-2009

Al meer dan honderd jaar wordt er geprobeerd om het spelen van remises in toernooien en wedstrijden te bemoeilijken of zelfs te verbieden. Soms werden remises niet meegeteld, of moesten de partijen worden overgespeeld! Het gezeur over de remises steekt de laatste tijd helaas weer de kop op. Het oude regeltje om de spelers te verbieden voor de 30e zet remise overeen te komen, wordt hier en daar ook weer van stal gehaald. Zelfs het idiote idee van de dammers om een ‘positieve remise’ extra te belonen wordt overwogen. Waar komt die afkeer van de remise toch vandaan? Een remise hoort immers bij het spel en het is toch een volkomen natuurlijk resultaat? Het zijn over het algemeen niet de schakers zelf, die zich daar druk om maken, maar de organisatoren en het publiek. Men is geneigd te zeggen: de domme organisatoren en het domme publiek. Bovendien, wat gebeurt er in de geest van schakers, die geen remise mogen spelen? Men kan er voetstoots van uit gaan, dat talloze spelers onmiddellijk met het spel zouden stoppen, als hun dat verboden zou worden of dat ze er voor gestraft zouden worden. “Ik moet toch zeker zelf weten of ik koste wat kost op winst wil spelen, of een gemakkelijke avond wil hebben?” Het zijn niet de regeltjes die maken, dat er soms misschien wat veel remises worden gespeeld, maar de spelers zelf. Bij de Grandprix toernooien die de FIDE nu organiseert, heeft men weer wat anders bedacht. De spelers mogen tijdens de partij absoluut niet met elkaar praten en dus ook geen remise aanbieden! Een remiseaanbod moet lopen via de scheidsrechter. Die beslist of het remiseaanbod gerechtvaardigd is, eventueel na advies van de aangestelde technische adviseur. De grootmeesters worden dus als kleine kinderen behandeld. Niettemin zijn ze akkoord gegaan met deze ongelofelijke betutteling. De enige reden is waarschijnlijk, dat er flink wat geld te verdienen valt in deze toernooien. Heeft het ook succes gehad? Worden er minder remises gespeeld? In Nalchik 2009, het laatste GP- toernooi, in elk geval niet. Het remisepercentage was 61%. Een vergelijking met de kandidatentoernooien uit de tijd dat de grootmeesters van wereldklasse nog als gentlemen werden behandeld, geeft het volgende beeld. Boedapest 1950: 60% remises, Zürich 1953: 57%, Amsterdam 1956: 62%, Bled 1959: 37% en Curaçao 1956: 62%. Als spelers voluit willen spelen, doen ze dat ook. Ook in Nalchik bleek dat weer. Bij het ingaan van de laatste ronde stonden Leko en Aronian samen aan kop. Ze moesten toen toevallig tegen elkaar. Beiden aasden op de eerste prijs en het werd dus een fascinerend gevecht!

Levon  Aronian – Peter Leko. Nalchik 2009.

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pc3 Lb4 4.e3 0–0 5.Ld3 d5 6.Pf3 c5 7.0–0 dxc4 8.Lxc4 Pbd7 9.De2 b6 10.Td1 cxd4 11.exd4 Lxc3 12.bxc3 Lb7 13.Lb3 Dc7 14.c4 Tfe8 15.Lb2 Df4 16.De3 Df5 17.Pe1 b5 18.c5 Pd5 19.Dg3 Pf4 20.Td2 Pf6 21.f3 P6h5 22.Df2 Ld5 23.Lc2 Dg5 24.Kh1 Zwart staat duidelijk beter, maar weet niet goed wat hij moet doen. 24...Lc4 25.g3 Pg6 26.Pg2 Ld5 27.Pe3 Pf6 28.h4! Dh5 29.Pxd5 Pxd5 30.Te1 Ted8 31.Tde2 Tab8 32.Lc1 h6 Of 32...Pc3 33.Lg5 Pxe2 34.Txe2 en om zijn dame te redden moet zwart materiaal afstaan. 33.Kg2 Pc3

34.Te5!


 

34…Pxe5 35.Txe5 f5 36.Lb3 Pd5 37.Txe6 Kh8 38.De1 Pf6 39.De5 Te8 40.c6 Tbc8 41.Dxb5 Dg6 42.h5 Dxh5 43.Lf4 a6 44.Dxa6 Ph7 45.c7 Pg5 46.Txe8+ Dxe8 47.d5 Ta8 48.Dc4 Kh7 49.d6 De1 50.Df1 De8 51.Dd3 Dd7 52.Dc4 De8 53.Lxg5 hxg5 54.Dg8+!! 1-0 

 


 

 

18. Stellwagen en Anand                                                                       PZC 2 mei 2009

Veel schakers hebben tegenwoordig een computerprogramma als trainingsmaatje, soms in combinatie met een schaakdatabase met miljoenen partijen. Heeft dat nut? Thuisgekomen van een avondje schaak op de club kunnen ze in elk geval meteen zien wat ze weer fout hebben gedaan! Dat is niet altijd opwekkend en aanmoedigend! Vooral als het computerprogramma sterker is dan de wereldkampioen! Je dacht een aardige partij gespeeld te hebben en dan blijkt het toch weer een potje krukkenschaak te zijn geweest. Professionele schakers gebruiken de computer vooral om nieuwe ideeën op openingsgebied uit te testen.Vroeger hadden vooral de Russische topspelers daar een heel regiment secondanten voor. Dat is voor een belangrijk deel verleden tijd. Een computer kan alles beter en sneller en heeft het spel ongetwijfeld naar een hoger niveau getild. Kortsjnoi heeft eens gezegd, dat alles wat vergeten is, weer nieuw wordt. Hij doelde daarmee op de openingstheorie. Die is zo omvangrijk geworden, dat het onmogelijk is, zelfs voor de allerbeste spelers, om alles bij te houden. Daarom is geen gek idee om ideeën uit oude tijden, liefst in een nieuw jasje, weer eens als verrassingseffect van stal te halen. Dat gebeurt dan ook met regelmaat, waarbij de computer natuurlijk goede diensten verricht. De partij van deze week is daar een mooi voorbeeld van. De tragische held van het verhaal is Daniël Stellwagen, onze zeer talentvolle jonge grootmeester. Hij probeerde in de Duitse competitie met een zeer spectaculaire maar stokoude variant wereldkampioen Anand beentje te lichten. Het scheelde slechts een haartje of het was hem gelukt. Maar om iemand als Anand op zijn eigen terrein, de combinatie, te verslaan, moet je wel van uitermate goede huize komen. Zo ver is Stellwagen nog niet, maar dat hij kans maakt om de wereldtop binnen te dringen, staat vast. Met een speler, die zulke partijen durft en kan spelen, ziet de toekomst van het Nederlandse schaak er hoopgevend uit. Zijn sterke optreden aan het eerste bord van S.V. Aljechin Solingen bewijst dat eens te meer..

Stellwagen – Anand, Duitsland 2009.

1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 a6 6.Lg5 e6 7.f4 Db6 8.Dd2! Het beruchte pionoffer, dat de laatste tijd uit het nieuws was verdwenen. Iedereen is er blijkbaar een beetje bang voor. Na deze partij zullen de schaakgeleerden met hun computers zich er wel weer eens over buigen. 8….Dxb2 9.Tb1 Da3 10.e5! dxe5 11.fxe5 Pfd7 12.Pe4 h6 13.Lb5! axb5 14.Pxb5 hxg5 Gedwongen. Er ontstaat nu een bijzondere materiaalverhouding. 15.Pxa3 Txa3 16.0–0 Pc6 17.Tb5 Ta4 18.Pxg5 Pdxe5 19.Txe5 Pxe5 20.Dc3 Pc6 21.Txf7 Ta5 22.Txg7 Lc5+ 23.Kh1 Tf8 Hier was 23… Ld4! noodzakelijk. Deze nalatigheid brengt de wereldkampioen in groot gevaar. 24.Dd3 Txa2 25.h4 Ta1+ 26.Kh2 Ld4 27.Dg6+ Kd8 28.Tf7 Txf7 29.Dxf7 Lg1+ 30.Kg3 e5 31.h5 Pd4 32.Df6+ Kc7 33.Dxe5+ Kb6 34.Dd6+ Ka7 35.Dc5+ Kb8 36.Dd6+ Ka8 37.Dd8 Pf5+ 38.Kh3 Kb8

 

 

 

39.Pe6? Jammer, na 39.g4!! was de sensatie waarschijnlijk compleet geweest. Anand had het dan in elk geval zeer moeilijk gekregen. Bijvoorbeeld 39… Ta3+ 40.Kg2 Tg3+ 41. Kh1 Txg4 42.Pe6 en zwart kan stukverlies niet vermijden. 39… Ta3+ 40.Kg4 Ph6+ 41.Kf4 Lh2+ 42.Ke4 Pf7 43.Df8 Pd6+ 44.Kd4 Ka7 45.Pc5 Ta5 46.h6? Te haastig. Na 46… Dd8! zou het nog wel remise geworden zijn. 46… Lg1+ 47.Kd3 Lf5+ 48.Dxf5 Pxf5 49.h7 Ta3+ 50.Pb3 Ld4 51.Ke4 Lh8 52.Kxf5 Ta2 Zwart gaf het op. Een sensationele partij.

 


 

17. Middelburg Kampioen!                                          PZC 24-4-2009

Door een krappe overwinning op Goes heeft Middelburg in de voorlaatste ronde de Zeeuwse schaaktitel behaald en zodoende de promotie naar de landelijke competitie zeker gesteld. Het Middelburgse team degradeerde vorig jaar na een jarenlang verblijf in de KNSB- competitie naar de provincie, maar heeft die misstap meteen weer goed gemaakt. Alle wedstrijden werden tot nu toe gewonnen. Het Middelburgse team heeft een aantal zeer ervaren spelers. Vier van hen zijn een of meerdere keren Zeeuws kampioen geweest en ook de anderen hebben jarenlang in competities en toernooien van allerlei aard gespeeld. Met dit  gebundelde oude talent, aangevuld met enkele jongere krachten, moet men ook volgend jaar stand kunnen houden tegen de concurrentie. Aan uithoudingsvermogen en vechtlust was dit seizoen geen gebrek. Af en toe viel er wel eens een tactische remise, maar dat pakte toch iedere keer heel goed uit. In bijna elke wedstrijd waren er partijen, die bijna tot de laatste pion werden uitgevochten en pas op het eind van de speelduur werden beslist. Voor de Goesenaren zijn de druiven wel wat zuur, ze werden in de achtste ronde zelfs nog door HWP 4, dat enkele oude kanonnen uit de stalling had gehaald, gepasseerd. Toch heeft Goes veel talent in de gelederen. Ongetwijfeld zien we ze komend seizoen weer aan de top van het Zeeuwse schaak terug. De wedstrijd Goes 1- Middelburg 1 was zeer spannend. Na een viertal remises, ongewoon veel in een schaakwedstrijd, nam Goes een voorsprong (3-2), maar uit de drie resterende partijen haalden de hoofdstedelingen 2,5 punten. In deze rubriek de twee winstpartijen van de Middelburgers. De topscorer van het team is oud Zeeuws kampioen Sven Stange. Tegen zijn mooie positionele stijl zijn slechts weinigen bestand.

Sven  Stange- Matthias Luitwieler.

1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pc3 Lg7 4.e4 d6 5.Pf3 Pbd7 6.Le2 0-0 7.Lg5 h6 8.Lh4 c5 9.d5 a6 10.Pd2 e5 11.dxe6 fxe6 12.Dc2 g5 13.Lg3 e5 14.0-0-0 De7 15.Pf1 Pb6 16.Pe3 Wit heeft nu flink voordeel.   16...Le6 17.f3 Ph5 18.Lf2 Pf4 19.Lf1 Lf6 20.g3! Pg6 Na 20...Ph3 21.Le1 raakt  het paard op een dwaalspoor. 21.Le2 Tad8 22.Pcd5 Pxd5 Meer kans om weerstand bood 22...Lxd5 23.exd5 e4!! 24.Pf5 Dh7 25.fxe4 Pe5 enz. 23.exd5 Lf7 24.Pf5 Dd7 25.Pxh6+ Kg7 26.Pf5+ Kg8 27.Ld3 b5 28.Ph6+ Kg7 29.Lf5 Db7 30.Pxf7 Dxf7 31.Le6 Db7 32.Lf5 Pe7 33.Le4 Tb8 34.h4! 34...Th8 35.Dd2 gxh4 36.gxh4 bxc4 37.h5! Kf7 38.Le3 Db4 39.h6! Tbg8 40.h7 Tg3 41.Tdg1 Txg1+ 42.Txg1 Da4 43.Lg5 c3 Wanhoop. 44.bxc3 Da3+ 45.Kd1! Pg8

 

 

46.Lg6+!! Een fraai slot. Veel minder overtuigend was 46.hxg8D+ Txg8 47.Dh2, dat ook wint. Zwart gaf het op.

Ook Maarten Westerweele speelde een heel aardige partij.

Joey van de Braak - Maarten Westerweele

1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 Lb4 4.e5 c5 5.a3 cxd4 Een ‘louche variant’ volgens Westerweele. 6.axb4 dxc3 7.bxc3? Volgens de boekjes is 7.Dd4 beter. 7...Dc7 8.Dd4 Pc6 9.Lb5 Pge7 10.f4 10...0–0 11.Lxc6 Dxc6 12.La3 Te8 13.Pf3 b6 14.Dd3 Dc4 15.Pd4 Ld7 16.Kd2 Tec8 17.Thb1 Pf5 18.Pxf5 exf5 19.g3 Lb5 20.Lb2 Over een slechte loper gesproken! 20...a6 21.Dxc4 Txc4 De tijdnoodfase breekt aan. 22.Te1 Te8 23.Te3 Tc6 24.Tae1 Tce6 25.g4 Th6 Een ‘Rambo-toren’! 26.gxf5 Wordt het toch nog spannend? Nee! 26… Txh2+ 27.Kc1 Tf2! 28.e6 Txf4! 29.exf7+ Kxf7 30.Txe8 Lxe8 31.Te5 h5 32.Txd5 h4 33.c4 h3 34.Td1 Txf5 35.Th1 Th5 36.Ld4 b5 37.c5 h2 38.Lg1 hxg1D+ 39.Txg1 Lc6 40.Kd2 En wit gaf het tegelijkertijd op. Hij is kansloos van het bord gezet.

 


 

16. Albin Planinc overleden.                                     PZC 18-4-2009

Het leven van een schaakmeester gaat niet altijd over rozen, zeker niet als hij van het spel zijn beroep heeft gemaakt. Enkele tragische voorbeelden. Steinitz en Rubinstein eindigden in grote armoede in een psychiatrische inrichting, Spielmann en Kieseritzky stierven de hongerdood. De beroemde Emanuel Lasker, wereldkampioen en vriend van Albert Einstein, overleed in 1941 in Amerika omdat hij te arm was om medische hulp in te roepen en te trots om bij zijn kennissen en vrienden aan te kloppen. Beroepsschaker was een kommervol bestaan, zeker voor hen, die het geluk hadden om oud te worden. Naarmate de jaren voortschrijden neemt de speelsterkte af en ook het inkomen. De huidige grootmeesters zullen niet zo gauw meer van honger omkomen, maar een vetpot is het zeker niet. Vooral niet voor hen, die alleen van het schaken moeten rondkomen en niet tot de wereldtop behoren. Een paar maanden geleden overleed in Ljubljana Albin Planinec. Planinec of Planinc zat dertig jaar in een psychiatrische kliniek. Hij was ook tijdens zijn korte carrière als beroepsschaker altijd al in zichzelf gekeerd, maar het werd op tenslotte zo erg, dat hij moest worden opgenomen.Toen verbood men hem het schaken, het spel waar hij aan verknocht was. Het is niet bekend of dat een blijvend verbod is geweest. Planinec is toen door de schaakgemeenschap aan zijn lot overgelaten en geruisloos uit het openbare leven verdwenen. Op zijn begrafenis, in een massagraf in Ljubljana, was zelfs geen enkele vertegenwoordiger van de Schaakbond aanwezig. Planinec’ schaakcarrière duurde amper tien jaar. Na in een fietsenfabriek te hebben gewerkt, trad hij in 1969 voor het eerst als topschaker op de voorgrond. Zijn bloedstollend schaak deed de mensen naar de toernooizaal in Ljubljana stromen. Iedereen wilde het schaakwonder zien, dat zo plotseling aan het firmament verscheen. Hij werd de lieveling van het schaakpubliek, overal ter wereld waar hij speelde. Maar zijn schaakstijl bleek uiteindelijk niet bestand tegen de harde realiteit van het topschaak. Oogverblindende successen werden gevolgd door smadelijke nederlagen doordat hij altijd het onderste uit de kan wilde hebben. De beroemdste partij, die hij in Nederland speelde, was de volgende:

Donner - Planinec, Hoogovens, 1973.

1.d4 Pf6 2.c4 c5 3.d5 e6 4.Pc3 exd5 5.cxd5 d6 6.Pf3 g6 7.Pd2 Lg7 8.Pc4 0–0 9.Lf4 b6!! 10.Lxd6 Te8 11.Lg3 Pe4 12.Pxe4 Txe4 13.e3 b5 14.Pd6 Tb4 15.Lxb5 Lf8 16.Lc6 La6!!

Wat is een toren, als je de ander mat kunt zetten? 17.Lxa8 Txb2 18.Da4 Df6 19.Tc1 Lxd6 20.f4 Df5 21.e4 Te2+ 22.Kd1 Dh5 0–1 Na de partij heerste algemeen ongeloof, dat zwart dit zomaar had kunnen doen. Toen dat na uitvoerige analyses inderdaad het geval bleek te zijn, was men met stomheid geslagen!

 

Planinec - Najdorf, Hoogovens, 1973.
1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 a6 6.Lg5 Pbd7 7.f4 e6 8.Df3 Le7 9.0–0–0 Dc7 10.Ld3 h6 11.Dh3 Pc5 12.The1 Tg8 13.e5 dxe5 14.fxe5 hxg5 15.exf6 Lxf6 16.Pd5 Dd8 17.Lh7 Th8 18.Pf5 g4 19.Dg3 Kf8 20.Pxf6 1–0
Najdorf is zelden zo vernietigend verslagen!

 

Vaganian - Planinec, Hastings, 1974.
1.d4 Pf6 2.c4 c5 3.Pf3 cxd4 4.Pxd4 e6 5.Pc3 Lb4 6.Pdb5 0–0 7.a3 Lxc3+ 8.Pxc3 d5 9.Lg5 h6 10.Lxf6 Dxf6 11.cxd5 exd5 12.Dxd5? Td8 13.Df3 Db6 14.Td1 Txd1+ 15.Pxd1 Pc6 16.De3 Pd4 17.De8+ Kh7 18.e3 Pc2+ 19.Kd2 Lf5 20.Dxa8 Dd6+ 21.Kc1 Pa1 22.Dxb7 

22…  Dc7+!! met mat of damewinst. Een juweel van een partij, waarin de geest de materie overwint.


 

 

15. Schaak en de computer.                                                   PZC 11-4-2009

De komst van de computer heeft het schaken drastisch veranderd, niet direct op het niveau van de gewone clubspeler, maar vooral aan de top. Het oefenen van openingsvarianten is letterlijk en figuurlijk kinderspel geworden. De huidige topcomputers zijn immers sterker dan wie ook. Zo heeft Rybka 3, de huidige wereldkampioen computerschaak, een rating van 3150. Anand, de menselijke wereldkampioen, 2783 en zijn naaste concurrent Topalov 2812. Het is mede te danken aan de computer, dat we binnenkort een grootmeester van 14 jaar kunnen begroeten, Anish Giri uit Rijswijk. De KNSB heeft de aanvraag ingediend bij de wereldschaakbond en die zal ongetwijfeld worden gehonoreerd. Jonge spelers met talent maken razendsnelle vorderingen dank zij hun elektronische trainingsmaatjes. Natuurlijk is ook internet belangrijk. Men hoeft de deur niet meer uit om sterke tegenstanders te ontmoeten. Wat men op de computer heeft ‘bestudeerd’ kan men meteen in de praktijk brengen. Soms speelt men wel 100 partijen per dag! Dat is natuurlijk met een versneld tempo, maar men kan ook onder gewone tijdcondities spelen. De computer en een gigantische database met schaakpartijen (miljoenen!) maken het sorteren en bekijken van partijen van tegenstanders een kwestie van minuten in plaats van maanden. Ook kan men zelf bedachte varianten testen door de computer tegen zichzelf te laten spelen. Het gevolg is, dat het schaakpeil enorm is gestegen. Nooit eerder werd er beter geschaakt. Dat wil niet zeggen, dat de topschakers het gemakkelijker hebben dan vroeger. Iedereen kan gebruik maken van de moderne elektronica, zodat men nog net zo hard moet werken als toen. Is dit een gunstige ontwikkeling voor het schaakspel? De tijd zal het leren, maar de voortekenen zijn niet helemaal gunstig. Kortsjnoi heeft al gezegd, dat de jongelui van tegenwoordig allemaal op dezelfde mechanische manier schaken als de computer. De verschillen in stijl tussen de topspelers zullen steeds kleiner worden. Dat kan niet anders dan een verarming van het spel betekenen. Voorlopig kunnen we echter nog wel even voort. De inspiratie is nog lang niet dood! De volgende partij van Ivan Sokolov uit de Nederlandse competitie is daar een bijzonder smaakvol voorbeeld van.

Ivan Sokolov – Tom Middelburg. KNSB 2009.

1.d4 d5 2.c4 c6 3.Pf3 Pf6 4.Pc3 dxc4 5.a4 Lf5 6.Ph4 e6 7.Pxf5 exf5 8.e3 Ld6 9.Lxc4 0–0 10.Df3 g6 11.h3 h5 12.g4!! Een sterk pionoffer om lijnen te openen. 12...fxg4 13.hxg4 Pxg4 14.Ld2 Lb4 15.Dg2 Kg7 16.f3 Pf6 17.0–0–0 b5 Zwart trekt ook direct flink van leer. Dat moet ook, want e3-e4 is een vervelende dreiging. 18.La2 c5 19.e4 Th8 Ook 19...cxd4 20.e5 Pg8 21.Pxb5 ziet er niet goed uit voor zwart. 20.e5 Pfd7 21.Thg1 Dreigt 22.Lxf7 met vernietiging. 21...De8 22.Pxb5 Lxd2+ 23.Txd2 cxd4 24.f4 Pb6 25.Tc2 d3 Staat de witte koning nu ook niet erg luchtig? 26.Tc7 Dreigt mat in twee zetten. 26...P8d7 Want 26...d2+ 27.Kd1!! helpt niet. 27.Pd6 Dd8 28.Tc6 d2+ 29.Dxd2 Wit staat gewonnen. 29...Pf8 30.Pf5+ Er leiden al meer wegen naar Rome. 30...Kh7

 

 

31.De2 Dd7 Er is geen redding meer: 31...Pe6 32.Lxe6 fxe6 33.Dxh5+ gxh5 34.Tg7 mat. 32.Dxh5+! gxh5 33.Th6 mat.

Behalve voortreffelijk schaken kan Sokolov, die zich zeer overtuigend voor het toernooi om het wereldkampioenschap plaatste, ook prachtig over schaken schrijven. Zijn boek Winning Chess Middlegames (New in Chess) is een meesterwerk, geschikt voor alle categorieën. 

 


 

14. Joeri Averbach                                                                 PZC 4-4-2009

Het schaakspel heeft een rijke historie, die elke rechtgeaarde liefhebber in zijn hart draagt. Soms hoor je wel eens zeggen: Waarom toch al die aandacht voor dat oude schaak met die spelers uit lang vervlogen tijden? Het is als met muziek. Wat Mozart, Bach en Beethoven zijn voor de muziekliefhebbers, zijn Lasker, Capablanca, Aljechin en Botwinnik c.s. voor de schakers. Daarom in deze rubriek weer eens een beetje historie. Een van de mooiste en belangrijkste schaaktoernooien uit de geschiedenis was het kandidatentoernooi van 1953 in Zwitserland. Dat toernooi heeft tientallen jaren de trend gezet voor het topschaak. Niet alleen op openingsgebied, maar ook wat nieuwe strategieën en het eindspel betreft. Waarschijnlijk is er nooit een ander toernooi gespeeld dat zoveel prachtpartijen heeft opgeleverd. Geen wonder dat er veel over geschreven is. Er verschenen toernooiboeken in vele talen van verschillende beroemde auteurs waarbij het boek van Bronstein nog steeds beschouwd wordt als een van de beste schaakboeken ooit. Het toernooi had vijftien deelnemers waaronder onze landgenoot Max Euwe. Alle topspelers van die tijd waren van de partij, behalve wereldkampioen Botwinnik. De spelers speelden twee keer tegen elkaar hetgeen betekende dat ze in totaal niet minder dan 28 partijen moesten spelen. Dat is wat anders dan een match om het wereldkampioenschap van twaalf partijen zoals nu van de wereldtoppers wordt gevraagd. Van de deelnemers van eertijds zijn er nog vier in leven, Smyslov (88), Averbach (87), Gligoric (86) en Taimanov (83). Ze hebben alle vier tot op hoge leeftijd gespeeld, belangrijke boeken geschreven of hoge bestuurlijke functies vervuld. Joeri Averbach is als schaker de minst bekende. Toch was het een echte topspeler. Hij won belangrijke toernooien, o.a. het kampioenschap van de Sovjet Unie, maar de meeste roem verwierf hij als schrijver van toonaangevende schaakboeken. Vooral zijn eindspelboeken zijn baanbrekend en behoren nog steeds tot de noodzakelijke bagage van iedere topschaker. In het toernooi van 1953 eindigde hij slechts als tiende, maar dat was vooral omdat hij twee keer verloor van de hekkensluiter, de Zweed Stahlberg. Beter was hij op dreef tegen Max Euwe, die hij twee keer versloeg. Zeer bijzonder was de verbluffende eindspeltruc waarmee hij onze landgenoot een partij afnam.

Max Euwe- Joeri Averbach. Zürich 1953.

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pc3 Lb4 4.e3 0–0 5.Ld3 d5 6.Pf3 c5 7.0–0 Pc6 8.a3 Lxc3 9.bxc3 Nooit is een openingsvariant in één toernooi zo uitgemolken als toen deze 'normaalstelling' van het Nimzoindisch. Tegenwoordig zie je hem nog zelden. 9...b6 10.cxd5 exd5 11.Pd2 Le6 12.Lb2 c4 13.Lc2 b5 14.f3 a5 15.Te1 Db6 16.Pf1 b4 17.Dd2 b3 18.Lb1 a4 19.e4 Pe7 20.Pg3 Kh8 21.Te2 Pfg8 22.Ph5 f5 23.Dg5 Tf7 24.exf5 Lxf5 25.Lxf5 Pxf5 26.Tae1 Wit lijkt de wind in de zeilen te hebben. Zwart komt echter met een afgemeten verdediging. 26…Dd8! 27.Dxd8 Txd8 28.Te8 Of 28.Te6 Tdd7 29.Ta6? Tfe7 30.Kf2 Txe1 31.Kxe1 Te7+ 32.Kd2 Pe3 (Stahlberg). 28...Txe8 29.Txe8 Te7 30.Txe7 Pgxe7 31.Kf2 Kg8 32.g4 Pd6 33.Ke3 Pb5 34.f4 Pc8 35.f5 Pcd6 36.Pf4 Hier heeft wit op gespeeld. Zwart lijkt niet beter te hebben dan 36...Pc7, maar er volgt een kapitale verrassing.

 

 

36...Pxa3!! 37.Lxa3 Pb5 38.Lc1 Pxc3 39.Pe2 Pb1!! Vooral niet 39...Pxe2 40.Kxe2 c3 41.Kd1 b2 42.Lxb2 cxb2 43.Kc2 a3 44.g5 Remise. Wit gaf het op. De formidabele vrijpionnen zijn onstuitbaar.

 

 


 

13. Leer van Steinitz?                                                           PZC 28-3-2009
In oude tijden bestond er slechts een manier om een schaakpartij te spelen en dat was aanvallen onder alle omstandigheden. Elke speler probeerde van de beginstelling uit zo snel mogelijk de ander te overrompelen. Daar kwam een beetje verandering in toen Wilhelm Steinitz (1836-1900) op het strijdtoneel verscheen. Hij won, o gruwel,  meer partijen met verdedigen dan met aanvallen! De gedachte, dat het dus ook fout kon zijn om aan te vallen, won niettemin terrein en was de grondslag van wat men later de leer van Steinitz is gaan noemen. Die gaat uit van het principe, dat men met weloverwogen zetten het evenwicht van de beginstelling moet trachten te verstoren en dan pas tot aanvallen moet overgaan. Een aanval van een slechte stelling uit is gedoemd te mislukken en is pas verantwoord als wanhoopsdaad. Als je een partij door een moderne computer laat analyseren, dan kun je van zet tot zet zien of de stelling in evenwicht is. Meestal wordt het met een positief of negatief getal aangegeven. Die leer van Steinitz werkt dus nog door tot in de hypermoderne elektronische apparaten! De zogenaamde leer van Steinitz moet men eigenlijk zeggen, want Steinitz zelf had er bijzonder weinig mee te maken. Het was de onvergetelijke Emanuel Lasker, wereldkampioen van 1894 tot 1921, die de grondslag legde voor het moderne positiespel en dat uit waardering voor zijn voorganger ‘de leer van Steinitz’ noemde. De Australische schaakspeler Cecil Purdy toonde omstreeks 1978 na uitvoerige bestudering van Steinitz’ en Laskers geschriften aan, dat niet Steinitz, maar Lasker de eer verdient de grondlegger te zijn van het moderne schaak! Dat was een min of meer sensationele ontdekking, die in 2005 met een heruitgave van Laskers Leerboek van het Schaakspel zijn bekroning kreeg. Op alle fronten is het schaken en het denken over het spel in beweging.

De huidige schakers van crack tot kruk denken bij het spelen van hun partijen natuurlijk geen moment aan Steinitz of Lasker. Bovendien is het schaken zodanig geëvolueerd, dat vaak slechts met de grootste moeite een relatie te construeren is met hun denkbeelden. Een fraai voorbeeld van modern schaak leverde Friso Nijboer in het Europees kampioenschap in Budva, Montenegro.

Motylev – Nijboer.

1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 d6 6.Lg5 e6 7.Dd2 a6 8.0–0–0 Ld7 9.f4 Geldt hier ook de stelling dat je pas mag aanvallen als je beter staat? Nee! Beide partijen moeten aanvallen  op straffe van een nederlaag. 9...b5 10.Lxf6 gxf6 11.Pxc6 Lxc6 12.De1 Le7 13.Ld3 Db6 14.Kb1 Dc5 15.f5 b4 16.Pe2 a5 17.fxe6 fxe6 18.Pf4 De5 Een dame die onkwetsbaar in het centrum staat is een grote zeldzaamheid. 19.Df2 a4 20.Lc4 Lxe4 21.The1 b3 22.Td4 bxc2+ 23.Kc1 f5 24.Pxe6 a3 25.Texe4 Wit is in verwarring, geen wonder in zo'n stelling. Nodig was 25.b3. Misschien had hij zo zijn huid nog kunnen redden. 25...axb2+ 26.Kxc2 26...b1D+!! 27.Kxb1 Tb8+ 28.Kc1 fxe4 29.Dc2 Tf8? Helaas een kleine smet op de partij. Winnend was 29...Tc8! of 29… Lf6! om op f8 een vluchtveld te hebben.

 

 

30.Da4+? Met 30.Pg7+!! Dxg7 31.Da4+ Kd8 32.Da5+ Ke8 had wit eeuwig schaak kunnen forceren. 30...Kf7 31.Pxf8+ Kxf8 32.Da7 Df4+ 33.Td2 Tc8 34.Dd4 Lf6 35.Dd5 Df1+ Wit gaf het op. Nijboer plaatste zich met de prachtige score van 7,5 uit 11 voor het wereldkampioenschap, net als Ivan Sokolov, die nog een halfje meer had. Loek van Wely en Sergey Tiviakov slaagden daar helaas niet in.


 

12. Tim Krabbé                                                                                     PZC 21-3-2009

Tim Krabbé is een veelzijdig man. Behalve als schrijver van succesvolle romans, waarvan enkele verfilmd zijn, heeft hij ook naam gemaakt als schaker en wielrenner. Hij is een sterke hoofdklasser en speelde o.a. mee in het schaakkampioenschap van Nederland dat in 1967 in Zierikzee werd gespeeld, waar hij toen o.a. Donner versloeg. Over schaken en wielrennen heeft hij veel gepubliceerd. Zijn boek De Renner is een klassieker die nog steeds herdrukt wordt en volgens velen tot een van de beste sportboeken ooit verschenen gerekend mag worden. In 1972 schreef hij een boek over het schaakfenomeen Fischer. Op schaakgebied is hij al hij jarenlang de belangrijkste verzamelaar van curiositeiten ter wereld. Hij schreef er drie boeken over, Schaakkuriosa, Nieuwe Schaakkuriosa en in Chess Curiosities. Veel artikelen publiceerde hij het eerst in het vermaarde Schaakbulletin, dat van 1968 tot 1984 bestond en later in New in Chess Magazine een internationale opvolger kreeg. Ook was hij medewerker van verschillende dagbladen zoals o.a. het Algemeen Dagblad, maar ook van buitenlandse tijdschriften. Zijn website is een goudmijn voor de ware schaakliefhebber. Wat is een schaakcuriositeit? In 1883 werd in Neurenberg de volgende partij gespeeld: 1.e4 e6 2.d4 d5 3.exd5 exd5 4.Pf3 Pf6 5.Ld3 Ld6 6.0–0 0–0 7.c3 c6 8.Lg5 Lg4 9.Pbd2 Pbd7 10.Dc2 Dc7 11.Tfe1 Tfe8 12.h3 Lxf3 13.Pxf3 h6 14.Lxf6 Pxf6 15.Ph4 Txe1+ 16.Txe1 Te8 17.Txe8+ Pxe8 18.Pf5 Lf8 19.De2 Pd6 20.Pxd6 Dxd6 21.De8 De7 22.Dxe7 Lxe7 23.Lf5 Lg5 24.Lc8 Lc1 25.Lxb7 Lxb2 26.Lxc6 Lxc3 27.Lxd5 Lxd4 Remise. Een saaiere partij is er niet. Waarom is de partij zo bijzonder, dat hij 100 jaar later nog eens in een boek vermeld wordt? Wel, de witspeler heette Weiss en de zwartspeler Schwarz! Voor dergelijke toevalligheden heeft Krabbé een fijne neus. Maar dat is slechts een klein onderdeel van zijn werk. Veel belangrijker is zijn zoektocht naar fantastische partijen, problemen en eindspelstudies. Maar steeds staat de schoonheid van het schaakspel voorop. Dat hij daarbij soms wegen bewandelt die de doorsneeschaker het liefst vermijdt, neemt hij op de koop toe. In Nieuwe Schaakkuriosa uit 1977 nam hij zo’n onderwerp bij de kop, de dolle toren. Het was de eerste keer, dat dit zeer ingewikkelde onderwerp zo uitvoerig beschreven werd. Niet zo lang geleden moest Krabbé op zijn website echter toegeven, dat hij er bij nader inzien eigenlijk nog weinig van begreep. Het schaakspel is te ingewikkeld, ook voor hem.

De volgende mysterieuze eindspelstudie van Krabbé uit 1976 toont een glimp van genialiteit.

 

 

Wit speelt en wint.

1.Pe2 h1D+ 2.Lxh1 Ta1+ 3.Kc2 Tc1+ 4.Kd3 Td1+ 5.Ke4 Td4+ 6.Ke5 Td5+ 7.Ke6 Td6+ 8.Kf7 Tf6+ 9.Ke8 Tf8+ 10.Ke7 Te8+ 11.Kd6 Te6+ 12.Kc5 Te5+ 13.Kc4 Te4+ 14.Kc3 Txe3+ 15.Kd4 Td3+ 16.Kc5 Td5+ 17.Kb4 Tb5+ 18.Kc4 Tb4+ 19.Kd3 Td4+ 20.Kc2 Td2+ 21.Kb1 Tb2+ 22.Kc1 Tb1+ 23.Kd2 Td1+ 24.Ke3 Td3+ 25.Kf2 Txf3+ 26.Ke1 Tf1+ 27.Kd2 Td1+ 28.Kc3 Td3+ 29.Kc4 Tc3+ 30.Kd5 Td3+ 31.Kc6 Td6+ 32.Kb5 Tb6+ 33.Kc5 Tb5+ 34.Kd6 Td5+ 35.Ke7 Te5+ 36.Kd7 Krabbé: "En nu zou na 36... Td5+ het tragische karakter van de dolle toren ten volle blijken, door 37.Lxd5 wordt hij dan terechtgesteld met een geweer waarvan hij de loop zelf heeft moeten schoonpoetsen."  De gegeven oplossing laat natuurlijk maar de hoofdvariant zien. Er zijn vele vertakkingen en zijvarianten.


 

11. Zeeuws kampioenschap 2009                                                                       PZC 14-3-2009

Vandaag valt in Middelburg de beslissing in de strijd om het persoonlijk kampioenschap van Zeeland. Het moet al raar gaan als Maarten Rademakers de titel nog zou ontgaan. De kwaliteit van het vertoonde spel laat in het toernooi nogal te wensen over, maar er zijn toch ook uitstekende prestaties te melden. Opvallend en verheugend is het optreden van de secretaris van de Zeeuwse schaakbond en veteraan van het gezelschap Gert van Rij. Hij was tot nu toe de enige, die Rademakers een remise wist te ontfutselen en die mocht daar zijn handen voor dichtknijpen. In de volgende bijzondere en uitstekende partij toont Van Rij zijn kracht en vechtlust.

Joey van de Braak - Gert van Rij.

1.g4 d5 2.Lg2 c6 3.h3 e5 4.e4 Lc5 5.exd5 cxd5 6.De2 Pc6 7.Pf3 Ld6 8.0–0 Pge7 9.d3 Le6 10.c4 f6 11.g5 Dd7 12.Pc3 Lxh3 13.Pxe5 Lxe5 14.Dh5+ g6 15.Dxh3 Dxh3 16.Lxh3 Pb4 17.gxf6 Lxf6 18.Pb5 0–0 19.Lh6 Tfd8 20.Pc7 Tab8 21.Pe6 Te8 22.Lf4 Tbc8 23.Pc7 Wit verovert nu met slim spel de kwaliteit. Zwart heeft echter voldoende tegenspel. 23...Pxd3 24.Pxe8 Txe8 25.Ld6 Pf5 26.Lxf5 gxf5 27.Tad1 Na 27.cxd5 Td8 28.La3 Txd5 29.Tad1 f4 is de stelling zelfs remiseachtig.  27...dxc4 28.b3 Te6 29.La3 b5 Nu staat zwart beter, maar gemakkelijk is het nog steeds niet. 30.bxc4 bxc4 31.Tb1 Ld4 32.Tb8+ Kg7 33.Tc8 Tg6+ 34.Kh2 Pxf2 35.Te1  Of 35.Txc4? Le5+ Mat!  35...Le5+ 36.Txe5 Pg4+ 37.Kh3 Pxe5 38.Lb2 Te6

 

 

39.Txc4?  Een unieke stelling. Na  39.Tc5 Kf6 40.Kg3 verliest zwart het paard, maar houdt nog wel drie pionnen over voor het stuk. Waarschijnlijk draait het dan uit op remise. 39...Kg6 40.Tc7 Pf7 41.Txa7 h5 42.Tb7 f4 43.a4 Te3+ 44.Kh4 Pe5 45.Lxe5 Txe5 46.Tb6+ Kf5 47.Kxh5  Na 47.Tb8 Ke4 48.Tb4+ Kf3 49.Tb2 Ta5 trekt zwart toch nog aan het langste eind. Een partij waar beide spelers trots op kunnen zijn.  47...f3 Wit gaf het op.

Bizar gaat het toe in de volgende partij.

Maarten  Rademakers- Eric van de Wynkele. 2009

1.d4 f5 2.c4 Pf6 3.Pc3 g6 4.h4 Een agressieve zet waar elke speler die deze variant van het Hollands speelt, rekening mee moet houden. 4...h6. 5.h5 g5 6.e4! fxe4 7.Dc2 d5 Nu wordt zwart de offerende partij! Hij komt er slecht mee weg. 8.cxd5 Lf5 9.f3 Lh7 10.fxe4 c6 11.Ld3 Dc7 Zwart staat al heel bedenkelijk. Hij heeft zich totaal laten overspelen. 12.dxc6 Pxc6 13.d5 Eenvoudig 13.Pge2 was nog het beste. Nu krijgt zwart toch nog kansen. 13...Dg3+ Te haastig. Aardige tegenkansen waren er na 13...Pb4 14.Da4+ Pd7 15.Dxb4 Dg3+ 16.Kf1 Dxd3+ 17.Pge2 Lg7 enz. 14.Kf1 Pe5 15.Th3 Dg4 16.Le2 Dc8 17.Pf3 g4?

 

 

Ziet er op het eerste gezicht niet onaardig uit, maar dat is schijn. Nu wordt zwart vakkundig opgeknoopt. Na 17...Pfd7 staat wit natuurlijk ook beter. 18.Pxe5 gxh3 19.Lb5+ Pd7 20.gxh3 Alles wint. 20...Kd8 21.Lxd7 Dc5 22.Lg4 Tg8 23.Da4 b5 24.Dxb5 Dxb5+ 25.Pxb5 Tb8 Na 25...Tc8 26.Pf7+ Ke8 27.Lxc8 gaat de materiaalopruimingsdienst gewoon door. 26.Pc6+ Zwart geeft het op.

Niet alle partijen zijn dus even hoogstaand. Soms was het de moeite niet waard om de stukken op te zetten: A.Vermue - W. Sinke.  1.e4 b6 2.d4 Lb7 3.Pc3 e6 4.Ld3 c5 5.d5 Pf6 6.Lf4 exd5 7.exd5 d6 8.Df3 a6 9.a3 b5 10.b4 Pbd7 11.De2+ De7 12.Pe4 Pxe4 13.Lxe4 Pf6 14.f3 Pxe4 15.fxe4 Df6 Wit gaf het op. Ook de volgende ‘partij’ was bepaald geen hoogstandje.

J. Grochal - A. van Dommelen.  1.e4 c6 2.d4 d5 3.Pc3 e6 4.Pf3 Lb4 5.e5 Pe7 6.Ld3 Pg6 7.h4 h5 8.Lxg6 fxg6 9.Dd3 Da5 10.Dxg6+ Kf8 11.Pg5 Dc7 12.Th3 Th6 13.Tf3+ Kg8 14.De8+ Zwart gaf het op.


 

10. Een pijnlijke ontdekking!                                                   PZC  7-3-2009
De beste manier om de theorie van de openingen onder de knie te krijgen is om het repertoire van een bewonderde speler te bestuderen en zelf toe te passen.
Dat kan echter ook tot grote teleurstellingen leiden; imiteren is verre van gemakkelijk. En spelen zoals je grote voorbeeld met dezelfde kracht en elegantie is bijna onmogelijk. Dat merk je pas als je de wijze lessen waarvan je denkt, dat je die tot in je vezels in je opgenomen hebt, gaat toepassen in partijen met zeer sterke spelers.
Dan blijkt, dat al het geleerde zo met een zuchtje wind het venster uitwaait. De stelling op het bord is niet zoals je die in gedachten had, de stukken staan op andere plaatsen, de subtiliteiten zijn net wat anders en het resultaat is een ijskoude douche, een smadelijke nederlaag!
Dan realiseer je je, dat je nooit en te nimmer in staat zult zijn te spelen zoals die gigant, je grote voorbeeld. Wie denkt door na te apen een Petrosjan of Kasparov te kunnen worden, zal van de koude kermis thuiskomen. Het beste is om een openingsboek te bestuderen en er van te genieten als ware het een gewoon schaakboek. Je pikt er de lekkere hapjes uit en probeert sommige varianten en grappen in de praktijk toe te passen. Voor de gemiddelde clubspeler die gewoon lekker wil spelen, is het geen slecht idee om een ongewone of zelfs bizarre openingszet te proberen.
Bijvoorbeeld 1.b3, de Larsen-Nimzowitsch opening.  Maar 1.b3 is toch een achterlijke openingszet? Er zijn hele volksstammen, die dat denken. Hun meest begrijpelijke contra-attaque is dat je meteen het voordeel van de voorzet weggeeft. Daar is weinig tegenin te brengen. Maar is dat ook erg? Bij New in Chess is een boek met de dwingende titel ‘Play 1.b3!’ verschenen. De schrijver Ilja Odessky is tot nu toe een onbekende naam in schaakboekenschrijversland. Wat mij betreft blijft dat niet zo. Het lijvige boek is met zulk een vuur, deskundigheid en enthousiasme geschreven, biedt zulk een goudmijn aan interessante en in veel gevallen vrijwel onbekende varianten met bijzonder strategische en tactische mogelijkheden, dat het moeilijk is niet door hem meegesleept te worden. Maar pas op! Een goed openingsboek laat ook de zwakke kanten zien van het object van studie. Deze schrijver doet het soms op hartveroverende wijze. Misschien is 1.b3 niet zo goed, geeft hij toe, maar het is zo ontzettend leuk om te spelen!  Bijvoorbeeld het Litus-gambiet, waar u ongetwijfeld nog nooit van gehoord heeft: 1.b3 d5 2.Lb2 Lg4 3.f3 Lh5 4.e4 dxe4 5.De2 exf3?? 6.Db5+ c6 7.Dxh5!! Uit! Dit soort bizarre openingen is bijzonder geschikt voor vluggertjes en internetschaak!! Natuurlijk is 1.b3 ook een serieuze opening. Een veel geroemde partij van een beroemd schaker met deze opening:

B. Larsen - L. Kavalek, Lugano 1970.
1.b3 c5 2.Lb2 Pc6 3.c4 e5 4.g3 d6 5.Lg2 Pge7 6.e3 g6 7.Pe2 Lg7 8.Pbc3 0–0 9.d3 Le6 10.Pd5 Dd7 11.h4 f5 12.Dd2 Tae8 13.h5 b5 14.hxg6 hxg6 15.Pec3 bxc4 16.dxc4 e4 17.0–0–0 Pe5 18.Pf4 Td8 19.Kb1


19… Lf7 20.g4!! Pxg4 21.f3! exf3 22.Lxf3 Pe5 23.Dh2 Lxc4 24.bxc4 Pxf3 25.Dh7+ Kf7 26.Pcd5 Tg8 27.Pxe7 Tb8 28.Ka1 Dxe7 29.Dxg6+ Kf8 30.Pe6+ Dxe6 31.Lxg7+!! Ke7 32.Lf8+ Tbxf8 33.Th7+ 1-0
Odessky toont overtuigend aan, dat zwart in de diagramstelling fraai had kunnen winnen met 19… Lxc4! 20.bxc4 Pxc4 21.De2 Pxb2 22.Kxb2 Da4! 23.Dd2 Tb8+ 24.Ka1 Tb3! B.v.: 25.Pd5 Txc3 26.Pxc3 Dc4 27.Tc1 Pd5!! enz.
De ontluistering van een meesterwerk? Een pijnlijke ontdekking.



9. De Zwarte Leeuw                                                                
 PZC 28-2-2009

Voor een schaker met ambitie is het belangrijk, dat hij een hecht doortimmerd openingsrepertoire heeft. Hij moet op elke openingszet een goed antwoord hebben zodat hij niet in varianten verzeild raakt waar hij niet mee vertrouwd is. Het spaart tijd en zenuwen! Vooral als zwartspeler kan men er eigenlijk niet zonder. Er bestaan legio boeken waaruit men een dergelijk repertoire kan opbouwen. Zelfs kant en klare oplossingen worden te kust en te keur aangeboden. Hoewel er men er veel steun aan kan hebben, is het natuurlijk geen garantie voor succes. Het schaakspel is zo ingewikkeld, dat bij elke zet de verrassingen op de loer liggen. Beroemd of berucht, het hangt er van af, hoe men er tegenaan kijkt, is in dit verband De Zwarte Leeuw. Dat is een openingssyteem voor zwart, dat door amateurs uit Sliedrecht en Dordrecht is ontwikkeld. Aanvankelijk werd het met grote scepsis ontvangen. Is het mogelijk, dat schakers die niet tot de topklasse behoren een deugdelijk systeem tot ontwikkeling kunnen brengen? Die vraag moet zo langzamerhand bevestigend worden beantwoord. Van De Zwarte Leeuw is bij New in Chess de sterk verbeterde en uitgewerkt vierde druk verschenen. Een prachtig boek, een goudmijn voor de echte liefhebber. Er zijn talloze werken van wereldberoemde schakers, die het niet verder brengen dan een eerste druk. Vooral de vasthoudendheid en werklust van de schrijvers Leo Jansen uit Dordrecht en Jerry van Rekom uit Sliedrecht, heeft tot het succes geleid. Wie echter denkt met hun systeem op gemakkelijke wijze successen te kunnen boeken, komt bedrogen uit. Het is voorwaar geen zacht eitje. Er moet wel degelijk flink gestudeerd worden. De schrijvers hebben hun varianten treffende namen gegeven: De Welp, de Leeuwenkuil, de Leeuwenklauw, de Schreeuw van de Leeuw, de Geeuw van de Leeuw en de Leeuwenmuil! Een leeuw lijkt vaak een beetje slaperig dier, maar pas op, hij heeft vreselijke klauwen! Dat laatste is te zien in het volgende spectaculaire fragment.

1.e4 d6 2.d4 Pf6 3.Pc3 Pbd7 Dit is de grondstelling van het systeem. In de meeste varianten speelt zwart e7-e5. 4.Pf3 e5 5.Lc4 Le7 Dit is meteen al een kritieke stelling. Kan wit op f7 offeren of niet? Moet hij misschien eerst op e5 slaan? 6.Lxf7+ Het offer ligt voor de hand, het leidt ook tot materieel voordeel, maar is toch enigszins dubieus. 6...Kxf7 7.Pg5+ Kg8! Een andere speelbare mogelijkheid is het spectaculaire, bizarre maar zeer riskante 7...Kg6! 8.h4 h5 9.f4 maar dat zal toch niet naar ieders smaak zijn.  8.Pe6 De8 9.Pxc7 Dg6 10.Pxa8 Wit kan afzien van het materiële voordeel, maar dan komt hij ook in het nadeel: 10.0–0 Tb8 11.f4 Pxe4 12.P3d5 Ld8 en zwart staat beter. 10...Dxg2 11.Tf1 exd4 12.Dxd4 Pe5 13.f4? Beter is 13.f3 Lh3 14.Df2 Dxf1+ 15.Dxf1 Lxf1 16.Kxf1 Pxf3 17.Le3 Kf7 18.Pc7 a6 met ongeveer  gelijke stelling. 13...Pfg4! 14.Dd5+ Pf7 15.Dc4 Lh4+ 16.Kd1 Le6!! Een mokerslag.

 

 

17.De2 Pf2+ 18.Txf2 Lxf2 19.f5 Dg1+ 20.Kd2 Pe5 21.fxe6 Le1+ 22.Dxe1 Pf3+ 23.Ke2 Pxe1 en zwart staat nagenoeg gewonnen. Heel anders gaat het toe in de volgende variant:

1.e4 d6 2.d4 Pf6 3.Pc3 e5 4.dxe5 dxe5 5.Dxd8+ Kxd8 6.Lc4 Lb4 7.f3 Ke7 8.Pge2 Dit is een totaal ander spelbeeld. Echt iets voor de verstokte positiespeler. In de terminologie van de schrijvers, de Geeuw van de Leeuw! Het zal duidelijk zijn, dat hier sprake is van een stelling met gelijke kansen in een dameloos maar boeiende middenspel.  
 


 

8. Superstars uit Terneuzen                                                                        PZC 21-2-2009
De twee superstars van Terneuzen, Matthieu Freeke en Jan Breukelman spelen dit seizoen weer de sterren van de hemel. Na vijf ronden in de 3e klasse F van de KNSB competitie hebben ze nog alle partijen gewonnen. Tien uit tien aan bord 1 en 2. Is dat ooit vertoond in het Zeeuwse schaak? Het team van de Oost Zeeuwsvlamingen  vaart er wel bij. Met zulke mannen als pinchhitters kan er weinig mis gaan. In de vijfde ronde werd HWP 3 met 6-2 onder de voet gelopen. Na een tegenvallend begin, er werd van De Pion 2 verloren, ligt men nu goed op stoom om voor de bovenste plaats en promotie te kunnen strijden. De overwinning op HWP was volgens goed ingewijde bronnen niet eens geflatteerd, maar misschien denken de Sassenaren er anders over. Om de wedstrijd onder controle te krijgen had men bij HWP een uitgekiende openingsstrategie bedacht. Aan alle borden waar men zwart, had probeerde men in de lijnen van de beruchte Zwarte Leeuw te komen. Dat is een door Sliedrechtse amateurs bedacht systeem, dat tegen elke witte openingszet gespeeld kan worden. Het werd een fiasco, alle zwartpartijen gingen voor HWP verloren. Hoe komt het dat Freeke en Breukelman er zo de wind onder hebben? In de eerste plaats natuurlijk omdat het uitstekende spelers zijn, maar ook omdat ze altijd willen winnen. Ze hebben een voorbeeldige wedstrijdmentaliteit. Natuurlijk speelt daarbij ook hun onderlinge sportieve wedijver mee, als Matthieu wint, wil Jan natuurlijk ook winnen en omgekeerd. Men zou denken, dat je tegen op papier iets mindere tegenstanders altijd zo scherp mogelijk moet spelen. Dat is een foute veronderstelling. Je moet soms spelen als een bliksemschicht, maar soms ook als een langzaam op gang komende bulldozer. Bovendien moet je het eindspel niet schuwen. Breukelman is een speler, die kan combineren als de beste, maar, net als zijn strijdmakker Freeke, ook voor een langdurig eindspel niet uit de weg gaat. Zie de volgende partij.

Jan Breukelman - Walter Tonoli. KNSB, 2009

1.d4 g6 2.Pf3 Lg7 3.g3 d6 4.Lg2 e5? Te vroeg. 5.dxe5 dxe5 6.Dxd8+ Kxd8 7.0–0 f6 Hoe kom je op het idee om een dergelijke zet te spelen? 8.Td1+ Ke8 9.Pc3 Le6? Kost al een pion. 10.Pxe5! c6 11.Pf3 f5 12.Pd4 Lc8 13.e4 Pe7 14.Lg5 h6 15.Lf4 Pa6 16.Ld6 Ld7 17.Lf1 Pc8 18.La3 Pb6 19.e5 Kf7
 

 

20.e6+ Volgens Breukelman was dit slordig. Veel secuurder was het om het paard van b6 los te weken, door middel van het opstomen van de a-pion, dus 20.Ld6 Lf8 21.Lxf8 Thxf8 22.a4, gevolgd door a5 en wit staat erg goed. 20… Lxe6 21.Pxe6 Kxe6 22.Te1+ Kf6 23.Tad1 The8 24.Td6+ Kf7 25.Txe8 Txe8 26.Lxa6 bxa6 27.Txc6 Tc8 28.Txc8 Pxc8 29.Lb4 Pb6 30.b3 Lf8 31.Lxf8 Kxf8 32.Kf1 Ke7 Wit staat een pion voor. Zie hoe wit met ijzeren consequentie dit minimale voordeeltje tot winst verdicht. Ook dat is schaakkunst! 33.Ke2 Kd6 34.Kd3 Pd7 35.f4 Pf6 36.Pd1 Pg4 37.h3 Pf6 38.Pc3 Kc5 39.a3 a5 40.Ke3 a6 41.Pa4+ Kc6 42.Pb2 Ph5 43.Kf3 Kc5 44.g4! Eerst moet aan deze kant orde op zaken worden gesteld. 44… fxg4+ 45.hxg4 Pf6 46.c3 g5 47.a4 Kd5 48.Pc4 gxf4 49.Kxf4 Ke6 50.Pe3 Pd7 51.Pc4 Pf6 52.Pb6 h5 Of 52… Ph7 52.Pa8! Pf6 53.Pc7+ Kd6 54.Kf5!! enz. 53.gxh5 Pxh5+ 54.Ke4 Pg3+ 55.Kd3 Kd6 56.Pc4+ Kc5 57.Pxa5 Pf5 58.b4+ Kb6 59.c4 Kc7 60.Pb3 Kb6 61.Ke4 Pg3+ 62.Kd5 Pe2 63.c5+ Kc7 64.Kc4 Pf4 65.Pd4 Kb7 66.b5 axb5+ 67.axb5 Kc7 68.b6+ Kb7 69.Kb5 Pd5 70.c6+ Kb8 71.Pe6 Pc3+ 72.Ka6 Pe4 73.c7+ Kc8 74.b7+ 1–0
 


7. Mattieu Freeke schittert.                                       PZC 14-2-2009

 

In het schaakspel wemelt het van de aforismen, gezegdes en wijsheden. Van elke beroemde schaker is er wel een bekend. Zo heeft Rudolf Spielmann (1883 - 1942) eens gezegd dat een schaakspeler in de opening een boek is, in het middenspel een kunstenaar en in het eindspel een machine. Het is een leuke spreuk natuurlijk, maar niet meer dan geestige onzin met slechts een kleine kern van waarheid. Wat zou hij gezegd hebben als hij in de huidige computertijd had geleefd? Een goede schaker is een computer? Zeker is, dat een topspeler van vandaag misschien wel zonder boeken kan, maar zeker niet zonder computer. Het kunstzinnige aspect van Spielmann speelt bij de wedstrijdschaker een kleine maar niet onbelangrijke rol. Het spreekt vanzelf, dat men liever wint met mooi spel dan door een blunder. Winnen staat niettemin voorop. In het eindspel is de techniek van allesoverheersende betekenis. Met een beetje fantasie zou men dat met een machine kunnen vergelijken. Capablanca werd in zijn beste tijd niet zonder reden een schaakmachine genoemd. Was dat een compliment of een belediging? Voor een speler die vooruit wil komen is het in elk geval noodzakelijk de techniek niet te vergeten. In zijn pure vorm is die het mooist in het eindspel te zien. De Zeeuwse speler, die dat onderdeel van het spel waarschijnlijk het beste beheerst, is Matthieu Freeke uit Terneuzen, de huidige Zeeuwse kampioen. Maar wie denkt, dat hij misschien in het combinatieve schaak wat minder goed uit de voeten kan, moet dat maar eens aan Rudy van de Wynckele vragen. In de recente wedstrijd tegen HWP 3, door Terneuzen met 6-2 gewonnen, speelde zich aan het eerste bord het volgende drama af.

Rudy van de Wynckele (HWP) - M.Freeke (Terneuzen)

1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lc4 Lc5 4.c3 Pf6 5.d3 Tegenwoordig is dit de meest gangbare zet. Het scherpe 5.d4 wordt bijna niet meer gespeeld. 5...a6 6.Lb3 0–0 7.0–0 La7 8.h3 d6 9.De2 h6 10.Pbd2 Ph5 11.Te1 Pf4 12.Df1 Df6 13.Kh2 Kh8 14.Ld1 Le6 15.Pc4 Zwart heeft alleen nuttige en sterke zetten gedaan. Wit is wat slordig geweest met de opstelling van de stukken. Daar wordt hij streng voor gestraft. 15...Lxf2!! Een mokerslag. Wit is plotseling verloren. Hij verliest minstens twee kostbare pionnen. Hoe bestaat het, na 15 zetten in een ogenschijnlijk eenvoudige stelling. 16.Pfxe5 Met 16.Dxf2 Pxd3 17.De2 Lxc4 18.Tg1 had wit nog wat kunnen aanmodderen in een verloren stelling. In plaats daarvan werpt hij zich door schrik bevangen in het zwaard. 16...dxe5 Wit gaf het op.

Een fraaie en technisch hoogstaande partij speelde Matthieu vorig jaar in de KNSB-competitie.

M. Freeke - W.Maes. 2008.

1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pc3 Lg7 4.e4 d6 5.Pf3 0–0 6.h3 e5 7.dxe5 dxe5 8.Dxd8 Txd8 9.Lg5 Pa6 10.Lxf6 Lxf6 11.Pd5 Td6 12.Tc1 Ld8 13.c5 Te6 14.a3 c6 15.Lxa6 bxa6? Na 15...cxd5 16.Ld3 staat wit slechts weinig beter. 16.Pe3 a5 17.0–0 Tb8 18.Tfd1 Le7 19.Pc4 a4 20.Pcxe5 Txb2 21.Tc4 Kg7 22.Txa4 Tb7 23.Pd3 Lf8 24.e5 Te8 25.Tc1 Td8 26.Pf4 Kg8 27.g4 Te8 28.Kg2 Lh6 29.Tc3 Lg7 30.Td3 Lf8 31.Tc4 Tc7 32.Tdc3 Tb7 33.Td4 Tb5 34.Pd3 Le6 35.a4 Tb7 36.Pb4 Tc7 37.a5 Lg7 38.Td6 Tec8 39.a6! Lf8 Op sublieme wijze is zwart in de tang genomen. Een sterk kwaliteitsoffer bezegelt nu zijn lot. 

 

40.Pd4!! Lxd6 41.cxd6 Td7 42.Pbxc6 Ld5+ 43.Kg3 Kg7 44.f4 f6 45.Tc5 fxe5 46.fxe5 Lg8 47.Tb5 Kf8 48.Tb8! Txb8 49.Pxb8 Td8 50.Pdc6 Txb8 51.Pxb8 Ld5 52.Pd7+ Ke8 53.Pc5 g5 54.e6 h6 55.d7+ 1–0 Positiespel van hoge klasse.
 


 

6. Rademakers op kop.                                                               PZC 7-2-09
In de strijd om het persoonlijk kampioenschap van Zeeland heeft na vier ronden de jonge Maarten Rademakers de leiding. Nadat hij in de eerste twee ronden zijn tegenstanders resoluut van het bord had geveegd, versloeg hij in de derde ronde niemand minder dan de oud-kampioen Sven Stange in een opwindende partij. Stange is echter nog geenszins uitgeschakeld want er zijn nog vier ronden te gaan en zijn achterstand bedraagt slechts een half punt. Hetzelfde geldt voor de oud-kampioen en secretaris van de Zeeuwse schaakbond Gert van Rij, HWP-speler Erik van de Wynckele en de oud-kampioen Michael Wise. Het wordt dus nog een zeer spannende tweede toernooihelft. De vraag is of  de sterke Joey Grochal uit Goes nog terug kan komen. Hij verloor na zware strijd de belangrijke partij van Stange. Dat Rademakers niet onderschat mag worden bleek ook in zijn partij met Gert van Rij in de vierde ronde. In een zeer lange partij van 72 zetten verdedigde hij urenlang met succes een zeer kritieke stelling. Verdedigen kan hij dus ook.


Maarten  Rademakers - Sven Stange.
Zeeuws kampioenschap, 2009.

1.f4 e5 2.e4 d6 3.Pf3 exf4 4.d3 g5 5.h4 g4 6.Pd4 Df6 7.Pb5 Pa6 8.Le2 c6 De witte opening is mislukt, zwart staat beter. 9.Ld2 Aardig bedacht, maar misschien was 9.P5a3 f3 10.gxf3 g3 toch beter, hoewel zwart ook dan wat beter staat. 9...cxb5? Zwart laat een grote kans liggen met 9...f3! 10.gxf3 g3!! Hoe moet wit zich dan redden? Na b.v. 11.Lc3? g2! is het meteen uit. 10.Lc3 Dg6 11.Lxh8 Hebbes! Maar komt de loper er uit? 11...f6 Of 11...h5 12.Dd2 Lh6 13.Da5 en wit staat prima. 12.Pc3 h5 13.Pd5 Dh6 14.Dd2 Met 14.d4! Ld7 15.a4!! had wit de aanval meer kracht kunnen geven. 14… Dxh8 15.Dxf4 Le6 16.0–0 0–0–0 Het is raadselachtig wie er nu beter staat. Zwart  heeft wel een klein materieel voordeel, maar zijn stelling oogt niet prettig. 17.a4! b4 18.c3 f5 19.d4 Lh6 20.Df2 fxe4 21.Lxa6 bxa6 22.Pxb4 De kansen zijn nu wonderbaarlijk genoeg weer ongeveer gelijk. De zwarte koning staat echter slechter dan de witte.

 

 

22...Lc4?? Nodig was 22...d5 met zeer interessante mogelijkheden, waarbij wit zeker niet slechter staat. Zwart moet bijzonder oppassen voor voetangels en klemmen. Bijvoorbeeld: 23.Dg3 Kb7? 24.Pxa6!! Kxa6 25.Dc7 en wit wint!! 23.Df5+ De witte aanval is nu dodelijk. De zwarte koning kan geen beschutting meer vinden. De dame op h8 speelt een trieste rol. 23...Kc7 24.Dxe4 d5 25.De6 Le3+ 26.Kh1 Dh6 27.Tf7+ Kb8 28.Pc6+ Ka8 29.Txa7 Mat. Een krasse nederlaag voor de oud-kampioen.

Rademakers won eerder al de Zeeuwse jeugdtitel. Het zou een unicum zijn als hij ook nog het algemene kampioenschap zou veroveren. Het zal in elk geval nog een hele toer worden om hem van de titel af te houden. Zie hoe hij zijn tegenstanders in de eerste ronden overweldigde.
M.Rademakers - A. van Dommelen.

1.c4 c5 2.Pc3 Pc6 3.g3 b6 4.Lg2 Lb7 5.e3 Pf6 6.Pge2 e5 7.0–0 Le7 8.f4 d6 9.d4 cxd4 10.exd4 exd4 11.Pxd4 Dd7 12.Pf3 0–0 13.b3 Pg4 14.h3 Lf6 15.Dd2 Lxc3 16.Dxc3 Pf6 17.Lb2 Df5 18.Ph4 Dc5+ 19.Kh2 Da5 20.b4 Dh5 21.Tad1 Tad8 22.Td5 Pe5 23.fxe5 Lxd5 24.cxd5 dxe5 25.Lf3 Dh6 26.Pf5 Dg5 27.Pe7+ Kh8 28.Dxe5 Dd2+ 29.Lg2 1–0.

J. van de Braak - M.Rademakers

1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.Lb5 g6 4.c3 Pf6 5.e5 Pd5 6.0–0 Lg7 7.Te1 0–0 8.d3 d6 9.Lxc6 bxc6 10.c4 Pc7 11.Pc3 Lg4 12.exd6 exd6 13.Da4? Lxf3 14.gxf3 Pe6 15.Le3 Dd7 16.Tab1 f5 17.f4 g5 18.Pe2 Tab8 19.Da3 Df7 20.b4 Dh5 21.Da4 Dg4+ 22.Kf1 gxf4 23.Dxc6 f3 0–1


 

5. Remises in Corus.                                                                      PZC 31-2009

Hoewel het remisepercentage niet uitzonderlijk hoog was in de eerste helft van het toernooi vielen de partijen in de hoofdgroep van het Corustoernooi wat tegen. Er lag een zekere matheid over het spel met als gevolg dat er slechts mondjesmaat te genieten was van sprankelend schaak. Daar zijn wel een paar redenen voor aan te wijzen. Allereerst deden de notoire onruststokers Topalov en Shirov niet mee. Daarnaast waren de rauwdouwers Morozevich en Ivanchuk totaal uit vorm. Zij kunnen in normale omstandigheden het vuur bij de andere deelnemers ook aardig aanwakkeren. Carlsen en Aronian kunnen dat eveneens, maar zij lieten te weinig verassende dingen zien. Carlsen speelde zelfs de eerste acht partijen remise. Dat lag zeker niet aan zijn voorbeeldige wedstrijdmentaliteit. Soms echter gaat het niet zoals je graag zou willen. Maar misschien slaat in de laatste vijf ronden alsnog de vlam in de pan en wordt het een toernooi waar nog jaren over zal worden gesproken. Een lichtpunt tot en met de achtste ronde was het optreden van de drie Nederlandse spelers Smeets, Van Wely en Stellwagen. Van Wely is een topspeler, die fantastische prestaties afwisselt met onbegrijpelijke inzinkingen. Ook in dit toernooi was het niet anders. Aanvankelijk werd er gevreesd, dat Stellwagen en Smeets als kop van Jut zouden kunnen dienen. Daar was gelukkig geen sprake van. Ze speelden op voet van gelijkheid met de wereldtop mee. Nederland heeft weer een lichting grootmeesters waar nog veel van verwacht mag worden. Het is te hopen, dat de tijd, dat Nederlandse spelers een abonnement hadden op de rode lantaarn in het Corustoernooi, voorgoed voorbij is. Uit het toernooi een interessante remise!

Stellwagen - Van Wely

1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 a6 De Najdorf-variant waar Van Wely al veel succes mee heeft gehad, behalve tegen Kasparov, die hem keer op keer kansloos liet. 6.Lg5 e6 7.f4 Pbd7 8.De2 De meest gebruikelijke zet is 8.Df3, gevolgd door de lange rokade. Stellwagen heeft de stelling natuurlijk thuis op het bord gehad en nauwkeurig bestudeerd. Van Wely kon daar op rekenen, maar wilde niet wijken voor een thuisanalyse. Dat tekent toch de echte grootmeester. Die loopt niet weg voor een eventuele verrassing. 8...Dc7 9.0–0–0 Le7 10.Pf3 e5 De opmars van de witte pion is anders te gevaarlijk. 11.g4 h6 12.Lxf6 Pxf6 13.f5 b5 De stelling is nu ongeveer gelijk. 14.a3 Tb8 15.h4 Db6 16.Pd2 b4 17.Pc4 Dc5 18.axb4 Dxb4 19.Th3! Lb7 20.g5 Pd7 21.Pa2 Beter 21.Dg2 waarna zwart in moeilijkheden verkeert. 21...Da4 22.Pc3 Db4 23.Pa2 Da4 24.Ta3! Wit wil geen remise. 24...Dc6 25.Pc3 Dc7 26.Pe3 hxg5 27.Pcd5 Dd8 28.Pxe7 Dxe7 29.Pc4 d5 30.exd5 Txh4 31.Tb3 Df6? Zwart had onmiddellijk 31... Kf8 moeten doen. Nu kan wit groot voordeel verwerven.

 

 

32.Pa5? Praktisch winnend was 32.De3!! met de dreiging 33.Da7. Zwart heeft dan geen verweer omdat ook zijn koning in gevaar verkeert. Na 32...Tc8 33.Txb7 Thxc4 34.Lxc4 Txc4 35.b3 Tc5 (35...Th4 36.Tc7) 36.Txd7 kan zwart opgeven. 32...Pc5 33.Tc3 Pe4 34.Tb3 Pc5 35.Tc3 Pe4 36.Tc7 Wit probeert het nog, maar de winst is verkeken. Nu staat zwart eerder beter. 36...Pd6 37.Pxb7 Txb7 38.Txb7 Pxb7 39.d6 Pxd6 Als zwart op winst had willen spelen, had hij 39...Ta4 moeten doen. Bijvoorbeeld 40.d7+ Kd8 41.Kb1 Pd6 Zwart komt dan weliswaar twee pionnen voor, maar zijn koning staat erg slecht. 40.Dxa6 Td4 41.Dc6+ Kf8 42.Da8+ Ke7 43.Da7+ Kf8 ½–½ 

 


 

4. Bosboom doet het weer!                                                                                 PZC 24-01-2009
Het Corus-schaaktoernooi is ieder jaar een gebeurtenis waar de aandacht van de hele internationale schaakwereld naar uitgaat. Natuurlijk staan de drie grootmeestergroepen het meest in de belangstelling. Maar niet alleen de professionals komen naar Wijk aan Zee, ook de ware amateurs. Zij komen bij honderden. Bovendien wordt het toernooi dagelijks door tienduizenden op internet gevolgd.
Veel schaakspelers kijken bij het volgen van een toernooi in de eerste plaats of Manuel Bosboom meedoet. Zijn partijen zijn bijna altijd de moeite meer dan waard. Hij zal het toernooi, de grootmeestergroep C, niet winnen, maar dat hij bizarre en soms onnavolgbare partijen zal spelen, staat vast. Waar Bosboom speelt, gebeurt altijd wat. In de eerste ronde van Het Corus-schaaktoernooi was het meteen raak. Op zeer originele wijze overklaste hij de Engelse speler David Howell. Kijk alleen al eens naar de hoogst originele wijze waarop hij zijn torens in het spel brengt. Die van a8 maakt een reis via, a5 en g5 naar g2 in drie opeen volgende zetten. De andere toren blijft niet achter. Zijn weg gaat via, h7 en h2 naar d2!!

Howell - Bosboom, Corus 2009, 1e ronde.

1.e4 d5 Een van de meest onderschatte zetten van de hele openingstheorie, tenminste door de wereldtop. Maar dat was vroeger. Tegenwoordig schroomt niemand zich meer om dit Scandinavisch te spelen. Het is tot een volkomen speelbare opening geëvolueerd. 2.exd5 Dxd5 In de boekjes kun je lezen, dat je niet te snel met je dame moet spelen. Maar er zijn uitzonderingen en dit is er een. 3.Pc3 Dd6 Deze vrij recente zet is vooral door Sergei Tiviakov in de mode is gekomen, die er veel succes mee boekte. De dame lijkt hier zeer kwetsbaar te staan, maar de praktijk wijst uit, dat het voor wit erg moeilijk is daar profijt uit te trekken. Vroeger speelde men eigenlijk altijd 3… Da5 en soms 3… Dd8.  4.d4 Pf6 5.Ld3 a6 Om het hinderlijke Pb5 uit te schakelen. Het is meteen de laatste verdedigende zet van zwart. 6.Pge2 Lg4 7.f3 Lh5 Deze loper zal nog een belangrijke rol spelen. 8.Lf4 Db6 9.g4 Lg6 De penning op e4 bepaalt het lot van de partij. 10.g5 Wit meent de tegenstander meteen te kunnen overweldigen. Zeer onvoorzichtig. Hij zal er spijt van krijgen. 10...Ph5 11.Le3 e6 12.Pe4 Pc6 13.Dd2 Pb4 14.Lc4 Dc6 15.Lb3 a5 16.a3 Pd5 17.Lf2 a4 18.La2 Pb6 Zwart werkt al met kleine dreigingen, daarmee trouw aan zijn befaamde Bosboom-stijl. 19.Dd3 Le7 20.h4 h6! De strijd woedt op beide fronten. 21.Tg1 hxg5 22.hxg5 Ta5!!  Deze avontuurlijke toren brengt wit kommer en kwel. 23.0–0–0?  Nodig was 23.Dd2 waarmee wit zich voorlopig nog wel met hangen en wurgen staande had kunnen houden  23...Txg5!! Natuurlijk! Zo’n zetje kun je gemakkelijk over het hoofd zien. 24.Th1 Tg2! 25.Le3 Th7! De mysterieuze torenzet van Nimzowitsch, alias Bosboom. 26.Tdg1 Txg1+ 27.Txg1 Lf5 28.c4  Na 28.d5! exd5 29.Pd6+ Dxd6 30.Dxf5 Pf6 staat zwart ook beter.  28...Pf6 29.P2c3 Th3 30.Df1 Kf8 31.Pg5 Th2 Nu neemt deze toren neemt de aanval nu over. 32.Ld2 Dd7 Plotseling staat wit verloren. 33.Th1

 

 

33...Txd2!! De beslissing, de witte stelling stort in elkaar. 34.Th8+  Een wanhopig schaakje. Na  34.Kxd2 Dxd4+ 35.Ke1 De3+ 36.Kd1 Dxg5 kunnen de stukken ook in de doos.  34...Pg8 35.Lb1 Lxg5 Wit hield er mee op.  Een bijzondere partij die eens te meer bewijst, dat het schaakspel voor originele geesten nog springlevend is! 

 


 

3. Een gave positiepartij is ook mooi.                                                          PZC 17-1-2009

Een schaker die succes wil hebben, moet van alle markten thuis zijn. Hij moet scherpe aanvalspartijen niet schuwen, maar ook een eindspel en een gave positiepartij kunnen spelen. Aljechin (1892–1946) vond het zelfs onbetamelijk, als een schaakmeester tegen een minder sterke speler in strijd met de eisen van de stelling, tactisch ging spelen in plaats van voorzichtig en positioneel. Dat is een opvatting van het spel die je nog zelden tegenkomt. Tegenwoordig volgt de meerderheid van de schaakmeester het advies van een Lasker die zei, dat je moest zoeken naar de zet, die de tegenstander het onaangenaamst vindt. Dat hoeft niet altijd de beste zet te zijn! Het grote schaakpubliek ziet liever offerpartijen dan een gave positiepartij of een diepzinnig eindspel. Dat is begrijpelijk, maar toch ook een beetje eigenaardig. Het is te vergelijken met de opvatting, die in de 18e en 19e eeuw in sommige artistieke kringen heerste over de schilderkunst, dat een schilderij vooral enorm van afmeting moest zijn. Niks klein maar fijn, maar groots en meeslepend.  

De volgende partij is daar het tegendeel van. Hij werd kortgeleden gespeeld in het toernooi van Reggio Emilia, dat door de Chinese grootmeester Ni Hua met groot vertoon van macht werd gewonnen. Dreev, de witspeler in de partij, eindigde in de middenmoot. Hij speelde, waarschijnlijk volgens de meerderheid van de schakers, een van de saaiste partijen van het toernooi. Niks geen gewelddadigheden, maar een subtiel en diepzinnig spelletje. Er worden stukken geruild, veel stukken, tot een pionneneindspel ontstaat. Dan blijkt plotseling dat wit gewonnen staat.... Hoe kan dat? Is er iets geheimzinnigs gebeurd? Natuurlijk niet. De analytici zullen zich gaan buigen over de vraag waar het voor zwart mis is gegaan.  

 

A. Dreev - M. Leon Hoyos. 51e  internationaal toernooi, Reggio Emilia, 2008.

1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pc3 d5 4.cxd5 Pxd5 5.Ld2  Een slappe openingszet, die bijna geforceerd tot een eindspel leidt. Door wit ongetwijfeld met voorbedachten rade gespeeld. 5… Lg7 6.e4 Pxc3 7.Lxc3 c5 8.d5 Lxc3+ 9.bxc3 0–0 10.Lc4 e5 11.dxe6 Lxe6 12.Lxe6 fxe6 13.Dxd8! Txd8 14.Pf3 Pc6 15.Ke2 h6 16.Thd1 Kf7 17.h4 Ke7 18.a4 b6 19.Tab1 Tab8 20.Td2 Txd2+ 21.Pxd2 Pa5 22.f4 Tf8 23.g3 e5  Dit zou, achteraf gesproken, wel eens een ernstige zoniet beslissende fout kunnen zijn. Hij maakt het mogelijk voor wit om een vrijpion de forceren.  24.Tf1 Ke6 25.h5!  Warempel een pionoffer. Wit baant de weg voor een vrijpion. Hij heeft gezien, dat de zwarte pionnen op de h-lijn geen gevaar vormen. 25...gxh5 26.f5+ Kf6 27.Th1 Tg8 28.Pf1 Tg5 29.Pe3! Txg3 30.Txh5 Kg7 31.Th1 Kh7 32.Kf2 Tg5 33.Td1 Een tweede gevolg van 25.h5! is, dat de witte toren veel actiever is dan de zwarte. Natuurlijk speelt ook een rol, dat het zwarte paard op a5 buitenspel staat. 33… h5 34.Kf3 Tg7 35.Td6 Dreigt Te6 met winst van pion e5, waarna wit twee verbonden vrijpionnen in het centrum krijgt. 35…h4 36.Pg4 Pc4 Eindelijk gaat dit paard ook meedoen, maar het is te laat. 37.Th6+ Kg8 38.Txh4 Kf8 39.Th8+ Kf7 40.Td8 a6 41.Td7+ Kf8 42.Td8+ Kf7 43.Td5!! Nog een briljante zet. Wit heeft exact uitgerekend, dat het resterende pionneneindspel voor hem gewonnen is.

 

   

 

43…Txg4 Zwart heeft niets beters meer. 44.Kxg4 Pe3+ 45.Kf3 Pxd5 46.exd5 b5 47.axb5 axb5 48.Ke4 c4 49.d6 Kf6 Of 49...Ke8 50.Kxe5 b4 51.Ke6 bxc3 52.d7+ Kd8 53.f6 c2 54.f7 c1D 55.f8D+ Kc7 56.d8D+ en wint. Dat zag wit ook op zijn 43e zet! 50.Kd5 1–0     

 


 

2. Superzet van Koen                                                                   PZC 10-1-2009

Op het kerstschaaktoernooi in Brugge speelde onze Zeeuwse schaakmeester Koen Leenhouts enkele prachtige partijen. Volgens het toernooiverslag speelde hij het mooiste schaak en wie de partijen aandachtig naspeelt, zal dat moeten beamen. Helaas liet hij een fraai gespeelde partij tegen de Armeense speler Hovhanisian in de knock-outfase glippen zodat een topklassering er niet meer in zat. Een score van 6,5 uit 9 in het sterke veld is natuurlijk ook nog zeer verdienstelijk. In deze rubriek twee van Koens partijen. In de eerste veegde hij grootmeester Rosentalis resoluut van het bord. Een andere kwalificatie voor dit huzarenstuk is er niet. In de andere partij verblufte hij vriend en vijand met een magistraal stukoffer. In enkele zetten werd de ogenschijnlijk onneembare vesting, waar wit zich achter had verschanst, in puin gelegd.

Koen Leenhouts – Eduardas Rozentalis. Brugge, 2008

1.e4 Pf6 2.e5 Pd5 3.d4 d6 4.Pf3 g6 5.Lc4 c6 6.exd6 Dxd6 7.0–0 Lg7 8.h3 0–0 9.Te1 a5 10.a3 b5 11.La2 Lb7 12.Pbd2 Pd7 13.c4 bxc4 14.Pxc4 Dc7 15.Lg5 e6 16.Tc1 Tfc8 17.Lh4 Lh6 18.Tc2 c5 Zwart hoopt op tegenspel in de richting van g2. 19.Pce5 Pxe5 20.Pxe5 Pf4 21.Lg3!!

 

 

Deze zet legt zwart op de pijnbank. De dreiging op g2 is een losse flodder. 21...Td8 Of 21...Pxg2 22.Pxf7 Dxf7 23.Lxe6 en zwart kan het schudden. 22.Txc5 Db8 Na  22...Dxc5 23.dxc5 Txd1 24.Txd1 is zwart ook kansloos. 23.Dg4! Txd4 24.Pxf7 Lf8 Er is geen redding meer. 25.Tce5 Kxf7 26.Lxf4 Zwart gaf het op. Wie een grootmeester zo verslaat als Koen hier, kan er wat van!

 

Jan  Vandendriessche – Koen Leenhouts. Brugge, 2008.

1.Pf3 c5 2.g3 Pc6 3.Lg2 g6 4.0–0 Lg7 5.d3 d6 6.e4 e5 7.c3 Pge7 8.a3 0–0 9.b4 h6 10.b5 Pa5 11.c4 f5 12.Pc3 g5 13.Pd2 f4 14.h3 Le6 15.Ta2 Dd7 16.g4 h5 17.f3 Het lijkt erop dat wit de stelling hermetisch afgesloten heeft. Zwart heeft nog een kleine kans om via de h-lijn zaken te doen. 17...Kf7 18.Pd5 Pg6 19.Tf2 Th8 20.Lf1 Th6 21.Pb1 Tah8 22.Th2 b6 23.Pbc3 T8h7 24.Taf2 Dd8 25.Ld2 Dh8 26.Pa4 Pb3!!

 

 

Dit is de bovengenoemde fantastische zet, waarvan de gevolgen nauwelijks te berekenen zijn. De bedoeling is natuurlijk om de dekking door de dame van het pionnenfront op de koningsvleugel te ondermijnen. Maar is dat wel een stuk waard? Zwarts geniale inval blijkt ook de test van een uitvoerige analyse te kunnen doorstaan. Wit kan niet veel anders doen dan het offer aannemen, want een zwart paard op d4 is ook zeer onprettig. 27.gxh5 Meteen op b3 slaan is nog slechter: 27.Dxb3 hxg4 28.fxg4 Lxg4 en de zwarte aanval gaat als een mes door de boter. 27...Txh5 28.Dxb3 Lxh3 29.Lxh3 Misschien was 29.Lc3 iets beter, maar dat zwart voldoende compensatie heeft, is duidelijk Bijvoorbeeld: 29...Lxf1 30.Txh5 Txh5 31.Kxf1 Th1+ 32.Ke2 Dh3 33.Le1 Ph4 en de zwarte aanval lijkt niet te stuiten. 29...Txh3 30.Txh3 Txh3 31.Kf1 Dh5 Het armzalige groepje witte stukken op de damevleugel kan niet meer te hulp komen. Zwart heeft het schitterend gespeeld. 32.Paxb6 Een wanhopig tegenoffer, waar zwart zich niets van aan trekt. 32...Txf3 33.Da4 Dh1+ 34.Ke2 Txf2+ 35.Kxf2 Dh2+ 36.Kf3 Eveneens hopeloos is 36.Ke1 Dg1+ 37.Ke2 axb6 38.Da7+ Kg8 met een onmiskenbare winststelling voor zwart. 36...g4+!! Wit gaf het op. Hij gaat mat in twee zetten. Een geweldige partij van Leenhouts, een juweel! Veel schakers dromen een leven lang van een zet als 26… Pb3, maar bij hen blijft het bij dromen. Het is de mooiste Zeeuwse zet van 2008!

 


 

 

1. Hulp is verboden                                                                  PZC 3-1-2009

Schaken is een individuele sport. Hulp van teamgenoten of anderen tijdens een partij is streng verboden. Dat wil niet zeggen, dat het ook niet af en toe gebeurt. Een wedstrijdleider die zijn vak verstaat, weet dat en kan in zulke gevallen noodzakelijke maatregelen nemen. Vooral als de tijdnood een rol gaat spelen moet hij paraat zijn. Het gebeurt niet zelden, dat een speler zo in zijn spel verdiept is, dat hij de klok vergeet en in razende tijdnood komt. Zijn teamgenoten zouden hem maar wat graag willen toeroepen, dat hij een zet moet doen. Er zijn natuurlijk wel middeltjes om de aandacht van de bewuste speler te trekken, waardoor hij misschien uit zijn trance ontwaakt. Per ongeluk tegen een stoel op lopen, die met een enorme klap omvalt of een kop koffie omstoten. Ook is het in theorie mogelijk om allerlei dingen van tevoren af te spreken om tot een vorm van communicatie met een speler te komen. In de praktijk is daar zelden melding van gemaakt. Bovendien, wie weet het beter dan de speler zelf welke zet hij moet doen? Tegenwoordig zijn er andere middelen om een speler te helpen. Geheimzinnig in het haar verborgen  telecommunicatieapparatuur met een op afstand bediende schaakcomputer bijvoorbeeld. Dat is niet alleen een theoretische mogelijkheid, maar is ook al in zeldzame gevallen toegepast. Met een zakcomputer naar het toilet gaan en daar je stelling opzetten is de simpelste mogelijkheid. Ook daar zijn al spelers op betrapt en voor bestraft! Tijdens de match Topalov – Kramnik van 2006 gonsde het van berichten over bedrog, maar dat was toch meer psychologische oorlogvoering dan werkelijkheid. In Zeeland is het wel eens voorgekomen, dat een speler bij een jeugdkampioenschap werd uitgesloten toen hij betrapt werd op het toilet waar zijn vader hem de beste zetten inseinde! Over het algemeen gaat het hier bij het schaken zeer sportief toe! Twee recente Zeeuwse partijen uit de landelijke competitie.

G. Kamminga –D. Groenendijk. Terneuzen – Spijkenisse (6½ - 1½)

1.b4 d5 2.Lb2 Dd6 3.a3 e5 4.Pf3 Pd7 5.e3 Pgf6 6.c4 c6 7.cxd5 Pxd5 8.Le2 Le7 9.0–0 0–0 10.Pc3 Lf6 11.Pe4 De7 12.Dc2 Te8 13.Pxf6+ Dxf6 14.Tac1 De7 15.b5 c5 16.Db3 P5f6 17.Pg5 Dreigt al 18.Pxf7 Dxf7 19.Lc4 met damewinst. Zwart is overspeeld. 17...Pb6 18.f4 Om de loper van b2 aan het werk te zetten. 18...e4

 

 

19.Txc5!! Dxc5 20.Dxf7+ Kh8 21.Lxf6 Tg8 22.Dh5 1-0 De enige mogelijkheid voor zwart om het mat te verhinderen is Dxg5, maar dat vond hij toch te gortig. Een mooie overwinning van de teamleider van Terneuzen. Kamminga: "Dat werd ook wel eens tijd, want in de vorige drie ronden had ik  een lange rochade (0-0-0) gescoord."

 

Met Landau, dat in de 1e ronde zo schitterend met 7-1 van Erasmus had gewonnen, ging het in de derde ronde minder goed. Met 6-2 werd thuis van De Pion 2 uit Roosendaal verloren. Een spannende partij uit die wedstrijd:

P. Kalisvaart – C.Rens. 1.d4 Pf6 2.Lg5 Pe4 3.h4 c5 4.dxc5 Da5+ 5.Pd2 e5 6.c3 Pxg5 7.hxg5 Dxc5 8.g6 fxg6 9.Pgf3 Le7 10.Db3 d5 11.Pxe5 0–0 12.Pd3 Db6 13.Dxb6 axb6 14.e3 Pc6 15.g3 g5 16.Lg2 Td8 17.Pb3 Lf5 18.Kd2 g4 19.Pd4 Le4 20.Th2 Lf6 21.Lf1 g6 22.Le2 h5 23.Pf4 Pa5 24.Ld3 Lxd4 25.exd4 Pb3+ 26.axb3 Txa1 27.Lxe4 dxe4 28.Pxg6 Tb1 29.Txh5 Td7 30.Pe5 Tg7 31.Pc4 Tf7 32.Tg5+ Tg7 33.Te5 Tf1 34.Ke2 Tb1 35.b4 Tf7 36.Txe4 b5 37.Txg4+ Kf8 38.Pd6 Txb2+ 39.Kd3 Tf3+ 40.Ke4 Txc3 41.Tf4+ Ke7 42.Kd5 Tcc2 43.Tf7+ Kd8 44.Pxb7+ Ke8 45.Pd6+ Kd8 46.Pb7+

 

 

½–½  Wit staat waarschijnlijk gewonnen! (Dit stond niet in de krant!)