Terug                                                 Rokade-aanval                                       PZC 29-10-1998

 

Een belangrijk middel voor aanvalsspelers om de partij te winnen is de rokade-aanval.  De tegenstander heeft zijn koning naar een vleugel in veiligheid gebracht en moet daar met alle beschikbare middelen bestookt worden. Een paar offers om de pionnenstelling voor de koning op te blazen worden gepleegd en klaar is Kees. Een eenvoudig plan, dat als volgt  werkt:

Raymond Keene- Anthony Miles. Hastings 1976-'76.

1. Pf3 Pf6 2. c4 c5 3. Pc3 Pc6 4. e3 e6 5. d4 d5 6. cxd5 Pxd5 7. Ld3 cxd4 8. exd4 Le7 9. 0-0 0-0 Een bekende stelling, die uit verschillende openingen kan ontstaan. Voor ijverige schaakstudenten een noodzakelijk studieobject! Tarrasch schreef er honderd jaar geleden al over. 10. Te1 Pf6 11. Lg5 Pb4 12. Lb1 b6 13. Pe5 Lb7 14. Te3!! Wit brengt zijn toren voor zijn eigen rokadestelling. Volgens sommige deskundigen, moeten torens altijd achter de eigen pionnen staan, in het eindspel, maar ook in het middenspel. Maar regels zijn regels en schaak is schaak (Matanovic!).

14… g6 15. Tg3 Tc8 16. Lh6 Te8 17. a3 Pc6

 

 

18. Pxg6!! hxg6 19. Lxg6!! fxg6 20. Db1!! Deze zet is de pointe van de offeraanval en verdient twee uitroeptekens. Keene, in zijn onuitsprekelijke bescheidenheid, beperkt zich in zijn boek ‘Becoming a Grandmaster’ slechts tot een. Lodewijk Prins, thans de oudste Nederlandse grootmeester, vond uitroeptekens een teken van onvolwassen gedrag. In zijn bijzonder aardige boekje ‘Vijf schaakreuzen voor het Wereldvenster’ uit 1948, komt geen enkel uitroepteken voor. 20. ... Pe5 21. dxe5 Pe4 22. Pxe4 Kh7 23. Pf6+ Lxf6 24. Dxg6+ Kh8 25. Lg7+ Lxg7 26. Dxg7

Mat! Een prachtige en zeer leerzame partij.

 

In die tijd leefden Miles en Keene nog niet op voet van oorlog met elkaar, al zou je dat gezien bovenstaande partij niet zeggen. Miles was de eerste Engelsman, die de grootmeestertitel verwierf en daarmee een aanzienlijke door een bankier beschikbaar gestelde premie verdiende. De afgunst van de andere Engelsen schakers moet groot zijn geweest. Tegenwoordig wordt het Verenigd Koninkrijk overspoeld door grootmeesters. In het jongste landskampioenschap in Torquay was Miles ook weer van de partij. Nigel Short won de titel, hoewel hij de onderlinge partij van Miles verloor. Miles en Short zijn niet bepaald dikke vrienden. Op een uitlating van de journalist Michael Pein, dat ze niet ‘on speaking terms’ zijn, reageert Miles in het recente nummer van New in Chess,  met: ‘Onjuist. Ik zei pas nog in Moskou 1994 goedemorgen tegen Gump. Omdat hij niet bekend staat als een vlotte spreker, neem ik aan, dat hij nog steeds nadenkt over een geestig weerwoord.’ In de recente olympiade in Elista maakten ze beiden deel uit van de Engelse ploeg. Zou Short dat geestige weerwoord gevonden hebben? Short werd dus kampioen, maar het kostte wel moeite. Slechts in een barrage wist hij Matthew Sadler er onder te krijgen. Men moet Short een compliment maken, dat hij meedeed. De topgrootmeesters mijden tegenwoordig kleinere toernooien om geen Elo punten te verliezen. De lafaards!


Terug naar de rokade. Bij een tegengestelde rokade, wit lang en zwart kort, is de noodzaak om met man en macht aan te vallen nog groter. Beide partijen zijn dan aanvaller en aangevallene tegelijk. Een dergelijke gang van zaken doet zich bijvoorbeeld voor in de drakenvariant van het Siciliaans.

Dave Tebb-Chris Ward. Brits kampioenschap, Torquay, 1998.

De partij kreeg de schoonheidsprijs. Een reden dus om de partij met bijzondere aandacht te volgen.

1. e4 c5 2. Pf3 d6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 g6 6. Le3 Lg7 7. f3 Pc6 8. Dd2 0-0 9. 0-0-0 Alles al duizenden malen gespeeld. De tafel voor een smakelijk gerecht staat gedekt. 9…. Pxd4 10. Lxd4 Le6 Over deze opening is al zoveel geschreven, dat men steeds meer rekening moet houden met wat Kortsjnoi ooit zei: Alles wat vergeten is, is nieuw. 11. Kb1 Dc7 12. Lb5 Een zet, die door Nijboer is bedacht. Een beetje koddig ziet hij er wel uit. Zwart krijgt een paar tempi cadeau in een opening, waarin snelheid en accuratesse van levensbelang zijn. Toch is de zet zo gek nog niet. Op b3 heeft de loper ook een taak. 12…. a6 13. La4 b5 14. Lb3 b4! Veel beter dan 14… Lc4 wat Roobol speelde tegen Nijboer in 1997. 15. Pd5 Lxd5 16. exd5 Tfb8! Het begin van een uiterst scherpzinnige reeks zetten. De bedoeling is Tb5 en a5. 17. La4 Pxd5!! Twee uitroeptekens, ondanks Lodewijk Prins. 18. Lxg7 Pb6 De eerste pointe van zwarts rit langs de afgrond. 19. Dh6 Volgens Speelman in New in Chess Magazine de beslissende fout. Hij geeft in enkele lange varianten aan, dat 19.Lh6 Pxa4 20.Dd4 tot remise had moeten leiden. 19… Pxa4 20. Td4  Met de afschuwelijke dreiging Th4. Zwart moet nu doortasten. Een gemakkelijk keuze. 20… Pc3+ 21. Ka1  Ook gedwongen. Slaan op c3 leidt tot een dodelijk aanval langs de b-lijn en de onderste rij. 21… Da5 22. bxc3 Wit, ook niet voor een kleintje vervaard, neemt de handschoen op. Na 22.a3 bxa3 23.b3 Dh5! (Speelman) heeft zwart ook goede kansen.

 

22. ... b3! De zwarte aanval raast voort. Wit doet nu voortdurend gedwongen zetten. 23. cxb3 Dxc3+ 24. Kb1 Txb3+!
Vooruit maar, een toren kan er ook nog wel af. Zwart doet natuurlijk ook geen keus, dus zo bijzonder is het niet als hij nog wat extra materiaal offert. Het grote denkwerk is tussen de 18e en 22e de zet gedaan.
25. axb3 Dxb3+ 26. Kc1 Tc8+ 27. Kd2 Tc2+ 28. Ke1 Zwart staat nu een toren en een loper achter en het lijkt niet eenvoudig om de aanval voort te zetten. Speelman testte de stelling op een paar computers. Hiarcs was er snel uit, de door velen overschatte Fritz deed er aanzienlijk langer over.
28…. De6+!! 29. Te4 Da2 De verdubbeling op de tweede rij maakt nu een einde aan de strijd. 30. Kf1 Tf2+ 31. Ke1 Txg2 32. Dc1 Df2+ 33. Kd1 Dxf3+
Wit gaf het op.
Een prachtige partij. Niettemin krijgt Donners uitspraak, dat het schaken een gelukspel is, ook door zulke glinsterende parels niet minder gewicht. Schoonheidprijzen worden alleen gewonnen, als, behalve de tegenstander, ook het toeval een beetje helpt!

De twee bovenstaande partijen geven een mooi beeld van een geslaagde rokade-aanval. Men krijgt wel de indruk, dat het zo gemakkelijk niet is als in de inleiding werd gesuggereerd.  En dat is juist. ‘De rokade-aanval is een uiterst moeilijke operatie, die een volledige beheersing van alle registers van de schaaktactiek vereist.’ Aldus Vladimir Vukovic in 1961 in  Der Rochade-Angriff, het beste boek, dat ooit over de materie is geschreven. Het werk is om onbegrijpelijke redenen nooit herdrukt en ook antiquarisch een zeldzaam object. Wie er desondanks de hand op weet te leggen, is een gelukkig mens.