Retour                              Akelig schaakje.                                                         PZC 29-12-2000

 

Ook grote meesters kunnen blunders maken. Niet alleen achter het schaakbord, maar ook achter de schrijfmachine. Wijlen Alexander Kotov schreef een aantal veelgeroemde boeken, waarvan het ‘Denken als een grootmeester’ het bekendste is. Maar hij sloeg wel heel erg de plank mis toen hij schreef: “Bij het analyseren van gecompliceerde stellingen moet men elke vertakking, elke variant,  slechts één keer berekenen, niet meer.” Als alle schakers die raad zouden opvolgen, zou het aantal blunderpartijen zienderogen toenemen. Elke schaker weet immers, dat hij rekenfouten kan maken en dat het van het allerhoogste belang is, dat men voortdurend zijn berekeningen controleert en verbetert. Hoe is het mogelijk, dat een topschaker als Kotov zulke onzin kan neerschrijven? Kotov beschouwde controle van de berekeningen als een gebrek aan zelfvertrouwen! Je moet zo precies rekenen, dat een controle niet nodig is!

Als het schaken zo gemakkelijk was! Het is natuurlijk nodig om zo efficiënt mogelijk met de bedenktijd om te gaan en niet steeds hetzelfde na te rekenen, maar dat betekent nog niet, dat men maar blind voort moet stormen. Niemand is veilig voor zijn eigen tekortkomingen.  Er zijn zelfs spelers, die er zo zeker zijn dat ze iets verkeerd gaan doen, dat ze, als de spanning stijgt, geen zet meer uit hun vingers krijgen. Het grote voorbeeld daarvan is nog altijd de Duitse grootmeester Sämisch, die ooit in een toernooi al zijn partijen (15) door tijdsoverschrijding verloor.

Uit de Zeeuwse competitie een bijzonder aardige partij, waarbij een  rekenfout de basis vormt voor de overwinning! Want dat kan ook!

A. Arendse (Landau, Axel) – J. Dekker (Terneuzen)

1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 e5 Weer erg populair in Zeeland en omstreken. Zwart geeft niet om verzwakkingen op de d-lijn, maar ontwikkelt zijn stukken zo snel mogelijk. 5.Pb5 a6 6.Pd6+ Lxd6 7.Dxd6 Df6 8.Dd1 Dg6 9.Pc3 d5! 10.Dxd5

Zeer gevaarlijk. Alleen speelbaar voor verdedigers van het kaliber Lasker of Kortsjnoi. Na 10.Pxd5 Dxe4+ 11.Pe3 Pf6 12.Ld3 Db4+ 13.c3 De7 14.0–0 0–0 staat zwart ook uitstekend en 10.exd5 Pb4 11.Ld3 Pxd3+ 12.Dxd3 Dxd3 13.cxd3 Lf5 14.0–0 0–0–0  is ongeveer gelijk. 10...Le6 11.Dd1 Of 11.Dd3 Pb4 12.De2 Td8 13.h3 Lc4!! 14.Dxc4 Pxc2+ 15.Ke2 Pxa1 16.Le3 Pe7 17.Dc5 De6 18.f3 Pb3!! 19.Db4 Pd4+ en zwart won ( Fresse-Richter,1990).11...Td8 12.Ld2 Pge7 13.f3

Hier komt 13.h4! in aanmerking, maar de gespeelde zet heeft ook zijn voordelen. 13...0–0 14.Kf2 f5 15.Ld3 Pd4Goede kansen biedt 15...Pb4, maar dan zou deze partij waarschijnlijk niet in de krant zijn gekomen. 16.Te1 f4! Min of meer gedwongen, anders krijgt wit het steunpunt e4 in handen, waarna hij een vesting  kan opbouwen. De witte koning staat toch veiliger, dan op het eerste gezicht lijkt. 17.Pe2 Pec6 18.Pxd4 Pxd4 19.Lc3 Zwart tovert nu een combinatie op het bord. En wit schrikt zich een hoedje. Schaken is emotie, bluf en overmoed.

 

 

19...Pxf3!!? Zeer verrassend en het ziet er ook nog prachtig uit. Helaas kleeft er een vlekje aan de combinatie. 20.gxf3

Fout is 20.Dxf3 Lg4 en de witte dame kan in de doos. Hetzelfde is het geval na 20.Kxf3 Lg4+.20...Lh3 21.Tg1?? Wit laat zich beetnemen. Je koelbloedigheid bewaren als je verrast wordt, is erg moeilijk. Met 21.Te2!! kon wit de matdreiging en andere ongemakken pareren. De witte koning krijgt dan een vluchtveld op e1. B.v.: 21...Dg2+ 22.Ke1 Dxf3 23.Tf2 Dh1+ 24.Kd2 Dxe4 25.De1 en wit zal aan het langste eind trekken. 21...Db6+!! Dit buitengewoon akelige schaakje heeft wit natuurlijk overzien. Geen wonder, ook grote schakers hebben de zijdelingse zwenkingen van de dame wel eens over het hoofd gezien. Hier is het een donderslag, die de partij meteen uitmaakt. Op 22.Ke2, om Tg1 te dekken, volgt 22...De3 mat!! Wit geeft het op. Een amusante en verrassende partij. De winnaar van de partij hartelijk dank voor het toezenden van de partij.

De zwarte dame vervulde hier dus een hoofdrol.

 

De problemisten weten ook wel raad met zo’n gegeven.

Zie het probleem van H. Bincer uit 1932, voor het eerst gepubliceerd in ’Die Schwalbe’ (De Zwaluw), een Duits probleemblad.

 

 

Het zwaluwmotief komt hier volledig tot zijn recht. Het is een demonstratie  van de geweldige kracht van de dame. Als een zwaluw scheert zij over het bord.

1.Db1! Dreigt mat op b7. 1...Lb2 Dit is de belangrijkste mogelijkheid om de dreiging te pareren. Op1...Tb3 volgt 2.Dxb3+ Ke4 3.Pxd4+ Kxd4 4.Dc4 mat. 2.Dh7!! De zwaluw keert terug, maar gaat een stapje verder op de diagonaal. Opnieuw dreigt hetzelfde mat. 2...Tb3 3.Dc2! Tc3 Of 3...Lc3 4.Dxg2 mat.4.Df5 mat.  De dame heeft vier zetten op dezelfde diagonaal gedaan. Prachtig!