|
Retour Zeeuwse
pionoffers PZC 28-5-1999 Misschien is de nietigheid van een pion er mede de oorzaak van, dat op topniveau bij het dammen veel meer partijen in remise eindigen dan bij het schaken. Het kleinste offer bij het dammen, een damsteen (stuk), is veel meer waard dan een pion bij het schaken en daarom riskanter. Meestal vinden pionoffers in de openingsfase van de partij plaats, maar soms ook in het middenspel en een enkele keer in het eindspel. Er bestaat een grote verscheidenheid in doel en aard van het pionoffer. Het kan zijn om een ontwikkelingsvoorsprong te verkrijgen, om de samenwerking van de oppositionele stukken te ontregelen, om de pionnenstelling van de tegenstander te verzwakken, om de vijandelijke koningsstelling op te blazen of om (in het eindspel) een doorbraak te forceren. In de volgende partij uit het recente Zeeuws kampioenschap zijn ook pionoffers aan de orde. Eerst een door zwart, daarna een door wit. Sjaak Steijn-
Paul van Rooijen. Goes,1999.
24. Dg3?
Een begrijpelijke zet, maar met 24.Da1! had hij de stelling
veel beter onder controle kunnen houden. Zwart moet dan
rekening houden met Te2, gevolgd door e4-e5 en een
kwaliteitsoffer op e5. Dat zou zwart voor flinke problemen
hebben gesteld. 24… Dxa5 25. e5 f5!
Zwart probeert met succes de stelling gesloten te houden.
Waarschijnlijk heeft wit deze zet overzien of onderschat.
Fout zou zijn geweest. 25… gxf5 26.f5 of 25… exf5 26.d6+,
waarna de witte aanval inderdaad zeer sterk zou zijn
geworden.
26. Dg5 Dd8!
D zwarte dame zwenkt bliksemsnel naar de bedreigde
koningsstelling.
27. g4 Df8!
Het aannemen van een pionoffer in een opening die men niet goed kent, is zeer gevaarlijk. Dat ondervond ook Koen Leenhouts in zijn partij met Hendrik Jan Meijer uit het Zeeuws kampioenschap. Hendrik Jan Meijer- Koen Leenhouts. Goes,1999. 1. f4 e5 Froms gambiet. Riskant, vooral als men het niet goed kent. Hoe je 1.f4 ook kunt bestrijden liet een zekere Kasparov als 13-jarige al zien: 1… d5 2.Pf3 Pf6 3.e3 Lg4 4.b3 Pbd7 5.Lb2 c6 6.Le2 Dc7 7.0-0 Lxf3 8.Lxf3 e5 (Romanisjin- Kasparov, 1976) 2. fxe5 d6 3. exd6 Lxd6 4. Pf3 g5 De meest gespeelde, de riskantste en volgens velen de minst succesvolle voortzetting. Kansrijker volgens de statistieken zijn 4.Pc6 en 4.Pf6. 5. d4 g4 6. Pg5 f5 7. e4 h6 8. e5 Le7 9. Ph3 Zo staat het nog allemaal in de boekjes. Zwarts volgende zet blijkt geen verbetering. Slaan op h3 is voor zwart de enige redelijke voortzetting, hoewel wit na 9… gxh3 10.Dh5+ Kf8 11.Lc4 De8 12.Dxh3 met twee pionnen voor het stuk onbekommerd ten aanval kan trekken. 9… Lg5? 10. Pf4 Lxf4 11. Lxf4 Pe7 12. Pc3 Pg6 13. Dd2! Pc6 14. Lb5 a6 15. Lxc6+ bxc6 16. 0-0-0! De zwarte stelling is nu onverdedigbaar. Wit heeft de partij sterk en overtuigend gespeeld. 16… Le6 17. Lxh6 De7
18. d5! cxd5 19. Pxd5 Lxd5 20. Dxd5 Td8 21. Dc6+ Kf7 22. Dc4+ Ke8 23. Txd8+ Dxd8 24. Td1 Dh4 25. Lg7 Dg5+ 26. Kb1 Zwart geeft het op.
|