Retour                                Zeeuwse pionoffers                                 PZC 28-5-1999

In het schaakspel geldt de regel, hoe hoger het offer, hoe duidelijker de compensatie. Een dameoffer leidt doorgaans in weinig zetten tot mat of  tot grote materiële compensatie. Torenoffers worden ook zelden op lange termijn gepleegd. Met het offer van een licht stuk is het al anders gesteld. Een sterk offensief weegt dan in veel gevallen op tegen het geofferde materiaal. Alles hangt natuurlijk af van de stelling, de moed en de vindingrijkheid van de offeraar. Pionoffers daarentegen behoren tot het dagelijkse gereedschap van bijna iedere schaakspeler. Het offer is zo licht, dat het verlies van een pion nog geen halskwestie hoeft te zijn. Als je per ongeluk een pion verliest en toch wint, vertel je natuurlijk aan iedereen, dat het een offer was.

Misschien is de nietigheid van een pion er mede de oorzaak van, dat op topniveau bij het dammen veel meer partijen in remise eindigen dan bij het schaken. Het kleinste offer bij het dammen, een damsteen (stuk), is veel meer waard dan een pion bij het schaken en daarom riskanter.

Meestal vinden pionoffers in de openingsfase van de partij plaats, maar soms ook in het middenspel en een enkele keer in het eindspel. Er bestaat een grote verscheidenheid in doel en aard van het pionoffer. Het kan zijn om een ontwikkelingsvoorsprong te verkrijgen, om de samenwerking van de oppositionele stukken te ontregelen, om de pionnenstelling van de tegenstander te verzwakken, om de vijandelijke koningsstelling op te blazen of om (in het eindspel) een doorbraak te forceren.

In de volgende partij uit het recente Zeeuws kampioenschap zijn ook pionoffers aan de orde. Eerst een door zwart, daarna een door wit.

Sjaak Steijn- Paul van Rooijen. Goes,1999.
1. d4 Pf6 2. c4 c5 3. d5 b5  Het Benko-gambiet, vroeger het Wolga- gambiet genoemd. Wit weigert het aan te nemen en kiest voor een solide opstelling. Een verstandige beslissing als men niet goed met het gambiet vertrouwd is. 4. a4 bxc4 5. Pc3 d6 6. e4 g6 7. Lxc4 Lg7 8. f4 0-0 9. Pf3 Lg4 10. 0-0 Pbd7 11. a5 Pe8 12. h3 Lxf3 13. Dxf3 Pc7 14. Ta2 a6 15. Ld2 Db8 16. Dd3 Db7 17. Pa4 Wit wil de loper van g7 ruilen en daarmee de zwarte koningsstelling verzwakken, maar het levert minder rendement op dan hij heeft gehoopt. 17… Tfb8 18. Lc3 Pb5! 19. Lxg7 Kxg7 20. b3 f6 21. Pc3 Kg8 22. Taf2 Pxc3 23. Dxc3 Db4 De opening is niettemin niet ongunstig verlopen voor wit, maar nu staat hij voor een principiële keuze, dameruil of niet, aanvallen of verdedigen.

24. Dg3? Een begrijpelijke zet, maar met 24.Da1! had hij de stelling veel beter onder controle kunnen houden. Zwart moet dan rekening houden met Te2, gevolgd door e4-e5 en een kwaliteitsoffer op e5. Dat zou zwart voor flinke problemen hebben gesteld. 24… Dxa5 25. e5 f5! Zwart probeert met succes de stelling gesloten te houden. Waarschijnlijk heeft wit deze zet overzien of onderschat. Fout zou zijn geweest. 25… gxf5 26.f5 of 25… exf5 26.d6+, waarna de witte aanval inderdaad zeer sterk zou zijn geworden. 26. Dg5 Dd8! D zwarte dame zwenkt bliksemsnel naar de bedreigde koningsstelling. 27. g4 Df8!
Weer een sterke zet, die de witte aanval tot een nietig strovuurtje reduceert.
28. Tg2 Kh8 29. h4 Wit probeert ijzer met handen te breken, maar dit leidt slechts tot groter nadeel. Vaak is het niet alleen psychologisch moeilijk om dan de aanval naar de verdediging over te schakelen, maar ook materieel, omdat na een mislukte aanval de stukken meestal helemaal verkeerd staan.
29… dxe5 30. gxf5 Dxf5 31. Dxe7 Te8! 32. Dd6 Tad8! De verdedigende kracht van de zwarte torens breekt nu de witte aanval. 33. Dxa6 exf4 34. Tg5 De4 35. Da1+ Pe5 36. h5 Kg8! 37. hxg6 hxg6 38. Da7 Td7 39. Dxc5 Pf3+ 40. Txf3 Dxf3 41. d6+ Kh7 42. Tg2 Te1+ 43. Lf1 Txf1+ 44. Kh2 Dh5+ 45. Dxh5+ gxh5 Wit geeft het op. Een uitstekende partij van de zwartspeler.

Het aannemen van een pionoffer in een opening die men niet goed kent, is zeer gevaarlijk. Dat ondervond ook Koen Leenhouts in zijn partij met Hendrik Jan Meijer uit het Zeeuws kampioenschap.

Hendrik Jan Meijer- Koen Leenhouts. Goes,1999.

1. f4 e5  Froms gambiet. Riskant, vooral als men het niet goed kent. Hoe je 1.f4 ook kunt bestrijden liet een zekere Kasparov als 13-jarige al zien: 1… d5 2.Pf3 Pf6 3.e3 Lg4 4.b3 Pbd7 5.Lb2 c6 6.Le2 Dc7 7.0-0 Lxf3 8.Lxf3 e5 (Romanisjin- Kasparov, 1976) 2. fxe5 d6 3. exd6 Lxd6 4. Pf3 g5 De meest gespeelde, de riskantste en volgens velen de minst succesvolle voortzetting. Kansrijker volgens de statistieken zijn 4.Pc6 en 4.Pf6. 5. d4 g4 6. Pg5 f5 7. e4 h6 8. e5 Le7 9. Ph3 Zo staat het nog allemaal in de boekjes. Zwarts volgende zet blijkt geen verbetering. Slaan op h3 is voor zwart de enige redelijke voortzetting, hoewel wit na 9… gxh3 10.Dh5+ Kf8 11.Lc4 De8 12.Dxh3 met twee pionnen voor het stuk onbekommerd ten aanval kan trekken. 9… Lg5? 10. Pf4 Lxf4 11. Lxf4 Pe7 12. Pc3 Pg6 13. Dd2! Pc6 14. Lb5 a6 15. Lxc6+ bxc6

16. 0-0-0! De zwarte stelling is nu onverdedigbaar. Wit heeft de partij sterk en overtuigend gespeeld. 16… Le6 17. Lxh6 De7

 

 

18. d5! cxd5 19. Pxd5 Lxd5 20. Dxd5 Td8 21. Dc6+ Kf7 22. Dc4+ Ke8 23. Txd8+ Dxd8 24. Td1 Dh4 25. Lg7 Dg5+ 26. Kb1

Zwart geeft het op.