Terug                                          De wraak van Pillsbury                                               PZC 23 – 8 1980

De Middelburgse schaker Simon Sanders heeft eens gezegd:
„Ik heb van twee dingen spijt. Ten eerste, dat ik ooit schaken heb geleerd en ten tweede, dat ik het niet eerder heb geleerd!"
Deze paradoxale uitspraak illustreert uitstekend de opvatting, dat je zo jong mogelijk met schaken moet beginnen. Doe je dat niet, dan word je misschien een aardige schaker, maar de top bereik je nooit.

Er zijn tal van sporten waarbij de leeftijd van de toppers steeds lager komt te liggen. Naar onze opvatting een bedenkelijk verschijnsel, omdat dit een aan kinderen opgelegde meedogenloze trainingsarbeid betekent. Bovendien, is het wel zo wenselijk zeer jonge mensen op te voeden in een sfeer, waarbij alleen het winnen of verliezen telt?

Er bestaat natuurlijk een hemelsbreed verschil tussen topsport en lekker sporten voor je plezier en dat is ook bij schaken het geval. Daarom blijft het advies om jong te leren schaken onaangetast.

Dat je het spel jong moet leren om de top te kunnen bereiken gaat natuurlijk niet altijd op. Rubinstein en Pillsbury leerden het spel pas toen ze resp. negentien en zestien waren.

Pillsbury was de tweede Amerikaanse schaker die wereldberoemd werd (Paul Morphy was de eerste). Zijn eerste optreden in Europa was oogverblindend. Als volstrekte outsider won hij het toernooi van Hastings 1895 boven alle grote spelers van die tijd. Daarna heeft hij nog vele fraaie prestaties verricht, maar het succes van Hastings heeft hij eigenlijk nooit meer geëvenaard. Pillsbury was in 1895 pas eenentwintig jaar, zodat hij in vijf jaar tijd de top bereikte. De stelling van Joris van de Berg, ‘Wat goed is komt snel’ gaat dus ook in dit geval weer op.

Pillsbury's grote klasse blijkt ook uit zijn resultaten tegen de wereldkampioen van 1894 tot 1922 Emanuel Lasker. Pillsbury behaalde tegen hem een positieve score. Hij won vier keer, verloor drie keer en speelde verder nog een aantal remisepartijen tegen hem.

Een sensationele partij won Lasker in 1896 in St.-Petersburg van de Amerikaan, na overigens eerst twee keer van hem verloren te hebben.
Harry Nelson Pillsbury – Emanuel Lasker.
1.d4 d5 2.c4 e6 3.Pc3 Pf6 4.Pf3 c5 5.Lg5 cxd4 6.Dxd4 Pc6 7.Dh4 Le7 8.0–0–0 Da5 9.e3 Ld7 10.Kb1 h6 11.cxd5 exd5 12.Pd4 0–0 13.Lxf6 Lxf6 14.Dh5 Pxd4 15.exd4 Le6 16.f4 Tac8 17.f5 Txc3!!

18.fxe6 Ta3!! 19.exf7+ Txf7 20.bxa3 Db6+ 21.Lb5 Dxb5+ 22.Ka1 Tc7 23.Td2 Tc4 24.Thd1 Tc3 25.Df5 Dc4 26.Kb2 Txa3 27.De6+ Kh7 28.Kxa3 Dc3+ 29.Ka4 b5+ 30.Kxb5 Dc4+ 31.Ka5 Ld8+ 32.Db6 Lxb6 Mat

Een fantastische partij, een van de hoogtepunten uit Laskers carrière. Pillsbury toonde zich een echte gentleman door zich mat te laten zetten, maar zinde niettemin op wraak. De Petersburgpartij werd aan een nauwkeurig onderzoek onderworpen en samen met zijn vriend Napier werd een versterking gevonden. Steeds als Napier en Pillsbury elkaar ontmoetten, in Europa of in Amerika, speelden zij deze variant, maar met 7. Lf6:. Acht jaar lang ging dat zo door. Alles na 7. Lf6: kwam op het bord tot vervelens toe. Ondertussen was Pillsbury ziek geworden, ernstig ziek en de kans om Lasker met deze variant te verschalken werd steeds kleiner. Pillsbury wilde ook onder geen enkele voorwaarde de bewuste variant met een ander dan Lasker spelen en vermeed hem daarom steeds.

Zou zijn kans nog komen? Ja! Zijn kans kwam.In de zesde ronde het toernooi van Cambridge Springs 1904 zaten de rivalen weer tegenover elkaar.

Pillsbury – Lasker. Cambridge Springs Cambridge Springs (6), 1904
1.d4 d5 2.c4 e6 3.Pc3 Pf6 4.Pf3 c5 5.Lg5 cxd4 6.Dxd4 Pc6 7.Lxf6
Napier: „Ik stond op van mijn tafel om wat rond te wandelen en kwam Pillsbury tegen. Natuurlijk wist ik dat hij tegen Lasker speelde. Ik wist ook in wat voor lamentabele gezondheid mijn held zich bevond, een wrak met nog maar kort te leven, en eigenlijk niet meer in staat tot het spelen van een schaak dat uitsteeg boven een automatisch geschuif waar zijn geoefende hand nog toe in staat was.
Zei Pillsbury: "Hij is op dat Petersburg-geval ingegaan!"
"En wat heb je gespeeld?", vroeg ik.
Toen zei hij, met een grimas die er bepaald mocht wezen:
"Ga maar eens kijken, ik geloof verdomd dat hij de enige methode heeft gekozen die jij nooit hebt geprobeerd!" (Citaat uit Krabbé: Nieuwe Schaakcuriosa).
7… gxf6 8.Dh4 dxc4 9.Td1 Ld7 10.e3 Pe5 11.Pxe5 fxe5 12.Dxc4 Db6 13.Le2 Dxb2 14.0–0 Tc8 15.Dd3 Tc7 16.Pe4 Le7 17.Pd6+ Kf8 18.Pc4 Db4 19.f4 exf4 20.Dd4 f6 21.Dxf4 Dc5 22.Pe5 Le8 23.Pg4 f5 24.Dh6+ Kf7

25.Lc4! Tc6 26.Txf5+!! Dxf5 27.Tf1 Dxf1+ 28.Kxf1 Ld7 29.Dh5+ Kg8 30.Pe5 .

Lasker gaf het op!

Grappig is nog, dat Pillsbury's geheime variant volgens de moderne theorie eigenlijk helemaal niet zo goed is!