Retour                                         Oude Wijsheid                                         PZC 3-6-1994

 

Alle wereldkampioenen in het schaken hebben iets geleerd van hun voorgangers. Niemand is geheel uit zichzelf groot geworden. Daarom blijft het nuttig om de oude meesters te bestuderen om het huidige schaak beter te kunnen begrijpen. Sommigen hebben op een heel speciaal terrein baanbrekend werk verricht, anderen meer in algemene zin. Enkele voorbeelden:

De waarde van het loperpaar onderkennen (Steinitz).

De psychologische openingsstrategie toepassen: „Ik speel wat jij vervelend vindt!" (Lasker)

De waarde van het initiatief in toreneindspelen waarderen (Capablanca).

Zien dat een breed opgezet pionnencentrum gemakkelijk zwak kan worden (Aljechin).

Indische systemen bruikbaar maken voor topschaak (Euwe).

Profilaxe vanaf de eerste zet. Vom ersten Zug an auf remis (Petrosjan).

Initiatief door middel van pionoffers om met zwart remise veilig te stellen; Marshallvariant. (Spassky).

Renovatie van (zeer) oude openingsvarianten; Ph3 in tweepaardenspel (Fischer).

Initiatief gaat boven loperpaar; Linares 1994. (Karpov).

Zwart is OK in het Siciliaans, ook in ogenschijnlijk passieve stellingen (Kasparov).

 

De reeks is gemakkelijk met tientallen voorbeelden uit te breiden.

Niet alleen de wereldkampioenen hebben hun steentje bijgedragen. Bijna elke grootmeester van topklasse heeft wel iets specifieks aan het spel toegevoegd. Het is daarom zinvol om oude en nieuwe partijen na te spelen en met elkaar te vergelijken. In de eerste plaats ga je meer van het spel begrijpen. Het is natuurlijk de vraag of je achter het bord ook je verworven kennis in winstpunten kunt omzetten. Want schaken is vooral een testcase van karakters en zenuwstelsels. Kennis speelt een voorname rol, maar is niet overheersend. Timman begrijpt meer van het spel dan de meeste van zijn jongeren collega-topschakers, maar verliest met regelmaat van hen.

Hoe het verleden invloed heeft op het heden is bijna aan elke partij te zien.

 

H. Groffen-R. van Doorn, KNSB 1994.

1.d4 d5 2.c4 c6 De Slavische verdediging, die pas grote navolging kreeg na de matches tussen Euwe en Aljechin. 3.Pc3 Pf6 4.Pf3 e6 Het zogenaamde halfslavisch. De hoofdvariant gaat met ... dxc4 verder. Speelt wit nu 5.Lg5, dan ontstaat na 5... dxc4 de Botwinnik-variant, tot bloei gekomen in de jaren vijftig. 5.e3 Pbd7 6.Dc2 Na 6.Ld3 dxc4 ontstaat de Meraner-variant, die 1924 in het toernooi van Merano voor het eerst werd gespeeld. 6... Ld6 7.g4! Op de fundamenten van het verleden een nieuw en verrassend gebouw. Of het levensvatbaar is, zal de tijd leren. 6... dxc4 Na 7... Pxg4 wint wit zijn pion terug met 8.Tg1 en krijgt overwicht, omdat hij sneller dan zwart lang kan rokeren. Een andere mogelijkheid is 7...h6 8.Tg1 e5 9.dxe5 Pxe5 10. Pxe5 Lxe5 en zwart staat niet slecht. 8.Lxc4 b5 9.Ld3 Lb7 10.g5 Pg8 Hier staat het paard niet goed. Beter was 10...Pd5. Bijvoorbeeld 11.Pe4 Le7 12.0 Db6 en wit heeft weinig. 11.Pe4 Lc7 12.Ld2 De7 13.Pc5 Sterk gespeeld en ook een beetje verrassend. Veel spelers zouden de zwakte van c5 wellicht met zetten als 13.Tc2 hebben willen cultiveren. Het blijkt echter al gauw, dat zwart grote moeilijkheden heeft met de verdere versterking van zijn stelling. Het paard op g8 is de zondebok.   13... Pxc5 14.dxc5 0-0-0 Zwart hoopt op een veilige haven voor zijn koning. Daar komt niet veel van terecht. 15.a4! Wit zet onmiddelijk de aanval in. Hij bekommert zich terecht niet om de veiligheid van zijn eigen koning. De zwarte stukken staan er mijlenver vandaan en op de d-lijn is gemakkelijk stand te houden. 15... a6 Dit leidt tot de totale ineenstorting van de zwarte stelling, maar het was al zeer lastig om wat beters te vinden. Bijvoorbeeld. 15...Dd7 16.Pd4 Dd5 17.Le4 Dxg5 18.axb5 cxb5 19.c6 La8 20.Txa7 Kb8 21.Txc7 Kxc7 22.La5t Kc8 23.Lxd8 Dxd8 24.c7 en wit komt een stuk voor. 16.axb5 axb5 17.Lxb5!! Een fraai schijnoffer. Het blijkt, dat de lange rokade de zwarte koning juist naar het gevaar heeft toegebracht. De oude grootmeester Reti had wel een beetje gelijk toen hij zei, dat je pas moest rokeren als het echt niet anders kan. 17... cxb5 18.c6 De droevige rol van Pg8 is toch wel zeer opmerkelijk. 18... Dd6 19.cxb7+ Kxb7 20.Ke2! Verdedigt d3 en betrekt ook de andere toren bij de strijd. 20... e5 Op 20... Pe7, om het paard eindelijk wat nuttigs te laten doen was op ongeveer dezelfde wijze weerlegd: 21.Lb4! Dc6 22.Db3! en de witte aanval slaat door.

 

 

21.Lb4!! Briljant gespeeld. De op een na mooiste zet, die het afgelopen seizoen door een Zeeuwse schaker is gedaan. De mooiste was natuurlijk Groffens dameoffer tegen Welten (12... Dxd3!!!), dat in de rubriek van 14 januari aan de lezers werd getoond! 21... Dc6 Dit verliest ogenblikkelijk, maar ook andere zetten hadden de strijd nauwelijks verlengd. B.v.: 21... Dxb4 22.Ta7t!! Kxa7 23.Dxc7+ Ka8 24.Tal+ en wint. Dit was de clou van het witte stukoffer. Of 21...Dd7 22.Thd1Dc8 23.De4+ Kb6 24.La5t Kc5 25.b4+ mat. 22.Ta7+ Zwart geeft het op. Weer een prachtige partij van Hans Groffen, die gestaag beter gaat spelen. Het Zeeuwse schaak zal nog veel van zijn spel kunnen genieten.

 

Moeilijker om de banden met het verleden aan te tonen is de volgende partij.

Jansen-Tiggelman, Middelburg 1993.

1.c4 e6 2.Pf3 d5 3.g3 Pf6 4.Lg2 Le7 5.0-0 0-0 6.d4 De echt fervente aanhangers van de Engelse opening (1.c4) laten deze zet natuurlijk na. 6... dxc4 7.Pe5 Pd5 Niet goed. Zwart wil zijn stelling ontwikkelen zonder c5 te spelen en dat blijkt verkeerd uit te pakken. 8.Pxc4 Pc6 9.Pc3 Lf6 10.e3 Tb8 Een mysterieuze zet. Een profylactische zet om pion b7 te dekken? Profylaxe was een term van Nimzowitsch. Het betekent verdedigen van bedreigde punten op voorhand, eventuele aanvallen van de tegenstander de wind uit de zeilen nemen. 11.e4 Pb6 12.Pxb6 axb613.e5 Le7 14.Le3 Ld7 15.De2 Pa5 16.Tad1 De8 Wegens een dreigende doorbraak op d5 moet de dame de d-lijn verlaten. 17.Le4 b5 18.Lb1! De witte stukken staan klaar voor de aanval. 18... f5 19.exf6ep gxf6 20.Lh6 Tf7 21.Dh5 Pc4 22.b3 Pd6 23.Tfe1 b4 24.Pe2! Dc8 Een ingenieuze zet in een moeilijke stelling. 25.Pf4 e5 26.dxe5 Lg4 Daar heeft zwart misschien nog op gehoopt, maar wit heeft een verrassing in petto.

 

 

27.Lxh7+! Txh7 Aardig was ook 27... Kh8 28.Dh4 Lxd1 29.Lg6 Dg4 30.Lg7+ Kxg7 31.Dh7+ Kf8 32.Dh8 mat.

28.Dg6+ Kh8 29.exd6 Lxd1 30.dxe7 De8 31.Dxf6+ Kg8 32.Dg5+ Kh8 33.Pg6+ Kg8 34.Pf8+ Kh8 35.Pxh7 Df7 36.e8D+ Zwart geeft op.