Pionoffers en
stukoffers hebben een grote aantrekkingskracht op de
schaakspelers en het schaakpubliek. Als ergens in de
toernooizaal geofferd wordt, komen de belangstellenden
aangesneld. Waarom die fascinatie voor het offer?
Een schaker offert
materiaal om er op korte of lange termijn zelf beter van te
worden. Daar is iedereen het over eens. Voor hem geldt niet,
althans niet op het schaakbord, dat geven beter is dan
ontvangen! Een dame offeren is geen onbaatzuchtigheid . Maar
het is vaak wel een teken van moed en karakter, want de
risico's zijn niet altijd te peilen. Ook het aannemen van
een offer kan gevaarlijk zijn. Niettemin telt het bezit vaak
sterker dan het risico. 'Een pion is een pion', heeft
Kortsjnoi wel eens gezegd. In de volgende partij smijt wit
met pionnen of het pepernoten zijn.
S. Stange - H. Groffen.
Middelburg,1999.
1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 Pf6 4.Lg5 Lb4 5.e5 h6 6.Ld2 Lxc3
7.bxc3 Pe4 8.Ld3 Pxd2 9.Dxd2 c5 10.f4 Pc6 11.Pf3 Da5 12.Tb1
c4 13.Le2 Dxa2 14.0–0 Da3 15.f5 Toe maar! Wit gooit er
nog een schepje bovenop en gaat daarmee te ver. Met 15.Tb5
had hij de zwarte stelling onder druk kunnen houden. Er
dreigt dan wel f5.
15...exf5 16.Ph4 g6
17.e6 Lxe6 18.Txb7 0–0–0
Zwart staat nu
misschien wel gewonnen. Zijn pionnenmacht aan de andere kant kan bijna
ongehinderd doormarcheren. Toch is wit niet zonder
tegenkansen, als zwart te onvoorzichtig te werk gaat.
19.Tfb1 Dd6 20.Pf3 Td7
21.T7b5 f6 22.Dc1 Thh7 23.Db2 Tc7 24.Pd2 Df4 25.Pf1 Dd6
26.Lf3 f4 27.Pd2 g5 28.Lh5 Lf7 29.Lg4+ Le6 30.Lh5 The7
31.Le2 g4 32.Lxc4!
Wit begint terug te
vechten.
32...f5
Slaan op c4 gaat niet:
32...dxc4 33.Pe4 Dd7 34.Tb8+ Pxb8 35.Dxb8 mat. 33.g3? h5?
Zwart had nu zonder
bezwaar op c4 kunnen slaan.
34.Ld3 h4 35.Pf1 hxg3
36.hxg3 f3 De snelle opmars van de
pionnen heeft in het zwarte achterveld enkele verzwakkingen
veroorzaakt. 37.Dc1 Tf7 38.Dh6 f4 39.Kf2 Kd7 40.Lg6 fxg3+
41.Pxg3 Df4 42.Dxf4 Txf4 Zwart lijkt nu totaal
gewonnen te staan, maar dat is voornamelijk bedriegende
schijn. Zijn pionnenopmars is gestuit en paradoxaal genoeg
staat de witte koning volkomen veilig achter de vijandelijke
pionnen. 43.Tb7 Tf6
44.Le8+ De eerste van een korte
reeks zeer sterke en onverwachte zetten.
44...Kd6
45.Txc7 Kxc7 46.Th1!
De plotselinge zwaai
van deze toren naar de andere kant van het bord heeft zwart
waarschijnlijk onderschat of over het hoofd gezien.
46...Pe7 47.Th7 Kd6
De witte stukken zijn
nu razend gevaarlijk. Zwart heeft zich lelijk in de nesten
gewerkt. De pluspion, die hij nog steeds heeft, speelt geen
enkele rol meer.
48.c4!
Prachtig gespeeld. De
zwarte stelling wordt in enkele zetten opgerold. Ook op de
Middelburgse schaakclub is het afbreken van partijen op de
clubavond afgeschaft. Na de 40e zet krijgen beide spelers
een half uur bedenktijd extra om de partij uit te maken. De
jonge witspeler geeft er blijk van niet veel last te hebben
van het late uur en de vermoeidheid. Zwart is, vooral door
eigen toedoen, in een uiterst precaire situatie
terechtgekomen. Hij dreigt een stuk te verliezen. Misschien
heeft hij er op gerekend, dat hij met zijn volgende zet het
ergste nog kon voorkomen.
48...Lf5 49.c5+ Ke6
De koning moet het
paard blijven dekken.

50.Ph5!!
De genadeklap. Zwart
verliest groot materiaal of gaat mat.
50...Lxh7 51.Pg7
Mat!! Prachtig!
Een van de beroemdste
pionofferpartijen uit de schaakhistorie is de volgende.
Tal - Donner.
Wijk aan Zee, 1968
1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 Lb4 4.e5 c5 5.a3 Lxc3+ 6.bxc3 Dc7
7.Pf3 b6 8.a4 La6 9.Lxa6 Pxa6 10.De2 Pb8 11.a5 De eerste van een reeks
pionoffers, die veel commentatoren onder wie iemand als
Kortsjnoi als zoet koek hebben geslikt. Tal was Tal
immers?
11...bxa5 12.La3 Pd7
13.dxc5 Pe7 14.c6 Dxc6 15.0–0 Dxc3 16.Tfd1 Pc6 17.Ld6 Dc4
18.De3 De4 19.Db3 Pb6 20.c4
De enige manier voor
wit om verder te komen. Er moeten koste wat kost lijnen
worden geopend.
20...Dxc4 21.Da3 Da6 22.Tac1 Tc8
Hier had zwart al
22.... Pc4 kunnen doen, waarna de witte aanval verzandt.
23.Pd2 f6? De beslissende fout.
Hier had zwart met 23... Pd4! de partij nog naar zich toe
kunnen trekken, zoals de Engelsman Moles heeft aangetoond.
Niettemin blijft de partij een superstaaltje blufschaak van
de tovenaar uit Riga.
24.exf6
gxf6 25.Df3 Kd7 26.Dxf6 The8 27.Pe4!!

Zie de volmaakte
harmonie van de witte stelling en de totale desorganisatie
in het zwarte kamp! Voor zo'n prachtig schilderij is
de prijs van drie pionnen natuurlijk niet te hoog. 27...Pe7
Op 27… dxe4 speelt wit
niet 28.Le5+ wegens 28… Dd3, maar 28.Df7+ met onmiddellijke
winst.
(28… Kd8
29.Lc7 mat).
28.Pc5+ Txc5
29.Lxc5 Pc4 30.Lxe7
Zwart geeft het op.