Een pion is een pion
                                                   PZC 10-12-1999

Pionoffers en stukoffers hebben een grote aantrekkingskracht op de schaakspelers en het schaakpubliek. Als ergens in de toernooizaal geofferd wordt, komen de belangstellenden aangesneld. Waarom die fascinatie voor het offer?

Een schaker offert materiaal om er op korte of lange termijn zelf beter van te worden. Daar is iedereen het over eens. Voor hem geldt niet, althans niet op het schaakbord, dat geven beter is dan ontvangen! Een dame offeren is geen onbaatzuchtigheid . Maar het is vaak wel een teken van moed en karakter, want de risico's zijn niet altijd te peilen. Ook het aannemen van een offer kan gevaarlijk zijn. Niettemin telt het bezit vaak sterker dan het risico. 'Een pion is een pion', heeft Kortsjnoi wel eens gezegd. In de volgende partij smijt wit met pionnen of het pepernoten zijn.

 

S. Stange - H. Groffen. Middelburg,1999.
1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 Pf6 4.Lg5 Lb4 5.e5 h6 6.Ld2 Lxc3 7.bxc3 Pe4 8.Ld3 Pxd2 9.Dxd2 c5 10.f4 Pc6 11.Pf3 Da5 12.Tb1 c4 13.Le2 Dxa2 14.00 Da3 15.f5  Toe maar! Wit gooit er nog een schepje bovenop en gaat daarmee te ver. Met 15.Tb5 had hij de zwarte stelling onder druk kunnen houden. Er dreigt dan wel f5.
15...exf5 16.Ph4 g6 17.e6 Lxe6 18.Txb7 000 Zwart staat nu misschien wel gewonnen. Zijn pionnenmacht aan de andere kant kan bijna ongehinderd doormarcheren. Toch is wit niet zonder tegenkansen, als zwart te onvoorzichtig te werk gaat. 19.Tfb1 Dd6 20.Pf3 Td7 21.T7b5 f6 22.Dc1 Thh7 23.Db2 Tc7 24.Pd2 Df4 25.Pf1 Dd6 26.Lf3 f4 27.Pd2 g5 28.Lh5 Lf7 29.Lg4+ Le6 30.Lh5 The7 31.Le2 g4 32.Lxc4! Wit begint terug te vechten. 32...f5 Slaan op c4 gaat niet: 32...dxc4 33.Pe4 Dd7 34.Tb8+ Pxb8 35.Dxb8 mat. 33.g3? h5? Zwart had nu zonder bezwaar op c4 kunnen slaan. 34.Ld3 h4 35.Pf1 hxg3 36.hxg3 f3 De snelle opmars van de pionnen heeft in het zwarte achterveld enkele verzwakkingen veroorzaakt. 37.Dc1 Tf7 38.Dh6 f4 39.Kf2 Kd7 40.Lg6 fxg3+ 41.Pxg3 Df4 42.Dxf4 Txf4 Zwart lijkt nu totaal gewonnen te staan, maar dat is voornamelijk bedriegende schijn. Zijn pionnenopmars is gestuit en paradoxaal genoeg staat de witte koning volkomen veilig achter de vijandelijke pionnen. 43.Tb7 Tf6 44.Le8+ De eerste van een korte reeks zeer sterke en onverwachte zetten. 44...Kd6 45.Txc7 Kxc7 46.Th1! De plotselinge zwaai van deze toren naar de andere kant van het bord heeft zwart waarschijnlijk onderschat of over het hoofd gezien. 46...Pe7 47.Th7 Kd6  De witte stukken zijn  nu razend gevaarlijk. Zwart heeft zich lelijk in de nesten gewerkt. De pluspion, die hij nog steeds heeft, speelt geen enkele rol meer. 48.c4! Prachtig gespeeld. De zwarte stelling wordt in enkele zetten opgerold. Ook op de Middelburgse schaakclub is het afbreken van partijen op de clubavond afgeschaft. Na de 40e zet krijgen beide spelers een half uur bedenktijd extra om de partij uit te maken. De jonge witspeler geeft er blijk van niet veel last te hebben van het late uur en de vermoeidheid. Zwart is, vooral door eigen toedoen, in een uiterst precaire situatie terechtgekomen. Hij dreigt een stuk te verliezen. Misschien heeft hij er op gerekend, dat hij met zijn volgende zet het ergste nog kon voorkomen. 48...Lf5 49.c5+ Ke6

De koning moet het paard blijven dekken.

 

 

50.Ph5!! De genadeklap. Zwart verliest groot materiaal of gaat mat. 50...Lxh7 51.Pg7 Mat!! Prachtig!

 

Een van de beroemdste pionofferpartijen uit de schaakhistorie is de volgende.

Tal - Donner. Wijk aan Zee, 1968
1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 Lb4 4.e5 c5 5.a3 Lxc3+ 6.bxc3 Dc7 7.Pf3 b6 8.a4 La6 9.Lxa6 Pxa6 10.De2 Pb8 11.a5  De eerste van een reeks pionoffers, die veel commentatoren onder wie iemand als Kortsjnoi als zoet koek hebben geslikt.  Tal was Tal immers?
11...bxa5 12.La3 Pd7 13.dxc5 Pe7 14.c6 Dxc6 15.00 Dxc3 16.Tfd1 Pc6 17.Ld6 Dc4 18.De3 De4 19.Db3 Pb6 20.c4 De enige manier voor wit om verder te komen. Er moeten koste wat kost lijnen worden geopend. 20...Dxc4 21.Da3 Da6 22.Tac1 Tc8 Hier had zwart  al 22.... Pc4 kunnen doen, waarna de witte aanval verzandt. 23.Pd2 f6? De beslissende fout. Hier had zwart met 23... Pd4! de partij nog naar zich toe kunnen trekken, zoals de Engelsman Moles heeft aangetoond. Niettemin blijft de partij een superstaaltje blufschaak van de tovenaar uit Riga. 24.exf6 gxf6 25.Df3 Kd7 26.Dxf6 The8 27.Pe4!!

 

 

Zie de volmaakte harmonie van de witte stelling en de totale desorganisatie in het zwarte kamp! Voor zo'n prachtig schilderij is de prijs van drie pionnen natuurlijk niet te hoog. 27...Pe7  Op 27 dxe4 speelt wit niet 28.Le5+ wegens 28 Dd3, maar 28.Df7+ met onmiddellijke winst. (28 Kd8 29.Lc7 mat). 28.Pc5+ Txc5 29.Lxc5 Pc4 30.Lxe7

Zwart geeft het op.