Terug                                             Nimzowitsch                                                    PZC 4-8-1980

Aaron Nimzowitsch (1886-1935) heeft een zeer grote invloed gehad op de ontwikkeling van het schaakspel. Zijn boeken Mein System en Die Praxis meines Systems hebben onuitwisbare sporen nagelaten. Aanvankelijk werden Nimzowitsch' ideeŽn belachelijk gevonden. De profeet werd in zijn eigen tijd niet geŽerd. De erkenning kwam later. Vooral de moderne openingstheorie heeft veel aan hem te danken.
Nimzowitsch was niet populair bij zijn collega's en nog minder bij de schaakautoriteiten. Hij had wat men noemen kan een moeilijk karakter. Een grote afkeer had hij van de deftige burgers die prat gingen op hun maatschappelijke status. Hij liet dat ook duidelijk blijken. Bekend is het geval van zijn partij, die hij in 1910 tegen de Duitser John speelde. John was een apotheker in een klein stadje, een steunpilaar van de maatschappij en voelde zich aldus verheven boven iemand als Nimzowitsch. Nimzowitsch kwam drie kwartier te laat in de toernooizaal. Bij aankomst haastte hij zich helemaal niet. In volmaakte gemoedsrust ging hij zeer nauwkeurig een voor een de schilderijen bestuderen, die in de toernooizaal hingen, terwijl John zich steeds meer zat op te winden. Een volmaakte desinteresse tonend voor zijn tegenstander en de partij kwam hij niettemin snel in beslissend voordeel. John was echter zo woedend, dat hij nog zeer lang doorspeelde in een verloren stelling.
De volgende dag kreeg Nimzowitsch bezoek van twee secondanten van John, die een uitdaging tot een duel (met revolvers) overbrachten. Nimzowitsch lachte de twee heren vierkant uit en zei, dat hij best bereid was tot een duel, maar dan met de vuisten.
De organisatoren van schaaktoernooien konden de humor van het geval niet inzien en weerden Nimzowitsch een aantal jaren van de grote toernooien.
Een van de principes van Nimzowitsch, die heden ten dage nog voor de volle honderd procent wordt onderschreven, is dat van de centralisatie. In het kort gezegd komt het er op neer, dat men zijn stukken zoveel mogelijk op het centrum moet richten en van daaruit actie moet ondernemen.

Van Nimzowtisch 'Ein lustig Partiechen', zoals hij het zelf noemt.

Loewenfisch-Nimzowitsch (Wilna 1912).
1.e4 c6 2.c4 e6 3.Pf3 d5 4:ed5: ed5 5.cd5: cd5: 6.Lb5+ Pc6 7.0-0 Ld6 8.d4 Pge7 9.Lg5 f6 10.Lh4 0-0 11.Pbd2 Lg4 12.Lc6: Pc6: 13.Db3 Lb4 14.Pe5 Pe5: 15.Db4: Pd3! 16.Db7: Le2 17.Tfb1 Tc8

Een schitterende centralisering van de zwarte stukken voor slechts een pionnetje. Dat is een spotprijsje.18.Pf1 g5. Nu komt de opmars op de flank. 19.Lg3 f5 20.Le5 Tf7 21.Da6 f4 22.Tbe1.... Wit kan het niet langer uithouden. De vijandelijke druk na 22.f3 Tc2! is ondraaglijk. 22..... Pel: 23.De2: Pg2:! 24.Pd2 Ph4 25.Pf3 Pg6! 26.Kh1 g4 De slotscŤne. Als een stoomwals daveren de zwarte stukken over de witte stelling. 27.Pd2 Dd7 28.Tag1 Tc2 29.h3 g3! Wit geeft op.

Bij de tegenwoordige topspelers is de centralisatie de gewoonste zaak van de wereld.

Hug - Kortsjnoi.
1.Pf3 e6 2.g3 d5 3.Lg2 c5 4.0-0 Pc6 5.c4 dc4: 6.Da4 Ld7 7.Dc4: Tc8!
In deze partij speelt zwart doelbewust op centralisatie, terwijl wit maar wat aanrommelt. 8.Pc3 Pf6 9.d4 b5! De eerste harde actie. 10.Dd3.... Op l0.Db5: volgt 10...cd4:, terwijl 10.Pb5: met 10...Pa5!! 11.Dd3 c4 beantwoord wordt. 10..... cd4: 11.Pd4: Pe5! 12.Dd1 De witte dame is weer thuis. 12..... Db6 13.Lg5 Le7 14.Tc1 0-0 15.Pf3 Pf3:+ 16.Lf3 Tfd8 Zwart staat beter. 17.Db3 Nu wordt wit weggecombineerd, maar ook na het betere 17.Pe4 Lc6 18.De1! staat zwart goed: 18.... Le4: Dd4! (centralisatie!) 17.....b4! 18.Pe4 Pe4:! 19.Le7: Tcl: 20.Tc1: Df2:+ 21.Kh1 Nu staan er twee zwarte stukken in. 21..... Tc8!! 22.Dd1 Op 22.Tc8: + beslist 22...Lc8: 23.Dd1 Df3:+! 24.ef3: Pf2+ enz. 22.... Tcl: 23.Dc1:

23.... Lc6!! 24.Lb4: Of 24.Dg1 De2: 25.Le2: Pg3: mat!. Ook 24.Da1 a5! is natuurlijk onvoldoende. 24..... De2:!! Wit gaf het op!!