Retour                             Winnen met nietsdoen                                             PZC 22-6-2001

Behalve tactische gaven en strategisch inzicht moet een schaker ook sterke zenuwen en geduld hebben. Hij moet niet opzien tegen urenlange strijd en lang op zijn stoel kunnen blijven zitten. Hij moet zich ook niet in slaap laten sussen door eindeloze zettenreeksen, want achter elk onbenullig uitziend zetje kan een gemene valstrik schuil gaan. Kortom, hij moet geestelijk en lichamelijk fit blijven. Daarom gebruiken de meeste schakers tijdens de partij doping in de vorm van koffie of cola. Als het aan het FIDE ligt, zal dat in de toekomst afgelopen zijn. Gelukkig is het zover nog niet en kan men zich in de toernooizalen en clublokalen nog steeds ongecontroleerd oppeppen met cafene, alcohol, EPO en nandrolon.

Bij het zoeken naar partijen voor deze rubriek heeft men af en toe ook wel eens een hartversterkertje nodig. De juweeltjes, waarbij het hart opspringt van vreugde over de mooie combinatie of de fraaie strategie, zijn helaas zeldzaam. Dat geldt natuurlijk niet alleen voor grootmeesterpartijen, maar ook voor partijen uit de Zeeuwse competitie. Soms komt men echter iets bijzonders tegen en dat maakt veel goed. Zon partij is de volgende uit de wedstrijd SVWZV- Vlissingen uit de Zeeuwse competitie. De jeugdige witspeler overwint zijn 60 jaar oudere tegenstander door .....niets te doen. Geen tactische dreigingen, geen valstrikken, geen diepe strategische plannen. Gewoon afruilen en doorgaan. Is dat echt schaken? Ja, dat is echt schaken, voor 100% en geen surrogaat. Een partij op een dergelijke manier winnen schenkt soms meer vreugde dan een flitsende combinatie. In hun glorietijd deden Capablanca, Smyslov en Karpov op wereldniveau ook vaak zoiets. Na afloop was er dan altijd discussie over de vraag waar de verliezer een fout had gemaakt. Die vraag doet zich ook voor na afloop van deze partij.

 

Ab van Hoeve (Oostburg) - Fred Dieperink (Vlissingen)

1.Pf3 d5 2.g3 Pf6 3.Lg2 c6 4.00 Lf5 5.d3 Pbd7 6.Pbd2 e5 7.De1 Da5 8.e4 dxe4 9.Pxe4 Dxe1 10.Txe1 Pxe4 11.dxe4 Lg4 12.Le3 000 13.Tad1 f6 14.Td2 Lc5 15.Kf1 Lxe3 16.Txe3 Pc5 17.Ke1 Txd2 18.Pxd2 Td8 19.b4 Pa6 20.a3 Pc7 21.Lf1 Pe6 22.f3 Lh5 23.Lh3 Lf7 24.Ke2 Kc7 25.Lxe6! Wit lijkt door een algemene afruil op remise af te stevenen. Waarschijnlijk dacht zwart dat ook. Een vergissing, wit speelt wel degelijk op winst. 25...Lxe6 26.Td3 Td6 27.Txd6 Kxd6 28.Kd3 b6 29.c4 h6 Zwart wacht af en dat wordt uiteindelijk zijn ondergang. Maar dat is gemakkelijk praten achteraf. Veiliger was in elk geval 29...c5 om zijn pionnen op de goede kleur te zetten. 30.Pb3 Kc7 Ook nu was 30...c5 goed. Het paard komt dan wel naar d5, maar dat is niet erg. B.v.:31.bxc5+ bxc5 32.Pd2 Kc6 33.Pb1 Kd6 34.Pc3 Kc6 35.Pd5 Lh3 enz.  31.Kc3 Kb7 32.Pc1 Kc7 33.Pd3 Lf7 34.c5  Wits eerste succes is een blijvend ruimteoverwicht op de damevleugel. 34...Lg6 35.Kd2 Kd7 36.Ke3 Ke7 37.f4 exf4+ 38.gxf4 Lf7 39.Kd4 Lg6  Hier had zwart onmiddellijk 39...b5 moeten doen. Nu kan wit een verre vrijpion forceren. 40.cxb6! axb6 41.a4 Kd7 42.e5 Wit speelt het slot vlekkeloos uit. 42...Lf5 43.Pb2 Kc7 44.Pc4 Ld7


 


45.a5!
Het begin van het einde.  45 bxa5 46.bxa5 Le6 47.Pd6 fxe5+ 48.fxe5 g5 49.Kc5 Ld5 50.a6 Kb8 51.Kb6 c5 52.a7+

Zwart gaf het op, want op 52...Ka8 volgt 53.Pe8 en 54.Pc7 mat. Er zijn verschillende lessen te trekken uit deze partij. De belangrijkste is, dat je nooit remise moet geven als er nog een schijn van een kans is op winst. Een tweede les is, dat je niet moet denken, dat jonge spelers toch geen eindspel kunnen spelen!
 

Het is aardig om bovenstaand eindspel te vergelijken met het volgende zeer leerzame spelletje. 

D.Krumpacnik D. Polajzer (Sloweni, 2001).

 

 

37.b5!

De zwarte pionnen worden zoveel mogelijk op de kleur van de loper vastgezet. 37...Ke6 38.Kc4 c5? 39.Kd3 Lf6 40.Pd1 Lh4 41.Pb2 Ld8 42.Pc4 Lc7 43.Pd2 Ld8 44.Pb3 Kd6 45.Kc4 fxe4 46.fxe4 Lc7 47.a5 Ld8? Betere kansen bood 47...bxa5 48.Pxc5, maar ook dan heeft wit ongetwijfeld beter spel. Zwart wilde blijkbaar zijn pionnenstelling in tact houden. 48.a6!  Nu moet zwart steeds rekening houden met een eventueel paardoffer op b6, waarna de witte a-pion doorloopt. Als het witte paard op d5 staat moet b6 gedekt zijn. 48...Lc7 49.Pd2 Ld8 50.Kd3 Ke6 51.Ke2 Kf6 52.Pf3 Ke6 53.Kf2 Lc7 54.g3!  Wit gaat nu, heel verrassend, de g- en h-pionnen afruilen. 54fxg3+ 55.Kxg3 Kf6 56.Kg4 Ld8 57.c4 Le7 58.h4 Ld8 59.h5! gxh5+ 60.Kxh5 Le7 61.Ph2 Kf7 62.Pg4 Ke6 63.Kg6 Ld8 64.Pe3

Zwart gaf het op. Hij verkeert in zetdwang en moet de witte koning de doorgang verlenen waarna de winst geen probleem meer is. Bijvoorbeeld: 64...Lh4 65.Pd5 Ld8 66.Kg7 Kd7 67.Kf8 Ke6 68.Ke8 Lh4 69.Pxb6 enz. Een typisch geval van de machteloosheid van een slechte loper tegen een fel rondspringend paard.