|
Retour
Nederland - Engeland in Vlissingen
PZC 3-1-1976 De jongste schaakinterland Nederland- Engeland was de belangrijkste wedstrijd ooit in Zeeland gehouden. Dankzij de koninklijke maatschappij De Schelde en de schaakclub Vlissingen, die respectievelijk weer financieel en organisatorisch voor het Nederlandse schaak op de bres stonden, werd het een vlekkeloos evenement. Zeer betreurenswaardig was daarom de minimale publieke belangstelling. De Zeeuwen tref hier geen enkele blaam, maar of de Koninklijke Nederlandse Schaakbond alles heeft gedaan wat mogelijk was met betrekking tot de landelijke voorpubliciteit, moet ernstig in twijfel worden getrokken. De enkele niet-Zeeuwen, die de wedstrijd bijwoonden, waren of KNSB-officials, of mensen, die toevalligerwijs aan de weet waren gekomen, wanneer de wedstrijd zou worden gehouden. Schaaktechnisch moet de wedstrijd de Nederlandse spelers een ernstige kater hebben bezorgd. Hoe is het toch mogelijk, dat dit droomteam de Engelsen niet onder de voet heeft gelopen. Op de Elo-ranglijst fungeert het Nederlandse team ver boven het Engelse. Deze lijst is echt niet zomaar een wiskundig knutselwerkje voor de liefhebbers. De Nederlandse schakers zijn beter dan de Engelse. Vooral de eerste speeldag bestond bij velen de indruk, dat de Engelsen geweldig op hun tenen moesten lopen en een ineenstorting niet kon uitblijven. Waarom is dit niet gebeurd? De Engelse voetballers blinken uit door een tomeloze inzet, van de eerste tot de laatste minuut. Keihard werken, hard lopen, hoge en lage ballen voor de goal en dan maar doordrukken. Matige techniek en tactiek. Zo is het, weliswaar in mindere mate, ook met het Engelse schaak. Opportunistisch, blakend van strijdlust en vol optimisme. Bovendien als team zeer gedisciplineerd. Zo werd bij ieder remiseaanbod overleg gepleegd met de captain. De Nederlandse spelers zijn blijkbaar te grote individualisten voor zo'n eenvoudige procedure! Niettemin hebben de Nederlandse spelers zich volledig ingezet. Men hoeft bijvoorbeeld slechts te denken aan de dramatische wijze waarop Frans Kuijpers de laatste dag slag leverde. Het heeft gewoon erg tegen gezeten. Vrouwe Fortuna stond aan Engelse zijde! Dat was de enige plausibele reden voor de nederlaag (gelijkspel was een nederlaag). En de druiven zijn natuurlijk ook wel een beetje zuur voor de Nederlanders. Op de
eerste dag miste o.a. Hans Ree een goede kans op de overwinning.
Mestel Er
volgde: 32...Kd6 33.Kd3 a4? 34.cxb5
axb5 35.b6! Remise. De zwarte koning moet op d6 en d7
heen en weer blijven spelen. In de diagramstelling had zwart
moeten voortzetten met: Het
thema dat hier aan de orde kwam; de koning laat een vijandelijke
vrijpion doormarcheren om zijn neigen vrijpionnen te
ondersteunen, is in de theorie natuurlijk bekend. In de praktijk
nis het echter nog maar zelden voorgekomen. In het toernooi in
Hastings 1945-'46 ontstond tussen Euwe en Prins de volgende
stelling:
Zwart
(Prins) speelde b42... h6 waarna remise onvermijdelijk was:
43.h5! a4 (na 43....hxg5?? 44.Kg5
wint wit zelfs) 44.g6 remise. Net
als Ree dertig jaar later overzag zwart de winst.
|