Back                                        Unieke matstelling                                            PZC 7-7-2001

 

Het kampioenschap van Nederland werd net als vorig jaar gewonnen door Loek van Wely. Voor die titel hoefde hij niet tot het uiterste te gaan, omdat zijn op papier gevaarlijkste concurrenten Piket en Tivjakov al vroeg in het toernooi flinke steken lieten vallen. Tot verrassing van velen moest hij echter Erik van den Doel tot het laatst naast zich dulden. Slechts in de beslissingsmatch over vier rapid- partijen liet hij blijken de echte kampioen te zijn. Van den Doel speelde niettemin een prachtig toernooi. Zijn falen van het vorige jaar was dus duidelijk een tijdelijke inzinking. Groot was de teleurstelling voor Jeroen Piket, de enige speler die Van Wely in het nauw bracht. Sergey Tivjakov zal niet zo ontevreden zijn met zijn gedeelde derde plaats. Hij heeft zich kortgeleden, tot zijn grote voldoening, in het Europese kampioenschap in Macedonië, samen met Van Wely, verzekerd van een plaats in het wereldkampioenschap. Het is prettig, dat er eindelijk weer eens een nieuwe speler zich heeft aangemeld in de top van het klassement in de persoon van Karel van der Weide, die vijfde werd. De grootste klap uit zijn carričre leed Paul van der Sterren. De oud-kampioen eindigde troosteloos op de laatste plaats. Dat is hem nog nooit eerder overkomen. Ook Van der Wiel kwam er bekaaid van af. Voor hen gaan de jaren duidelijk tellen. De mooiste partij van het toernooi was de volgende.  

K. van der Weide - L. van Wely  

1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 Pf6 5.Pc3 a6  De Najdorf-variant van het Siciliaans, misschien wel de meest gespeelde variant van alle openingen van dit moment. Hoewel Van Wely er al enkele keren lelijk mee in het zand heeft moeten bijten, blijft hij hem spelen. Terecht, want er ontstaan stellingen, die de tacticus Van Wely op het lijf gesneden zijn.  6.f4  Totaal andere complexen ontstaan na de zet 6.Lg5 , die als de hoofdvariant geldt.  6...e6 7.Df3 Db6 8.Pb3 Dc7 9.g4 b5 10.g5 Pfd7 11.Ld3 Lb7 12.Le3  Bekend is ook 12.Dh3, waarmee 13.g6 in de stelling komt.  12...Pc5 13.0–0–0 Pxd3+ 14.Txd3 Pd7  Zwart haast zich niet met het ontwikkelen van de koningsvleugel. Dit is de moderne aanpak van de Siciliaan.  15.Thd1 b4 16.Pe2 Tc8  Dreigt mat op de volgende zet. Wit heeft in de opening geen enkel voordeel weten te bemachtigen, integendeel, het is zwart, die de lakens uitdeelt.  17.T3d2 Le7 18.Pg3 0–0 19.Df2 a5  Zwart voert de druk op, terwijl wit aan de andere kant nauwelijks iets kan ondernemen.  20.Kb1 a4 21.Pc1 Tfe8  Een mysterieuze torenzet, die in het Siciliaans heel vaak wordt gespeeld. De bedoeling is om zo nodig de loper van e7 naar g7 om te spelen en een eventueel e5, gevolgd door d5 te ondersteunen. 22.Pd3 b3!  Deze zet verhoogt de druk op de witte koning aanzienlijk. Wit kan nu kiezen, de a-lijn prijsgeven, de c-lijn of allebei.  23.cxb3 axb3 24.a3  Na 24.axb3 Da5 zou de zwarte aanval nog sneller beslissen.  24...Dc4 25.e5  Ook 25.Tc1 maakt het niet beter.  25...dxe5 26.fxe5 Db5  De witte e-pion is een zorgenkind geworden.  27.Df4 Tc4 28.Ld4 Pb6 29.Pe2 Pd5 30.Dg3 Da4 31.Pdc1 Tec8 32.h4  Andere zetten zijn er niet. B.v.: 32.Dxb3? Txc1+ en zwart wint de dame.; of 32.Pxb3 Pb4 en de zwarte aanval krijgt orkaankracht: 33.axb4 Le4+ 34.Td3 Dxb3 enz.  32...Pb4!  Fraai gespeeld.De zwarte aanval krijgt beslissende kracht.  33.De3  Ook nu was de b-pion taboe wegens 33...Le4+, maar  33.Pc3 leek nog wel wat. Met 33...Txc3 34.Lxc3 Le4+ 35.Pd3 Pxd3 36.Txd3 Lxa3 wordt de witte koning echter fraai onder de voet gelopen.  33...Pc2 34.Dxb3 Le4!!  Een prachtige zet, waar wit geen verweer meer tegen heeft.  35.Dxa4 Txa4  Ook na de dameruil behoudt de aanval zijn kracht.  36.Pc3  36.Ka2 Pxa3 37.bxa3 Txa3+ 38.Kb2 Tb8+  36...Pxa3+ 37.Ka2 Taa8! 38.Pxe4 Pc2+ 39.Kb3 Pa1 Mat.

 

 

 

Een unieke slotstelling van een briljant gevoerde aanvalspartij. De partij met zal zeker de wereld rondgaan en velen zullen zich verbazen over het ongelofelijke mat met 39…Pa1!! Van der Weide verdient een compliment, dat hij niet voor die tijd opgaf. Veel spelers vinden het ondraaglijk matgezet te worden en geven het daarom liever op eer het mat daadwerkelijk wordt uitgevoerd. Je mooi mat laten zetten, als het toch onafwendbaar is, is een daad van sportiviteit. Voor zover bekend, is in een (groot)meesterpartij een dergelijke matzet (Pa1) nog niet eerder voorgekomen. Wel zijn er twee partijtjes bekend, waarin de bekende heer NN zich aldus liet matzetten:

 

Reinle - NN,1936.

1.e4 e5 2.f4 f5 3.exf5 e4 4.Dh5+ g6 5.fxg6 h6 6.g7+ Ke7 7.De5+ Kf7 8.gxh8P Mat.

 

NN – Goetz,1880.

1.e4 e5 2.f4 exf4 3.b3 Dh4+ 4.g3 fxg3 5.h3 g2+ 6.Ke2 Dxe4+ 7.Kf2 gxh1P Mat.
Dit zijn natuurlijk geen schokkende beelden. Of juist wel, het is maar hoe je er naar kijkt.   

 

Een beroemde grootmeesterpartij, waarbij de zet Pc2-a1!! de beslissende rol speelt is de volgende:

Vaganian – Planinc. Hastings, 1975  

1.d4 Pf6 2.c4 c5 3.Pf3 cxd4 4.Pxd4 e6 5.Pc3 Lb4 6.Pdb5 0–0 7.a3 Lxc3+ 8.Pxc3 d5 9.cxd5 exd5 10.Lg5 h6 11.Lxf6 Dxf6 12.Dxd5? Wit steekt zijn hoofd in de muil van de leeuw. Schaken is geen circusact, hoewel het er soms wel op lijkt. 12…Td8 13.Df3 Db6 14.Td1 Txd1+ 15.Pxd1 Pc6 16.De3 Pd4 17.De8+ Kh7 18.e3 Pc2+ 19.Kd2 Lf5!! 20.Dxa8 Dd6+ 21.Kc1 Pa1!! 22.Dxb7 Dc7+!!  

 

 

 

en wit gaf het op. Van der Weide zou 23.Dxc7 hebben gespeeld en zich met 23….Pb3 mat hebben laten zetten. Een spectaculaire en leerzame partij. Grootmeesters geloven Oom Jan niet als hij zegt, dat je in de opening niet teveel met de dame moet spelen. Ze willen het aan den lijve ervaren. Albin Planinc, de auteur van deze schitterende parel, is na zijn successen in de jaren zestig en zeventig geruisloos uit de arena verdwenen. Hij schijnt geestelijk in de war te zijn geraakt door het schaken.