|
Retour Tiggelman redt Middelburg PZC 25-5-2001
Het Zeeuwse schaak beleefde een
schaakseizoen met veel ups en downs. Het belangrijkste
wapenfeit was natuurlijk het glorieuze kampioenschap en de
promotie naar de meesterklasse van HWP 1. R. Tiggelman – S. Tabak (CSV, Capelle)Hans Groffen noemde dit in Middelburgs Schaaknieuws ergens 'Een oudewijvenvariantje'. Dergelijke op het oog wat saaie openingen leiden met Tiggelman aan de witte stukken echter zelden tot 'oudemannenpartijen'.
1.Pf3 g6 2.g3 Lg7 3.Lg2 d6
4.0–0 c6 5.c4 f5 6.Pc3 Pf6 7.d4 Zo ontstaat de
Leningrader variant van het Hollands. 7...0–0 8.d5 a5 Een
andere mogelijkheid was te zien in de partij Jansen- Van der
Zalm uit de wedstrijd Middelburg HWP 2. Daarin volgde
volgens de theorie 8...De8 9.Pd4 Ld7 met kansen voor beide
partijen. 9.Le3 De8 10.c5 e6?! Een
pionoffer, dat er een beetje verdacht uitziet. 11.dxc6
d5 12.cxb7 Lxb7 13.Lf4 Pe4 14.Pxe4 Voor de hand lag
14.Le5, maar de witspeler loert op een combinatie, die het
bord in brand zet. 14...fxe4 15.Pd4 Veiliger ziet
15.Pd2 er uit. Maar René houdt niet van veilig schaak. 15...e5
16.Db3 Tf7 17.c6 La6 18.Dxd5 exf4 19.c7 Pd7 20.Tfd1 Pf6 Het
is moeilijk te geloven, dat zwart hier slecht zou staan. Dat
staat hij ook niet, maar wat in zijn nadeel spreekt is dat
de stelling in een heksenketel is veranderd. En dat ligt hem
duidelijk niet. 21.Dd6 fxg3 22.hxg3 Lc8? Het
spectaculaire 22...Pg4 23.Tac1 Pxf2 24.Dxa6 Txa6 25.c8D Dxc8
26.Txc8+ lijkt in wits voordeel. Helaas kleeft er een foutje
aan deze zettenreeks. Zwart kan namelijk 25..Ta8!! spelen in
plaats van 25...Dxc8 en voordeel behouden. 23.Tac1
Lf8 24.Dd8 Ta7 Wie zou dat niet gespeeld hebben? Beter
was in elk geval 24...Lg4.
25.Lxe4!! Prachtig gespeeld. De zwarte stelling staat nu op het punt te breken. 25...Taxc7 26.Dxe8 Pxe8 27.Ld5 Zo wint wit materiaal terug. 27...Txc1 28.Txc1 Ld7 29.Lxf7+ Kxf7 30.Pc6 Lg7 31.b3 Het resterende eindspel ziet er nog erg lastig uit voor wit, maar ook in dit onderdeel van het spel staat wit zijn mannetje. 31...Lxc6 32.Txc6 Le5 33.Tc5 Lc7 34.e4 Ke6 35.Kg2 Kd6 36.Tc4 Pf6 37.f4 Pg4 38.e5+ Kd7 39.Kf3 Ph2+ Beter was 39...h5. Het gespring van het paard levert zwart slechts meer nadeel op. 40.Ke4 Pg4 41.a3 Lb6 42.b4 Pe3 43.Tc3 axb4 44.axb4 Pf5 45.g4 Ph6 46.Th3 Pxg4 47.Txh7+ Kc6 48.Tg7 Pf2+ 49.Kf3 Pd3 50.Txg6+ Kc7 51.b5 Pb4 52.Tg7+ Kd8 53.Ke4 Pa2 54.Kd5 Pc3+ 55.Kc6 De partij is natuurlijk beslist, maar de zwartspeler weet nog enkele valletjes in de stelling te weven. 55...Le3 56.f5 Ld4 57.f6 Dreigt mat in een. 57...Ke8 58.b6 Kf8 Of 58...Lxe5 59.b7 Pe4 60.Tc7! en wint. 59.Te7 Lxb6 Nog een laatste truc. Als wit de loper slaat volgt Pd5+ met remise. 60.Td7 La5 61.Ta7 Ld8 62.Ta8 Ke8 63.e6 Pe4 64.e7 Pxf6 65.exd8D+ Zwart gaf het op.
R. Tiggelman – N. Spaan (RSR, Rotterdam) 1.Pf3 d5 2.c4 c6 3.g3 Pf6 4.Lg2 Lf5 5.b3 e6 6.0–0 Pbd7 7.Lb2 Le7 8.d3 Dc7 9.Pbd2 0–0 10.Dc2 Lg6 11.a3 Tfe8 12.b4 Lf8 13.Tfe1 Tac8 14.Tac1 Db8 15.Db3 h6 16.e4 dxe4 17.Pxe4 Pxe4 18.dxe4 Tcd8 19.c5 a5 20.Tcd1 Lh5
21.g4!! Lxg4?! Zwart had hier niet moeten slaan, maar dat is achteraf gemakkelijk te zeggen. Hij lijkt immers met het bezit van de d-lijn voldoende tegenspel te krijgen. 22.Txd7! Txd7 23.Pe5 Ted8 24.Pxg4 Td3 25.Dc4 Df4 26.h3 h5 27.Lc1 Wit weet met subtiel spel de zwarte stukken terug te drijven. 27...Dc7 28.Pe3 T3d4 29.Dc3 axb4 30.axb4 Td3 31.Dc2 T3d4 32.Pc4 Dd7 33.Le3 Td1 Zwart moet de d-lijn prijsgeven, waarna wit een aanval op b7 kan inzetten. Wie had dat gedacht? 34.Txd1 Dxd1+ 35.Dxd1 Txd1+ 36.Lf1 g6 37.Kg2 Lg7 38.e5! Weer sterk gespeeld. Het witte paard verovert d6. 38...Td5 39.Le2 Kf8 Na 39...Lxe5? 40.Lf3 wint wit materiaal. 40.Lf3 Td3 41.Pd6 Lxe5 42.Pxb7 Lc3 43.b5 cxb5 44.Le2 Td7 45.c6 Tc7 46.Lxb5 Lb4 47.Lf4 Tc8 48.Pd6 Zwart gaf het op, want na 48...Tc7 wint wit met 49.Pc4 of 49.Pxf7 gemakkelijk. Een tactisch en technisch sterk gespeelde partij.
|