Retour                                 Henk Massink speelt zijn eigen spel.        PZC 3-9-2005
 

Je hoort vaak beweren, dat je geen fatsoenlijke partij meer kunt spelen zonder je diepgaand in de openingstheorie te verdiepen. Dat is een vergissing. Het kan wel degelijk. Het beste voorbeeld is nog steeds Tigran Petrosjan (1929- 1984). De wereldkampioen speelde slechts bij hoge uitzondering varianten die in de theoretische tijdschriften diepgaand werden besproken. Hij was net als zijn illustere voorganger Emanuel Lasker (1868 – 1941) tevreden met een speelbare stelling. Beide superschakers waren practici, die op het bord hun kunnen wilden en konden tonen en niet thuis met een boekje in de hand. Hun grootste kracht lag en het middenspel en het eindspel. Ook de grote Deen Bent Larsen, die dertig jaar geleden de Russen tot wanhoop bracht en wijlen Anthony Miles, de Engelse grootmeester, waren geen grote openingstheoretici. 
Maar ook op iets lager niveau werden successen geboekt met ongewone openingen. Bijvoorbeeld Hans Böhm! Die speelde vaak de meest simpele openingen zoals 1.d4, gevolgd door 2.b3 en stuurde in zijn beste jaren direct aan op het eindspel. En vaak met verbluffend resultaat.

Maar het kan ook anders. Men hoeft zich niet te wenden tot saaie openingen, maar er zijn ook nog min of meer normale openingen, die niet tot op het bot zijn uitgeanalyseerd. Op het Hogeschool Zeeland Toernooi liet Henk Massink uit Vlissingen op fraaie wijze zien hoe hij dat moet. In deze rubriek twee van zijn partijen. De eerste is een overwegend strategische partij , de tweede een bloedstollend tactisch gevecht.

H. Massink - P.Doggers. HZ open Vlissingen, 8e ronde.

1.b3  Henk Massink in de voetsporen van Bent Larsen, die dertig jaar geleden, met deze zet veel succes had. Het is natuurlijk wel zaak te weten waar het om gaat. Massink bleek er duidelijk beter in thuis dan de meeste van zijn  tegenstanders. Zijn tegenstander in deze partij doet het voorlopig niet slecht. 1...e5 2.Lb2 Pc6 3.e3 Pf6 4.Lb5 d6 5.Pe2 Ld7 6.f4! Wat kan men nog meer van een opening verwachten? Beide spelers zijn volledig op zichzelf aangewezen. Slechts in obscure boekjes, die niemand leest, zou je deze stelling terug kunnen vinden. In mijn database van 1,7 miljoen partijen vond ik er vier terug. Drie daarvan met wijlen Vladimir Bagirov achter de witte stukken.  6...a6  Nog slechter ging het in de volgende partij: 6...e4 7.Pg3 Pb8 8.Lxf6 Dxf6 9.Lxd7+ Pxd7 10.Pc3 c6 11.Pcxe4 1-0 na 29 zetten. Bagirov-Graf 1990.  7.Lxc6 Lxc6 8.0-0 g6  Of 8...Le7 9.c4 0-0 en 1-0 na 38 zetten. Bagirov-Maki 1991.  9.c4 De7 10.Pbc3 Lg7 11.Dc2 0-0 12.a4 Tfe8 13.h3 a5 14.Tac1 Dd8 15.Pg3 Ta6 16.f5!  De teerling is geworpen. Met deze zet krijgen we een heel andere strijd te zien. Zwart zoekt spel in het centrum, wit gaat de vijandelijke koning te lijf. 16...d5 Zwart heeft de opening goed gespeeld en zich niet echt laten verrassen. Maar een schaakpartij is meer dan een opening. 17.Pb5 Ta8 Zeer in aanmerking kwam hier en ook later de blokkeerzet 17...g5 om de stelling op de koningsvleugel gesloten te houden. Zwart zou dan zeker niet minder hebben gestaan. 18.d3 Dd7 19.Tcd1 Tad8 20.Dc1 Lxb5 21.axb5 d4 22.e4 c6 23.bxc6 bxc6 24.Dc2 Db7  Hardnekkig vermijdt zwart het juiste 24...g5! Dat zal hem bezuren!  25.La3 Pd7 26.Tb1 Lf8 27.Lxf8 Pxf8 28.Dd2 Db4 29.Dh6!  Een zet waarvan de kwade bedoeling  in het oog springt, maar die zwart blijkens het vervolg toch ontgaat.  29...Dc3 De dame begeeft zich op dwaalwegen. Op 30.f6 volgt natuurlijk 30... Pe6. Maar wit heeft nog een andere zeer giftige pijl op zijn boog, die zwart volkomen overzien heeft. 30.Tf3 Td7  Ook 30...Db4 om eventueel op f8 zijn koning assistentie te verlenen, helpt niet meer: 31.Ph5 gxh5 32.f6 Pe6 33.Tg3+ Kh8 34.Tg7 en zwart gaat onherroepelijk mat. Zwart staat nu totaal verloren. 

 

 

31.Ph5! gxh5 32.Tg3+ Pg6 33.f6! Zwart gaf het op. Een bijzonder aardige partij.

 

A. van Weersel - H. Massink. HZ open Vlissingen, 7e ronde.

1.e4 d5! Het is niet gebruikelijk om achter deze zet een uitroepteken te zetten. Decennia lang is de zet meewarig bekeken door de gezeten grootmeesterlijke burgerij. In het verre verleden was er slechts een grote meester, die de zet met regelmaat waagde te spelen, namelijk de Duits-Engelse grootmeester Jacques Mieses (1865 - 1954).  2.exd5 Dxd5 3.Pc3 Da5 4.d4 Pf6 5.Lc4 c6 6.Pge2 Lf5 7.0-0 e6 8.Ld2 Dc7 9.Pg3 Lg6 10.Te1 Ld6 Zwart kan zich gemakkelijk ontwikkelen. Geen wonder, dat ook grootmeesters van tegenwoordig af en toe naar het Scandinavisch grijpen (Anand!).  11.d5 b5  Dwingt wit al min of meer tot een stukoffer. 12.Pxb5 cxb5 13.Lxb5+ Pbd7 14.dxe6 fxe6 15.Lc3 Lxg3 16.hxg3 Kf7 17.De2 The8 18.Lc4 Lf5 19.Tad1

Wit heeft zich prachtig ontwikkeld, maar is dat voldoende compensatie voor het geofferde stuk? Zwart bewijst van niet.

19...Pb6 20.Lb5 Ted8 21.Txd8 Dxd8 22.g4 Pxg4! 23.f3 Ph6 24.g4 Ogenschijnlijk wint wit het stuk nu terug, omdat de dekking van e6 gevaar loopt. 24...Dg5! 25.Kf1 Pxg4! Dat is de weerlegging van het witte spel. Zwart geeft het stuk terug en krijgt een winnende aanval. 26.fxg4 Lxg4 27.Df2+ Kg8 28.Te5 Lh3+ 29.Ke2 Helemaal knudde is 29.Ke1 wegens  29...Dc1+ 30.Ke2 Tf8 enz. 29...Dg4+ 30.Df3

 

 

30...Lf1+! 31.Ke3 Dg1+ Ook goed was 31...Pd5+ 32.Txd5 Dxf3+ 33.Kxf3 exd5 , maar zwart kiest de eenvoudigste weg.

 32.Df2 Dxf2+ 33.Kxf2 Tf8+ 34.Kg3 Lxb5 35.Txb5 Tf5 36.Txf5 exf5 Zwart staat nu slechts een pion voor. Na zo'n bloedige strijd valt de beslissing in het eindspel. 37.Ld4 Kf7 38.b3 g5 39.c4  Hopeloos is 39.Lxb6 axb6 40.c4 f4+ 41.Kf2 g4 42.a4 Ke6 43.b4 Kd6 enz.  39...f4+ 40.Kf3 h5 41.a4 Ke6 42.Ke4 h4 43.a5 Pc8 44.a6 h3 45.Lg1 Pd6+ 46.Kf3 Kf5 47.Lxa7 g4+ 48.Kf2 g3+ 49.Kf3 h2 50.Kg2 Kg4 51.Lb8 f3+ 52.Kh1 Kh3

Wit gaf het op. Mat op de volgende zet. Eveneens een aantrekkelijke partij.