Retour                            Eenmaal schaker, altijd schaker!                                             PZC 12-9-1996

 

Het schaakspel houd je jong! Iedere oudere schaker die nog regelmatig zijn partijtjes meeblaast, zal dat kunnen beamen. Maar je moet het wel serieus beoefenen! Als het tenslotte te moeilijk wordt om regelmatig een schaakclub te bezoeken, dan is er altijd nog het correspondentieschaak als een uitstekend alternatief. Men is creatief bezig, het is spannend en het onderhoudt en versterkt de sociale contacten. Als men deze vorm van schaken wil gaan beoefenen, kan men zich het beste aansluiten bij de Nederlandse Bond van Correspondentieschakers (NBC). Daar kan men spelen op elk niveau, nationaal en internationaal.

 

De volgende, buitengewoon interessante partij, werd gespeeld in het veteranenkampioenschap correspondentieschaak 1995.

 A.N. van den Berg- J.H. Lubbers.

1.d4 Pf6 2.c4 g6 3.Pc3 Lg7 4.e4 d6 5.f3  De Sämisch-variant van het koningsindisch. De variant werd door de Duitse grootmeester Fritz Sämisch op het eind van de jaren twintig voor het eerst toegepast en is nog steeds zeer populair. Het is zelfs een van de meest gebruikste systemen van deze tijd. Zoals in zoveel moderne openingen wordt gestreefd naar tegengestelde rokades. Die leiden onvermijdelijk tot stellingen waarin beide partijen scherp op aanval moeten spelen op straffe van de ondergang.  5..... O‑O 6.Le3 Pc6  Dit is de moderne variant. In de jaren dertig was er wel eens een enkeling, die een zet als Pc6 durfde spelen, maar het waren doorgaans kleine spelers, die niet serieus werden genomen. De groten hielden zich ver van dergelijke a-positionele zetten! In dit opzicht heeft er bijna een revolutie plaats gehad in het denken van de schaaktheoretici. Het klassieke systeem, zoals Sämisch voor ogen stond, gaat verder met 6..... e5. Zeer sterk is ook het pionoffer 6.... c5. Andere speelbare mogelijkheden zijn 6.... Pbd7, 6.... b6 en 6.... c6. 7.Pge2 a6 8.Dd2 Tb8  Het is eigenlijk verbazingwekkend, dat een dergelijke langzame opbouw mogelijk is. De oorzaak schuilt in het feit, dat de zwarte koningsstelling zeer stevig is en de witte stukken ook tijd nodig hebben om aanvalsposities in te nemen. 9.h4  Dit is de gebruikelijkste en scherpste aanvalsmethode.  9..... h5  Zwart moest rekening houden met het pionoffer h5, waarmee wit de h-lijn opent. Volgens de huidige stand van de theorie is zwarts zet in deze partij de beste manier om wits aanval te vertragen. De Rus Geller is het daar niet mee eens en geeft de voorkeur aan meteen 9.... e5. 10.O‑O‑O b5  Zwarts plannen zijn duidelijk, een tegenaanval via de b-lijn en eventueel via de diagonaal a1-h8 op b2.  11.Pf4  Vaak gespeeld, maar 11.Lh6, zoals in de 8e matchpartij Fischer- Spassky, 1992,  lijkt toch sterker. 11..... bxc4 12.g4  Wit talmt niet en kiest voor de scherpste zet. Veiliger en 'dus' verstandiger was 12.Lxc4, waarmee een stuk ontwikkeld wordt. Zwart antwoordt dan 12..... e5!, waarna 13.Pxg6? niet goed is wegens 13.... Pa5! en wit moet materiaal afstaan. Gelukkig is niet iedere schaker zo verstandig, want anders zouden partijen als deze nooit gespeeld worden. 12.... e5!  Na 12.... hxg4 13.h5! zou wit het tempo van de partij gaan bepalen en dat wil zwart voorkomen. Het materiaal speelt in openingen als deze een ondergeschikte rol. Dat zal binnen enkele zetten nog duidelijker worden. 13.dxe5 Pxe5 14.gxh5 Pxf3!  Hier moet zwart al een inschatting hebben gemaakt van de komende gebeurtenissen. Dat is een prestatie van formaat, ook voor een correspondentiepartij.  15.Dg2  Wit heeft er ongetwijfeld op gerekend met deze zet goede zaken te kunnen doen. Behalve, dat het paard op f3 aangevallen staat, dreigt ook nog eens slaan op g6.  

 

 

 

15.... Pxe4!!  De eerste verrassing in de partij. Zwart offert een stuk om de loper op g7 tot leven te wekken. Een noodzakelijke en weloverwogen beslissing, die bijna karakteristiek is voor deze variant. De Oekraiense grootmeester Gufeld zou er bijna jaloers op kunnen worden. 16.Dxf3  Op 16.Pxe4 kan volgen 16.... Lxb2+ 17.Kc2 Lf5 18.Dxf3 Te8, of ook 17.Dxb2 Txb2 18.Kxb2 Te8 en zwart wint materiaal genoeg terug voor de winst (Lubbers).  16..... Pxc3 17.bxc3  Zwart staat ook nu een vol stuk achter, maar heeft een vreselijke aanval in handen. 17..... Df6!  Dreigt mat in een zet. Verrassend is dat niet de diagonaal van Lg7 wit zoveel problemen bezorgd, maar die van f5 naar b1.  18.Ld4 Df5!  Nu dreigt zwart zijn materiaal met rente terug te winnen, bovendien is de mataanval nog geenszins uitgewoed.  19.Lxg7

 

 

19.... Te8!!  Met deze fantastische zet, die zwart al veel eerder moet hebben zien aankomen, verschaft hij zich winnend voordeel. De witte koning wordt de vluchtweg over de e-lijn naar de andere vleugel ontnomen, zodat er mat dreigt door Db1 en Db2. Wit is ondanks zijn enorme materiële overwicht niet meer in staat een deugdelijke verdedigingslinie op te bouwen. 20.Le2  Het enige. Wit verschaft zich een vluchtgaatje op e1, maar de aanvalsmachine laat zich niet meer stoppen. 20.... Txe2!  De aanval loopt als een Zwitsers uurwerk. Alles pas wonderbaarlijk in elkaar.   21.Dxe2 Tb1+  Natuurlijk niet 21..... Dxf4+? 22.Dd2 en wit trekt zelfs aan het langste eind. 22.Kd2 Dxf4+!  En ook niet 22.... Tb2+ 23.Ke1 Txe2+ 24.Pxe2 en wit leeft weer! 23.Ke1  Na 23.De3 Tb2+ 24.Kc1 Dxe3 25.Kxb2 Kxg7 beslist het materiële overwicht van zwart. Het kan verkeren! 23.... Dg3+ 24.Kf1  Wit doet gedwongen zetten. 24..... Txd1+ 25.Dxd1 Lf5!!  De eerste zet van deze loper en meteen de laatste in de partij. De dreiging 26.... Ld3+ is dodelijk. Wit gaf het op. Een schitterende partij van Dr.Lubbers. Ook de witspeler met zijn hardnekkige en vindingrijke verdediging verdient een groot compliment.  

Eens te meer blijkt, dat een hoge leeftijd geen belemmering hoeft te vormen om inventief schaak van hoge kwaliteit te produceren. Van den Berg is 82 en Lubbers 77 jaar! Dr. J.H. Lubbers woont in Kortgene. In zijn studententijd (1939/40) speelde hij aan het tweede bord van de Nieuwe Rotterdamse Schaak Vereniging achter de vermaarde Dr. K.M. Bergsma. Eenmaal schaker, altijd schaker!