Back                                          De zuiverste liefde  (Middelburgs Schaaknieuws februari 2003)

Een van de aardigste schaakboeken uit het Nederlandse taalgebied is: ‘De zuiverste liefde is die tussen een man en zijn paard ’ van Max Pam uit 1975. Voor de jongeren ongetwijfeld een stokoud boek. Het is eigenlijk niet eens een echt schaakboek, maar een boek met interviews met schakers.
Pams boek is op dat gebied nooit overtroffen. Niet door Jules Welling en ook niet door Dirk Jan ten Geuzendam, de huidige hoofdredacteur van New in Chess Magazine. In De zuiverste liefde… worden o.a. Timman, De Groot (de schrijver van het beroemde 'Het denken van de schaker'), Donner, Barendregt, Bouwmeester en Ree aan het woord gelaten.
De kwaliteit van een interview staat of valt natuurlijk met het feit of de geïnterviewde iets te zeggen heeft, maar Pam heeft het wel allemaal kostelijk opgeschreven. Enkele uitspraken uit het boek zijn beroemd geworden. Vooral Hans Ree heeft dingen gezegd, die het waard zijn nog eens naar voren te halen.

 “Zou jij je dochter met een schaker laten trouwen?  Ja?  Nou, ik niet.  Ik weet wel, wat kunnen wij ouders tegenwoordig nog beslissen? - maar toch, ik zou zoiets niet stimuleren.  Ik ben er ook op tegen dat het schaken als een apart vak op de scholen wordt ingevoerd.  De voorstanders daarvan komen altijd aandragen met onderzoekjes, die in landen als Oost-Duitsland en Zaire zijn gehouden en waaruit onomstotelijk is komen vast te staan, dat de kinde­ren uit de experi-mentele groep, vergeleken bij die uit de controle­groep, verbazing-wekkende vorderingen hebben gemaakt.  Door het schaken zou de wil worden ontwikkeld en het vermogen om logisch te denken, dat is allemaal onzin.  De gemeenschapszin neemt ook niet toe, integendeel.  In dictatoriale landen wordt het schaken zo gepropagandeerd om de mensen het denken af te leren, om ze een soort cultuur te geven, die verder geen consequenties heeft.  Het contact met het echte leven gaat verloren, zodat het allemaal geen kwaad kan.  Ja, ja, schaken als opium voor het volk.”
 

Ree is de relativeerder van alle dingen. Zo zegt hij ook nog:
 

“Ik kan mij best voorstellen dat het schaken allerlei karakterdefecten opvangt, maar zo'n leven dat helemaal bestaat uit winnen en verliezen, dat kan toch niet goed zijn voor een mens.  De schaker moet voortdurend vechten en hij moet zich verheugen in het leed van anderen.  Ik speelde eens tegen iemand, die het duidelijk niet naar zijn zin had.  Zijn stelling was slecht en je kon aan hem zien, dat dat hem vervulde met een groot lijden.  Ik stond op om wat rond te wandelen en vanuit een hoek in de speelzaal keek ik zo naar hem en ik moet eerlijk zeggen, ik keek met genoegen.  Niet omdat ik dacht dat ik die partij zou gaan winnen, maar omdat ik het wel aardig vond, dat hij zo in het nauw zat.  Later realiseerde ik me, dat het wel vreselijk was, wat er toen met mij gebeurd was, tot welke diepte ik was afgedaald. Niets geen medelijden, maar wellust. Het was wel schokkend voor me, om te bemerken dat ik daar zo’n plezier in had. Die partij heb ik natuurlijk wel gewonnen.”
 

Is Ree een schaakhater? Nee, natuurlijk niet. Dat blijkt ook uit het volgende:


"De grote vraag is natuurlijk of het schaken de moeite waard is om er je hele leven aan te wijden.  Als je me dat de ene dag vraagt, zeg ik: 'natuurlijk, alles waar een mens zich helemaal aan kan geven, dat groter is dan hijzelf, dat altijd nieuwe proble­men oproept, is genoeg om er je leven aan te geven; zeker als het gaat om zoiets prachtigs als het nobele schaakspel.  Maar als je mij de volgende dag spreekt, bijvoorbeeld na een verliespartij, dan zal ik zeggen: 'Goeie god, al die mensen, die hun hele leven lang met die houtjes in de weer zijn, het is toch eigenlijk zielig'.
 

En voorts merkt hij op:
 

'Daartegenover staat dat de manier waarop schakers leven heel aantrekkelijk is. Niemand is hun baas, ze kunnen doen wat ze willen.  Je hebt niet het idee dat je verschrikkelijk hard aan het werk bent.  Je hebt in zekere zin een heel gemakkelijk leventje, maar of dat goed is voor een mens, dat weet ik ook niet."
                                                                                          **
 

Het interview met Ree is een van de vele hoogtepunten. Ook de betreurden Donner, Euwe, Prins en Barendregt zeggen dingen over het schaken en de MENS, die het waard zijn te worden herinnerd. Wellicht komen we er in een volgend nummer nog eens op terug, want waardevol weten veroudert niet!!

(Dat laatste is nooit gebeurd, want Middelburgs Schaaknieuws is op de fles gegaan. Het boek is tweedehands zeker nog wel ergens op te scharrelen. )