Is schaken leuk?                            PZC 1997

Wie op de televisie gezien heeft, hoe desolaat Jeroen Piket er bij liep na zijn zoveelste nederlaag in het Foltys- toernooi in Tilburg, weet wel beter. Ook de geweldenaar Gary Kasparov maakte geen vrolijke indruk, hoewel hij over het verloop van het toernooi toch niet echt mocht klagen. Maar Piket en Kasparov zijn professionele schakers, bij de echte amateurs, de plezierschakers, ligt het natuurlijk anders. Daar is iedereen altijd blij en opgewekt, ook na de vreselijkste nederlaag. Wie dat gelooft, kent de schaker niet. De grootste kankeraars zijn het, alle schakers. Waarom schaken ze dan, waarom doen ze dat spelletje, dat zo vaak hun humeur bederft?
Wie het weet mag het zeggen. Laten we het er maar op houden, dat in ieder mens de behoefte leeft om creatief bezig te zijn en dat sommigen geloven, dat schaken daartoe de mogelijkheid biedt. Bovendien, de schadelijkheid van het schaakspel is ook nog nooit bewezen.
Onbegrijpelijk is, dat er schakers zijn, die oorspronkelijkheid en creativiteit een vies woord schijnen te vinden. Ze spelen altijd dezelfde openingen, altijd hetzelfde soort saaie schaak. Ze vinden blijkbaar bevrediging in het na-apen van zichzelf. Hoe je dat twintig, dertig jaar kunt volhouden is een raadsel.
Onder de topschakers is een dergelijke spelopvatting natuurlijk onmogelijk. Zelfs het spelen van steeds dezelfde opening komt bijna niet voor.
De grote uitzondering is Kasparov. ‘The Boss’ speelt na 1.e4 altijd Siciliaans. Hij gaat er van uit, dat hij meer van die opening weet en begrijpt dan wie ook! De praktijk wijst uit, dat hij gelijk heeft.
Ook in het Zeeuwse schaak zijn talrijke spelers, die altijd op dezelfde manier openen. Oud –kampioen Adrie den Hamer uit Sas van Gent is een van hen. Hij speelt altijd 1.Pf3. Dat doet hij al een paar decennia, dus alle Zeeuwse schakers zijn er van op de hoogte, maar dat wil niet zeggen, dat ze er naar handelen. Wie zou zich immers speciaal moeten voorbereiden op zo’n onnozele openingszet als 1.Pf3?
De volgende partij uit de wedstrijd HWP3 – DZD laat zien, welke gevolgen dat kan hebben. Hij laat tevens zien, dat de bergbeklimmer uit Sas van Gent, nog onlangs stond Den Hamer op de flanken van de Mont Blanc, nog allerminst versleten is, hoewel het niet zo lang meer duurt voor hij Steinitz zal kunnen  nazeggen: Hoewel ik oud ben, moet men mij geen vinger in de mond steken, want dan bijt ik.

Den Hamer - Koster van Groos. Sas van Gent, 1997.
1.Pf3 d5 2. g3 b6
Koster van Groos uit Wemeldinge is een schaker met oorspronkelijke ideeën en niet meer een van de jongsten. Zijn liefde voor attractief en scherp spel  heeft met het klimmen der jaren niet geleden. Ook nu probeert hij een eigen systeem. 1… Lg2 Lb7 4. d4! Dit is eigenlijk een zet, die Den Hamer liefst niet speelt. Doorgaans geeft hij de voorkeur aan d3, om met Pd2 en e4 verder te gaan. Het konings-indisch in de voorhand dus. Misschien had zwart er een beetje op gerekend, dat hij dat nu ook zou doen.  4… e6 5. 0-0 Ld6 De loper staat hier niet goed, hij verspert de d-lijn voor de dame en een eventuele opmars van wit met e2-e4-e5 wordt ook mogelijk. Beter was Pf6 en Le7, gevolgd door 0-0. 6. c4! dxc4 7. Da4+ Dd7 8. Dxc4 Ld5 Misschien is dit niet de beslissende fout, maar het is wel een flinke stap op weg naar het einde. Zwart had onmiddellijk op de korte rokade moeten aansturen. 9. Dd3 c5  Zwart zet te scherp voort. Hij denkt ten onrechte te kunnen profiteren van de ietwat labiele stand van de witte dame. 10. Pc3 Pc6

 

11. dxc5!  Met deze voortreffelijke zet wordt een verwoestend offensief lang de d-lijn op gang gebracht. Zwart is reeds niet meer te redden. 11… Lxc5 12. Td1 Pb4 13. Db1 Db7 14. a3 Pa6 15. Pxd5 exd5 16. b4 Le7 17. Lb2 Lf6 18. Pe5 Dc7 19. Lxd5 In deze troosteloze stelling staakte zwart de strijd. Een prima partij van Den Hamer.

Een steunpilaar van Het Witte Paard is Rudy van de Wynkele uit Gent. Hoe lang speelt hij al niet in de Sasse ploeg, 20 jaar? Hij was in de zo desastreus verlopen eerste ronde van de KNSB-competitie een van de witte engelen, die een winstpuntje pakten. Dat gebeurde op zeer overtuigende wijze.

Rudy van de Wynkele – Euwals. Sas van Gent, 1997.
1. e4 c5 2. Pf3 d6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 Pf6 5. Pc3 g6 6. f4 Pbd7 7.
Le3 Lg7 8. Df3 0-0 9. 0-0-0 Pc5 10. h3 Da5 11. Kb1 Pa4 12. Pxa4 Dxa4 13. Lb5 Da5 14. Lc4 Dc7 15. Lb3 a5 16. a3 a4 17. La2 Ld7 18. g4 e5 19. fxe5 dxe5 20. Pe2 Tac8 21. Pc3 b5 22. Th2
Uit een ongewone draken-variant is een ongeveer gelijke stelling ontstaan. Zwart lanceert nu een op het eerste gezicht kansrijk offensief. 22... b4?

23.axb4 a3 24. Lc5 Deze zet moet zwart schromelijk onderschat hebben, want hij wordt nu op schrikbarende wijze van het bord geveegd. 24… axb2 25. g5 Ph5 26. Pd5!  Ook 26.Lxf8 zou wel voldoende geweest zijn. 26... Db7 27. Pe7+ Kh8 28. Pxc8 Txc8 29. Dxf7 Lc6 30. Dxb7 Lxb7 31. Thd2

Zwart gaf het op.