Retour                                     Schaak en leeftijd                                         PZC 23-10-1998


Men was tot voor kort algemeen van oordeel, dat een schakerspeler op ongeveer 45 jarige leeftijd zijn beste prestaties levert. Tartakower sprak reeds van de “The glorious mid- forties”. Daar is men een beetje van teruggekomen, zeker voor wat betreft het huidige schaak. Prof. Elo heeft aan de hand van de ratinglijsten van de laatste 20 jaar berekend, dat de top op ongeveer 36 jarige leeftijd ligt! Tot die tijd is er vooruitgang, daarna wordt het aftakelen! De neergang gaat gelukkig wat minder vlug. Op zijn 63e is men weer op het niveau van een 21 jarige! De snelste vorderingen maakt men voor zijn 23e. Men moet er dus vlug bij zijn als men iets wil bereiken.

Er wordt wel eens gezegd, dat men zo oud is, als men zich voelt, maar dat is natuurlijk een beetje zelfbedrog. De neergang na het 36e levensjaar geldt natuurlijk niet alleen voor schakers, maar voor iedereen en speciaal voor mensen met een intellectueel beroep. Helaas bestaat er nog geen Elo-rating voor politici.

De harde werkelijkheid is nog geen reden om bij de pakken neer te gaan zitten! Als je denkt, ‘Ik ben al 61, ik kan het niet zo goed meer’, dan gaat het ook werkelijk fout! Blijf vechten tegen de natuur! Genieten van het schaakspel kun je tot je stokoud bent.

In deze rubriek drie partijen uit de wedstrijd CIOB/Groothoofd uit Dordrecht tegen Middelburg, een wedstrijd, die voor de hoofdstedelingen in een teleurstellend gelijkspel eindigde.

W. den Dekker-Johan de Wolf. Dordrecht, 1998

1. e4 d5 2. exd5 Pf6 3. Pc3 Pxd5 4. Lc4 Le6 Door zwart zelf bedacht. Hij krijgt zijn geliefde passieve spel en kan rustig wachten tot de tegenstander in slaap is gesukkeld.5. Df3 c6 6. Pge2 Pc7 7. Lxe6 Pxe6 8. d3 Sterk in aanmerking kwam het pionoffer 8.d4. 8…. Pd7 9. 0-0 g6 10. Le3 Lg7 11. Pe4 0-0 12. Dg3 Dc7 13. Dh4 Pf6 14. Lh6 Pxe4 15. Lxg7 Kxg7

De stelling is gelijk, maar toch voordelig voor zwart! Hoe kan dat? Hij verlokt wit tot een koningsaanval. Een luchtspiegeling, want de zwarte stelling is sterk als een betonnen muur. 16. Dxe4 Tad8 17. Tab1 Td5 18. f4 Dd6 19. Kh1 Pd4! 20. Pxd4 Txd4 21. De3 e6 22. Tf3 Td8 23. Tbf1 Ta4! 24. Th3? Met de bedoeling op de h-lijn wat te doen. 24… Dd4!

Zwart staat al beter. Wit kan pionverlies niet meer ontgaan. 25. Dg3 Df6 En typische Johan de Wolfzet. Meteen slaan op a2 had ook gekund, maar De Wolf kiest voor zekerheid. 26. De3 h5 27. a3 Dxb2 28. f5 exf5 29. Txh5 f4! Slaan van de witte toren leidt tot remise door eeuwig schaak. 30. De7 Td5 31. Th4 De5! 32. Dxb7 Df6 Zwart haalt een eventueel offer met Th7 er uit door f7 te dekken. 33. Th3 Txa3 34. c4 Ta1! 35. Tb1 Tb5!! Een schitterende slotzet. De stelling is een plaatje waard.

 

 

 

Wit gaf het op!!

 

De gebroeders De Wolf deden het weer uitstekend. Ook Kees speelde een voortreffelijke partij.

Kees de Wolf- J.J. Janssen. Dordrecht, 1998.

1. d4 d5 2. c4 e6 3. Pf3 Pf6 4. Pc3 Le7 5. Lg5 h6 6. Lh4 Pe4 Een versnelde Lasker-variant. Meestal gebeurt eerste 6. 0-0 en 7.e3. 7. Lxe7 Dxe7 8. Pxe4 dxe4 9. Pd2 f5 10. e3 b6 Na 10… 0-0 11.Tc1 komt men in de normale variant. 11. Dh5+ Df7 12. Dxf7+ Kxf7 De dameruil is misschien niet wits beste voortzetting, maar past wel het beste in zijn plan. 13. f3 exf3 14. Pxf3 Pd7 15. Le2 Lb7 16. 0-0 Tad8 17. b4 c5 Zo krijgt wit een verre vrijpion op de damevleugel. Dat is nog geen beslissend nadeel, maar wel een belangrijke concessie, die zwart moet toestaan. In plaats van 16… Tad8 had hij beter meteen 16… c5 kunnen doen. 18. dxc5 bxc5 19. b5 Lxf3 20. gxf3 Pe5 De sterke stelling van dit paard behoedt zwart voorlopig van de ondergang. 21. Tfd1 Ke7 22. a4 Txd1+ 23. Txd1 g5 24. a5 f4 25. exf4 gxf4 26. Kg2 Tg8+ 27. Kf2 Pf7  Zwart had het paard op e5 moeten houden. Ook dan zou wit veel beter hebben gestaan, maar nu gaat het van een leien dakje. 28. Tb1 Pd6 29. Ld3 Tb8 30. Tg1 Kf7 31. Tg4 a6 Zwarts ongelukkige manoeuvre met het paard heeft ook f4 ernstig verzwakt. Op 31… e5 was 32.Tg6 gevolgd. 32. Txf4+ Kg7 33. Tg4+ Kf7 34. Th4! Ook goed genoeg was 34.b6 Pb7  35.Tg1!, maar de gespeelde zet is nog eenvoudiger. Op 34… Kg7 volgt nu 35.Th5 met aanval op c5. 34… axb5 35. cxb5 Pxb5 36. Txh6 Ke7 37. Th7+ Kd6 38. h4! Zulke eindspelletjes kun je wel aan de witspeler overlaten. 38… Pc7 39. h5 Pd5 40. a6 Pf6 41. Tf7 c4 42. Lxc4 Tb2+ 43. Ke3 Pd7 44. Txd7+  Zwart geeft het op. De a-pion, die zo lang op de loer heeft gelegen, loopt door!

Een sterke partij speelde ook Sven Stange. De jonge speler uit Burgh Haamstede maakt gestaag vorderingen en is een speler, waar men bij Middelburg nog veel plezier van kan beleven. Met een  positioneel bekeken  spelletje overklaste hij zijn tegenstander.

E.Peeters- Sven Stange. Dordrecht,1998.
1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. Pf3 b6 4. g3 La6 5.
Dc2 c5 6. Lg2 Lb7 7. 0-0 Pc6 8. dxc5 Lxc5 9. a3 0-0 10. Pc3 Tc8 11. Td1 Le7 12. Lf4 Pa5 13. b3 a6 14. Db2 d6 15. Td2 Dc7 16. Tc1 Tfd8 17. h3 Pd7 18. Le3 Pc5 19. Lxc5 bxc5 20. Td3 Lf6 21. Dc2 Tb8 22. e4?
Wit stond al iets minder, maar de verzwakking van d4 is meer dan zij stelling verdragen kan. Zwart haast zich niet, het kenmerk van grote spelers. 22… Pc6 23. Pe2 Da5 24. Tcd1 Le7 25. Dc1 Dc7 26. Pe1 Pa5 27. Pc2 Lc6 28. De3 Db7 29. Pc1 h6! De witspeler begreep ook na afloop nog niet waarom zwart deze zet deed. Dit tekent het krachtsverschil. De zet zegt: Ik doe wat ik wil, ik heb de stelling in handen. 30. h4 Dc7 31. De2 La8 32. Pe3 Tb6 33. Dc2 Pc6 34. Pe2 Tdb8 35. Pf1 Da7 36. Pd2 Pa5 37. Tb1 Pc6 38. Pf3 a5 39. Pd2 a4! 40. Pc1 Pd4


 

Zwart heeft alle stukken op de beste plaatsen gezet en gaat nu oogsten. Ook de afwerking verloopt vlekkeloos. 41. Txd4 axb3 42. Txb3 cxd4 43. Txb6 Dxb6 44. Pd3 Da5 45. Pb1 Ld8 46. Pb4 Lb6 47. Dd3 Lc5 48. Pd2 Lxb4 49. axb4 Da1+ 50. Kh2 Dc3 51. Lf1 Txb4 52. Pf3 Dxd3 53. Lxd3 Tb3 54. Pe1 Tc3 55. Kg1 Lb7 56. Kf1 La6

Wit gaf het op. Een voortreffelijke positionele partij. Wel een beetje saai?