Schaken .... een kwelling?                                                    PZC 22-11-1991

Schaken kan een kwelling zijn. Net als een melodietje, dat maar in je hoofd blijft rondzeuren, kan een schaakstelling in je brein blijven spoken. Elke schaker heeft daar af en toe mee te maken. Het beneemt je je nachtrust en je goede humeur. Afgebroken partijen zijn natuurlijk het ergste. Op de meest ongelegen momenten verschijnt de kritieke stelling dwingend voor je geest. Er zijn schakers, die het niet goed kunnen verdragen en daarom met schaken stoppen. Een zeer begrijpelijke oplossing van een somtijds hardnekkig en lastig probleem. Om van de hallucinerende beelden af te komen is nog een andere methode mogelijk: meer gaan schaken! De veelschakers kennen het probleem nauwelijks.

De andere grote kwelling, die een schaker moet overwinnen is verliezen! Je went er nooit aan. Maar dat geldt natuurlijk niet alleen voor schakers, hoewel een nederlaag in een lichamelijke sport sommige mensen minder schijnt aan te grijpen, dan een die het gevolg is van minder goed functioneren van de grijze hersencellen.

Het ergste is de verliespartij in een clubwedstrijd. De meelijwekkende commentaren van clubleden, of het ingehouden plezier van de tegenstanders, gaan door merg een been en kunnen je dagenlang achtervolgen. Schaken is geen aanbevelenswaardige bezigheid voor labiele personen, die houden van een harmonieus gezinsleven.

Nu is het natuurlijk met altijd zo erg. Zelfs het omgekeerde doet zich voor. Het is net als stoppen met roken. "Ga maar weer roken, Jan, want dat chagrijnige gezicht van je kan ik niet langer verdragen!"

Het is de spanning, die verslavend werkt. Zoals Hans Ree eens badinerend zei, kun je ook je vingers in het stopcontact steken, als je van spanning houdt. De kardinale vraag is, of het gezond is om regelmatig in je leven onder geestelijke spanning te staan. Als je ziet hoe op veel schaakclubs soms zeer oude mensen nog buitengewoon kwiek hun partijtjes meeblazen, dan kan het niet anders of het antwoord moet positief luiden.

Sommige schakers schijnen geen last te hebben van het klimmen der jaren. Max van Eekhout uit Vlissingen, uitkomend voor de schaakclub Middelburg, is een van die mensen. Hij speelt beter dan hij ooit heeft gedaan. In onderstaande interessante partij, die gespeeld werd op de interne competitie van 'Middelburg' laat hij zich in op onpeilbare verwikkelingen. Langs de rand van de afgrond gaande pikt hij enkele pionnetjes mee, tot hij opeens misgrijpt. Wit kan met een fraaie combinatie de partij beslissen.

Kees de Wolf - Max van Eekhout, Middelburg 1991.

1.d4 d6 2.e4 Pf6 3.Pc3 g6 4.Pf3 Lg7 5.Le2 O-O 6.Lg5 Pbd7 7.Dd2 c6 8.e5 dxe5 9.dxe5 Pg4 10.e6 fxe6 11.Td1 Db6 12.0-0 Dxb2 13.Pd4 Lxd4 14.Dxd4 Pgf6 15.Lh6 Te8 16.Tb1 Da3 17.Pe4 c5 18.Da1 Da4 19.c4 Dc2 20.Lf3 Dxc4 21.Tfd1 Da6? Zwart heeft het ene pionnetje na het andere tot zich genomen. Het enige trouwens dat hij doen kon. Hij had nu 21...... Da4! moeten spelen. Op 22.Txd7 volgt dan 22...... Dxd7 en na 23.Pxf6 exf6 staat g7 gedekt. Het is niet helemaal duidelijk of wit voldoende compensatie heeft voor zijn drie verloren gegane pionnen. Zeker is, dat zwart ook dan allerminst uit de zorgen zou zijn.

 

 

22.Txd7!! e5 Het was verboden om de toren te nemen. Na 22.... Lxd7 23.Pxf6+ exf6 24.Dxf6 is het mat op g7 niet te pareren. 23.Td6 Wit wikkelt af. Er waren misschien ook andere mogelijkheden, maar de gespeelde zet is goed genoeg. 23...... exd6 24.Pxf6+ Kf7 25.Pxe8 Kxe8 26.Ld5 Dd3 27.Td1 Df5 28.f4! De zwarte koning in het midden komt in een spervuur van witte stukken. Zijn situatie is hopeloos. 28.... Ld7 29.fxe5 dxe5 30.Te1 Kd8 31.Txe5 Dd3 32.Le3 c4 33.Ld4 Tc8 34.Te3 Dc2 35.Lxa7 Ta8 36.Lb6+ 1-O

 

Het eerste waar een ouder wordende schaker mee te maken krijgt is de achteruitgang van het geheugen. Het onthouden van zettenreeksen van openingsvarianten valt zwaarder. Er zijn twee mogelijkheden om daar iets aan te doen. Harder studeren, of minder ingewikkelde en minder controversile varianten kiezen: Een dwingende noodzaak voor de oudere speler is tevens het vermijden van tijdnood. Hij is nu eenmaal minder handig en ad rem. Ook om die reden is het verstandig met bekende, conventionele varianten op routine te spelen. De volgende partij is uit dat oogpunt een miskleun. Het loopt goed af, maar het had ook anders gekund.

Jansen - Westerweele, Middelburg 1991.

1.c4 Pf6 2.Pc3 d5 3.e3 g6 4.b3 c6 5.Lb2 Lg7 6.f4 Een beetje vreemde zet, die niet past in het gebruikelijke schema. Het brengt de partij wel op origineel terrein. 6...... 0-0 7.Pf3 Lg4 8.Le2 Wit had hier ook 8.d4 kunnen spelen, met een soort Hollands met verwisselde kleuren. 8... Lxf3 9.Lxf3 d4! Hiermee forceert zwart het centrum. 10.Pe2 dxe3 11.dxe3 Db6 Dameruil zou wit in het voordeel brengen. Pion e3 is nu doelwit. 12.Ld4 c5 13.Lc3 Td8 14.Dc2 Pc6 15.a3! Met dit zetje kan wit een dreigende invasie vermijden. 15.... Td7 16.0-0 Tad8 17.Tad1 Pa5 18.Pc1 Pe8 19.Txd7 Txd7 20.Le1 Wits enige kans ligt in het loperpaar. Het risico, dat zwart de d-lijn in bezit neemt; wordt op de koop toe genomen. 20..... e6 21.Lg3 Wit wil de torens ruilen. Daartoe moet de loper weg. 21...... Dd8! 22.Le1 Helaas is 22.Td1 niet goed mogelijk wegens 22..... Txd1 23.Lxd1 Lb2! of 23.Dxd1 Dxd1 24.Lxd1 Lb2. Wit moet dus retireren. Gelukkig voor hem heeft het geen al te ernstige consequenties. 22.....b6 Foutief. Wit krijgt nu de kans een initiatief te ontketenen. 23.b4 Pb7 Het offer 23..... cxb4 24.axb4 Pxc4 25.Dxc4 Tc7 faalt op 26.Dd3! en wit blijft een stuk voor. 24.Da4 Ped6 25.Lh4

 

 

Het lijkt mooier dan het is. Met het even verrassende als fraaie 25..... b5!! had zwart zich staande kunnen houden. 25..... f6 26.Td1 De7 27.Dxa7 cxb4 28.axb4 Pa5 29.Dxb6 Paxc4 30.Dd4 Tc7 31.e4 h6 32.e5 Pe8 33.Le2 g5 34.Lxc4 gxh4 35.De4 f5 36.Dd3 Lf8 37.Lb3 Td7 38.De2 Pg7 39.Pd3 Dd8 40.Pc5 Lxc5+ 41.bxc5 Td4 42.Df3 Kf7 43.h3 Txd1+ 44.Dxd1 Dxdl 41.Lxd1 Hier werd de partij afgebroken en later door zwart opgegeven.

 

De volgende partij daarentegen verloopt heel lang langs gewone wegen. Zwart spaarde daar veel tijd mee uit die hij in de beslissende fase nuttig weet aan te wenden.

Jonkheer - Jansen, Middelburg, 1991.

1.e4 g6 2.d4 Lg7 3.Pf3 d6 4.c4 e5 5.d5 Pf6 6.Pc3 00 7.Lg5 h6 8.Lh4 a5 9.Le2 Pa6 10.a3 g5 11.Lg3 Pc5 12.Dc2 a4 13.Pd2 Ld7 14.00 Ph7 15.f3 f5 16.Lf2 f4 17.Lxc5 dxc5 18.Dd3 Tf6 19.Pd1 h5 20.Pf2 Tg6 21.h3 Lf8 22.Dc3 Ld6 23.b4 axb3 24.Dxb3 b6 25.Dc3 Pf6 26.Ld1 De8 27.Te1 Tg7 28.Kf1 g4 29.hxg4 hxg4 30.fxg4 Pxg4 31.Pxg4 Lxg4 32.Lf3 Ld7 33.Kf2 Dg6 34.Th1 Dg3+ 35.Ke2 b5 36.Tag1

 

 

36... b4 37.axb4 cxb4 38.Dc2 Lc5 39.Tf1 Ta3 40.Pb3 La4 41.Tb1 Df2+ 42.Kd1 De3 43.Te1 Lxb3 44.Txe3 Lxc2+

0-1