Terug                                                        Kortsjnoi in 1976             PZC 1976

Kortsnoi was de eerste Russische speler, die in 1972 onomwonden toegaf, dat Fischer verdiend van Spasski had gewonnen: „R. Fischer won een match omdat hij sterker was. Wie de partijen, die in Reykjavik werden gespeeld, nauwkeurig analyseert, moet tot deze conclusie komen."

Het was niet de eerste keer en ook niet de laatste keer, dat Kortsjnoi in conflict kwam met de gevestigde schaakorde.

Cafferty noemt hem in een van zijn boeken: 'The hard man of Soviet chess, the man who calls a spade a spade'.

In 1968 maakte hij zich ook impopulair, door het schaak van Michail Tal, die hij juist in een match had verslagen, onbarmhartig te ontmaskeren. Alle fans van Tal, samen met de bonzen, waren uiterst verontwaardigd. Kortsjnoi kreeg het in de pers zeer zwaar te verduren.
Voortdurend lag hij in conflict met de 'Sovjet-objectiviteit. In 'F'ischer' van Krabbé, Münninghoff en Timman geeft Münninghoff daar een aardige karakteristiek van: „Een Amerikaan en een Rus hielden eens een hardloopwedstrijd, die door de Amerikaan werd gewonnen. De volgende dag stond er in de Pravda te lezen: "Een Sovjet-atleet en een Amerikaanse hardloper hebben meegedaan aan een hardloopwedstrijd. Onze sportman werd tweede, de Amerikaan voorlaatste!"

De uitlatingen van Kortsjnoi na afloop van zijn match tegen Karpov waren voor 'objectief’ voorgelichte Russische schakers onverdraaglijk. Kortsjnoi had het voorgoed verbruid. Jammer was alleen, dat hij zo'n goede schaker was, die men toch nodig zou hebben om het voortstormende westerse schaaktalent tegen te houden. Zodoende mocht hij dan in het IBM-toernooi meespelen. Dat hij dat ook nog won (samen met Miles), moet als een van de grootste prestaties van 1976 worden beschouwd.

En wij maar trots zijn op onze 'objectieve voorlichting'. Naar aanleiding van de olympische spelen, en dat heeft, niets met schaken te maken, zijn er toch ook wel enkele uitglijders te constateren. De slechte prestaties van de Nederlanders worden min of meer vergoelijkt door het belang van de sport te kleineren. "Die Oostduitsers en Russcn hebben geen verantwoordelijkheidsgevoel. Het belang van de sport wordt daar op een ontstellend gevaarlijke manier overtrokken."

De mensen die zo kletsen, moeten hun eigen kranten eens een beetje beter bekijken. Vooral de maandagkranten. Staan die niet voor minstens de helft in het teken van de sport? Wordt hiermee niet indirect het gelijk van de Oostduitsers bewezen?

Als men een en ander op de schaaksport wil betrekken, hoe komt het toch, dat de Engelsen op het ogenblik zo aan de bel trekken? Miles die het IBM toernooi wint en een handvol andere Engelse jeugdspelers die van succes naar succes ijlen? Wel, de Engelsen hebben op onverantwoorde wijze zeer jeugdige kinderen met het schaakspel in aanraking gebracht en hun talenten uitgebuit..... Om terug te komen op het geval Kortsjnoi. Larsen verlaat een democratisch land, Denemarken, omdat hij daar de belastingen te hoog vindt en gaat in een dictatuur (Spanje) wonen. Kortsjnoi verlaat een dictatuur, omdat hij vrij zijn mening wil zeggen. Hij zal zeker niet aan de Nederlandse belastingen gedacht hebben...

Een partij uit het IBMtoernooi van de enige Nederlander, die nog een redelijke prestatie leverde: Hans Böhm. Men zal hem nu niet meer voor het Nederlandse team voor de Olympiade kunnen passeren.

Hans Bohm – Fridrik Olafsson. IBM Amsterdam (4), 1976

1.d4 d5 2.Pf3 Pf6 3.Lg5 e6 4.e3 c5 5.c3 Db6 6.Lxf6 gxf6 7.Dc2 Pc6 8.Pbd2 Ld7 9.Le2 f5 10.0–0 Tc8 11.Tac1 Ld6 12.c4 cxd4 13.cxd5 exd5 14.exd4 Pxd4 15.Dd3 Txc1 16.Txc1 Pe6 17.g3 f4 18.Dxd5 fxg3 19.Pe4 gxf2+ 20.Kf1 Ke7 21.Td1 Tg8 22.Dxd6+ Dxd6 23.Txd6 Lc6 24.Pfd2 Tg1+ 25.Kxf2 Th1 26.Lf3 Ta1 27.a3 f5 28.Txe6+ Kxe6 29.Pc5+ Ke5 30.Pc4+ Kf4??

 

30.Pe6 mat!!

(PZC 21-8-1976)