Terug                                  Arthur Kogan wint in Vlissingen                                          PZC 30-8-1996

 

Als er in het Zeeland Open Schaaktoernooi een schoonheidsprijs te vergeven was geweest, zou toernooiwinnaar Arthur Kogan die prijs ongetwijfeld in de wacht hebben gesleept voor zijn partij in de voorlaatste ronde tegen Barsov.

Vroeger hoorde een schoonheidsprijs eigenlijk bij een toernooi. Tegenwoordig ziet men er meestal vanaf, omdat over schoonheid van een schaakpartij bijna evenveel meningen bestaan als er schakers zijn. Bijna altijd gaf een schoonheidsprijs aanleiding tot grote onenigheid en soms zelfs flinke ruzies. Ook krijgt men de indruk, dat de toekenning van de prijs ook wel eens van zaken afhing, die niets met schaken te maken hadden. Soms was het een troostprijs voor een mislukt toernooi, soms toegekend voor bewezen diensten op organisatorisch gebied. Blunders, begaan door de juryleden, zijn ook geen zeldzaamheid. Ooit kreeg Aljechin eens een eerste schoonheidsprijs voor een combinatie, die een gewonnen stelling in een remisestelling veranderde. Maar de jury was zo onder de indruk van de naam Aljechin, dat ze alle objectiviteit uit het oog verloor. Tartakower, die wegens zijn scherpe pen niet bepaald populair was bij organisatoren, was meermaals het slachtoffer van kortzichtigheid, bekrompenheid, domheid en onbenulligheid van een jury. Eens kreeg hij voor een magistraal torenoffer de prijs niet 'omdat zulke offers geen aanmoediging verdienden'!

Vorig jaar werd het toernooi in Vlissingen een gezamenlijke overwinning voor de Russen Barsov en Abolianin. Beiden verloren deze keer in de voorlaatste ronde, waarbij zoals gezegd, vooral Barsov bijzonder fraai door toernooiwinnaar Arthur Kogan terzijde werd geschoven.

Kogan- Barsov, Vlissingen, 1996

1.Pf3  Een openingszet, waarbij je veel kanten op kan. Hij is flexibel en houdt de tegenstander even in het ongewisse.  1.... d5 2.d4 Pf6 3.c4 e6 4.Pc3 Le7  Andere goede zetten zijn hier 4.... d5 en 4.... Lb4, maar zwart stuurt aan op het klassieke damegam­biet.  5.cxd5 exd5 6.Lf4  Deze zet komt in veel varianten van deze opening voor. Lang geleden, voor de tweede wereldoor­log, speelde men bijna uitsluitend 6.Lg5.  6..... c6  Hier is onmiddellijk 6.Ph5 zeker het overwegen waard. 7.Dc2  Het is de kunst om je tegenstander voor zoveel mogelijk problemen te stellen. Wit doet dat door zwart in onzekerheid te laten omtrent zijn rokade. Wordt het een korte of lange rokade? 7.... g6 8.Pe5 Lf5  In het damegambiet staat een loper hier doorgaans niet goed. De tempowinst door de aanval op de dame weegt daar niet tegenop. 9.Dd2 Pe4  Zo wordt de situatie in het centrum meteen aangepakt. Na 9.... 0-0 10.f3! is het vooruitzicht van een witte pionnenstorm tegen de zwarte koning ook niet prettig. 10.Pxe4 Lxe4 11.f3 Lf5 12.e4!  Met deze fraaie en doortastende zet probeert wit de partij naar zich toe te trekken. Zwart kan niet goed op e4 slaan (dxe4) wegens 13.Lc4 0-0 14.g4 Le6 15.fxe4! en hij staat onprettig. 12.... Le6 13.Le2 O‑O 14.O‑O  Beide partijen hebben dus, heel beschaafd, kort gerokeerd. Een grote tegenstelling tussen het oude schaak van zestig, zeventig jaar geleden en het huidige schaak, komt tot uitdrukking in de opvatting over de rokade. Was de lange rokade toen nog een grote uitzondering, tegenwoordig is hij schering en inslag. In de populairste openingen van het huidige tijdsgewricht, het Siciliaans en het Koningsin­disch, vormt hij zelfs de basis van de belangrijkste en meest gespeelde varianten, de Drakenvariant en de Sämisch-variant. Ook in het damegambiet is de lange rokade geen zeldzaamheid meer. Alleen in de klassieke openingen als het Spaans, het Italiaans en het Tweepaardenspel komt hij praktisch nooit voor. 14.... Pd7 15.Pd3 Te8 16.Le3 dxe4 17.fxe4 Pf6  Wit heeft nu twee hangende pionnen in het centrum. Die kunnen zowel zwak als sterk worden. In dit geval heeft zwart nauwelijks mogelijkheden om de witte pionnen onder druk te zetten. Zijn openingsopzet is in eerste aanleg mislukt. 18.Pf2 a5 19.b3 a4  Deze zeer voor de hand liggende zet blijkt later slechts wit in de kaart te spelen. In aanmerking kwam 19.... Dc8, om te trachten met 20.Pg4 wat stukken te ruilen. Stukkenruil is in de regel het voordeligst voor de partij, die tegen de hangende pionnen moet optornen. 20.b4 a3 21.Tac1 Dd7  Zwart heeft het al niet gemakkelijk meer. De pion op a3 is eerder zwak dan sterk. 22.b5!  Nu wordt het witte overwicht duidelijk. Zwart kan niet op b5 nemen wegens 23.d5 Lg4 24. Ld3! en de dreiging 25.h3 kost materiaal, zodat op c6 een ernstige zwakte ontstaat. 22.... Ta4 23.bxc6 bxc6 24.Tb1!  De bezetting van de b-lijn blijkt later van groot gewicht te zijn. 24.... Lc4 25.Lxc4 Txc4  De lucht lijkt voor zwart een beetje opgeklaard. Het is echter schijn. De sterke witte centrumpionnen beletten zwart bijna alle activiteit. Bovendien hebben c6 en a3 bescherming nodig. Zwart staat positioneel al aan de rand van de afgrond. 26.Tb3 Ta4 27.Dc2 Ld8  Hiermee laat zwart de toren op b8 toe, maar na  27.... Lf8 28.Tfb1 is de b-lijn ook vast in wits handen. Bovendien staat dan Pf6 ongedekt.  28.Tb8 Ta6 29.Db3 Lc7 30.Txe8+ Pxe8 31.Pg4!  Plotseling krijgt wit een vreselijke aanval op f7 te verduren. 31.... Kg7 32.Ph6 Pd6  Zwart doet gedwongen zetten. 33.e5 Pf5 34.Pxf5+ gxf5 35.Dd3 Ta5 36.Ld2! Er dreigde 36.... Lxe5. Na 36.Dxf5 Dxf5 37.Txf5 Tb5! had zwart nog tegenkansen gekregen. Nu faalt 36.... Txe5 op 37.Dg3+ Kh8 38.dxe5 Dxd2 39.Dxa3 en wit wint dank zij de dreiging Df8 mat gemakkelijk.  36.... Ta4 37.Dg3+ Kh8 38.Lc3  De pionnendoorbraak, d5 en e6, hangt nu als een loodzware dreiging boven de zwarte stelling. 38.... Lb6  Zwart enige tegenkans is de zwakte van d4.  39.Kh1! Lxd4 Nu volgt een schitterende slotcombinatie, maar de zwarte stelling was natuurlijk al niet helemaal lekker meer. Na het betere 39.... Dd5, om de gevaarlijke witte d-pion te blokkeren, kan wit 40.Tb1 Ta6 (Lc7 Tb7) 41.Dd3 De4 42.Dxe4 fxe4 43.Te1 spelen en het eindspel na winst van pion e4 moet niet al te moeilijk zijn. Goed genoeg was ook 40.Dg5!, waarna wit ook wel zal winnen. Zwart mag dan, net als in de partij, niet op d4 slaan wegens 41.Tb1! en 40.... Dxa2, is ook onvoldoende: 41.e6! fxe6 42.d5!! en zwart moet op d4 zwaar materiaal inleveren om het mat te voorkomen.  40.Tb1? ..... Jammer, nu krijgt zwart nog een tegenkans. Wit had meteen 40.e6!! moeten doen. Op 40.... Dxe6 volgt dan 41.Te1!! 40....Ta8?  Zwart ziet zijn geluk niet. Met 40.... Dc7! had hij het ergste leed kunnen vermijden. Na 41.Dh4 of 41.Df4 kan zwart 41.... c5! spelen. 41.e6!!  fxe6 42.Tb7!!

 

 

De mooiste zet van het Vlissingse toernooi en tevens de slotzet van deze partij. De toren kan niet genomen worden wegens 43.Lxd4+ en mat en na 42.... Dd5 43.Dc7!, of 42.Dd8 Dh3!! is er ook niets meer te verzinnen. Zwart gaf het op. Een prachtige partij.