Back                           Hans Kmoch en de pionnen...                                        PZC 14-5-2005

 

“De pion is de ziel van het schaakspel”, zei Philidor al. Men zou er aan kunnen toevoegen, dat de pion is niet alleen de ziel is, maar ook het geraamte van een schaakpartij. Door de opstelling van de pionnen wordt de strategie bepaald, of je langzaam moet manoeuvreren of gewelddadige actie moet ondernemen. De pionnen ondersteunen de stukken, maken doorbraken mogelijk en beschermen de koning. Omdat zijn waarde zo gering is, wordt hij vaak geofferd om het initiatief in handen te kunnen nemen.

Wie snel een aantal partijen even wil bekijken, kijkt in de eerste plaats hoe de pionnen staan. Daarbij kan ‘Kmoch’ goed van pas komen. De  Oostenrijkse schaakmeester Hans Kmoch, die jarenlang in ons land heeft gewoond en een vriend van Euwe was, schreef in 1956 het boek ‘Die Kunst der Bauernführung. De Duitse uitgever schreef  in het voorwoord, dat hij geloofde, dat het boek generaties lang richtinggevend zou zijn. Daar heeft hij gelijk in gekregen. Het boek is nog steeds verkrijgbaar en een goudmijn voor de studerende schaker. Helaas is het nooit in het Nederlands vertaald. Waarom dat niet gebeurd is, heeft een zeer speciale reden. Behalve dat Kmoch buitengewoon spannend over schaken kon schrijven, was het ook een taalvirtuoos. Hij verrijkte het Duits met talloze speciaal op het schaken gerichte termen, die weliswaar zeer verhelderend waren, maar buitengewoon moeilijk in draaglijk Nederlands te vertalen. Het boek werd wel in het Engels vertaald, maar het origineel is toch te prefereren. Beide boeken zijn nog steeds verkrijgbaar en geen dag verouderd. Daarmee mag Kmoch een van de succesvolste schaakschrijvers aller tijden worden genoemd. Kmoch verzon woorden, die precies aangaven waar het om ging. Zo had hij het over de lij- en loefzijde van een pion (Leeseite, Lufseite), brandformaties, hefbomen, stopvelden, trechters, trappen, kreupelpionnen (Hinker), spitsen en driespannen, om enkele van de gemakkelijkste te noemen. Maar wat te denken van Melanpenie, Innenschnapp, Spannenverhältnis? Er is in sommige kringen wel eens wat spottend over Kmochs taalspitsvondigheden gesproken en geschreven. Ten onrechte. Kmoch was zijn tijd vooruit; zijn theoretische beschouwingen legden de grondslag voor partijen als de volgende, waarin wit als een dolleman met zijn pionnen smijt.

A. Shirov – L. Nisipeanu. Las Vegas,1999.

1.e4 c6 2.d4 d5 3.e5 Lf5 4.Pc3 e6 5.g4 Lg6 6.Pge2 c5 7.h4 h6 8.f4 Le7 9.Lg2 Lxh4+ 10.Kf1 Le7 11.f5!

De stormloop is in volle gang.

 

 

11…Lh7 12.Pf4 Dd7 13.Ph5 Lf8 14.dxc5 Pc6 15.Pb5 Lxc5 16.c4 Pxe5 17.De2 Pxc4 18.Lxd5 Dxb5 19.Lxc4 Db6 20.fxe6 0–0–0 21.exf7 Pe7 22.De6+ Kb8 23.Lf4+

Wit is op zeer vrijgevige  manier met zijn pionnen omgesprongen. Maar nu had hij  23.Pxg7! moeten spelen, met als mogelijke variant: 23… Td1+ 24.Kg2 Dxe6 25.Pxe6 Le4+ 26.Kg3 Ld6+ 27.Lf4 Lxf4+ 28.Kxf4 Txh1 29.Txh1 Lxh1 30.f8D+ Txf8+ 31.Pxf8 en wit heeft nog kansen op winst. Nu gaat het verkeerd. Wits sterft de heldendood..

23...Ka8 24.Dxb6 axb6 25.Le5 Thf8 26.Ke2 Pd5 27.Thf1 Pe3 28.Lb5 Pxf1 29.Txf1 Lg6 30.Tf4 Ld6 31.Lxd6 Txd6 32.Lc4 b5 33.Lb3 Ld3+ 34.Ke3 g5 35.Tf2 Lc4 36.Lxc4 bxc4 37.Ke4 Td7 38.Tf6 Tfxf7 39.Txh6 Tfe7+ 40.Kf5 Td5+ 41.Kg6 Te2 0–1

 

Iets minder sensationeel, maar wel succesvoller is het pionnenspel in de volgende partij. De partij is vreemd genoeg bijna onopgemerkt is gebleven. Als Kasparov hem had gespeeld, zou hij de hemel in geprezen zijn.

Topalov – Rozentalis. Batumi, 1999

1.c4 e6 2.Pc3 Pf6 3.e4 d5 4.e5 Pe4 5.Pf3 Le7 6.h4! Pxc3 7.dxc3 dxc4 8.Da4+ Ld7 9.Dxc4 Lc6 10.Dg4 Lxf3 11.gxf3! Lf8 12.f4 Pd7 13.Le3 c6 14.0–0–0 Da5 15.f5!! Een geniale zet. De pion als breekijzer. Kmoch zou er van gesmuld hebben:.

 

 

15...Dxa2 Of 15...Pxe5 16.De4 exf5 17.Dxf5 en zwart staat miserabel. Mogelijk was wel 15…Dxe5, maar na 16.fxe6 Dxe6 17.Df4! heeft zwart ook weinig meer te hopen. 16.fxe6 Dxe6  Na 16...Pxe5 17.exf7+ Dxf7 18.De4 De7 19.Lg5 staat wit ook op winst. 17.Df4! Td8 Belangrijk is ook, dat veld h3 voor de witte loper beschikbaar is: 17...Dxe5 18.Lh3!, of  17...Pxe5 18.Lh3 Df6 19.The1 enzovoort. 18.Lc4 De7 19.The1 h5 20.Dg3 Pxe5 21.Txd8+ Kxd8 22.Lf4 Pxc4 23.Txe7 Kxe7 24.Dd3  Als het paard nu wijkt, volgt Dd6+ en Db8+ met vernietiging. Zwart gaf het op. Een geweldige partij. Niet in de eerste plaats wegens de schitterende combinaties, maar vooral door het buitengewoon originele spel van de witspeler.

 

Wie denkt, dat men door zijn pionnen maar naar voren te gooien een partij kan winnen, moet de volgende oude  partij uit Letland maar eens naspelen.

Chljavin – Zjdanov,1961.

1.e4 c6 2.Pc3 d5 3.Pf3 g6 4.d4 Lg7 5.h3 a6 6.Lf4 Pf6 7.e5 Pg8 8.Dd2 b5 9.Le2 h6 10.0–0–0 e6

 

 

Zwart heeft, behalve Lg7, alleen maar pionzetten gedaan, zijn stukken niet ontwikkeld, terwijl wit al alles in de strijd heeft geworpen. Toch wordt wit in de kortste keren weggevaagd, zonder dat hij noemenswaardige fouten heeft gemaakt. Schaken is een mysterieus spel.

11.g4 Pd7 12.Lg3 Lf8 13.Tdf1 Pb6 14.Pd1 a5 15.Pe1 b4 16.Pd3 Pc4 17.De1 Db6 18.b3 Dxd4 19.bxc4 Da1+ 20.Kd2 dxc4 21.Pf4 Dxa2 22.Ke3 Lb7 23.Dd2 g5 24.Ph5 c3 25.Dd3 Td8 26.De4 Lc5+ 27.Kf3 Td4 28.De3 Dd5+ 0–1