Terug                                 Mislukt meesterwerk

 

Elke schaker heeft wel zijn GROTE GEMISTE kans, een geniale partij, die op het beslissende moment verknoeid werd door een onbegrijpelijke blunder of een reeks van blunders. In 1975 was Ljubomir Kavalek een speler van wereldklasse. Thans (2008) is hij schaakmedewerker van de Washington Post.  In de rubriek van 11 oktober 1975 zijn GROOTSE MISLUKKING.

 

De Amerikaanse grootmeester Kavalek is een speler met een originele stijl. Hij voelt zich bet beste thuis in vlijmscherpe varianten. Kavalek houdt van het avontuur. Schaken zoals hij doet, kost natuurlijk erg veel energie en brengt grote risico's met zich mee. Zelf zegt hij in SCHAAKBULLETIN: „Soms vraag, ik me af of het verstandig is om interessant schaak te spelen, want dat kan ook het maken van blunders inhouden. Met een benadering in de trant van 'jezelf handhaven' hebben sommige spelers de laatste tijd meer succes. Maar is het resultaat het enige waar het in het schaak om gaat?”

Voor Kavalek is schaken dus duidelijk een artistieke bezigheid. En niet alleen het schaken zelf. Hij kan namelijk prachtig over schaken schrijven. Zijn partijbesprekingen, men kan nauwelijks van analyses spreken, al staan er ook genoeg varianten in, zijn grandioos. Kavalek is een enorm sterk schaker, maar als schaakschrijver is hij de absolute topklasse. Lees Kavalek en geniet meer van het schaken!

Deze week nog eens een partij uit het IBM-toernooi. Het is het grote spektakelstuk Hübner-Kavalek, een partij, die Kavalek onsterfelijkheid had kunnen bezorgen. Bij de analyses heb ik natuurlijk ijverig gespiekt uit SCHAAKBULLETIN, waarin Kavalek de partij op ongeëvenaarde wijze onder de loep neemt.
 

Wit: Robert Hübner Zwart: Lubomir Kavalek.

Koningsindische verdediging.

1.c4 Pf3 2. Pc3 g6 3. e4 d6 4. d4 Lg7 5. f3 De Sämisch-variant, nog altijd populair.

5... 0-0 6.Le3 b6 7.Ld3 a6 Meteen ?... c5 is fout wegens 8.e5! en wit wint de kwaliteit (Le4 ). Zwart kiest schijnbaar een erg passieve verdediging. Spoedig blijkt het met die passiviteit nogal mee te vallen. De zwarte stelling is namelijk erg solide en als wit de zaak probeert te forceren, wat in de partij ook gebeurt, komen de zwarte stukken razendsnel tot tegenactie. 8.e5  Gebruikelijker is 8.Pge2. Hübner is echter een speler, die niet bang is voor experimenten. 8... Pe8 9.Le4 Ta7 10.f4 c5! Een pionoffer, waar de niet zo sterke schaker erg tegenaan zit te kijken, maar wat een grootmeester praktisch zonder nadenken speelt. Zwart moet de stelling openen voor hij helemaal wordt ingesnoerd. 11. dc5: Hübner neemt het pionoffer aan. Kavalek vertelt, dat hij zelf de voorkeur aan 11.Pf3 zou hebben gegeven. Het valt evenwel aan te nemen, dat Hübner de 14e zet van zwart heeft overzien en dat is werkelijk geen schande. 11... bc5: 12.Lc5: Td7 13. Db3: Hiermee lijkt wit in het voordeel te komen. 13... dc5: 14.Db8: De zwarte stelling ziet er niet best uit. Hoewel zwart zijn ontwikkeling voltooid heeft, is op het eerste gezicht met te zien, hoe hij voor zijn achterstallige pion tegenspel kan krijgen.

 

 

14...Pd6!! De zet van het jaar! Kavalek zelf is er niet van ondersteboven maar hij is veel gewend! Voor gewone schakers kwam de zet in elk geval als een donderslag bij heldere hemel. 15.Ld5 Wit weigert het stukoffer. Kavalek geeft de volgende variant: 15.ed5: Td6: 16.Pge2 Tb6 17.Da7 Tb2: 18. Td1! (de enige zet. 18.0-0? Lc3: 19.Pc3: Dd4+ en 18.Tc1 Lc3:+ gevolgd door 19... Dd2+ verliezen) 18... Da5 19.Tc1 Lg4 20.Lf3 Lf3: 21.gf3: Te2:+ 22.Ke2: Lc3: is de witte stelling een ruïne. 15... e6 Kavalek zet achter deze zet een vraagteken. Hij geeft het spectaculaire stukoffer (alweer een) 15... Pe4: aan als winnend. Het zou te ver gaan daar diep op in te gaan. De tekstzet geeft de winst geenszins uit handen en daarom is Kavaleks zelfkritiek met helemaal gerechtvaardigd.  16.Lc6 Tc7 Nu was 16…Pc4: beslist beter. 17.0-0-0! Zwart had alleen met 17.Td1 rekening gehouden. 11...Tc6: 18.Td6: Td8: 19.ed6:. Het eindspel na 19... Dd6 20.ed6: Lc3: 21.bc3: Td8 staat duidelijk beter voor zwart. 19...Lc3: 20.bc3 : Da5? Helaas! Met 20... Df6! had zwart de partij in zijn voordeel kunnen beslissen. Zie: 20... Df6 21.Kb2 Df4: 22. Pf3 Dc4: 23.Td1 Ld7 24. Db7 Da4 en zwart wint zonder veel moeite. (Kavalek). Er ontstaan nu halsbrekende verwikkelingen. 21. Kb2 Ld7  22.Db7 Lc6 Over deze zet dacht Kavalek zeer lang na, terwijl hij eigenlijk al meteen wist dat hij hem zou doen. Hij had nog dertien minuten over voor de resterende achttien zetten. 23.Dc8: Tb8+ 24. Kc2 Da2:+ 25.Kd3 Tb2 26.d7! Het wordt nu buigen of barsten. 26... Dbl+ 27.Ke3 De1+ 28.Kf3 Td2? Leidt tot verlies. Met 28... Dc3:+ 29.Kg4 h5+ 30.Kh4! g5+!! was eeuwig schaak te bereiken. Wit mocht in deze variant niet 30.Kg5 doen wegens de verbluffende zet 30...Dd4!! met de afschuwelijke dreiging 31.Kg7! 29.Kg4! Kg7 30. Kh3! De witte koning heeft nu een veilig plekje gevonden. Zwart is verloren. 30... Td3+ 31.g3 Dd1 Ook 31.Df1+ 32.Dg2 Df4: 33.De2 Dh6+ 34.Kg2 Td7: 35.Pf3 helpt niet meer. 32.Dc5: Dh5+ 33.Dh5: Zwart gaf het op. Een roemloos einde van een fantastisch gevecht.

 

Hübner,Robert - Kavalek,Lubomir, IBM Amsterdam (6), 1975

1.c4 Pf6 2.Pc3 g6 3.e4 d6 4.d4 Lg7 5.f3 0–0 6.Le3 b6 7.Ld3 a6 8.e5 Pe8 9.Le4 Ta7 10.f4 c5 11.dxc5 bxc5 12.Lxc5 Td7 13.Db3 dxc5 14.Dxb8 Pd6 15.Ld5 e6 16.Lc6 Tc7 17.0–0–0 Txc6 18.Txd6 Txd6 19.exd6 Lxc3 20.bxc3 Da5 21.Kb2 Ld7 22.Db7 Lc6 23.Dxc6 Tb8+ 24.Kc2 Dxa2+ 25.Kd3 Tb2 26.d7 Db1+ 27.Ke3 De1+ 28.Kf3 Td2 29.Kg4 Kg7 30.Kh3 Td3+ 31.g3 Dd1 32.Dxc5 Dh5+ 33.Dxh5 1–0