Retour                             Correspondentieschaak op niveau                               PZC 7 april 1995

 

Van 1965 tot en met 1967 had ik het genoegen om in het kandidatentoernooi voor het wereldkampioenschap correspondentieschaak te mogen meespelen. De leider van de sectie correspondentieschaak van de KNSB, Jan Zaagman, had me als kampioen van Nederland hiervoor ingeschreven. 'Dat vind je vast wel goed', liet hij me weten.

Deelnemers waren o.a. de correspondentiegrootmeesters Letic (Joegoslavie), Brilla-Banfalvi (Hongarije), Roos (Denemarken) Giselbrecht (Oostenrijk) en Prieditis (Sovjetunie). De favoriet was de 'gewone' grootmeester Vladimir Simagin, die tijdens het toernooi ook de correspondentiegrootmeestertitel ontving. Simagin was 'Held van de Sovjet-Unie' wegens zijn heldhaftigheid in de tweede wereldoorlog. Hij was een van de weinige schakers naar wiens avontuurlijke leven een film is gemaakt.

Tot verrassing van velen, niet in het minst van mijzelf, slaagde ik erin het toernooi met een score van 10 uit 13 te winnen. Een prestatie, waarmee ik nu meteen de correspondentiegrootmeestertitel zou hebben verdiend.

Ik verloor slechts een partij, van Simagin. De partij heeft me jaren achtervolgd, niet omdat hij zo bijzonder was, maar omdat hij me ondubbelzinnig duidelijk maakte, dat ik niet voor het topschaak in de wieg was gelegd. Na 52 zetten was de volgende stelling ontstaan:

 

 

Simagin (wit) was aan zet. Ondanks de achterstand van twee pionnen lijkt zwart dankzij de ongelijke lopers goede kansen op remise te hebben, mits hij er voor zorgt, dat hij op Ke4 steeds met Kd6 kan antwoorden. Na veertien dagen analyseren had ik nog niet in de gaten wat wit van plan was. Het antwoord op mijn laatste zet (Kc7) kwam per kerende post en was een donderslag, zoals ik sindsdien niet meer heb ervaren.

Een sterke zet van een tegenstander in een reguliere partij achter het bord overzien, dat overkomt iedereen op zijn tijd, maar dit was anders. Als je er al je vrije tijd aan gespendeerd hebt en je ondervindt, dat je er toch nog niets van begrepen hebt, dat snijdt de schaker door de ziel.

Als ik de stelling voorgelegd had gekregen met de opgave 'wit speelt en wint', was ik er misschien wel achter gekomen, maar er zit nu eenmaal geen engeltje op je schouder dat je zachtjes toefluistert 'nu kan je winnen'. Tot schrale troost bleken enkele Nederlandse toppers, die ik de stelling tijdens Nederland-Engeland in Vlissingen voorlegde met de vraag 'wat denk je van deze stelling?', ook niet te zien waar het om ging. Want het is natuurlijk een kwestie van zien of niet zien.

 

Op Simagins mooie ansichtkaart stond de zet 52.b3-b4!! vergezeld van de toevoeging 'indien 52... a5xb4 53.a3xb4 c5xb4 dan 54.c4-c5!!' Het was niet nodig om nog uren aan de stelling te besteden. Ik had onmiddellijk door, dat ik de partij op kon geven, hetgeen ik ook deed. De witte koning dringt door naar f7. 54... Lxc5 55.Kc4 Lf8 De koning en de loper werken elkaar tegen. Op 55... Kd6, om de witte koning af te houden; wint 56.h6 en de pion is niet te stoppen. 56.Kd5 b3 57.Ke6 b2 8.Lc2, waarna de winst verzekerd is. Zou zwart niet op c5 slaan, dan is hij machteloos tegen de twee verre witte vrijpionnen.

Simagin was een schaakcoach, die door alle delen van de Sovjetunie reisde. Ik ontving kaarten uit tal van steden uit dat onmetelijke rijk. Simagin overleed in 1968 op 49-jarige leeftijd aan een hartaanval in een toernooi te Kislovodsk tijdens een schaakpartij. Een mooie dood voor een schaker, maar dan toch liever op 89-jarige leeftijd.

In het toernooi speelde ik een aantal zeer langdradige partijen, o.a. tegen de Oostduitser Franke. Tegen hem moest ik me drie jaar lange verdedigen alvorens de partij in remise eindigde. Het was tevens de beslissende partij van het toernooi, omdat Franke in de rangschikking slechts een half punt achterbleef. Een fragment uit mijn partij tegen de Joegoslaaf Letic.

 

 

Wits laatste zet was 42.Tf8, waarmee hij zijn tegenstander verleidde tot dameverlies na 42... Dxc2??? 43.Tf2!! Dat zag zwart natuurlijk wel. Hij staat wat minder, de pion op d5 gaat vroeg of laat verloren en op de 8e rij heeft wit ook kansen, maar de ongedekte pion op c2 doet hem de objectieve kijk op de wereld verliezen. Het is toch verrassend hoe vaak in een schaakpartij het lokkende materiele gewin het verstand verduistert. 42... Pe5? Zwart had natuurlijk nooit veld a5 aan wit mogen overlaten. Nu wordt hij achter elkaar uitgeteld. 43.Pa5! Te6 Slaan op d3 was onmiddellijk verliezend wegens 44.Pxc6+ bxc6 45.Tf7+. Zwart gaat ten onder aan de penning van de toren op b6. 44.Tc3 De witte stukken werken optimaal samen. De dreiging is Tcc8 en mat op a8. 44... Pd7 Evenmin voldoende was 44... Pc6 45.Pxc6+ Txc6 46.Txc6 47.Tf7+ met torenwinst en mat.

45.Th8 Th6 Op 45... De5 is 46. Tcc8 beslissend. 46.Txh6 Dxh6 47.Tc7 De6 48.Txb7+! Zwart gaf het op.

 

Na het kandidatentoernooi mocht ik deelnemen aan de finale om het wereldkampioenschap. Helaas had ik al mijn kruit verschoten. De langdradigheid van het correspondentieschaak begon me tegen te staan. Zo'n toernooi duurt een jaar of drie. Het gevolg laat zich raden. Ik eindigde als laatste nadat ik zeer succesvol begonnen was met snelle overwinningen op een Duitser en een Noor. Correspondentieschaak, daar moet je voor in de wieg gelegd zijn. Het is op topniveau even zenuwslopend als het gewone schaak.

 

In het internationale correspondentieschaak heb je ook te maken met fraudeurs. In het toernooi waaraan ik deelnam, deed ook een Tsjech mee, die het met zo nauw nam met het bijhouden van de bedenktijd. Dat liep zo de spuigaten uit, dat door de wedstrijdleiding een flink aantal partijen voor hem verloren werd verklaard. Bovendien moest hij de schande verdragen, dat hij in de schaakpers als fraudeur te kijk werd gezet. Smrcka (fraude)-Jansen 0-1