Retour                             Jan Jansen overleden.                                       PZC 5-12-1986

 

Vorige maand overleed Jan Jansen, waarmee  Zeeuwse schaakleven opnieuw een belangrijk verlies moest incasseren. Jansen was geruime tijd een van de sterkste spelers van Zeeland. Daarnaast heeft hij tal van functies vervuld zowel in  bestuur van de Zeeuwse schaakbond als bij de clubs waarvoor hij uitkwam. Als speler van Vlissingen beleefde hij zijn grootste successen. Zo werd hij in 1955 kampioen van Zeeland en was jarenlang steun en toeverlaat voor  eerste team. Zijn vertrek naar Oostburg in verband met zijn werk, was voor Vlissingen een gevoelige aderlating, maar voor de Zeeuws-Vlamingen een welkome versterking. Tenslotte keerde hij na zijn pensionering terug naar Walcheren, waar hij tot  laatst actief was als schaker.

In de jaren dat grootmeesters bijna jaarlijks grote simultaanseances in onze provincie gaven, bouwde hij een zekere faam op als kampioenendoder. Verschillende winst- en remisepartijen kon hij op zijn conto schrijven, waarbij zijn remise tegen Paul Keres een hoogtepunt vormde. Die simultaan van Keres staat bij de oudere schakers trouwens toch in het geheugen gegrift. In een veld van veertig spelers, waarbij praktisch alle Zeeuwse topspelers aanwezig waren, was Jansen de enige, die er in slaagde de legendarische Rus een half puntje af te snoepen.

Jansen was zeer aan het schaakspel gehecht. Daar werd ik me pas goed van bewust toen ik hem eens in zeer, zeer dichte mist na een wedstrijd in Terneuzen per auto naar huis bracht. Hij had geen erg in de abominabele weersomstandigheden en ging nog geheel op in de partij, die hij gespeeld had. Toen ik later een boek over Aljechin las, moest ik bij een bepaalde passage aan dit voorval denken. Vrienden van Aljechin hadden het schaakgenie op een dag meegenomen op een autorit in het hooggebergte. Temidden van de overweldigende natuur, van sneeuw en ijs en ijzingwekkende vergezichten, had hij slechts oog voor zijn zakschaakspelletje!

Als aandenken aan Jan Jansen zijn partij tegen Keres.

Paul Keres - Jan Jansen

1.c4 In de bewuste seance speelde Keres in verreweg de meeste gevallen e2-e4. Jansen was een van de 'gelukkigen' die een mildere openingszet voorgeschoteld kregen. 1... Pf6 2.Pc3 c6 3.d4 d5 De Slavische verdediging. 4.Lg5 Een zeldzame voortzetting, die echter zeer het overwegen waard is. 4... Lf5?! Dit is in elk geval niet goed, maar ook 4... dxc4 heeft een slechte naam. Wit moet dan eerst 5.a4! spelen alvorens e.v. met f3 en e4 verder te gaan. Evenmin helemaal bevredigend is 4... Pe4 5.Pxe4 dxe4. 5. Db3! Reeds de weerlegging van de zware opzet. Maar natuurlijk niet de winst van de partij, al heeft Keres dat misschien wel gedacht. 5... b6 Door de dubbele dreiging op b7 en d5 viel aan pionverlies niet meer te ontkomen.

6.Lxf6 exf6 7.cxd5 cxd5 8.Dxd5 Dxd5 9.Pxd5 Een zeer gezonde pion staat wit nu voor. Zwart heeft weliswaar het loperpaar, maar dat lijkt voorlopig toch een te geringe compensatie. 9..... Ld6 10.Pf3 Hier kwam meteen 10.f3 zeer in aanmerking. Keres speelt het, geheel in strijd met zichzelf een beetje lauw. Waarschijnlijk was hij in slaap gesust door de niet zo gelukkige openingsbehandeling van zwart. 10... 0-0 11.e3 Pc6 12.Le2 Opnieuw een beetje te bescheiden. Sterker was 12.Lb5. Bijvoorbeeld 12... Pb4 13.Pxb4 Lxb4+ 14.Ke2! en de witte. torens zijn verbonden. Zwart heeft dan in zijn loperpaar ongetwijfeld ook enige compensatie voor de pion, maar of dat genoeg is, valt toch te bezien. 12..... Pb4! Het kan haast niet anders of Keres heeft deze zet, waarmee zwart gevaarlijke kansen krijgt, overzien. 13.Pxb4 Lxb4+ 14.Kf1 De toren op hl mag voorlopig slechts als toeschouwer aan de partij meedoen. 14... Tac8 15.a3 Nodig om het paard naar el te kunnen spelen en zo de toren te beletten naar c2 te komen. 15... Ld6 16.Pe1 Tc7 17.f3 Tfc8 18.Td1 Beter lijkt 18.Kf2 om 18... Tel met 19.Pd3! te kunnen beantwoorden. Wit zou dan zeker nog beter hebben gestaan, omdat dan ook e3-e4 mogelijk wordt. 18... Tel 19.Td2 T8c2!

 

 

Goed gespeeld: Wit moet nu erg oppassen niet in een verloren eindspel terecht te komen. 20.Txc2 Lxc2 21.Kf2 Tb1 22.b4 a5? Deze zet ziet er goed uit, maar met 22... Tal was meer garen te spinnen. Op 23.Tf1 volgt dan 23...La4! en de pion op a3 gaat verloren. Zwart zou dan met zijn loperpaar en een vrijpion op de damevleugel goede winstkansen hebben gehad. Nu weet wit zijn huid te redden. 23.Tf1! Tb2 Een betere zet is er niet. 24.Pxc2 Txc2 25.bxa5 bxa5 26.a4 Lxh2! Herstelt het materiele evenwicht, daar 27.g3? faalt op 27... Lxg3+ 27.Tb1 Wit heeft zich volledig losgewerkt en lijkt in het voordeel te komen. Zwart geeft echter geen krimp en speelt vlekkeloos af naar een remisestelling.27... g5! 28.Tb5 Lc7 29.d5 Td2 30.Ke1 Ta2 31.Tc5 Ld6 32.Tc6 Lb4+ 33.Kf2 Td2 34.e4 Kg7 35.Ke3 h5 36.Lf1 h4 37.Tc7 Remise. Zou wit met f3-f4 verder willen komen, dan loopt hij na g5-g4 alleen zelf gevaar.