Johan Barendregt                                                       PZC 5-5-1995

De eerste Zeeuwse schaakmeester en tot op heden ook de sterkste speler was Prof. Johan Barendregt. Hij werd geboren in 1924 in Nieuwerkerk en overleed in 1982 in Amsterdam. Barendregt behoorde jarenlang tot de beste schakers van Nederland. In 1962 verleende de wereldschaakbond hem de titel van internationaal schaakmeester. In hetzelfde jaar werd hij tot hoogleraar in de klinische psychologie aan de universiteit van Amsterdam benoemd. Als psycholoog was Barendregt zijn tijd vooruit. Zijn opvattingen over intelligentie en erfelijkheid stuitten in de jaren ‘70 en ‘80 op veel weerstand. Tegenwoordig zijn ze bijna gemeengoed, zie de televisie-serie. 'Alle mensen zijn ongelijk' met o.a. Prof. Galjaard. Als schaker bleef Barendregt altijd de amateur of (beter) zoals ze in Vlaanderen zeggen, de liefhebber. Toen hij dertien jaar was, begon hij met het oplossen van problemen en correspondentieschaak. Zoals hij zelf later heeft gezegd, was hij in die tijd bezeten van het schaken, maar grote ambities om wereldkampioen te worden of zoiets heeft hij nooit gehad. Zijn ouders vonden zijn liefde voor het schaakspel maar niets. Zijn vader heeft eens het schaakbord op zijn hoofd kapot geslagen toen hij hem 's nachts(!) betrapte bij het oplossen van een schaakprobleem. In een artikel in het eertijds roemruchte Schaakbulletin heeft Barendregt eens geschreven over de gespletenheid van de bescheiden schaakmeester, die ook nog een 'normaal' beroep uitoefent. Eens een schaker blijft een schaker. 'Beweer eens wat en ik zal het weerleggen'. Als het schaken niet meer zo goed gaat als hij het graag zou willen, is collega A. D. de Groot (Het denken van de schaker) een zoete troost: 'Op discrete wijze breng ik het gesprek wel eens op de titel van schaakmeester. Meteen draait hij dan met zijn schouders, wipt hij op zijn stoel, knipt met zijn vingers, wendt zijn ogen af. Welk een genot om uit elk van zijn zuchten te horen dat hij voor die titel al zijn professoraten, wetenschappelijke prijzen, lintjes en eredoctoraten zou willen geven'.

In deze rubriek twee partijen van Barendregt. De eerste is tegen de Poolse schaakmeester, later grootmeester, Sliwa.

Barendregt-Sliwa, Marienbad 1961

1. e4 e5  2. Pf3 Pc6  3. Lb5 a6  4. Lxc6. Barendregt is van de gangmakers geweest van de rehabilitatie van deze variant. De beroemdste navolger was Bobby Fischer, die er grote roem mee oogstte (Havanna 1966). 4. ... dxc6  5. 0-0 f6. Een kritieke variant is 5. ... Lg4. Lange tijd heeft men gedacht, dat het strukoffer 6. h3 h5! wit in grote problemen bracht. Ook Barendregt heeft daar mee te maken gehad. Een partij tegen de Duitser Teschner verloor hij in 17 zetten: 7. d3 Df6  8. Pbd2 Pe7  9. Tel Pg6  10. d4 Ld6  11. hg4 hg4  12. Ph2 Txh2  13. Kxh2? Dxf2  14. Te2 exd4+ 15. e5 Lxe5+ 16. Txe5 Pxe5. 17. Khl 0-0-0 en wit kon opgeven. Later ontdekte men, dat wit 13. Dxg4! had moeten spelen, waarna hij zelfs enig voordeel behoudt. Zie voor 5. ...Lg4 ook de partij tegen Portisch. 6. d4 exd4. Ook goed is nu pas 6.... Lg4. Wit heeft dan de keuze tussen het pionoffer 7. c3 Lxf3  8. Dxf3! (Fischer) en 7. dxe5. 7. Pxd4. Na 7. Dxd4 Dxd4  8. Pxd4 heeft zwart wel goed spel, zoals o.a. door Aljechin en Rubinstein al meer dan 70 jaar geleden werd aangetoond. 7.... c5. Zwart besluit toch op dameruil te spelen. Dit spelen op vereenvoudiging levert echter, zoals zo vaak in dit soort stellingen, nog geen gelijkspel op. Het verschil met de vorige variant is, dat d5 verzwakt wordt en wit met tempowinst een toren op dl krijgt. 8. Pb3 Dxd1  9. Txd1 Ld7. Een andere mogelijkheid is 9. ... Ld6, om wits volgende zet te verhinderen. Maar er is nog niets onoverkomelijks gebeurd. 10. Lf4 0-0-0  11. Pc3 Te8? Pas nu gaat het echt fout. Na 11. ... Le6 zou zwart nog redelijk weggekomen zijn: b.v.: 12. Txd8+ Kxd8  13. a4 Lxb3  14. cxb3 Pe7 en wit staat slechts weinig beter. Zwart denkt ten onrechte met een tegenaanval op e4 de witte plannen te kunnen dwarsbomen. Dat is toch wel een erg kortzichtige gedachte: 12. Pd5! Lc6. Nu is 12. ... Ld6 al met zo prettig meer: 13. Pb6+ cxb6  14. Txd6 enz. 13. Pxc7 Txe4  14. f3! Deze sterke zet is winnend. De loper op f4 is onkwetsbaar wegens 15. Pe6 met matdreiging op d8. 14. ... Te2. Hier staat de toren uitstekend, maar hoe zit het met de andere stukken, het hoopje materiaal van h8 tot f8? Het wachten is op de beslissende klap en die laat niet lang op zich wachten.

 

 

 

15. Pa8!! Een zeldzame aanvalszet. Er dreigt Pb6 mat. Zwart heeft maar een antwoord. 15. ... b5  16. Pb6+ Kb7  17. Pd7! Lxd7. Er is niet beter, f8 en c5 stonden bedreigd. 18. Txd7+ Kc6  19. Tc7+ Kb6  20. Tc8 Ph6  21. Tb8+ Zwart geeft het op. Na 21. ... Kc6 of 21. ... Ka7 speelt wit 22. Td1 met onpareerbare matdreigingen. Een van Barendregts beste partijen.

Het toernooispel van Barendregt werd gekenmerkt door grote wisselvalligheid, hetgeen ook in de toernooitabellen tot uitdrukking kwam. Vak maakte hij net zoveel punten tegen de spelers van de bovenste helft van de tabel als tegen de ondersten. In een boek van Max Pam (De zuiverste liefde is die tussen een man en zijn paard, 1975) zei Barendregt: "Mijn toernooiprestaties zijn nooit zo geweldig geweest. Ik heb een keer van Portisch gewonnen en van Botwinnik. Toen Botwinnik opgaf, voelde ik me wel zo trots als een pauw. Zie je wel, ik kan toch schaken, maar de volgende dag ging ik weer af als een gieter en verloor ik achter elkaar". „Ik heb het schaken nooit zo serieus genomen; ik ben altijd amateur gebleven. Dat heeft het nadeel, dat je nooit een gedegen schaker wordt, maar het voordeel dat je altijd voor je plezier speelt".  

 

Barendregt-Portisch, IBM 1963.  

1. e4 e5  2. Pf3 Pc6  3. Lb5 a6  4. Lxc6 dxc6  5. 0-0 Lg4  6. h3 h5  7. d3. Slaan op g4 leidt nu en later tot buitengewoon gevaarlijk spel van zwart langs de h-lijn. 7.... Df6  8. Pbd2 g5 9. Tel Le6. De loper moet terug, want nu dreigde 10. hxg4 hxg4  11. Ph2 Dh6  12. Pdf1! en zwart zit met de brokken. 10. d4! Een sterke zet, die zwarts aanval ernstig bemoeilijkt. 10.... exd4  11. e5 Dg7  12. Pxd4 00-0  13. Pxe6 fxe6  14. Df3 Lb4. Op het schijnbaar sterke A.... g4 volgt afdoende 15. Db3! 15. c3 Le7  16. Pb3 Ph6  17. Pd4. Nu blijkt het nadeel van zwarts 14e zet: wit heeft een steunpunt op d4 gekregen. 17. ... Txd4. Zwart gooit alles op de aanval. Goed speelbaar was 17. ... g4  18. Lxh6 Txh6  19. Dg3 c5 met kansen voor beide partijen. 18. cxd4 Pf5  19. Db3 Dg6  20. Le3 g4.

 

 

De zwarte aanval lijkt buitengewoon gevaarlijk, maar met de volgende zet haalt wit al het gif eruit. De vluchtweg van de witte koning gaat via e2. 21. Kf1!! gxh3  22. gxh3 Ph4  23. Ke2 Df5. Evenmin voldoende is 23. ... Dxh3. 24. Tg3 (minder goed is Lg5) Df5. 25. Tag1. 24. Tg1 Td8  25. Tg3 Df7 26. Tag1 Pf5 27. Tg6 Td5  28. Tg8+ Ld8 29. Db4 Dd7  30. Lg5! Forceert een beslissende vereenvoudiging. 30… Pxd4+ 31. Kf1 Dh7  32. Df8! Dd3+ 33. Kg2 De4+ 34. f3 De2+ 35. Kh1 Dxf3+ 36. Dxf3 Pxf3  37. Lxd8 Txd8  38. Txd8+ Kxd8  39. Tf1 Pxe5  40. Tel Pc4  41. b3. Zwart gaf het op. Hij verliest niet alleen pion e6, maar ook h5, waardoor wit een vrije h-pion krijgt, die snel beslist.