Retour                                                                Kasparov en Cardon                          PZC 11-3-1990

 

Aljechin, wereldkampioen van 1927 tot 1945, mopperde altijd, dat zijn tegenstanders niet wilden meewerken bij het produceren van een prachtige schaakpartij. Ze speelden te zwak, of ze speelden de verkeerde varianten. Soms verzon hij dan een partij. Beroemd is een partij Aljechin-Grigoriev, die jarenlang als een van de meest sensationele partijen uit de geschiedenis heeft gegolden. Tim Krabbé heeft echter aangetoond, dat die partij nooit gespeeld is en slechts een nevenvariant is van een wel gespeelde partij. Ook rond sommige andere fantastische bedenksels van de grote Rus hangt een geurtje van bedrog.

Het verzinnen van een partij komt nog steeds voor. Bekend is een partij Taimanov-Kortsjnoi, die van te voren in elkaar was gezet was om Taimanov aan een gemakkelijke remise te helpen. De principiële Kortsjnoi had daar blijkbaar geen bezwaar tegen, maar dat Taimanov later de partij uitgebreid in een schaaktijdschrift ging analyseren ging hem te ver.

Het is natuurlijk onmogelijk om afspraken te voorkomen. Vooral als er geld in het spel is of een meestertitel wil een zwakke geest nog wel eens bezwijken: Met een wereldkampioen als Kasparov, die allergisch is voor alles wat maar een beetje op bedrog lijkt, zijn dergelijke praktijken op het hoogste niveau natuurlijk zeldzamer geworden.

In het toernooi in Linares heeft Kasparov weer schitterend gespeeld. Zeer belangrijk bij zijn successen is zijn theoretische voorbereiding. Hij weet in alle mogelijke varianten verbeteringen te vinden. Ook Spassky werd hiervan het slachtoffer.

Kasparov-Spassky

1. d4 Pf6 2. c4 e6 3. Pc3 Lb4 4. Dc2 d5 5. cxd5 exd5 6. Lg5 h6 7. Lh4. Meestal speelt men hier Lxf6, maar ook de gespeelde zet komt voor, maar gold tot voor deze partij als ongevaarlijk voor zwart. 7… c5 8. dxc5 Pc6 9. e3 g5 10. Lg3 Pe4 11. Pf3 Df6. Alles bekend. In een recente partij Gelfand-Balasjov volgde 12. Tel, waarna zwart minstens gelijkspel kreeg. 12. Lb5!!! De nieuwe zet. Men kan er zeker van zijn, dat er voor zwart in het vervolg geen redding meer te vinden is. Het blijft echter nog zeer interessant. 12… Pxc3 13. Lxc6 bxc6 14. a3!!! De weerlegging van de zwarte actie. Zwart heeft geen nuttig aftrekschaak met Pc3. Zwart ziet geen andere mogelijkheid dan de zaak nog ingewikkelder te maken. Dan is hij bij de wereldkampioen natuurijk aan het goede adres. 14… g4 15. Le5 Pe4 16. axb4 Df5 17. Lh8 gxf3. Wit staat nu de kwaliteit voor, maar lijkt nog een gevaarlijke aanval te moeten afslaan. 18. Thg1 Dg4 19. Dd1 Pg5 20. Dd4 Pe4 21. De5 Le6 22. Df4 Dg6 23. Dxf3. Op schitterende wijze heeft wit deze pion onschadelijk kunnen maken, maar zwart heeft nog een pijl op zijn boog. 23. f7-f6 Nu zit de loper op h8 in de val. Kan wit daar iets tegenoverstellen?  24. Df4 Kf7

 

 

25. f3! Pg5 26. Kd2!!! De beslissing. Zwart kan de loper niet slaan wegens 27.Txa7+ Kg8 28. Db8+ enz. 26…Df5 27. h4 Dxf4 28. exf4 Ph7 29. g4. Zwart gaf het op. Hij wint weliswaar de loper op h8, maar moet daarvoor te veel inleveren: 29. .... Txh8 30. Txa7+ Kg8 31. Tel Pf8 32. f5 Ld7 33. Te7 Th4 34. Txh7 Kxh7 35. b5 enz.

 

Als er echt voor plezier wordt geschaakt tussen ware amateurs, zoals in de KNSB-competitie, gaat het er natuurlijk volkomen eerlijk toe. Als je daar een mooie partij speelt, is het ook een echte partij. Helmut Cardon speelde in de wedstrijd tegen DD uit Den Haag zo'n juweeltje.

Cardon-Prakken

1. d4 d5 2. c4 c6 3. Pc3 Pf6 4. e3 e7-e6 5. Pf3 Pbd7 6. Dc2. Bekend is 6. Ld3 dxc4 7. Lxc4 b5, de Meraner-verdediging. De gespeelde zet heet daarom ook de Anti-Meraner. 6…Ld6 7. Le2. Op 7. Ld3 ruilt zwart niet op c4, maar speelt vroeg of laat e6-e5. De loper staat dan op d3 niet goed. 7…0-0 8. 0-0 dxc4 9. Lxc4 e5 10. h3 exd4. De open stelling, die hierdoor ontstaat is voordelig voor wit. 11. exd4 Pb6 12. Lb3 Pbd5 13. Lg5 Db6 14. Tfe1 g6. Een andere mogelijkheid was 14. h6, maar zwart moet dan rekening houden met 15. Lxf6 Pxf6 16. Dg6 en wit heeft een sterke aanval. 15. Te5!!!

Schitterend gespeeld. Wit offert de kwaliteit om de zwarte velden in de buurt van de zwarte koning te verzwakken.

 

 

Zwart heeft door de meervoudige aanval op d6 niet veel keus. 15… Lxe5 16. dxe5 Lf5. De bedoeling van 14. g6. 17. Dd2 Pd7. Na afloop van de partij was Helmut terecht een beetje teleurgesteld, dat zwart deze zet had gespeeld. Prachtig zou de partij verlopen zijn na 17. .... Pxc3. Het gaat dan als volgt verder: 18. .... Lxf6 Pe4 19. Dh6 Dxf2+ 20. Kh1 Pg3+ 21. Kh2 Ph5 22. Pg5! Df4+ 23. Kg1 Dd4+ 24. Kh1 Pg3+ 25. Kh2!!! Een fantastische variant. Met Aljechin had Cardon hier een klaagzang kunnen aanheffen over de kwaliteit van de tegenstander! 18. Lxd5 cxd5 19. Pxd5 Da6 20. Pe7. Zwart gaf het op. Na 20. .... Kh8 21. Pxf5 gxf5 22. Dxd7 is het uit. Zwart verdient een compliment, dat hij tenminste voor de 20e zet opgaf. Partijen tot en met de 20e zet gelden namelijk als miniatuur.