Retour                                              Heldendaad.                                         PZC 2-7-1977

 

De spelers van het eerste tiental van Goes hebben een opwindend seizoen achter de rug. Na een goed begin wilde het helemaal niet meer lukken. De ene nederlaag na de andere moest worden geslikt. Tenslotte leek een naderende degradatie onafwendbaar. Met nog een ronde te spelen stonden de Goesenaren op de voorlaatste plaats en aangezien er twee teams degraderen (SMB II stond nog onder Goes) zag het er zeer donker uit. De strohalm was DAF uit Eindhoven, dat twee matchpunten en drie bordpunten meer had. DAF moest in de laatste ronde tegen Baronie uit Breda en Goes tegen Lichttoren uit Eindhoven (!).

Slechts in het geval Goes met zeer groot verschil zou winnen en DAF verliezen, was er redding. En zie... het ongelofelijke geschiedde. DAF verloor met 6-4 en Goes won met 7-3. Dat betekende, dat Goes en DAF zowel in match- als in bordpunten precies gelijk stonden.
Een situatie waar men van te voren niet bij had stilgestaan. In eerste instantie besliste de wedstrijdleider van de KNSB, dat er een beslissingswedstrijd gespeeld moest worden. De voorbereidingen waren daarvoor al in volle gang, toen op het laatste moment bleek, dat het reglement in dergelijke gevallen beslist, dat de onderlinge wedstrijd de doorslag geeft. Dit artikel was pas later aan het officiële reglement toegevoegd en gedrukt op een los velletje papier en die dingen raak je wel eens kwijt!

Goes kon dus de vlag uitsteken, want de onderlinge wedstrijd tegen DAF was indertijd (in de eerste ronde!) door de Goesenaren met 5,5-4,5 gewonnen!

 

De laatste wedstrijd van Goes tegen Lichttoren was er een om nooit te vergeten Slechts een paar partijen hadden een min of meer regelmatig verloop. Voor het overige was het een lachbui van begin tot eind. Deze keer was het geluk op een welhaast schaamteloze wijze aan de kant van de Zeeuwen. Alle pech van de vorige wedstrijden werd in een klap goedgemaakt.

Neem bijvoorbeeld de partij van Joop van Ruler, die zwart had in de volgende stelling:

 

 

Zwart had een stuk geofferd en daarvoor redelijke kansen gekregen, temeer omdat de tijdnood een grote rol begon te spelen. De laatste zet was 1... Tc4, waarmee een derde pion veroverd werd...., maar wit speelde de onbegrijpelijke zet 2 .... ....Tc3??Een kolossale blunder! Zwart nam natuurlijk het paard en na drie zetten gaf wit het op!!

Aan het tweede bord had Dr. Facee Schaeffer een voor zijn doen ongelofelijk slechte partij gespeeld. Hij kent zijn eigen kracht niet! Tenslotte was hij een kwaliteit en een pion achtergekomen. Op dat moment ontwaakte hij en begon fris van de lever aanvalsplannen te bedenken. Juist op tijd, want zijn tegenstander was in tijdnood gekomen en had blijkbaar de metamorfose van de 'Goesenaar' niet in de gaten. Het gevolg: een fraaie en verrassende slotcombinatie besliste de partij in Zeeuws voordeel.

 

 

1.Lh5! Df7? 2.Lxg6! Txg6 3.Dc3+ Tf6 4.Ph5+ Kg6 5.Pxf6 Dxf6 6.Th6+ en zwart gaf op.

Misschien niet zo'n moeilijke combínatie, maar om die na zeer zware strijd, in tijdnood en in een zenuwslopende slotfase van de wedstrijd toch nog op het bord te krijgen, is een prestatie van formaat.

Aan de andere blunderpartijen zullen we maar voorbijgaan en ons bezig houden met 't betere werk. Wellicht zijn er onder de lezers mensen, die van een schaakrubriek iets willen leren. Je weet het maar nooit.

Niemeier- Verburg

In de partij van Rinus Verburg gebeurde in elk geval iets waar men in dat geval mee uit de voeten kan.

 

 

Een gelijke stelling?  Hoe het ook zij, de witspeler krijgt ineens het idee iets geniaals te moeten verrichten.

1.h5 a5 2.g5 hxg5 3.h6 gxf4+ 4.Kxf4 Kf8 5.Kg5 b4 6.axb4 c3 7.bxc3 a4 8.Kf6 Kg8 9.h7+ Kxh7 10.Kxf7 a3 11.c4 a2 12.Lxd5 Lxd5+ 13.cxd5 a1D

Afgebroken en natuurlijk door wit opgegeven. Een prachtig staaltje van de pionnenkunstenaar van de Goese club. De clou van het eindspel was natuurlijk, dat de pion e6 wel kon worden tegengehouden, maar de a-pion niet. De Eindhovenaar is wel verschrikkelijk op de koffie gekomen.

 

Een uitstekende partij speelde ook Johan van Nispen. Zijn tegenstander kreeg geen been aan de grond.

P.Bell – J.van Nispen

1.c4 g6 2.Pc3 Lg7 3.g3 Pc6 4.Lg2 d6 5.Pf3 e5 6.d3 Lg4 7.h3 Ld7 8.0–0 f5 9.a3 Pf6 10.Ld2 h6 11.b4 g5 12.e3 Pe7 13.Tb1 Pg6 14.Pe1 Lc6 15.Pd5 0–0 16.f4 Pxd5 17.cxd5 Ld7 18.Kh2 De7 19.Dc2 Tac8 20.b5 h5 21.Pf3 g4 22.hxg4 hxg4 23.Pg5 Lf6 24.Pe6 Lxe6 25.dxe6 exf4 26.Th1 f3 27.Lf1 Le5 28.Le1 Kg7 29.d4 Th8+ 30.Kg1 Txh1+ 31.Kxh1 Th8+ 32.Kg1

 

 

32... Kf6!! 33.dxe5+ Pxe5 34.Lc3 Dh7 35.Lxe5+ dxe5 36.Lg2 Dh2+ 37.Kf1 Dxg3 38.Tc1 Th2 39.Df2 fxg2+ 40.Ke2 g1P+

Wit gaf het op. Zwart had natuurlijk met 26…fxg3 eenvoudiger kunnen winnen.