Donner in Vlissingen                                                              PZC 31-12-1988

Grootmeester Hein Donner was graag in Zeeland. Tijdens de massakampen, die door heel Nederland trokken, was hij als simultaanspeler altijd van de partij. In een voorstelling in het Scheldekwartier in Vlissingen omstreeks 1970 kon men zien, dat zijn uit spraak. 'Alle grote mensen hebber hun gebreken, bij mij zijn bet mijn voeten' niet helemaal een grap was. Op kousevoeten gaf hij toen een razendsnelle en schitterende seance.

Ook de traditionele wedstrijden tegen Engeland in Vlissingen kon men meestal van Dormers aanwezigheid genieten. Een keer kwam hij niet opdagen, omdat hij de wedstrijd vergeten was! Zelf heb ik ook een paar keer als speler van het Nederlands team Donner van dichtbij mogen meemaken. Toen een van mijn partijen tegen Basman werd afgebroken, kwam hij als enige helpen bij de tussentijdse analyse. Dat ik de partij na in totaal 9,5 uur spelen toch nog verloor, lag niet aan zijn aanwijzingen!

Donner had een klassieke manier van spelen. Dat hij veel van Euwe had geleerd, was overduidelijk. Het enige verschil met Euwe was de theorie. Donner was geen openingskenner. Hij hield er niet van zich diepgaand met ingewikkelde varianten bezig te houden. Hij vertrouwde op zijn gezonde verstand, maar was niet bang om zich op glad ijs te begeven als dat zo uit kwam. Dat heeft hij tegen op papier mindere tegenstanders wel eens moeten bekopen. Geen enkele grootmeester heeft zo vaak in korte partijen bet loodje moeten leggen. Tegen Carel van de Berg, destijds schaakmedewerker van de PZC, verloor hij in een half jaar tijd twee partijen binnen de twintig zetten met dezelfde variant!

In deze rubriek enkele partijen die Donner speelde in Vlissingen tegen Engeland.

Wade-Donner, Vlissingen 1970

1. e4 c5 2. Pf3 d6 3. Lb5+  Wit vermijdt tegen de grootmeester de scherpe varianten. Een verkeerde tactiek. Juist op het positionele terrein komt bet overwicht van de grootmeester bet best tot zijn recht. 3. ..... Ld7 4. a4 Pc6 5. 0-0 e6 6. Tel Pf6 7. b3 Le7 8. Lb2 0-0 9. 0 b6 10. Pbd2 a6 Zwart verovert het loperpaar. Dat zal Donner plezier hebben gedaan. Geheel in de stijl van Euwe en tal van anderen uit het rijke schaakverleden weet hij langzaam maar zeker in het voordeel te komen. 11. Lxc6 Lxc6 12. Pf1 b5 13. axb5 axb5 14. Dd2 Dc7 15. Pg3 Txa1 Afruil van de zwarte stukken is de eerste stap op weg naar succes. 16. Txa1 Ta8  17. Del Db7 18. Txa8+ Dxa8 19. Dal Dxa1 20. Lxa1  Nu is de klassieke loperpaarstelling ontstaan. De eerste, die aantoonde, dat de lopers een goede kans bieden op succes, was Wilhelm Steinitz, de eerste officiële wereldkampioen. 20. ..... Pd7 21. Kf1 g6 22. Lc3 d5 Zwart moet ruimteoverwicht zien te krijgen. Dat is de beste voorwaarde om vooral het paard speelmogelijkheden af te nemen. 23. Pe5 Pxe5 24. Lxe5 f6 25. exd5 exd5 26. Lc7 Kf7 27. Pe2 Ke6 28. d4 c4! 29. Lb6 Ld6 30. f3 g5 Natuurlijk niet 30....Lxh2 wegens 31. g3! en de loper zit klem!  31. Kf2 h5 32. g3 Le8 33. Lc5 cxb3! Zo krijgt wit een zwakke pion op b3. 34. cxb3

 

 

Wit heeft zich zo sterk mogelijk verdedigd en als zwart nu Ld6 aan ruil onttrekt, blokkeert wit de stelling met 35. b4. Maar er komt een verrassing! 34. ..... Lxc5! Met het loperpaar alleen kan men natuurlijk geen partij winnen. Men

moet kleine voordelen inruilen tegen iets grotere. 35. dxc5 d4!! De clou van de vorige zet. De zwarte koning dringt de witte stelling binnen. 36. Pxd4+ Kd5 37. Ke3 Kxc5 38. f4 gxf4+ 39. gxf4 Lg6! Veld f5 moet aan het paard worden ontnomen. 40. f5 Lf7 41. Kd3 Kb4 42. Kc2 Ld5 43. h4 Le4+ 44. Kd2 Lb1 45. Kc1 Ld3 46. Kd2 Le4!

Door een interessante tempodwangmanoeuvre lijkt de winst verzekerd. Wit verdedigt zich echter zeer vindingrijk.

47. Pe6! Ld5 Op 47. ..... Lxf5 volgt 48. Pc7! B.v.: 48. ..... Le4 49. Pa6+ Kxb3(?) 50. Pc5+. Zwart moet subtiel spelen.

48. Pc7 Lf7 Om Pe8 met winst van pion f6 te voorkomen. 49. Kd3 Kc5!! Nu blijkt, dat wit de stelling toch niet kan houden. Het paard heeft te korte benen om zowel b3 als f5 te kunnen verdedigen. De afwikkeling die volgt wint op een tempo. 50. Pe6+ Lxe6 51. fxe6 Kd6 52. Kd4 Kxe6 53. Kc5 f5! Wit gaf het op. Een mooie slotstelling

Op 54. Kxb5 speelt zwart 54. ..... Kd5!! 55. Kb4 Kd4! (f4? Kc3!). Om de kracht van het loperpaar te demonstreren hoeft men er geen Botwinnik of Karpov bij te halen, men kan ook bij Donner terecht.

 

Donner - Clarke,Vlissingen, 1959

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pc3 Lb4 4.e3 c5 5.Ld3 d5 6.Pf3 0–0 7.0–0 Pc6 8.a3 Lxc3 9.bxc3 dxc4 10.Lxc4 Dc7 11.Lb5 b6 12.Te1 Td8 13.Lb2 Lb7 14.e4 Df4 15.e5 Pd5 16.Ld3 f5 17.exf6 Dxf6 18.Dc2 cxd4 19.Lxh7+ Kh8 20.cxd4 Pce7 21.Le4 Pf5 22.Lc1 Tdc8 23.Db2 Kg8 24.Lg5 Df7 25.Pe5 Dh5 26.Dd2 De8 27.a4 Tc7 28.g4 Pd6 29.Lg6 Dc8 30.Tac1 Tc3

 

 

31.Le7!! Pc4 32.Lf7+ 1–0

 

Donner - Wade, Vlissingen, 1970

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pc3 Lb4 4.e3 c5 5.Ld3 0–0 6.Pf3 d5 7.0–0 dxc4 8.Lxc4 Pc6 9.a3 La5 10.Dd3 a6 11.Pe4 b5 12.Pxf6+ Dxf6 13.De4 Lb7 14.Ld3 g6 15.dxc5 Pb4 16.De5 Dxe5 17.Pxe5 Pxd3 18.Pxd3 Tfd8 19.Pe5 Lc7 20.Pf3 Lxf3 21.gxf3 a5 22.Tb1 b4 23.axb4 axb4 24.e4 Le5 25.Le3 f5 26.f4 Lg7 27.e5 g5 28.Tfd1 gxf4 29.Lxf4 Tdc8 30.Tbc1 Ta5 31.c6 Lxe5 32.Lxe5 Txe5 33.c7 Td5 34.Txd5 exd5

 

 

35.Kf1 Kf7 36.Ke2 Ke6 37.Kd3 Ke5 38.b3 h5 39.Ke3 d4+ 40.Kd3 h4 41.Tc5+ Kf4 42.Kxd4 Kg4 43.Tc2 f4 44.Ke5 Kh3 45.Kxf4 1–0