Retour                                Hans Groffen wordt Zeeuws kampioen                                       PZC 26-1-1996

Schaken is een spel, dat je tot op hoge leeftijd met plezier kunt spelen, hoewel de meeste spelers met het klimmen der jaren veel van hun speelkracht moeten prijs geven. In het topschaak is Kortsjnoi een uitzondering. Anderen zoals Smyslov en Taimanov zijn wel wat achteruitgegaan, maar halen toch nog een zeer behoorlijk niveau. In het Zeeuwse schaak zijn ook enkele spelers, zoals Simon Sanders, Fred Dieperink en Max van Eekhout, die nauwelijks aan kracht verloren hebben. De leeftijd van de topschakers lag vroeger onmis-kenbaar hoger dan tegenwoordig. Zij kwamen tussen hun  dertigste en veertigste jaar tot hun beste prestaties. Euwe was 34 toen hij wereldkampi­oen werd, Capablanca 33, Aljechin 35, Botwinnik 37, Smyslov 36 en Spassky 32. De jongste wereldkampioenen waren Karpov (24), Tal (23) en Kasparov (22). Steinitz was al twintig jaar de beste speler van de wereld toen hij zich op 50 jarige leeftijd tot wereldkampioen uitriep (1886), dus die staat er een beetje buiten. Als je tegenwoordig op je vijf en twintigste nog niet tot de wereldtop behoort, red je het niet meer.

Geldt dat ook voor het schaken in Zeeland? Waarschijnlijk wel, al is het niet zo duidelijk als bij het topschaak. Voor de meeste oudere schakers valt het niet mee om te erkennen, dat de denkkracht verminderd is. Je kan op gevorderde en zelfs hoge leeftijd nog wel president van de Verenigde Staten worden, maar waarschijnlijk geen schaakkampioen van Zeeland meer.  In onze provincie geven de dertigers, met een paar uitschieters naar beneden en naar boven, de toon aan.

Na zes ronden is het duidelijk, dat Hans Groffen dit jaar kampioen wordt en dus de opvolger van René Tiggelman. De Vlissinger, lid van Het Witte Paard uit Sas van Gent, zet zijn partijen over het algemeen positioneel op, maar is ook voor geen kleintje vervaard als het ingewikkeld wordt. Zie zijn  zeer interessante partij uit de vijfde ronde.
                            

Hans Groffen- Mark de Waal. Sas van Gent,1996

1.d4 d5 2.c4 e6 3.Pc3 Pf6 4.cxd5 exd5 5.Lg5 c6 6.Dc2  Groffen houdt er van om in het damegambiet lang te rokeren. Ook nu stuurt hij daar op aan. 6.... Pbd7 7.e3 Ld6 8.Ld3 Pf8 9.Pge2 Pg6 10.Pg3 O‑O  Riskant, maar de koning kan ook niet in het midden blijven. 11.Ph5  Dit ziet er mooi uit, maar het levert uiteindelijk toch weinig op. In aanmerking kwam in elk geval meteen 11.0-0-0. 11.... Le7 12.Lxf6 Lxf6 13.Pxf6+ Dxf6 14.h4 h5! 15.O‑O‑O Te8 16.Tde1 Pxh4  Zeer spectaculair, maar ook gedwongen want de opmars van de witte h-pion was anders niet te stuiten. 17.f3 Pf5 18.Df2 Dg5! Fout was 18.... h4 wegens 19.Lxf5 Lxf5 20.Txh4 en dubbelen op de h-lijn.! Wit staat nu voor een moeilijke keuze. Hoe moet hij e3 (en d4!) verdedigen?

 

 

19.g4!  Vindingrijk gespeeld. Dat was ook wel nodig want zwart leek het heft in handen te hebben genomen. Toch was eenvoudig 19.Kb1 ook niet gek en misschien zelfs beter. 19.... hxg4 20.fxg4 Ph6?  De clou van wits combinatie is 20.... Pxe3 21.Dh2!! Pxg4+ 22.Kc2! en de dubbele matdreiging op e8 en h8 beslist onmiddellijk.  Ook niet goed lijkt 20.... Txe3 21.Txe3 Dxe3+ 22.Dxe3 Pxe3 23.Te1 Pxg4 24.Te8 mat. Maar het kan ook anders: 20.... Txe3! 21.Txe3 Pxe3! en 22.Te1 faalt op 22.... Pxg2+ en zwart wint. Het beste voor wit lijkt nog 22.Dd2, maar ook dan staat zwart na 22.... Lxg4 23.Te1 Te8 erg veel materiaal voor (drie pionnen). Het paard op e3 lijkt niet te vangen. 21.Th5 Pxg4  Fout is 21.... Dxg4 wegens 22.Txh6 gxh6 23.Tg1 met damewinst. 22.Lh7+ Kf8 23.Dxf7+!  Zo krijgt wit weer wat materiaal terug en behoudt hij aanvalskansen. 23.... Kxf7 24.Txg5 Txe3 25.Tf1+ Pf6 26.Tfg1 Lg4?  Zwart offert de kleine kwaliteit, maar komt in een slecht eindspel terecht. Voldoende voor remise was waarschijnlijk. 26.... Pe8! Bijvoorbeeld: 27.Lg6+ Ke7 28.Lxe8 Kxe8 29.Txg7 Te7. Wit kan zijn torens dan wel op de onderste rij verdubbelen, maar kan de zwarte vesting niet breken. 27.T5xg4 Pxg4 28.Txg4 Th8 29.Tf4+ Ke6 30.Kd2!  Wit speelt het eindspel secuur. Op 30... Txc3 volgt de tussenzet.31.Lf5+ met winst. 30..... Tg3 31.Pe2 Tg2 32.Lf5+ Ke7 33.Tf3 Thh2 34.Te3+ Kd6 35.Te6+ Kd7 36.a3 Tg5? 37.Th6+ Txf5 38.Txh2 b6 39.Tg2 g5 40.Th2 Tf7 41.Th6 Tg7 42.Pg3 g4 43.Ke3 Tf7 44.Pe2 Tf3+ 45.Kd2 Tb3 46.Kc2 Te3 47.Th2 c5 48.Tg2 Kc6 49.Pc1 Te4 50.Pd3 cxd4 51.Txg4 Kb5 52.Tg5 Te2+ 53.Kb3 a5 54.Txd5+ Kc6 55.Txd4  En wit won gemakkelijk. Het eindspel heeft wit voortreffelijk gespeeld.

 

 Cor Jansen- René Tiggelman. Sas van Gent, 1996.

 

1.Pf3 g6 2.g3 Lg7 3.c4 d6 4.Lg2 Pc6 5.O‑O f5  Er is nu een soort gesloten siciliaans met verwisselde kleuren ontstaan met dat verschil, dat zwart e5 voorlopig heeft uitgesteld. 6.Pc3 Pf6 7.d3 O‑O 8.Tb1 a5  Meestal leidt deze zet uiteindelijk er toe, dat wit de a-lijn in bezit neemt. Veel heeft dat overigens niet te betekenen. 9.a3 Ph5 10.Ld2 f4  Dit heeft als nadeel, dat veld e4 in wits handen valt.  11.b4 axb4 12.axb4 e5  Zonder deze zet gaat het natuurlijk toch ook niet. 13.b5 Pe7 14.Db3 Kh8 15.Ta1 Tb8 16.Ta7 h6 17.Pd5 Kh7 18.Lc3 fxg3 19.hxg3 Lg4  Uit de opening heeft wit een klein voordeeltje over gehouden, maar hij moet zeer oppassen, dat hij op de koningsvleugel niet onder de voet wordt gelopen.  20.Pe3 Le6 21.Pd2 Dc8 22.b6  In aanmerking kwam ook 22.Kh2. 22.... c5 23.Pe4 Dd7 24.Pd5 Pxd5?  Het was nog niet helemaal duidelijk, maar nu krijgt wit de wind weer in de zeilen. Beter was 24... Pc6. Mogelijk is dan 25.Ta1 Pd4 26.Dd1 en wit blijft goed staan. Hij kan met e3 en eventueel f3 de zwarte dreigingen afweren.  25.cxd5 Lh3 26.Da4!  Dwingt zwart tot dameruil. Het eindspel dat overblijft is gunstig voor wit. 26.... Dxa4  Gedwongen. Op 26.... Dg4 volgt 27.Pxd6 en zwart is nergens meer. 27.Txa4 Lxg2 28.Kxg2 Pf6  Ook niet aantrekkelijk is 28... Tbd8 29.g4! Pf6 30.Pxf6+ Lxf6 31.f4 en ongeveer als in de partij. 29.Pxf6+ Lxf6 30.f4!  

 

 

Zeer onaangenaam voor zwart. Hij kan niet op f4 slaan wegens 31. Taxf4! Lg7 32.Tf7 en wit staat op winst. 30.... Tfe8 31.Te4 Kg7 32.fxe5 Lxe5  Ook na 32..... dxe5 33.Tc4 Tbc8 34.Tc1 staat wit prachtig. De zwarte pionnen zijn zeer zwak en pion b6 is gemakkelijk te dekken.  33.Lxe5+ Txe5 34.Txe5 dxe5 35.Tc1 Tc8  Het toreneindspel is voor wit gewonnen.  36.Kf3 Kf6 37.Ke4 Ke7  Na 37.... h5 38.Tf1+ Kg7 wint wit het gemakkelijkst met 39.d6 en vervolgens Kd5. 38.Kxe5 Kd7 39.e4 g5 40.Th1 Te8+ 41.Kf5 Tf8+ 42.Kg4 Tf6  Zwart heeft er nog het beste van gemaakt, maar de verbonden witte pionnen zijn onstuitbaar. 43.e5 Txb6 44.Kf5 Tb2 45.Txh6 Tf2+ 46.Kxg5 Tf3 47.Th7+ Kc8 48.Th8+ Kc7 49.d6+ Kc6 50.Tc8+ Kd7 51.Tc7+ Kd8 52.e6 Te3 53.e7+ Ke8 54.Tc8+ Kd7 55.Td8+  Zwart gaf het op. Een zeer zware partij, die in elk geval de witspeler aan de rand van de uitputting bracht.