Retour                               Groffen - Monté: Bloedstollend gevecht.                               PZC 17-11-1990
 

Een offer in een schaakpartij is allesbehalve een altruďstische bezigheid. Je offert doelbewust materiaal om er op korte of lange termijn beter van worden. In het maatschappelijk verkeer is dat anders. Daar is offeren een handeling waarbij men tot eigen schade iets aan een ander afstaat. Zo'n offer en een 'schaakoffer' zijn dus wat de bedoeling betreft volkomen tegengesteld aan elkaar. Over het offer in de schaakpartij is al heel wat geschreven. De Joegoslaaf Vladimir Vukovic was de eerste analyticus, die er een systematische verhandeling over schreef. 'Das Buch vom Opfer' is nog steeds het standaardwerk op het gebied van het offerschaak. Grof ingedeeld zijn er twee soorten offers. Het offer 'op gevoel', waarbij het onmogelijk is om alle varianten van te voren door te rekenen en het offer waarbij men als het ware de slotstand van de combinatie precies kan voorzien. De laatste vorm is dan strikt genomen geen echt offer, maar een schijnoffer. Het zal duidelijk zijn, dat ook dan het aantal variaties praktisch oneindig is, zowel in aard van de combinatie als in diepte. Een speciaal geval zijn de offercombinaties die tot mat leiden. Een evaluatie van de stelling na de combinatie is dan met nodig. Mat is immers het einde van de partij. Een beroemd voorbeeld.

 

 

Uit de partij Vidmar-Euwe, Karlsbad 1929.

 

Zwart heeft een toren geofferd en naar het zich laat aanzien met succes. Wat is er nog te doen tegen Dh2 mat? 1. Te8+ Lf8 Op 1... Kh7 wint 2.Dd3+  2.Txf8+! De offercombinatie begint. 2... Kxf8 3.Pf5+ Kg8 Nog steeds lijkt alles koek en ei voor zwart. 4.Df8+!! De clou van de combinatie. Zo'n zet wordt bij de vooruitberekening gemakkelijk overzien. 4..... Kxf8 5.Td8 mat.

 

Veel moeilijker te beoordelen zijn de offers waarbij het rendement bestaat uit positionele compensatie. Een aardig voorbeeld daarvan is de volgende partij uit het weekendtoernooi van S.C. Vlissingen  

Groffen-Monté

l.d4 e6 2.e4 d5 3.Pc3 Lb4 4.e5 Dd7 Een andere mogelijkheid is 4... b6 5.Dg4 Lf8, zoals Petrosjan en Timman het bij herhaling hebben toegepast. 5.Dg4 f5 6.Dg3 b6 7.a3 Lxc3+ 8.Dxc3 Hiermee wordt de pionnenstelling in takt gehouden. Een nadeel is, dat de druk op g7 wegvalt. Gebruikelijk is 8.bxc3, zoals recentelijk in een partij Kamsky-Seirawan (Interpolis 1990) werd toegepast. 8…La6 9.Lxa6 Pxa6 l0.Dd3 Pb8 11.b4 a6 Wit wilde met l 1.b4 de tegenstoot c5 verhinderen, maar na 11... c5 12.bxc5 bxc5 13.dxc5 Dc7 had zwart toch goed spel kunnen krijgen. 12.Pe2 Pe7 13.h4 Db5 14.Dg3 Wit wil ten onrechte geen dameruil. Na 14.Dxb5 axb5 15.Pc3 had zwart kunnen kiezen tussen een onduidelijk pionoffer met 15.....c5 of passief verzet met 15....c6. 14… Pbc6 15.c3 Kd7 16.Pf4 Dc4 17.a4 Pxd4! Een speculatief stukoffer op gevoel. In eerste instantie krijgt zwart er twee pionnen voor. 18.cxd4 Dxd4 19.Da3 Pc6 Het nemen op e5 was niet zonder risico. De witte loper krijgt dan meer speelruimte en e6 wordt zwak. 20. 0-0 Thg8 Op 20... Pxe5 was nu gevolgd 21.Le3 De4 22.f3 en de dame zit in de val. Ook 20... Dxb4 21.Dg3 met als dreigende mogelijkheid 22.La3 zag er niet opwekkend uit. 21.Le3 Dxb4 22.Dc1 De7 23.Pd3 Dxh4 24.f4 Interessant was 24:a5. Na 24... Dc4 25.Da3 Pxa5 26.Tfc1 gaat zwart voor de bijl. Beter is echter 24...De4. 24... g5 Zwart treuzelt niet en gaat tot directe actie over. Sterk in aanmerking kwam 24...Pa5 om met 25... Pc4 de stelling te 'plomberen'

 

 

 25.Dc2 De kritieke situatie. Wit had beter 25.fxg5 kunnen doen. Enkele mogelijkheden: 1) 25... d4 26.Tf4 Dg3 27.Tf3, gevolgd door Lf4 en zwart staat slecht. 2) 25... De4 26.Pf2 Dxe5 27.Lf4 eveneens met beter spel voor wit. 3) 25... h6 26.gxh6? Txg2 !! 27.Kxg2 Tg8+ 28.Kf3 Pd4+ 29.Lxd4 De4 en mat. Wit moet in de laatste variant i.p.v. 26.gxh6 spelen 26.Tf4 Dxg5 27.Ta2 met aanval langs de c-lijn. Zwart krijgt het dan zwaar te verduren, hoewel de zaak allesbehalve duidelijk is. 25...Pa5 Nu loopt alles gesmeerd voor zwart. 26.Tfd1 Pc4 27.Pb4 Ke7 Zwart staat op winst, maar de tijdnood zal zijn tol gaan eisen. Na 27... gxf4 zou wit er slecht aan toe zijn geweest. Na 28.Dxc4 Txg2+ 29.Kxg2 f3 verliest hij de dame. 28.Txd5 gxf4! De aanname van het torenoffer leidt tot totale verwoesting van de zwarte stelling: 28...exd5 29.Pxd5+ en 30.Dxc4. 29.Pc6+ Kf7? Hiermee geeft zwart de welverdiende winst uit handen. Na 29... Ke8! heeft de zwarte aanval beslissende kracht omdat wit weer niet op c4 kan slaan wegens Txg2+ en f3+ met damewinst. Door de fatale koningszet kan wit met tempowinst zijn toren naar de zevende rij brengen. 30.Td7+ Ke8 31.Te7+ Kf8 Verliezend is 31... Dxe7 32.Pxe7 Pxe3 33.Dxc7 Txg2+ 34.Kh1 Td8 35.Pc6 enz. 32.Dxc4! Wit heeft ondertussen zoveel materiaal veroverd, dat hij zich een dameoffer kan permitteren. 32… Txg2+! Niet goed was 32...Dg3 33.De2 fxe3 34.Txe6 f4 Tf1 en wit wint 33.Kxg2 f3+ 34.Kxf3 Dxc4 35.Lh6+ Kg8 36.Tg1+

 

 

36... Dg4+?? Zwart, in grote tijdnood, denkt dat hij mat gaat. Na 36... Kh8! 37.Lg7+ Kg8 is niet te zien hoe wit moet winnen. Na 38.Txc7 De4+ houdt zwart eeuwig schaak. Een dramatisch einde van een opwindende partij. 37.Txg4+ fxg4+ 38.Kxg4 1-0 Bij de aantekeningen bij deze partij is dankbaar gebruik gemaakt van analyses van Peter Monté.