Retour                              Freeke opnieuw Zeeuws kampioen                                       PZC 3-5-2008

 

Het persoonlijk kampioenschap van Zeeland had dit jaar een goede bezetting.Vier oud-kampioenen waren van de partij, Freeke, Van Rij, Wise en Hekhuis, maar het kan natuurlijk altijd nog beter. Mathieu Freeke, de eerste bordspeler van Terneuzen, is voor de tweede keer Zeeuws kampioen geworden. Daarmee onttroonde hij Jeroen Hekhuis uit Souburg. Op Freekes overwinning was niets aan te merken. Hij was met een score van 7 uit 8 en 1,5 punt voorsprong op zijn naaste concurrenten veruit de sterkste speler. Waaraan dankt hij zijn succes? In de eerste plaats aan zijn geweldige vechtlust. Hij speelt altijd op winst, maar schuwt daarbij hij het eindspel niet. Ruil van stukken, mits het met inzicht gebeurt, betekent immers geenszins een afwikkeling naar remise. Emanuel Lasker, wereldkampioen van 1895 tot 1922, begreep dat als geen ander en dankte er een groot deel van zijn succes aan, maar ook spelers als Capablanca, Rubinstein, Petrosjan, Larsen, Karpov en Smyslov waren er zeer bedreven in. Vooral tegen minder getalenteerde spelers moet je eigenlijk doorgaan tot er echt potremise is. Sommigen vinden het onsportief om remisestellingen uit te melken, maar dat is onzin. Het eindspel is de meest pure vorm van schaken. Freeke heeft dat goed begrepen, hoewel het in dit toernooi ook wel eens mis ging. Zo liet hij Wim Sinke glippen door een misrekening in een gewonnen staand eindspel. De beslissing van het kampioenschap viel ook in een eindspel, dat volgens de rekenmeesters eigenlijk remise had moeten worden.

Mathieu Freeke (Terneuzen)  - Joey Grochal (Goes). Zeeuws kampioenschap.

1.d4 d5 2.c4 c6 3.Pf3 Pf6 4.e3 e6 5.Pbd2 Ld6 6.b3 Pbd7 7.Lb2 0-0 8.Ld3 b6 9.0-0 Lb7 10.Pe5 De7 11.Df3 La3 12.Lxa3 Dxa3 13.Pxd7 Pxd7 14.e4 De7 15.Tfe1 Tfd8 16.Tad1 Niet 16.exd5 cxd5 17.cxd5 wegens 17...Pf6. 16...Df6 17.Dxf6 Pxf6 18.cxd5 cxd5 19.e5 hiermee krijgt wit een duurzaam ruimteoverwicht, dat tot in het eindspel blijft bestaan. 19...Pd7 20.Tc1 Tac8 21.b4 Wit staat beter, niet erg veel, maar genoeg om zwart langdurige onder druk te kunnen zetten. 21...a6 22.Pb3 Pb8 23.f4 Txc1 24.Txc1 Tc8 Als zwart gedacht heeft met het ruilen van de torens een snelle remise te kunnen bereiken, heeft hij zich vergist. 25.Txc8+ Lxc8 26.Kf2 Ld7 27.Ke3 La4 28.Pd2 Pc6 29.a3 a5 30.bxa5 Pxa5 31.Pb1 Pc4+! Nu blijft zwart met een slechte loper tegen een sterk paard zitten maar krijgt wel een gedekte vrijpion op c4. 32.Lxc4 dxc4 33.Kd2 Lc6 34.g3 h6 35.Kc3 b5 36.Kb4 g5! Het eindspel zou bij goed spel beiderzijds in remise hebben moeten eindigen. 37.fxg5 hxg5 38.Pc3 Kg7 39.Kc5 Met 39.a4 bxa4 40.Pxa4 kon wit een pion winnen, maar het is onwaarschijnlijk dat hij daarmee had kunnen winnen na  40...f5 41.exf6+ Kxf6 42.Pb6 Kf5 43.Kxc4 g4 enz. 39...Le8 40.g4 Nu komt de pion op de kleur van de loper. Overweging verdiende  40.h3 maar de gespeelde zet heeft ook zijn voordelen, zoals spoedig blijkt.

 

 

40...f5? Fout! De laatste zet voor de tijdcontrole! Hij had 40...Kg6 41.Kd6 Kg7 moeten doen. Het is niet te zien hoe wit dan moet winnen. B.v.: 42.Ke7 Lc6 41.exf6+ Kxf6 42.Kd6 Lg6 Of 42...Kf7 43.Pe4 en zwart is in tempodwang. 43.Pxb5 Le4 44.Kc5 Lf3 45.Kxc4 Lxg4 46.a4 e5 Er is geen redden meer aan. 47.d5 Lc8 48.Pc7 Ke7 49.Kc5 e4 50.d6+ Kd7 51.Pd5 Lb7 52.Pe3 La6 53.a5 Ld3 54.Pc4! Lf1 55.a6 e3 56.a7 Lg2 57.Pxe3 Le4 58.Pc4 Kc8 59.Pb6+ Kd8 60.a8D+ Lxa8 61.Pxa8 1-0

 

Zie ook Freeke kampioen.