Back                        Fischer overleden.                        PZC 26 januari 2008

Vorige week overleed op 64-jarige leeftijd de Amerikaanse grootmeester Bobby Fischer, wereldkampioen van 1972 tot 1975. Fischer was een legende. Hij nam het in zijn eentje op tegen het ‘rijk van het kwaad’, de Sovjet Unie. Toen hij de wereldtitel had veroverd in de tweekamp met Boris Spassky in Reykjavik was hij een van de populairste mensen in de wereld en zeker in de Verenigde Staten. Dat straalde toen ook af op het schaakspel. Nooit werden er meer schaakstukken en borden verkocht en werden er meer mensen lid van schaakclubs. De veroorzaker van die schaakhausse was een eenling, iemand die alles alleen deed, geen hulp vroeg, ook niet als die soms nodig was. Hij had geen secondanten als hij grote wedstrijden moest spelen. Slechts een keer heeft hij gebruik gemaakt van een helper, de Deense grootmeester Larsen. Dat was in het kandidatentoernooi van 1959 in Joegoslavië, toen Fischer nog maar 16 was. Larsen zei later, dat hij Fischer in niets had kunnen helpen. Hij luisterde eenvoudig niet naar hem. Larsen deed soms voorzichtig suggesties over openingsvarianten, maar die werden in de wind geslagen. Fischer beschuldigde de Russen voortdurend van samenzwering om hem dwars te zitten. Na de ineenstorting van de Sovjet Unie bleek uit voordien geheime stukken, dat hij daarin voor een belangrijk deel gelijk heeft gehad. Dat die samenzwering uiteindelijk mislukte, was vooral te danken aan de onderlinge rivaliteit tussen de Russische grootmeesters, die niet zelden op voet van oorlog met elkaar verkeerden.

Toen Fischer zich had teruggetrokken in een kluizenaarsbestaan en jarenlang zelfs onvindbaar was, deden de meest fantastische verhalen over hem de ronde. Als hij dan weer eens opdook, deed hij abjecte uitspraken, doortrokken van antisemitisme. Daar heeft hij veel sympathie mee verspeeld. Sommigen zeggen, dat hij krankzinnig is geworden.

Fischer geldt als een van de meest geniale schakers ooit. Toch heeft hij betrekkelijk weinig gespeeld. Van hem zijn amper 800 serieuze toernooipartijen bekend. Vergelijk dat eens met Kortsjnoi die er duizenden op zijn naam heeft staan! Zijn stijl kan in twee woorden worden samengevat: strijd en logica! Hij speelde altijd op winst. Hij heeft slechts een keer een strijdloze remise gespeeld. Dat was om de dwaze regel van de FIDE te breken, die voorschreef dat voor de 30e zet geen remise mocht worden overeengekomen. Het gebeurde op de olympiade in Varna in 1962. De wedstrijdleiding durfde hem geen nul geven en daarmee was de regel van de baan!

Ter herdenking van de onvergetelijke Robert James Fischer een toepasselijk schaakprobleem, een meerzet van Karl Fabel: Mat in 64 zetten. Zie diagram. Wit aan zet. Als zwart geen pionnenzetten meer kan doen, moet hij Lg4 spelen. Met de witte koning op f1 is het dan mat met Lxg2. Hoe dwing je zwart een pionzet te doen? Door een tempo te verliezen. Zo: Kf1- e1- d1(!) - d2- e1- f1. Er zijn 7 koningswandelingen van 5 zetten plus 4 wandelingen van 7 zetten nodig om alle pionnen op de d-lijn te slaan. Dat zijn 35 zetten plus 28 zetten is 63 zetten. Dus: 63.Kf1 Lg4 64.Lxg2 mat.

Foto van Fischers graf in Selfoss (IJsland)
Gemaakt door Piet de Leeuw uit Kapelle, juni 2008.