Back                                             Het genie van Fischer                               PZC 24-5-2008

 

De dood van Bobby Fischer heeft de afgelopen tijd alle schaaktijdschriften in de wereld beheerst. Zijn dramatische levensloop, zijn schaakpartijen en zijn dubieuze politieke opvattingen brengen nog steeds de pennen in beweging.

Uit alles wordt duidelijk wat een ongelukkig en eenzaam mens Fischer is geweest. Hij was tot zijn laatste ademtocht buitengewoon achterdochtig. Dat heeft hem tenslotte zelfs het leven gekost. De laatste jaren leed hij aan een nierziekte, maar hij wilde niet geopereerd worden. Ook schijnt hij op het eind vreselijke pijnen gehad te hebben omdat hij geen pijnstillers wilde innemen. Voor zijn oude vrienden uit IJsland, die er in slaagden hem uit een Japanse gevangenis te bevrijden, moet dat heel erg zijn geweest.

De meningen over de mens Fischer lopen nu nog net zover uiteen als tijdens zijn schaakcarričre. Vaak wordt hij als voorbeeld gesteld, dat je van schaken gek kunt worden.

De Engelse schaakmeester Hartston heeft daarover gezegd: “Chess is not something that drives people mad; chess is something dat keeps mad people sane.” Schaken is niet iets waar mensen gek van worden; schaken is iets dat gekke mensen gezond houdt.

Is dat ook op Fischer van toepassing geweest? Over zijn schaakprestaties is men het wel eens, hij was een ongeëvenaard fenomeen. Er verschijnen nog steeds boeken over zijn partijen en zijn stijl van spelen. Het is wonderbaarlijk op hoeveel verschillende manieren men naar schaakpartijen kan kijken. Heel bijzonder is nog steeds de zeer boeiende wijze waarop de Israëlische auteur Elie Agur in 1992 Fischers partijen onder de loep heeft genomen. Agur bewijst, dat je geen speler van wereldklasse hoeft te zijn om meeslepend over schaken te kunnen schrijven.

Bij veel van Fischers partijen krijgt men de indruk, dat de tegenstanders het hem wel erg gemakkelijk hebben gemaakt. Agur wijst daar bij herhaling op en toont tevens aan dat schijn vaak bedriegt.

Fischer praktiseerde naar goed Amerikaans gebruik de opvatting, dat je altijd materiaal moet pakken, tenzij er een goede reden is om het niet te doen.

De volgende partij is daar een komisch en tegelijkertijd dramatisch voorbeeld van. Terwijl Petrosjan met diepe manoeuvres Fischers koning in de val probeert te lokken, pakt de Amerikaan het ene pionnetje na het andere. Op het moment, dat Petrosjan succes lijkt te hebben, volgt een stukoffer, dat al zijn inspanningen tot nul reduceert. Het was een van de meest blamerende nederlagen, die een Russische wereldkampioen ooit heeft geleden. Zo kansloos zijn, zo volkomen nutteloos uren achtereen je uitputten en tenslotte als een beginneling er af geschoven worden, wat een drama voor het Sovjetschaak was dat toen.

R. Fischer - T. Petrosian. 9e matchpartij 1971, Buenos Aires.

1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 Pc6 4.Pf3 Pf6 5.exd5 exd5 6.Lb5 Lg4 7.h3 Lxf3 8.Dxf3 Le7 9.Lg5 a6 10.Lxc6+ bxc6 11.0–0 0–0 12.Tfe1 h6 13.Lh4 Dd7 14.Te2 a5 15.Tae1 Ld8 16.b3 Tb8 17.Pa4 Pe4 18.Lxd8 Tbxd8 19.Df4 Dd6 20.Dxd6 cxd6 21.c4 Pf6 22.Tc1 Tb8 23.cxd5 cxd5 24.f3 Ph5 25.Tc6 Pf4 26.Td2 Tfe8 27.Txd6 Nummer een. 27...Te1+ 28.Kf2 Th1 29.Kg3 Ph5+ 30.Kh4 g6 31.Txd5 Nummer twee. 31...Te8 32.Txa5 Nummer drie. 32...Tee1 33.Pc3 Pf4 34.Kg4 Pe6 35.Te5 f5+ 36.Kg3 f4+ 37.Kh4 Kh7 38.Pe4 g5+ 39.Kg4 Pg7

 

 

Nu dreigt 40... Kg6 en 41... h5 mat.  40.Pxg5+!! hxg5 41.Txe1 Txe1 42.Kxg5 Pe6+ 43.Kf5 Te2 44.Txe2 Pxd4+ 45.Ke5 Pxe2 46.a4 1–0