Terug                               Euwe bijt van zich af.                                PZC 31 mei 1975

De president van de wereldschaakbond, prof. Max Euwe heeft de laatste tijd scherpe kritiek te verduren gehad. Eerst werd hij door de Russen op de korrel genomen, omdat hij naar hun mening op ongeoorloofde wijze trachtte Fischer te bevoordelen. Het buitengewone congres van de FIDE, dat tenslotte de uitsluiting van Fischer ten gevolge heeft gehad, had vo1gens hen nooit gehouden mogen worden. Bovendien viel de keuze van Manilla als plaats waar de match om de wereldtitel zou warden gespeeld ook niet in beste.aarde. Zoals Münninghoff in. 'Schaakbulletin' meldt, werden de Russische kranten overstroomd met brieven die allemaal min of meer beledigend waren voor Euwe.

De houding van de Russen is ondertussen we1 wat veranderd sinds hij Karpov tot wereldkampioen heeft uitgeroepen.

Dat buitengewone congres in Bergen moet overigens een dolle boel zijn geweest. Geweldige spraakverwarring, allemaal gewichtig doende heren en een onaangename sfeer. De enige vrolijke noot was de vrouwelijke vertegenwoordiger van de Maagdeneilanden, die een speld droeg met de woorden: 'I am a Virgin'. Dat het congres net uitliep op een totale ineenstorting van de FIDE, was voor een belangrijk deel te danken aan het optreden van Prof. Euwe. Niet volgens Pachman, die in het eerste aprilnummer van 'Schachecho' op onbetamelijke wijze tegen de FIDE en dr. Euwe in het bijzonder tekeer gaat. Allereerst beticht hij Euwe van schending van de statuten van de FIDE, door het buitengewone congres doorgang te laten vinden. Vervolgens beschuldigt hij Euwe van woordbreuk als hij het toernooi in Solingen ter sprake brengt. Zoals bekend werd Pachman toen verhinderd mee te spelen omdat anders de Russen zich zouden terugtrekken. Euwe zou toen naar middelen en wegen zoeken om een dergelijke discriminatie in het vervolg tegen te gaan. Dat heeft Euwe naar Pachmans mening niet gedaan. Ook zou Euwe de kandidatuur van Israel voor de komende schaakolympiade hebben tegengewerkt. Tenslotte zou Euwe gemanipuleerd hebben om zijn herverkiezing veilig te stellen. Dergelijke beschuldigingen kon Euwe natuurlijk niet zomaar laten passeren. In het meinummer van Schachecho slaat hij de frontale aanval van Pachman op niet mis te verstane wijze af. Hij bewijst aan de hand van feiten, dat hij het congres, wel bijeen 'moest' roepen, omdat hij anders door de rechter daartoe gedwongen had kunnen worden. Vervolgens maakt hij duidelijk, dat Pachman ten aanzien van bet geval Solingen ook boter op zijn hoofd heeft. Deze heeft namelijk in een boek geschreven, dat hij in1969 weigerde aan een toernooi deel te nemen waaraan ook Russen, hoewel het zijn vrienden waren, van de partij waren (Luhacovice 1969). Een duidelijk op politieke gronden genomen beslissing dus.

Ten aanzien van Israel merkt Euwe op, dat hij een voorstander is van toewijzing van de Olympiade 1976 aan Israel, maar dat hij niet in staat is zijn wil tegen de meerderheid van het congres door te zetten.

Dat Euwe zijn herverkiezing veilig wilde stellen is voor iedereen, die de staat van dienst en de integriteit van Euwe kent, natuurlijk te gek om over te praten. Euwe blijft in zijn reactie hoffelijk, maar stelt toch, dat Pachman hier op bedenkelijke wijze uitglijdt. Euwe zegt: „Dat ik aan mijn herverkiezing in 1974 gedacht zou hebben, is een grote overschatting van mijn capaciteiten."
En hij voegt er aan toe: „Zover reken ik niet vooruit." Hij vraagt Pachman verder of hij denkt dat het presidentschap zo'n begeerlijke functie is. Niemand staat meer aan kritiek en beledigingen bloot. En financieel is het ook al geen best baantje. Het is een onbezoldigde functie en zelfs de reizen moet men zelf betalen. Het is duidelijk, dat Euwe, die op 20 mei 74 jaar geworden is, voor de schaakwereld nog steeds een niet te onderschatten betekenis heeft.

Terug naar het schaakbord. Het open kampioenschap van WestDuitsland is gewonnen door Browne voor Pachman (!), Keene, Kestler en Sosonko. De Russen waren natuurlijk niet gekomen. Pachman deed immers mee! De Russen zijn niet vergeetachtig maar wel kinderachtig. Hoe kinderachtig blijkt wel uit een berichtje uit '64: „De Amerikaanse grootmeester Walter Browne legde beslag op de eerste plaats in het derde open kampioenschap. Een groot succes behaalde Kestler: Hij bezette samen met Keene de derde en vierde plaats en vervulde de norm voor een internationaal meesterresultaat." Niets over Pachman, die tweede werd. Voor Sosonko verliep het toernooi uiteindelijk toch teleurstellend. Na een goede start ging hij tegen bet einde van bet toernooi sukkelen. Wat toernooiorganisatie betreft, kunnen de Duitsers nog wel wat van de Nederlanders leren. Er werd een ongeoorloofde aanslag gepleegd op de gezondheid van de spelers, door deze maar liefst 15 partijen in 16 dagen te laten spelen. Pachmans gezondheid en schaakkunde zijn blijkbaar weer geheel op bet oude peil, want een tweede plaats onder zulke omstandigheden is meer dan voortreffelijk.

Een opmerkelijke partij was Ostermeyer-Sosonko, die merkwaardig genoeg niet in Schach Echo werd opgenomen. Gelukkig wel in Schaakbulletin, want het is een in theoretisch opzicht buitengewoon belangrijke partij.

Wit: Ostermeyer Zwart: Sosonko.
1.e4 c5 2.Pf3 d6 3.d4 cd4: 4.Pd4: Pf6 5.Pc3 g6.
Sosonko kent de drakenvariant als geen ander. Deze partij bewijst dat eens te meer. 6.Le3 Lg7 7.f3 Pc6 8.Dd2 0-0 9.0-0-0 Pd4: 10.Ld4: Le6 11.Kb1 Dc7 12.g4 Tfc8 13.h4 D:a5 14.a3 Tab8 15.h5 b5 16.h6 Lh8 17.Lf6: Lf6: 18.Pd5  Sosonko in Schaakbulletin over deze stelling: „Boleslavsky geeft nu 18 ... Dd2: 19. Pf6: + ef6: 20.Td2: met duidelijk eindspelvoordeel voor wit. Thuis had ik deze stelling bekeken. Zou zwart niets beters hebben dan afwikkeling naar een eindspel, terwijl zijn stukken zo uitstekend staan opgesteld voor de aanval?" Dat kijken naar een schaakstelling voor een schaakmeester iets meer is dan alleen maar een activiteit van de ogen, moge blijken uit het vervolg van deze partij. De witspeler zal zijn ogen trouwens ook wel uitgekeken hebben, maar dan op een heel andere manier. 18.... b4!!  

Weerlegt de witte partijopzet volkomen. Weer eens een bewijs hoe gevaarlijk het is tegen een sterke tegenstander klakkeloos ‘een variant uit het boekje’ na te spelen. Sosonko in Schaakbulletin: "Na 19.Pf6:+ ef6: 20.Dd6: is er geen sprake meer van een eindspel en zet zwart de aanval winnend voort met 20.Da4. Tactisch is de tekstzet gerechtvaardigd door 19.Pb4: Lc31 (20.bc3: Da3) zodat wit niets anders overblijft dan de volgende zet."
19.ab4: Da4! 20.b5

Of 20.c3 Ld5: 21.ed5: (21.Dd5: Lc3: 22.bc3: Tc3:) 21…Lc3: 22.bc3: Db3+ 23.Ka1 Tc3: (Sosonko)
20… a6!!
Wit geeft het op. Wel wat gauw, maar niet ten onrechte. Bijvoorbeeld: 21.Pf6:+ ef6: 22.b3 Lb3: Op andere zetten beslist eenvoudig ab5: en Ta8.