Terug                                              Egelstelling                                            PZC 30-7-1999 

 

Hebben Lasker, Capablanca en Aljechin, de beste schakers  uit de eerste helft van deze eeuw, een grote bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van het schaakspel? Lasker en Capablanca zeker niet. Het waren wel zeer sterke schakers, maar geen vernieuwers, geen diepzinnige schaakdenkers. Aljechin daarentegen was moderner, niet zozeer in zijn spelopvatting en openingsbehandeling als wel in de wijze waarop hij zich voorbereidde op belangrijke wedstrijden en in zijn analyses in boeken en tijdschriften. De huidige schaker kan nog veel van hem leren.

De belangrijkste schaakdenkers waren Rubinstein en Nimzowitsch. Beiden hebben belangrijke openingssystemen ontwikkeld, die tot op de dag van vandaag nog volop worden toegepast. Vooral Nimzowitsch was met zijn boeken Mein System en Die Praxis meines Systems zijn tijd vooruit. Door Aljechin werd hij echter niet helemaal serieus genomen. Die dreef de spot met die zogenaamde hypermodernen! Hij zal wel niet gedacht hebben, dat de denkbeelden van Nimzowitsch de basis zouden vormen van een stormachtige ontwikkeling, die vooral door de sovjets in gang is gezet.

Nimzowitsch heeft slechts op een punt de plank flink misgeslagen, n.l. met zijn idee over de ‘Überdeckung’. Belangrijke punten moeten meerdere malen gedekt worden, meer dan op het eerste gezicht noodzakelijk is. De huidige grootmeesters hebben daar echt helemaal lak aan. Ze gaan niet zomaar een punt extra dekken als daar geen reden voor is! Op allerlei andere terreinen heeft men Nimzowitsch’ ideeën uitgediept en aangepast.

Een groot verschil met Nimzowitsch is de dynamisering van het spel. De tactiek is primair, altijd. Dat komt mooi tot uitdrukking in de opvatting over het begrip ruimte. Ook bij Euwe betekende een ruimtelijk overwicht nog bijna per definitie een voordeel. Een opening als in de volgende partij zou hij met zwart nooit gespeeld hebben.

Taimanov- Jussupow, Kislovodsk, 1982

1. c4 c5 2. Pf3 Pf6 3. d4 cxd4 4. Pxd4 b6 5. Pc3 Lb7 6. f3 d6 7. e4 e6 8. Le3 Le7 9. Le2 0-0 10. 0-0 Pbd7

Zwart heeft voor de zogenaamde egelstelling gekozen en is tevreden met slechts drie rijen voor zijn stukken. De innerlijke kracht van de zwarte stelling is al zovaak gebleken, dat sommigen zelfs een voorkeur hebben voor het zwarte spel. Langzamerhand is het aantal witspelers, dat denkt, dat de zwarte stelling zo onder de voet kan worden gelopen, tot een minimum beperkt. Als wit op de koningsvleugel zijn pionnen vooruit gooit, moet hij rekening houden met d6-d5, vaak gecombineerd met a6 en b5, waardoor zijn stelling als een luchtbel uit elkaar kan klappen. Zwart heeft ook nog andere pijlen op zijn boog, zoals uit deze 17 jaar oude hypermoderne partij blijkt. De achterliggende gedachte van de egelstelling is, dat men met tactische middelen elke witte stormloop kan weerstaan. 11. Dd2 a6 12. Tfd1 Tc8 13. Tac1 Dc7 14. Lf1 Db8 15. Df2 Tfe8 16. Kh1 Ld8!! Zwart speelt zijn loper om naar c7, om de tegenstoot d5 met een aanval op h2 te versterken. Uit andere partijen is bekend, dat wit ook op moet passen voor Tc8-c5-h5. Ook Da8 met een sterke druk op e4, vooral als wit het waagt om f4 te spelen, is soms aanbevelenswaardig. 17. Pb3 Lc7 18. Dg1 Kh8 19. Tc2 Tg8 20. Tcd2 g5!!  Dat zijn toch leuke dingen voor de mensen. Zwart trekt ten aanval, vanuit een gedrukte stelling. Maar dat kan toch helemaal niet? 21. Ld4 Tg6!! 22. Pc1 Tcg8! 23. Pd3 Df8 24. Te1 g4!

 

 

De zwarte strategie op zijn hoogtepunt. Wit kan nu geen 25.f4 spelen wegens 25… g3 26.h3 e5 en de pion op e4 gaat verloren. Het is alsof een wonder zich heeft voltrokken; wit vecht al min of meer voor een verloren zaak. Taimanov, in 1982 niet meer van wereldklasse, maar toch nog een groot strateeg, is als een beginneling weggespeeld. 

25. fxg4 e5 26. Le3 Pxg4 27. Pd5 Ld8 28. Pf2 Lh4 29. Tee2 Dit kost een pion, maar het zal duidelijk zijn, dat ook een betere zet, b.v. 29.Tc2 het lot van wit niet noemenswaardig zou verlichten. Zwart kan dan de aanval op de zwarte koning na voldoende voorbereiding met f5 versterken. Wit kan niet veel anders doen dan afwachten. 29… Pxe3 30. Pxe3 Lxf2 31. Dxf2 Lxe4 32. Pf5 Pc5  Zwart staat weliswaar een pion voor, maar moet nog zeer nauwkeurig en energiek spelen. Om de aanval te versterken geeft hij zijn pluspion terug. 33. Pg3 La8 34. Td1 Pe6 35. Dxb6 Pf4 36. Tf2 Dh6 37. Kg1 Dh4 38. Db3 Th6 39. Txf4 exf4 40. Dc3+ f6 41. Pf5 Txg2+ 42. Lxg2 Dxh2+  Wit geeft het op.

Naspelen

 

Het is natuurlijk niet zo, dat men niet meer hoeft na te denken als men de egelstelling toepast. Dat moge blijken uit de volgende recente partij.

Gulko- Hummel. USA, 1999.

1. c4 c5 2. Pf3 Pf6 3. Pc3 b6 4. e4 d6 5. d4 cxd4 6. Pxd4 Lb7 7. Ld3 e6 8. 0-0 Le7 9. b3 0-0 10. Lb2 Pbd7 11. De2 a6 12. Tae1 Dc7 13. Kh1 Tac8 14. f4 Db8?  Zwart kiest exact dezelfde opstelling al in de vorige partij. Dat had hij nu net niet moeten doen, want wit heeft zijn huiswerk goed gedaan en zijn stukken een beetje anders opgesteld. Zo staat de loper op b2 en niet op e3 en dat is een niet onbelangrijk verschil. 15. e5! Pe8

 

16. Pd5!! Veld d5 is een lievelingsveld voor stukofferaars, net als h7 en f7!  16… exd5 17. Lxh7+ Kxh7 18. Dh5+ Kg8 19. Pf5 Dreigt mat op de volgende zet. De ongedekte stelling van Le7 geeft wit net het extra aanvalstempo dat voldoende is voor de winst. 20…. Ld8 20. Te3! Pc5 21. Th3 f6 22. Dg6  Zwart gaf het op.  Er dreigt verwoestend 23.Ph6+ Kh8 24.Pf7+ Kg8 25.Th8 mat.