Duivelse torenzet De Wolf.                            PZC 20-1-1995

 

Is er nog iets nieuws onder de zon in het schaken? Zijn er nog originele combinaties te bedenken of is alles er al eens geweest? Is schaken eigenlijk niet meer dan het perfectioneren van de platgereden paden? Af en toe kom je wel partijen tegen, die afwijken van het normale patroon, partijen waarin bekende motieven net iets anders worden toegepast. Dan springt het hart van de ware liefhebber op van vreugde. Zo'n partij speelde Johan de Wolf uit Middelburg kortgeleden in de competitiewedstrijd HWP (Sas van Gent) - VHS (Haarlem).

J. de Wolf - G. J. Wilschut  

1.d4 b6 Men is er ondertussen wel achter gekomen, dat bijna iedere beginzet speelbaar is. Dat gaat van 1..... a6 tot 1..... h6. Alleen 1…Ph6 en 1..... f6 worden nog gemeden. 2.Lf4! Zwarts eerste zet noodt uit tot het opbouwen van een sterk wit centrum met pionnen op e4 en d4. Als wit dat doet, komt hij in het straatje terecht van de zwartspeler. Nu moet zwart op eigen kracht verder. A1 zijn openingsvoorbereiding, zo hij die gepleegd heeft, is voor niets geweest, want 2.Lf4 is een volstrekt onbekende (originele) zet. Het schaakspel is zo veelzijdig en verrassend, dat je na vier eeuwen openingstheorie toch nog iets nieuws kan vinden op dc tweede zet! 2..... Lb7 3.e3 Wit zet de partij zeer bescheiden, maar geenszins vredelievend op. Max van Eekhout uit Vlissingen noemde dit soort schaak eens schorpioen-schaak. Plotseling vanonder een steen dodelijk toeslaan. De Wolf is er een meester in! 3....: e6 4.Pf3 f5 Hiermee krijgt de partij Hollandse contouren. Het verschil is, dat in die opening (1.d4 f5) de loper op b7 meestal niet goed staat. Nu lijkt dat anders. 5.h3 Het is zeer onwaarschijnlijk, dat zwart deze zet voorzien heeft. Wie wel trouwens? 5..... Pf6 6.Pbd2 Le7 Zwart heeft zich solide en geheel conform de eisen van de stelling opgesteld. Wie zou niet zo gespeeld hebben?  

 

 

7.Tg1!! De meest verrassende zet, die ik in de afgelopen jaren door een Zeeuwse speler heb zien doen. De bedoeling van 5.h3 was dus met om op h2 een veilige plek voor Lf4 te reserveren, maar om g4 te spelen! Het is moeilijk om zich de geestestoestand van de zwartspeler op dit moment in te denken. Waarschijnlijk heeft hij gedacht, dat hij niet serieus werd genomen of dat hij met een kruk te doen had. 7..... Pe4 8.g4 g6 De mogelijkheid voor zwart om kort te rokeren heeft wit met zijn actie in elk geval erg onaantrekkelijk gemaakt. Dat is zijn eerste succes. 9.c3 Ogenschijnlijk weer zeer terughoudend gespeeld, maar schijn bedriegt ook nu weer. De dame krijgt een uitvalsmogelijkheid naar a4 of b3. 9..... Lf6 l0.gxf5 exf5 11.Pxe4 fxe4 Nu krijgt zwart een zwakke pion op e4. Of 11..... Lxe4 veel beter was is echter de vraag. Daarop is 12.Pg5! sterk. 12.Pe5! Lxe5? Om zo'n formidabel paard te laten staan moet men sterke zenuwen hebben. Die waren hoogstwaarschijnlijk door wits voorgaande spel al niet meer in de beste conditie. Veel beter- was 12..... d6!, waarna er nog niet zoveel aan de hand was. Fout is dan 13.Da4t c6 14.Pc4? Le7 en wit heeft zich vergaloppeerd. Wel goed is 13.Pg4 en wit houdt de leiding in de partij. 13.dxe5! Een zet, die getuigt van groot positioneel inzicht. Velen zouden tevreden zijn geweest Met iets beter spel na 13.Lxe5. Zoniet De Wolf, die langs de d-lijn nieuwe perspectieven voor een sterk initiatief ontwaart. 14..... De7 14.Da4! Bijna elke zet van wit verdient een uitroepteken. Met Da4 wordt de ontwikkeling van de zwarte damevleugel bemoeilijkt. 14..:.. Pc6 gaat niet wegens 15.Dxe4, zodat er weinig anders overblijft. 14..... Lc6 15.Dc2 De6 Zwart staat zeer moeilijk, waarschijnlijk zelfs verloren. Een poging om met a5 en Pa6 de lange rokade mogelijk te maken is tot falen gedoemd wegens de mogelijkheid Lg5. Het minste van alle kwaad was wellicht nog de korte rokade. Nu komt de zwart koning niet meer uit het centrum vandaan. 16.b3 Zulke simpele korte pionzetjes zijn het handelsmerk van de witspeler. In deze partij: 3.e3, 5.h3, 9.c3 en 17.b3! 16..... d5 Hierop is het Duitse gezegde van toepassing: 'Besser ein Ende met Schrecken als ein Schrecken ohne Ende'. Het einde had overigens ook na andere zetten niet zo erg veel langer meer geduurd. Op 16..... b5 om Lc4 te verhinderen was gevolgd: 17.a4! bxa4 18.Lc4 axb3 19.Dxb3 De7 20.Lg5! Dxe5 21.Txa7!! en de zwarte stelling stort krakend ineen!  17.exd6ep cxd6 18.Td1 d5 De druk langs de e-lijn zorgt nu voor een snel einde. 19.c4! Weer zo'n duivels pionzetje! Het haalt alle samenhang uit de zwarte stelling: 19..... Pd7 20.cxd5 Lxd5 21.Tg5!  

 

 

Tenslotte mag de held van de partij, want zo mag deze toren toch wel worden genoemd, (7.Tgl!) ook nog meedoen met de slotakte. 21..... Lb7 Op 21..... Pf6 volgde 22.Te5! en na 21..... Lc6 wint 22.Td6! 22.Lb5 Deze loper, die zo lang stil en sterk op f1 zijn werk heeft gedaan, deelt de beslissende klap uit. 22..... Tc8 Of 22...... Td8 23.Tg5!  23.Db2 Zwart geeft het op. Hij is vernietigend verslagen. Het zal voor de Zeeuwse spelers een hele toer worden om deze partij in 1995 te evenaren.