Terug                                       Donner **                                                                  24-9-1977

Grootmeester Jan Hein Donner is dit jaar vijftig jaar geworden. Dit heuglijke feit is in de Nederlandse schaakwereld niet onopgemerkt voorbijgegaan. Donner schrijft daar in Schaakbulletin 117 zeer vermakelijk over. Wat hij allemaal niet gekregen heeft! En dan de strelende woorden, die hem ten deel vielen. Ook maakte hij van de gelegenheid gebruik om het schaakvolk van Nederland (en zij die de stukken en borden klaarzetten en opruimen) bestraffend toe te spreken. Want zijn roemrijke toernooioverwinningen mogen dan een beetje verbleekt zijn, zijn invloed is nog steeds zeer groot. Voor zijn verpletterend oordeel siddert nog steeds vriend en vijand. En het moet gezegd worden, niemand in Nederland (de wereld!) heeft meer voor de beroepsschaker gedaan dan hij. Hij was ook de eerste, die 'schaker' als beroep opgaf.

"Zij die voor mij geweest zijn, hebben het nooit aangedurfd en ik was de eerste die in Nederland het schaken als beroep begon uit te oefenen, maar na mij is er een reeks gekomen van jongelui die een briljante wetenschappelijke carrière, maatschappelijke ambities of een bloeiend gezin gering achtten en de brede weg gemeden hebben die de massa's gaan, die zich aan elkaar vastklampen en het smalle pad zijn opgegaan waar alleen het bittere kruid der ontgoocheling overvloedig groeit en waarop geen vreugde te vinden is, dan alleen de geheime en eenzame last der ontbering. O. hoe moeizaam is het pad van de schaker op aarde! Haat en nijd zijn zijn deel, want hij houdt de dommen en zwakken een spiegel voor en dit wordt hem bepaald niet in dank afgenomen en rekening moet hij daarom houden met veel vernedering en plagerij".

Donner pleit voor een genootschap, een gilde van beroepsschakers. Het moet een streng geselecteerde groep zijn die zich te weer stelt tegen alles wat niet met de hoge waardigheid van het beroep strookt. En hij besluit met: "Eerste spelers van Nederland, verenigt u. Haten doen ze je toch".

Bouwmeester heeft in een interview met Max Pam eens gezegd:
"Donner? Hij is de meest onwijze wijsgeer uit de wereldgeschiedenis. Hij is het meest intelligente warhoofd dat ik ken. Hij is zo goedaardig, dat hij zich kwaadaardig moet voordoen om niet goedaardig te lijken".

Behalve als schaker heeft Donner ook nog enige bekendheid gekregen als vriend en verdediger van Mulisch. Dat die verdediging niet alleen tot het literaire beperkt blijft, vernemen we van Mulisch in Vrij Nederland:
"Op de Kring placht hij mensen die agressief tegen mij optraden als een gewichtheffer boven zijn hoofd te tillen en ze dan plat op de grond te gooien".

Donners beroemdste partij speelde hij in 1957 in het zonetoernooi in Wageningen:

H.J. Donner – O. Troianescu.

1.d4 Pf6 2.c4 e6 3.Pc3 Lb4 4.e3 c5 5.Ld3 0–0 6.Pf3 d5 7.0–0 Pc6 8.a3 cxd4 9.exd4 dxc4 10.Lxc4 Le7 11.Te1 a6 12.La2 b5 13.d5 exd5 14.Pxd5 Pxd5 15.Dxd5 Lb7 16.Dh5 g6 17.Dh6 Pd4 18.Pg5 Lxg5 19.Lxg5 Db6 20.Tad1 Tac8 21.Te7 Dd6 22.Kh1 Dc6 23.Txb7 Pf5 24.Ld5!!

24… Dc2 25.Tc1 De2 26.Lxf7+ Kh8 27.Lf6+ 1–0

Het werd indertijd als een bijna volmaakte partij beschouwd. Donner: "Zo zou het altijd moeten gaan!"
Wit had het erg nog erg lastig gekregen na 25... Dxb2 26.Txf7 Txc1+ 27.Lxc1 Txf7 28.Lxf7+ Kxf7 29.Dxh7+ Dg7 en het wordt nog een hele klus om de winst binnen te halen. (Anno 2008)

** Hein Donner overleed in 1988