Retour                                Kees de Wolf bewijst zijn kracht.                             PZC 22-3-1975

 

In het Zeeuws kampioenschap bewijst Kees de Wolf dit jaar voor het eerst, dat hij een zeer sterke speler is geworden. Vorig jaar slaagde hij er niet in zich voor de finale te plaatsen, omdat hij al zijn partijen remise speelde. Dit jaar raast hij in een geweldig tempo naar de finish. De Wolf heeft een zuiver positionele manier van spelen. Hij houdt niet van onoverzichtelijke en ingewikkelde stellingen. Een klein positievoordeel, een zwakke pion van de tegenstander bijvoorbeeld, weet hij uiterst nauwkeurig en met veel geduld tot winst te voeren. Hij raakt zelden in tijdnood, maar dat is een kernkerk van de jeugd. Zijn partijen zijn gedegen werkstukken, die bijna zonder uitzondering van een uitstekende theoretische kennis getuigen. Ook in het eindspel staat hij zijn mannetje.

Van een jonge speler verwacht men meestal riskante ondernemingen, offercombinaties en gambieten, maar dat is eigenlijk niet terecht. Ook wereldkampioenskandidaat Anatoly Karpov is allesbehalve een roekeloze speler. Zelfs het fenomeen Capablanca was in zijn jonge jaren een droge positiespeler. En waarom zou het op Zeeuws niveau anders zijn dan op wereldniveau? Deze week natuurlijk een partij van Kees de Wolf uit de Zeeuwse titelstrijd.

 

C. de Wolf – C. Provoost, Zeeuws kampioenschap 1975.

1.c4 e5 2.Pc3 Pf6 3.Pf3 Pc6 4.g3 e4? Een ernstige fout, die tot pionverlies leidt. 5.Pg5 d5 6.cxd5 Pxd5 7.Pcxe4 Natuurlijk niet met het andere paard wegens 7… f5! En zwart wint een stuk. De Wolf verkeerde na de tekstzet overigens in lichte paniek, omdat hij, en met hem het gros der overige spelers, in de mening verkeerde , dat zwart ook nu een stuk kon winnen. Dat is onjuist. Op 7… f5 heeft wit de fijne parade 8.Pc3! Slaat zwart nu met de dame op g5, dan neemt wit op d5. Eerst ruilen op c3 levert ook niets op, omdat dan eenvoudig dxc3 volgt en het paard op g5 staat gedekt, zodat wit een pion voor blijft.

7… h6 8.Pf3 Lf5 Zwart heeft wel wat tegenspel voor de pion, maar de tekstzet is niet het beste. Beter was ongetwijfeld 8… Lg4 met de bedoeling Dd7, 0-0-0 en voortstormen met de koningsvleugelpionnen (g5). 9.Pc3 Pdb4 10.d3 De7 11.Le3 Td8

Nu kan wit zijn stelling op eenvoudige wijze consolideren. Iets beter was misschien 11… 0-0-0. 12.a3 Pa6 13.Lg2 Pc5 14.Lxc5 Dxc5 15.0–0 Ld6 16.Tc1 Da5 17.Pd2 Le6 18.Da4 Typisch De Wolf. Dameruil lijkt hem de meest solide weg naar de winst. 18… Dxa4 19.Pxa4 Pd4 20.Tfe1 c6 21.e3 Pf5 22.d4 0–0 23.Pe4 Lc7 24.Pac5 Lc8  Wit heeft nu niet alleen een pion meer, maar ook een overwegende stelling. Toch duurt de partij nog tot de 71e zet, wat wel pleit voor het weerstandsvermogen van Provoost. 25.b4 h5 26.h4 Pd6 27.Pxd6 Lxd6 28.Lf3 g6 29.Lg2 Tfe8 30.Kh2 Kg7 31.Lh3 Lxh3 32.Kxh3 Te7 33.Pb3 Lc7 34.Te2 a6 35.Tec2 Tc8? Nu krijgt zwart ook nog een zwakke pion op c6. Beter 35…Lb8.

36.a4 Lb6 37.b5 axb5 38.axb5 Tec7 39.bxc6 Txc6 40.Txc6 Txc6 41.Txc6 bxc6 Er is een interessant eindspel ontstaan, dat nog de hoogste eisen stelt. 42.e4 f6 43.f3 Kf7 44.g4 hxg4+ 45.Kxg4 Ke6 46.h5 gxh5+ 47.Kxh5

 

 

47... Kf7  Misschien bood 47…f5! Betere remisekansen. 48.Kg4 Ke6 49.Kf4 Lc7+ 50.Ke3 Kd6 51.Pc5 Lb6 52.Pd3 Ke6 53.Pf4+ Kd6 54.Kd3 Lc7 55.Kc4 Kd7 56.Pd3 Kd6 57.f4 Lb6 58.f5 Ke7 59.Pf4 Kd6 60.Pg6 Ld8 61.e5+ fxe5 62.dxe5+ Kd7 63.Kc5 Lg5

 

 

64.Pf8+ Ke7 65.Pe6 Lh4 66.Kxc6 Kf7 67.Kd5 Ke7 68.Pf4 Ke8 69.Ph5 Kf7 70.f6 Le1 71.e6+

Zwart gaf het op. Een uitstekende eindspelprestatie van De Wolf.

De Wolf,C - Provoost,C. ZK, 1975.
1.c4 e5 2.Pc3 Pf6 3.Pf3 Pc6 4.g3 e4 5.Pg5 d5 6.cxd5 Pxd5 7.Pcxe4 h6 8.Pf3 Lf5 9.Pc3 Pdb4 10.d3 De7 11.Le3 Td8 12.a3 Pa6 13.Lg2 Pc5 14.Lxc5 Dxc5 15.0–0 Ld6 16.Tc1 Da5 17.Pd2 Le6 18.Da4 Dxa4 19.Pxa4 Pd4 20.Tfe1 c6 21.e3 Pf5 22.d4 0–0 23.Pe4 Lc7 24.Pac5 Lc8 25.b4 h5 26.h4 Pd6 27.Pxd6 Lxd6 28.Lf3 g6 29.Lg2 Tfe8 30.Kh2 Kg7 31.Lh3 Lxh3 32.Kxh3 Te7 33.Pb3 Lc7 34.Te2 a6 35.Tec2 Tc8 36.a4 Lb6 37.b5 axb5 38.axb5 Tec7 39.bxc6 Txc6 40.Txc6 Txc6 41.Txc6 bxc6 42.e4 f6 43.f3 Kf7 44.g4 hxg4+ 45.Kxg4 Ke6 46.h5 gxh5+ 47.Kxh5 Kf7 48.Kg4 Ke6 49.Kf4 Lc7+ 50.Ke3 Kd6 51.Pc5 Lb6 52.Pd3 Ke6 53.Pf4+ Kd6 54.Kd3 Lc7 55.Kc4 Kd7 56.Pd3 Kd6 57.f4 Lb6 58.f5 Ke7 59.Pf4 Kd6 60.Pg6 Ld8 61.e5+ fxe5 62.dxe5+ Kd7 63.Kc5 Lg5 64.Pf8+ Ke7 65.Pe6 Lh4 66.Kxc6 Kf7 67.Kd5 Ke7 68.Pf4 Ke8 69.Ph5 Kf7 70.f6 Le1 71.e6+ 1–0

Onze vraag uit een vorige rubriek hoelang een schaakpartij maximaal kan duren, als men de 50-zettentregel in acht neemt, heeft blijkens de reacties van de lezers nogal aan het denken gezet. Aan het voor in rekenkunde geïnteresseerde schakers zeer interessante boek Schach und Zahl van de heren Bonsdorff, Fabel en Riihimaa ontlenen we de oplossing.

Om remise te vermijden moet na 50 zetten van de ene partij en 49 van de andere een pionzet of een slagzet gedaan te worden. Beide partijen kunnen slechts 48 pionzetten doen. Samen dus 96. Hiervan moeten 8 slagzetten zijn omdat de pionnen elkaar anders niet kunnen passeren. Er blijven dan 6 stukken over plus 16 uit promotie ontstane stukken, die achtereenvolgens geslagen worden. Tenslotte zijn slechts de twee koningen overgebleven. In totaal biedt zich dus 96+6+16= 118 keer de gelegenheid een 50-zettenperiode te onderbreken. De maximale partijlengte is dus 118 x 50 = 5900 zetten. Dat is natuurlijk een globale berekening. Er zitten enkele addertjes onder het gras, maar het zou te vervoeren om daar nader op in te gaan. De deskundigen in bovengenoemd boek zijn tenslotte tot de conclusie gekomen, dat de maximale lengte 5899 zetten bedraagt…..