De la Bourdonnais                                    PZC 23-6-1995

De eerste beroepsschaker uit de geschiedenis was de Fransman Louis Charles De la Bourdonnais (1797-1840). Hij had op jeugdige leeftijd een aardig vermogen geërfd, maar was het al snel kwijt geraakt door onverantwoorde grondspeculaties. Voor de nazaat van een eens zo gefortuneerde familie was het vooruitzicht om te moeten werken voor de kost zeer onaange­naam. Daarom ging hij maar schaken, het enige wat hij goed kon. Het was eigenlijk niet veel meer dan een aangename vorm van bedelen. Toernooien waren er niet. In het beroemde Café  de la Régence speelde hij tegen iedereen om een geldbedrag, vaak niet meer dan een frank.

In 1823 gaat De la Bourdonnais voor een verblijf van enkele maanden naar Engeland, waar het peil weliswaar minder hoog was dan in Frankrijk, maar niettemin enkele schaaksociëteiten in hoog aanzien stonden. De Fransman bleek veel sterker te zijn dan welke (aristocratische) tegenstander ook. Engeland werd min of meer zijn tweede vaderland. Hij trouwde met een Engelse, hoewel hij geen woord Engels en zij geen woord Frans kende! Toen maakte hij ook voor het eerst kennis met Alexander Macdonnell, de zoon van een Ierse arts, de beste schaker van Groot Brittannië. In 1934 ging De la Bourdonnais opnieuw naar Engeland om een match te spelen tegen Macdonnell. Het wordt de langdurigste en merkwaardigste confrontatie uit de geschiedenis van het schaakspel. Hoeveel partijen er gespeeld zijn, is niet met zekerheid te zeggen, maar men neemt tegenwoordig aan, dat het er 88 zijn geweest. De hele match duurde ruim vier maanden en was verdeeld in zes kleinere matches, waarvan Macdonnell er twee en De la Bourdonnais vier won. In totaal wist De la Bourdonnais 44 partijen in zijn voordeel te beslissen, Macdonnell 30, terwijl 14 partijen in remise eindigden. Het enige woord, dat de heren tijdens de maandenlange confrontatie wisselden was 'echec' (schaak) dat steeds bij het schaakgeven werd uitgesproken!

De beroemdste partij is de 61e.

 Macdonnell- De la Bourdonnais

1.e4 c5 2.Pf3 Pc6 3.d4 cxd4 4.Pxd4 e5 5.Pxc6 bxc6 6.Lc4 Pf6 7.Lg5 Le7 8.De2 d5 9.Lxf6 Lxf6 10.Lb3 O‑O 11.O‑O a5 12.exd5 cxd5 13.Td1 d4 14.c4 Db6 15.Lc2 Lb7 16.Pd2 Tae8 17.Pe4 Ld8 18.c5 Dc6 19.f3 Le7 20.Tac1 f5! Een sterk kwaliteitsoffer om de zwarte pionnen gemakkelijker naar voren te kunnen brengen. 21.Dc4+ Kh8 22.La4 Dh6 23.Lxe8 fxe4 24.c6 exf3  Dreigt De3+ met mataanval. 25.Tc2 De3+ 26.Kh1 Lc8 27.Ld7 f2 Ook Mac Donnell zal nu wel ingezien hebben, dat zijn materiële overwicht geen voldoende compensatie is voor de doordrammende zwarte vrijpionnen. 28.Tf1 d3 29.Tc3 Lxd7 30.cxd7 e4 31.Dc8 Ld8 32.Dc4 De1 33.Tc1 d2 34.Dc5 Tg8 35.Td1 e3 36.Dc3 Dxd1 37.Txd1 e2

 

 

Een fantastische stelling. Wit gaf het op.

 

Juichend waren de Engelse commentaren na de volgende (54e) partij:

Macdonnell-  De la Bourdonnais

1.e4 e5 2.f4 exf4 3.Pf3 g5 4.Lc4 g4 5.Pc3 Een stukoffer, dat ook nu nog in de geschiedenisboekjes staat. gxf3 6.Dxf3 Lh6 7.d4 Pc6 8.O‑O Pxd4 9.Lxf7+ Kxf7 10.Dh5+ Kg7 11.Lxf4 Lxf4 12.Txf4 Pf6 13.Dg5+ Kf7 Wit wint alvast een stuk terug terwijl de aanval verdergaat. 14.Taf1 Ke8 15.Txf6 De7 16.Pd5 Dc5 17.Kh1! Pe6 18.Txe6+ dxe6 19.Pf6+

Zwart geeft het op.                        

 

Dat de meeste partijen bewaard zijn gebleven, is niet aan de spelers te danken, want het noteren van de partijen vond men voor hen te belastend, maar aan de bejaarde Engelsman Greenwood Walker. Deze man zat in totaal ongeveer 570 uur naast het bord van zijn held Macdonnell om de partijen op te schrijven. Bijna onbeweeglijk en in  volmaakte stilte natuurlijk! Deze enorme geestelijke inspanning moest hij duur bekopen. Na de match stortte hij geestelijk volkomen in en hij overleed kort daarna. Een ander Engelsman George Walker schreef over zijn bijna naamgenoot: "Wij zijn hem voor zijn uithoudingsvermogen op een post, gelijk een oorlogsheld, grote dank verschuldigd, want het is geen eenvoudige taak om  maandenlang iedere dag vijf tot zes uur achter elkaar de partijen te volgen en de zetten op te schrijven."

De la Bourdonnais was op alle fronten beter dan zijn Britse tegenstander, maar Macdonnell leerde tijdens de match veel bij, zodat de strijd op het eind aardig gelijk op ging. Men heeft wel eens gezegd, dat het resultaat er nog beter voor Macdonnell zou hebben uitgezien, als hij niet zo verschrikkelijk eigenwijs was geweest en dubieuze varianten bleef spelen. Tegen het Frans en Siciliaans van De la Bourdonnais hield hij vast aan een volgens de huidige maatstaven slappe opzet met f4.

De volgende (28e) partij is een mooi voorbeeld van de wijze waarop hij het Frans bestreed.

Macdonnell- De la Bourdonnais

1.e4 c5 2.f4 Pc6 3.Pf3 e6 4.c3 d5 5.e5 f6 6.Pa3 Ph6 7.Pc2 Db6 8.d4 cxd4 9.cxd4 Lb4+ 10.Kf2 De gezonde zet 10.Ld2 weigerde Macdonnell hardnekkig te spelen. 10… Ld7 11.h4 fxe5 12.fxe5 O‑O 13.Kg3 Pf5+ 14.Kh3 Op zeer originele wijze heeft wit een soort kunstmatige rokade verwezenlijkt. 14…Le7 15.Ld3 Dd8 16.g4 Pxh4 17.Pxh4 Lxh4 18.g5 Lxg5 19.Dh5 Lh6 Het dubbele pionoffer heeft wit een winnende aanval opgeleverd. Sterk was nu 20. Thg1. Op 20..... Kh8 zou gevolgd zijn 21.Lxh6 gxh6 22.Pg6+ hxg6 23.Dxh6+ en mat!

20.Lxh6 gxh6 21.Tag1+ Kh8 22.Dxh6 Zeer kansrijk was 22.Lxh7! Kxh7?! 23.Dg6+ Kh8 24.Dxh6 mat. 22.De7 23.Tg3 Tg8

 

 

24.Df6+?? Een afschuwelijke zet. Na 24.Lxh7! Txg3+ (Dxh7?? 25.Dxg7 Kxg7 26.Kg2 mat!!) 25.Kxg3 Dg7+ was het wel remise geworden.

In veel partijen stortte Macdonnell op het einde in. Dat was niet het gevolg van tijdnood, want men gebruikte nog geen schaakklok, maar van oververmoeidheid. De Engelsman dacht veel langer na dan zijn tegenstander. Van de gebruikte tijd kwam driekwart voor zijn rekening.

Dxf6 25.exf6 e5+ 26.Kg2 e4 27.Le2 Txg3+ 28.Kxg3 Tg8+ 29.Kh4 Tg2 30.Tf1 Kg8 31.Ld1 Le6 32.b4 a6 33.a4 Th2+ 34.Kg5 b5 35.axb5 axb5 36.Lh5 Txc2 37.Ta1 Pd8 38.Ta7 e3 39.Tg7+ Kf8 40.Kh6 Pf7+ 41.Lxf7 Lxf7 42.Tg3 Th2+ 43.Kg5 e2 44.Te3 Lh5 Wit gaf het op. Was het witte openingsspel nu werkelijk zo slecht?

Het spelpeil in de match was volgens de huidige maatstaven niet erg hoog. Toch werden er veel interessante en spannende partijen gespeeld.

 

Na afloop van de match was Macdonnell niet meer in staat tot enig werk. Hij was volkomen van de kaart. Binnen een jaar stierf hij aan geestelijke en lichamelijke uitputting, 37 jaar oud. Zijn tegenstander keerde  naar Frankrijk terug, waar men diens overwinning aangreep om het nationale gevoel weer wat op te poetsen. "Een revanche voor Waterloo", riep de Franse pers. Hun held heeft overigens niet lang van zijn roem geprofiteerd. Het geld was spoedig op en toen zijn schaakclub werd opgeheven raakte hij helemaal in een toestand van verpaupering. In 1838 gaat hij voor de laatste maal naar Engeland. Een inzameling onder zijn schaakvrienden daar levert hem nog tweehonderd pond op, maar het is te laat.  Amper vijf jaar na Macdonnell overlijdt De la Bourdonnais op een miezerige zolderkamer in Londen aan tuberculose. Hij werd 43 jaar.