Back                              Schaakboeken als kunst               PZC 23-2008

 

Een van de beste manieren om beter te gaan schaken is een autobiografie ter hand te nemen van een bewonderde grootmeester en al de partijen nauwgezet en kritisch na te spelen. Helaas zijn niet alle goede schakers ook goede schrijvers. Grootmeesters, die begrijpelijk en leerzaam over hun partijen kunnen schrijven, zijn zelfs heel zeldzaam. Niettemin is er toch een aantal topschakers, die het wel kunnen en ook doen. Een paar namen uit het verleden springen er uit. Een van de grootste schaakschrijvers aller tijden was Alexander Aljechin (1892-1946). Zijn boeken met zijn beste partijen behoren tot de beste die er ooit geschreven zijn. Hoewel de openingen van de partijen natuurlijk een beetje ouderwets zijn, is er nog veel uit te leren. Tartakower is een tweede naam, die nog altijd bij veel schakers tot de verbeelding spreekt. Verder natuurlijk Nimzowitsch, die met ‘Mijn Systeem’ meer voor de ontwikkeling van het schaken heeft gedaan dan wie ook. Natuurlijk heeft iedereen zijn lievelingsauteur. Heel hoog op de ladder staat bij velen de Deense grootmeester Bent Larsen, die met zijn ‘Ich spiele auf Sieg’ uit 1971, vrienden over de hele wereld heeft gemaakt! Tegenwoordig is Kasparov natuurlijk de onbetwiste topper. Hij wil niet alleen de beste schaker aller tijden zijn, maar ook de beste schaakschrijver aller tijden worden. De tijd zal leren, of hij daar ook in zal slagen. In elk geval behoren zijn boeken nu al tot de superklasse. Iemand, die ook een geweldige indruk heeft gemaakt op het schaakvolk is Alexey Shirov. Zijn meeslepend geschreven boeken zijn een goudmijn voor de iedere aanvalsspeler. En onze Nederlandse grootmeesters Euwe en Timman? Hun boeken zijn ongetwijfeld van hoog niveau, maar de allerhoogste top hebben ze niet bereikt, althans niet met hun autobiografieën. Een zeer interessant boek van de laatste tijd is van de bij velen nog niet zo bekende grootmeester uit Moldavië, Viktor Bologan. Zijn ‘Selected Games’is een juweeltje. Niet alleen zijn de partijen prachtig, maar ze zijn ook buitengewoon meeslepend beschreven. In het boek staan overwinningen op o.a. Akopian, Anand, Bareev, Beljawky, Grischuk, Leko, Svidler, Short en Van Wely, dus men kan moeilijk volhouden, dat Bologan een onbekende schaker is. Met zijn boek timmert hij ook flink aan de weg.

V. Bologan - R. Kasimzhanov. Pamplona, 2002

1.e4 e5 2.Pf3 Pf6 3.Pxe5 d6 4.Pf3 Pxe4 5.d4 d5 6.Ld3 Pc6 7.0–0 Le7 8.c4 Pf6 9.h3 Pb4 10.Le2 dxc4 11.Lxc4 0–0 12.Pc3 Pbd5 13.Te1 c6 Dit is de min of meer beruchte stelling met de geďsoleerde pion op d4. Tarrasch, ook een van de grote schaakschrijvers, heeft daar al heel veel zinnigs over geschreven. Er zijn twee soorten, met een zwarte pion op c6 en met een zwarte pion op e6. 14.Db3 Pb6 15.Ld3 Le6 16.Dc2 h6 17.a3 Pbd5 18.Pa4 Pd7 19.Ld2 Te8 20.Tad1 Lf6 21.Pe5 Dc7 22.f4 Pf8 23.Pc5 Beide witte paarden hebben nu de ideale stelling bereikt. 23...Tad8 24.Lc1 Lc8 25.Df2 Pe6 26.Pe4 Le7 27.Lc4 Pf8 28.f5 Ph7 29.Lf4 Db6

 

 

30.Lxh6!! gxh6 31.Dg3+ Pg5 Of 31...Kf8 32.Pxf7!! Kxf7 33.Dg6+ Kf8 34.Dxh7 en de ontblote zwarte koning is niet meer te redden, hoewel wit er hard voor moet werken. 32.h4 f6 33.hxg5 hxg5 34.Pg6 Kf7 35.Dh3 Kg7 36.Lxd5 cxd5 37.Pf2 Ld6 38.Txe8 Txe8 39.Pg4 Lxf5 40.Dh6+ Kf7 41.Ph8+ 1–0