Schaken als beroep.                                                              PZC 18-4-2003
 

Beroepsschakers bestaan al heel lang. Reeds in de 16e eeuw waren ze actief aan de Europese hoven. Later werd het wat minder, maar in de 19e eeuw trokken ze weer van toernooi naar toernooi.  Meestal konden ze wel terugvallen op een beroep, of, als ze uit een rijke familie stamden, op het familiekapitaal. De prijzen in schaaktoernooien waren toen trouwens vaak niet gering. Geen wonder, want schaken was een elitesport.  Niettemin was het leven van een full-professional, die niet tot de allerhoogste categorie behoorde, niet te benijden. Vooral op het eind van hun carrière, als de successen uitbleven, was het bittere armoede. En terug naar hun eventuele oude beroep was dan ook niet gemakkelijk. Zo was James Mason als vuilnisman het productieve leven begonnen!  Zijn tegenstander in de volgende partij, Captain Mackenzie, had het als beroepsmilitair wat gemakkelijker. Eerst diende hij als Ierse Brit in India. Na zijn emigratie naar de Verenigde Statenwas werd hij kapitein (Captain) en streed hij in de Amerikaanse burgeroorlog. Dat hij ondanks dat nog tijd had om schaaktoernooien te spelen en ook nog te winnen, was een wonder.

G. Mackenzie – J. Mason. Parijs,1878.

1.e4 e6 2.d4 d5 3.Pc3 Pf6 4.exd5 exd5 5.Pf3 Ld6 6.Ld3 0–0 7.0–0 Pc6 8.Lg5 Pe7?  Eigenlijk een beginnersfout. Ook in de 19e eeuw wist men al, dat men de koningsvleugel niet zomaar moest verzwakken. Speelbaar waren de zetten 8...Le6  en 8...Le7.  9.Lxf6 gxf6 10.Ph4!  Wit aarzelt geen moment en kiest onmiddellijk de aanval. De rest van de partij speelt hij vlekkeloos. De zwakte van veld f5 is voor zwart natuurlijk de nagel aan zijn doodskist.  10...Kg7 11.Dh5 Th8 12.f4 c6 13.Tf3 Pg6 14.Taf1 Dc7 15.Pe2 Ld7 16.Pg3 Tag8  

 

17.Dh6+!!  Een mooie combinatie, waar men niet alleen toen laaiend enthousiast over was. Erg moeilijk is hij niet te vinden want de volgende voortzetting is precies te berekenen. Iedere huidige hoofdklasser zou het Mackenzie na kunnen doen.   17...Kxh6 18.Phf5+ Lxf5 19.Pxf5+ Kh5 20.g4+ Kxg4 21.Tg3+ Kh5 22.Le2 mat.  Een juweeltje.

Een geluksvogel was de Oostenrijker Ignas von Kolisch. Na enkele successen als schaker werd hij de beschermeling van de bankier Baron Albert de Rothschild. Die hielp hem de financiële wereld binnen te komen. Het gevolg was, dat Von Kolisch zich tenslotte alleen nog met beursactiviteiten bezighield en een fortuin vergaarde. Maar hij vergat zijn oude makkers niet en ‘sponsorde’ verschillende toernooien. In 1864 speelde hij een match tegen Philip Hirschfeld, een sterke speler, die tegenwoordig geheel vergeten is. De match eindigde in een gelijkspel.

P.Hirschfeld – I.Kolisch. Paris, 1864

1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lc4 Lc5 4.b4 Lxb4 5.c3 Lc5 6.0–0 d6 7.d4 exd4 8.cxd4 Lb6 9.Pc3 Lg4 10.Da4 Ld7 11.Db3  Deze zet komt neer op een stukoffer.  11...Pa5 12.Lxf7+ Kf8 13.Dc2 Kxf7 14.e5 g6 Na 14...Pe7 volgt ook 15.e6+ met grote verwikkelingen.
 

 

15.e6+ Lxe6?!  Volgens sommige schaakwetenschappers was 15...Kxe6 goed genoeg om de partij te winnen. Na de gespeelde zet wint wit op fraaie wijze.  16.Pg5+ Kf6 17.d5 Lf5 18.Pce4+ Lxe4  Ook na 18...Ke7 19.Dc3!! is de witte aanval niet te temmen. 19.Dc3+ Kf5  Mat was onvermijdelijk.  20.g4+! Kxg4 21.Dh3 Mat.  Amusement van de bovenste plank.

 

Een van de grootste Franse schaaktalenten was Nicolas Rossolimo, die het als beroepsschaker niet kon bolwerken en na zijn schaakloopbaan noodgedwongen weer zijn oude beroep als taxichauffeur moest opnemen. Beroemd is de volgende partij:

Rossolimo – Reissmann. San Juan, 1967

1.e4 e5 2.Pf3 Pc6 3.Lc4 Lc5 4.c3 Pf6 5.d4 exd4 6.cxd4 Lb4+ 7.Ld2 Lxd2+ 8.Pbxd2 d5 9.exd5 Pxd5 10.Db3 Pce7 11.0–0 0–0 12.Tfe1 c6 13.a4 b6 14.Pe5 Lb7 15.a5 Tc8 16.Pe4 Dc7 17.a6 La8 18.Dh3 Pf4 19.Dg4 Ped5 20.Ta3 Pe6 21.Lxd5 cxd5 22.Pf6+ Kh8 23.Dg6!! Fantastisch!!

 

23...Dc2 24.Th3!! 1–0

Een bijzonder aardig boek is ‘Vergeten Schaakgiganten’ van Siep H.Postma (488 bladzijden!), waarin de lotgevallen van een groot aantal ‘vergeten schaakmeesters’ worden beschreven.