Kerkhistorische webpagina van Kees Kleppe
Biografie van predikanten van de Nederlands Hervormde Kerk van Scherpenisse vanaf het jaar 1566.
Predikanten die de Ned Herv Gemeente te Scherpenisse gediend hebben
Voorgeschiedenis met Pastoor Joannes Versteech
Toen in 1577 het eiland Tholen overging naar de prins werd ook Scherpenisse officieel protestants. Dat was voor het dorp overigens niet de eerste kennismaking met het calvinisme, want al in 1566 had de toenmalige pastoor, Joannes Versteech, de nieuwe leer gepredikt. Toch werd er in de jaren voorafgegaan aan het jaar 1566 op het eiland Tholen nooit openlijk blijk gegeven van uitgesproken hervormingsgezindheid. Vrijwel zeker waren er hier en daar groepjes hervormden die heimelijk samenkwamen. Dat zou het geval geweest kunnen zijn in Tholen, Poortvliet en Sint-Maartensdijk. Niet zonder reden immers zal Gelein Jansz. d'Hoorne juist laatste genoemde plaats als vluchtoord uitgekozen hebben, toen Middelburg in 1560 onveilig voor hem werd. Is het misschien mede aan het verblijf van deze Middelburgse predikant te danken dat Joannes Versteech, de pastoor van het naburige Scherpenisse zich tot de hervorming wendde? Hij verzaakte zijn ambt en bestede voortaan zijn krachten als predikant aan de verbreiding van de hervormde leer op het eiland, daarin bijgestaan door de plaatselijke schoolmeester Jasper Erasmusz. van Vliet. Voor de inrichting van het hervormd kerkelijk leven werd de hulp ingeroepen van een ervaren hervormde predikant, Meester Erasmus, was wever van beroep en werd door de Rooms Katholieken spottend "Dokter Spoel" genoemd (Erasmus Top), uit Steenbergen. Over die meester Erasmus nog even het volgende. Nu is het merkwaardig dat in 1560 bij de Nederlandse vluchtelingengemeente te Londen de attestatie binnen kwam van een zekere Erasmus Top, eveneens wever van beroep. Deze Erasmus Top heeft daar op 22 oktober 1560 een soort proefpreek gehouden over Lucas 22 vers 31-32: "En de Heere zeide: Simon, Simon, de satan heeft ulieden zeer begeerd te ziften als de tarwe; ………enz. Natuurlijk kwam de naam Erasmus wel meer voor, maar een Erasmus Top die wever was en tegelijk het predikambt bediende, zal toch wel enig in zijn soort geweest zijn. Wij mogen toch wel concluderen dat Erasmus Top, de wever, alias doktor Spoel, of welke namen hij nog meer mocht dragen naar Nederland is terug gekomen om daar de jonge gemeenten te dienen. Hij werd door Jasper Erasmusz van Vliet naar Scherpenisse gehaald en vanaf dat moment zou "de nyeuwe religie oft Calvinus leere" op het eiland Tholen strikt georganiseerd worden. Erasmus de wever, alias doktor Spoel, vestigde zich evenals Joannes Versteech zelf, in Sint-Maartensdijk. Van hieruit werden zij bijgestaan door een groep personen die in vonnissen worden aangeduid als aalmoezeniers, diakenen en ouderlingen, een kerkenraad dus. De hervormden kwamen in die tijd samen in particuliere huizen maar in november 1566 werd er in Sint-Maartensdijk voor de nyeue predikatie een schuur gehuurd. Deze schuur behoorde toe aan Maye, weduwe van Job, van beroep koopman.
De samenstelling van de kerkenraad die bestond uit de volgende personen:
Predikant: Joannes Versteech. Kerkenraad: Adriaan Domisz. boer, Jan Marinusz. de Bode boer, David barbier, Schoolmeester: Jasper Erasmusz. van Vliet.
***
Hoe de situatie op ons eiland was in de jaren 1540 en daarna, hierover hebben wij weinig gegevens. We vinden de eerste gevens over de reformatie in Poortvliet en wel in het jaar 1557a). In dat jaar werden Robrecht van Muysbeke en Hans den Hoemaker van Bruyssel voor drie jaar verbannen op straffe van "ghegeesseld en up ten rugghe met een ijser gebrandt te worden" Floris Geertszoon werd voorgoed " ghebannen vuyt die heerlijkheid van Poortvliet, en de up sijnen hals, 't volgende placcaat ons. Gehenadichste Koninchlycke Majesteit" Juist deze woorden hebben een vermoeden dat het hier om de plakkaten van Philips II tegen de Hervorming gaat. In 1572 werd er in Poortvliet zelfs een doodvonnis uitgesproken, waarbij bepaald dat "Matteüs Janszoon gejustiseert zal worden up een schavot en geworcht an een stacke ende daernae als hij doet is gebrandt met den vyere". Hij werd verbrand op 9 oktober 1562. Daar hier geen enkele misdaad word genoemd die evenredig is met zo'n zware straf, mogen wij aannemen dat hier een martelaar stierf. Predikers die in de beginperiode van de Reformatie het woord God bedienden, waren afgevallen priesters, gewezen schoolmeesters of eenvoudige handwerklieden. Er was nog geen sprake van een geordend kerkelijk leven. Omstreeks Pasen 1567 nam de overheid maatregelen tegen de openbare predikaties en ijverig poogden de autoriteiten dan ook om de predikanten van protestantse signatuur het zwijgen op te leggen. De hervormingsgezinde pastoor Joannes Versteech wachtte de komst van het arrestatieteam dan ook niet af maar vluchtte evenals andere geloofsgenoten voor Alva's Bloedraad. Het banvonnis dat over de predikers en de volgelingen werd uitgesproken luidde als volgt:
Tenslotte werden ook de predikers en enige volgelingen door Alva's banvonnis getroffen. Dit luidde als volgt: ,,Extract uit een andere Sententie van zijn Excellentie van den Hertoge van Alve, voorn: gedaen tot Antwerpen den 10 nov. en gepronuntiëerd den 20. derzelver Maend 1568 tegens de nabeschreve Persoonen die meede gebannen zijn ende heure Goederen verklaert geconfisqueert ten prouffyte van de Coninglijcke Majesteit.
a.) Deze veroordeling werd uitgesproken op 10 februari 1557. Maar zij werden niet schuldig bevonden aan religieuze nieuwlichterij, maar aan landloperij. Dit blijkt ook meer uit de strafbepaling.
Scherpenisse en Ste. Martensdyk.
Erasmus de Wever, alias Doctor Spoel. Lieven en Guillaume Quiryns, Martin Engels, Jacques Thonis, Corneille Zoutevis, Dierik Victors, Dignus Jans. Johan lans Charpentier, tous de la Ville de Ste. Maertensdyck 1)
Mr. Johan Versteeg cy devant Cur‚ de Scherpenisse 2).
Adriaen Thomas, Johan Marinus die bode, Mr. David, Barbier du Village de Scherpenisse 3)".
Zo zagen de geliefde predikers zich genoodzaakt, als ballingen rond te zwerven en hun kudde als schapen zonder herder achter te laten.
Waar Erasmus de wever en Johan Versteech na hun verbanning gebleven zijn. is niet bekend.
Noten 1)..Allen uit de stad st-Maartensdijk. 2) Pastoor van Scherpenisse 3) Barbier van het dorp Scherpenisse
Na de definitieve overgang van het eiland duurt het nog tot 1581 voordat in de kerkrekeningen een "minister" vermeld wordt en met de aanstelling van een vaste eigen predikant wil het tot in de negentiger jaren niet erg vlotten. In 1591 wordt zelfs een door Hare Genade persoonlijk aangetrokken dominee niet aangenomen. Zo rond de 17e eeuw is de invloed van de Gerformeerde kerk blijkbaar nog beperkt en zijn er zeker nog Scherpenissenaars die de oude leer trouw gebleven zijn. De encyclopedie van Zeeland meldt zelfs dat er in 1597 nog een vooraanstsaand inwoner, Cornelis Dignus(Lammerts) op koopmansbedevaart naar Rome zou zijn geweest. Begin 1629 klaagt de kerkenraad bij de classis nog over "vele" inwoners die stiekum " tot Halsteren lopen om de Paepsche afgodendienst te frequenteren". Bij de dorpsregering zit de nieuwe leer kennelijk ook nog niet erg diep. Volgens artikel 21 van de dorpskeur is er in de kerkstraat een zondagsmarkt waarop, weliswar alleen voor de predikatie, "appelen, peren, warmoes, suvel etc." worden verkocht. Winkels mogen op zondag open zijn tot de kerkdienst begint. Pas in 1644 lijkt de predikant genoeg invloed te hebben gekregen om nieuwe verordeningen af te dwingen tegen de "vele superstitien ende andere publycke factien des Pausdoms" Daaronder vallen dan bijvoorbeeld het leggen van strokruizen voor de deur van een sterfhuis en de "ontheyling ende verachtinge vande predicatie" die plaats vindt doordat de inwoners tijdens de kerkdienst kennelijk liever "op marten straten, cayen ende banken" een beetje "couten, clappen ende ander ongeregeldheden bedriven" dan zich onder het gehoor begeven. De regels voor de zondagmarkt worden bij die gelegenheid wel wat aangescherpt(bij het "tweede geluyt" moet het echt afgelopen zijn), maar afschaffing ervan blijkt ook nu nog niet haalbaar.
***
Hieronder treft men de namen van de nieuwgezinden die in bronnen vermeld zijn. Ongetwijfeld is de veelvoud van hen anoniem gebleven.
Scherpenisse
Adriaan Domisz.(soms Thomas)
Boer en landmeter gehuwd met Aachtken Jaspersdr. was Calvinistisch kerkenraadslid is gevlucht en verbannen op 10 november 1568 verkocht voor 119 1b. 14 s., onroerend goed, huis en schuur: 3 G. 220 R. Trad op 26 juni 1567 voor het gerecht van Poortvliet op gemachtigde voor Jan Versteech.
David
Barbier aan de Stoofdijk calvinistisch kerkenraadslid, gevlucht en verbannen op 10 november 1568 had zijn goederen reeds verkocht.
Jan Marinusz. de Bode
Was van beroep boer en landmeter gehuwd met Mayken Heyne wonende in de Cleyne Loo, Calvinistisch kerkenraadslid gevlucht na 19 oktober 1567 en verbannen op 10 november 1568 [7] 3 1b. 14 5. 9 gr.: onroerende goederen. 2 huizen. schuur. 13 G. 25 R. land.
Joannes Versteech
Pastoor van Scherpenisse calvinistisch predikant sinds 1566; vestigde zich in dat jaar te Sint-Maartensdijk gevlucht in de eerste helft van 1568 verbannen op 10 november 1568 [7] a. 6 1b. 15 5. 9 gr b huis
Jasper Erasmusz van Vliet
Geboren te Hilvarenbeek. Schoolmeester en koster waarschijnlijk gehuwd met Lysbeth Pieters Calvinist, bracht Erasmus Top van Steenbergen naar Scherpenisse, verhuisde in 1568 van Scherpenisse naar Sint-Annaland; daar gevangen genomen op 13 januari 1569; naar Zierikzee overgebracht: stierf in de gevangenis verbannen op 8 november 1568 [7] a. 10 s. 37 gr. Door Jacob Jorisz. tevergeefs verzocht als schoolmeester voor Zierikzee ± januari 1567)
Pieter Hennonsz.
Herbergier gehuwd met Neelken, gevlucht; zijn echtgenote bleef ter plaatse, verbannen door schepenen van Scherpenisse ter cause van de voorleden troebele. (voor februari 1567) [7] a. verkocht voor 8 lb. 4s 9 gr; b. huis(herberg), 4 G. 35 R. land.
[7] dit teken betekend: Geconfisqueerd bezit (a. roerend goed; b. onroerend goed; c. boeken etc.)
Munteenheden:
Tenzij anders aangegeven is de gebruikte munteenheid het Vlaamse pond.
1 pond Vlaams (1b. V1.) = 20 schellingen (s.) = 240 groten (gr.) 1 pond Vlaams = 6 pond Artesisch (1b. Art.) 1 pond Vlaams = 6 pond Hollands (1b. Hol.) 1 pond Vlaams = 12 pond Parisis (Par.) 1 pond Hollands = 1 (carolus)gulden = 20 stuivers (st.)
Landmaten:
In Zeeland Bewesten Schelde en op Tholen: het Bloois gemet (= 0,39 ha.). Op Schouwen: het Schouws gemet (= 0,42 ha.). 1 gemet (G.) = 300 roeden (R.)
***
Gisbertis Samuëls
Vanaf 25 april 1584 heeft er in onze gemeente Scherpenisse een Dominee Gisbertus Samuëls gestaan. Deze Ds. Samuëls was een paar jaar voorganger geweest van de Flakkeese gemeenten Oude en Nieuwe Tonge. Om duistere redenen had hij daar ontslag gekregen en dat ontslag was niet eervol. Hij was toen aan het zwerven gegaan en in 1584 op het eiland Tholen terechtgekomen. Daar de gemeente Scherpenisse nog altijd vacant was, trachtte hij zich daar in te dringen hoewel hij noch getuigschrift, noch attestatie kon overleggen. Maar nood breekt wetten de classis Tholen nam hem een,,examen" af. Dit verliep helemaal niet bevredigend. ,,Onder tranen en voorwending van armoede" smeekte hij de broeders, hem toch toe te laten tot de dienst des Woords. En de Thoolse broeders bezweken voor zoveel sentimentaliteit. Men ziet hieruit, hoe ongebonden het kerkelijk leven in die dagen nog was. Het spreekt haast vanzelf dat het misliep met de pseudo-dominee van Scherpenisse. Eerst kwamen er klachten over zijn levenswandel, later werd hij ook beschuldigd van onrechtzinnigheid in de leer. En toen dat alles op de synode van Zierkzee behandeld werd, kwam bovendien aan het licht op welke wijze hij predikant van Scherpenisse was geworden. Maar de synode vond dat de kerkenraad van Scherpenisse en de classis Tholen mede schuldig waren en verklaarden beide censuurabel. Ds. Samuëls, die reeds door de classis Tholen voorlopig was geschorst, werd definitief uit het ambt gezet. Op 9 en 10 aug. 1588 (volgens de predikantenlijst van de Ned Herv Gem is het jaartal 1589) kwam de synode in bijzondere zitting te St.-Maartensdijk bijeen. De predikanten moesten mondeling schuld bekennen aan de gemeente Scherpenisse en schriftelijk aan de Gravin van Buren. Het officiële stuk werd ondertekend door de predikanten Henricus van Heyningen en Gerardus Plateel, beiden te Tholen, Jacobus Baselius te Bergen op Zoom, Adriaan Alertsen te Oud-Vossemeer, Johannes de Prince te St.-Maartensdijk, Hermes Pot te Reimerswaal, Matthijs van den Broecke te St.-Annaland en Thomas Regenboom te Poortvliet. Voor de eerste vier werd als verzachtende omstandigheid aangevoerd dat ze destijds niet aanwezig waren geweest bij het examen van Ds. Samuëls, maar ze hadden wel toegestemd in zijn toelating tot het ambt. Later heeft Ds. Samuëls - onbegrijpelijk genoeg - kans gezien op de preekstoel van Brouwershaven te komen. Toen hij zich ook daar van de verkeerde kant liet zien, werd hij in 1593 ten derden male uit het ambt ontzet. De classis Tholen en Bergen op Zoom omvatte de gemeenten op het eiland Tholen, die van Reimerswaal en Bergen op Zoom en later ook een groot aantal in de westhoek van Brabant. In de 17de eeuw kwamen daar nog bij St-Philipsland en de garnizoensplaatsen aan de Schelde: Lillo en Liefkenshoek met het fort de Kruisschans. Het is niet zeker, wanneer precies de classis Tholen is opgericht. In elk geval kwam ze in februari 1584 bijeen. Daarvoor is er steeds sprake van een "classis beoostenschelde", waaronder waarschijnlijk ook Schouwen-Duiveland ressorteerde.
Op het zegel van de classis Tholen is de afbeelding gegraveerd van een man, staande op de trans van een toren en blazende op een hoorn. Het randschrift luidt:
"Sigillum Classis Tholanae Insulae" ("Zegel van de Classis van het eiland Tholen".) "Verheft dyne stemme als een Basune" (Jesaja 58 : 1).
In de regel vergaderde de classis vier keer per jaar. Elke gemeente vaardigde daarheen de predikant en één ouderling af. Tot zover mijn gegevens over Ds Gisbertis Samuëls.
***
Carolus de Maets
Carolus de Maets (Dematius) geboren in Leiden 25 februari 1597 en overleden te Utrecht 20 april 1651. Student Theologische school te Franeker, Dedan en elders in Frankrijk. Gereformeerd predikant van Scherpenisse in 1620, Middelburg in 1629. Hoogleraar en predikant te Utrecht in 1640. Hij huwde 1. Met Cornelia Leijendecker; 2. In 1633 met Anna Duvelaer; 3. Met Catharina van Sunderen. De ouders van De Maets waren uit Vlaanderen naar Leiden gevlucht. Later werd zijn vader koster en Schoolmeester in Middelburg. Na enige tijd wiskunde en medicijnen te hebben beoefend ging De Maets in

Franeker theologie studeren, omdat hij van het arminianisme in Leiden afkerig was en Amama, Lubertus en Maccovius als leermeesters verkoos. Nog als predikant te Middelburg werd De Maets tot revisor van de vertaling van de apocriefe boeken en het Nieuwe Testament. (1634) Hij wees in 1636 een benoeming tot hoogleraar te Utrecht van de hand, maar toen hij in 1639 andermaal als zodanig werd benoemd en ook Voetsius lid van de benoemingscommissie was, aanvaarde hij de benoeming tot hoogleraar, voor het onderwijs in de exegese van het Nieuwe Testament. Reeds in zijn eerste gemeente, Scherpenisse, was De Maets ambtelijk werkzaam in de geest van de Nadere Reformatie. Bij de vader van deze beweging, William Teelinck, stond hij dan ook hoog aangeschreven. Toen de kerkenraad van de Nederlandse vluchtelingengemeente te Londen(1), met het oog op de vacature van de bekende predikant Jacobus Revius in 1627 aan William Teelinck om advies vroeg, gaf deze een drietal predikanten op dat naar zijn mening voor een beroep in aanmerking kwam. Boven aan het lijstje prijkte de naam van De Maets. De Londens kerkenraad volgde de raad van Teelinck op en trachtte allereerst de predikant van Scherpenisse aan zijn gemeente te verbinden. De onderhandelingen tussen de Londense beroepscommissie enerzijds en De Maets en de magistraat van de Zeeuwse hoofdstad anderzijds duurden in totaal vijf weken. Het Middelburgse stadsbestuur, dat door de bekostiging van De Maets' studie recht op hem kon laten gelden, gaf hem geen toestemming om het beroep aan de nemen. De magistraat had zoveel vertrouwen in de gaven van De Maets dat hij deze vrij wenste te houden voor een toekomstige vacature in de eigen kerkelijke gemeente.
1) Deze vluchtelingengemeente bestaat heden ten dage nog. Het kerkgebouw is met de oorlog door het bombardement verwoest en later weer opgebouwd. Het staat midden in het zakencentrum van Londen. De periode van de vluchtelingengemeente valt van 1544 tot 1572 daarin zijn dan jaren geweest, waarin het aantal in sterke mate klom, - bij toename van de vervolging in 1550 en bij de komst van Alva in 1567.
Ds Wilhelmus Stamperius.
Naast Carolus De Maets heeft er ook een zekere Ds Wilhelmus Stamperius in Scherpenisse gestaan, waarvan wij ook enkele gegevens hadden. Hij heeft gewoond in het pand nu, Hoge Markt 25 in die tijd was de officiële naam Lange Marktstraat. Hij deed zijn intree in het jaar 1655 en ging met emeritaat in het jaar 1689. Deze predikant heeft in het dorpsleven van Scherpenisse een belangrijke rolgespeeld. Hij is afkomstig uit een echte domineesfamilie: zijn oudste broer, zijn vader en zijn beide ooms van vaderskant waren ook al predikanten geweest en zijn beide dochters trouwden met predikanten: Suzanna met ds Abraham Vay van Nieuw-Vossemeer en Cornelia huwde in 1685 met ds Johannes Regius (* Ford Frederik Hendrik -bij Lillo- 15 nov. 1656 -†Franeker 9 sept. 1738) predikant te Stavenisse van 1681 tot 1685. Al met al was ds Stamperius een man van aanzien, die in 1680 al 25 jaar in Scherpenisse staat en er een hele generatie dorpelingen gedoopt, en vele dorpregeringen meegemaakt heeft. In dat jaar raakt hij echter verwikkeld in een competentiestrijd met de wereldlijke overheid, waarin hij in feite vanaf het begin kansloos moet zijn geweest. Desondanks zal hij er, blijkbaar verblind door eigenwaan en eigenbelang, tien jaar lang de belangen van zijn, voor het merendeel in armoede levende gemeenteleden aan opofferen en uiteindelijk zichzelf en zijn reputatie te gronde werken. Het begint klein als hij in april 1680 de schepenkerkmeester, Aernout Voshol verhindert om met geld van de diaconie avondmaalswijn te kopen, als daar in de kerkelijke kas geen geld meer voor is. In dit geval heeft zijn verzet misschien nog enige grond, want er was waarschijnlijk wel wat aanleiding om het kasbeheer van Arnout Voshol (die ooit nog met Stamperius' nichtje - Suzanna otr.Scherpenisse 3 mei 1661 dv. Isaäk Stamperius- getrouwd was geweest) met enige zorg te volgen. Uit de gerechtsrol weten we namelijk (en dat zal iedereen wel hebben geweten) dat deze in financiële problemen was geraakt en in het voorgaande jaar nogal wat geld had moeten lenen. Ook de magistraat vindt dat op dit punt enig onderzoek nodig is en als, na wat aanmaningen de boeken op tafel komen. Blijkt inderdaad dat Aernout Voshol "quade directie" heeft gevoerd. Hij wordt afgezet als kerkmeester en moet in 1682 land verkopen om de rekening aan te zuiveren. Hij wordt eveneens herbenoemd als schepen; zijn jongere broer Pieter neemt dat van hem over. Toch moet ook de schout, die zelf het beheer van het "bursken" overgenomen heeft, vaststellen dat de kerk inderdaad armlastig is Als de predikant dan betaling verlangd van bijna 60 pond, dat zijn twee arbeidersjaarlonen, voor klassikale onkosten vindt de dorpsregering dat Stamperius de vordering eerst maar eens met documenten moet toelichten. Ook notuleren zij dat er in het vervolg geen Spaanse wijn maar goedkope Franse wijn voor het avondmaal gebruikt moet worden. Voor ds Stamperius is deze gestelde eis dan ook onverdraaglijk en hij laat het gerecht van Poortvliet beslag leggen op in die heerlijkheid gelegen kerkelijke landerijen. Men zal wel begrijpen dat hiermede de atmosfeer in het hele dorp is vergiftigd. Al met al is dan ook het slot dat dit alles ten nadele van Ds Stamperius is geweest. Het slot van deze strijd eindigde dan ook dat men op 1 april 1689 Ds Stamprius met emeritaat heeft gezonden. Wilhelmus Stamperius moet, nà zijn vrouw, in de eerste helft van 1695 in armoede overleden zijn.
Pieter Johannes Kromsigt.
Geboren Wijk bij Aalburg 16 okt. 1866, en overleden in 's-Gravenhage 19 juni 1941. Zn. van Johannes Kromsigt, predikant, en Anna Louise Catharina Eykman. Stud. theol. Utrecht; dr. theol. 1895. Herv. pred. Scherpenisse 1892, Wierden 1898, Rotterdam 1900, Amsterdam 1909-1934(emer.). Hij huwde op 18 aug. 1892 te Dordrecht met Hendrina Geertruid Talma (1866-1943). Tijdens zijn theol. studie in Utrecht had H.G. Kleyn, later zijn promotor, een grote invloed op K. De leus ,,Heel de kerk en heel het volk" werd ook zijn devies. Voortdurend propageerde K. talentvol het volkskerkideaal en pleitte hij voor reorganisatie der herv. kerk in de lijn van Ph. J. Hoedemaker en J. H. Gunning jr. Aansluitend bij Groen, stelde hij: Tegen de revolutie het Evangelie en tegen de afscheiding het verbond. Hij was strijdvaardig, maar niet bekrompen en werd geestig de pontifex maximus genoemd, niet alleen vanwege zijn leidende positie in de kerk, maar ook

omdat hij een ,,bruggenbouwer" was, een man des vredes, die verschillende partijen zocht te verbinden. Hij respecteerde de mening van anderen, wist ook de gaven van zijn tegenstander A. Kuyper te waarderen en zei, dat hij van Kuyper in meer dan één opzicht veel had geleerd. In de strijd om de reorganisatie verdedigde hij de leertucht tegenover A. M. Brouwer met een beroep op de Schrift, pleitte voor de handhaving der leer, benadrukte de betekenis der classicale. vergaderingen en wees de organisatie van huisgemeenten af, omdat daardoor het Woord en de sacramenten gescheiden werden. In de instelling van visitatoren en een moderator náást de bestaande ambten zag hij episcopalistische sympathieën. Het zwaartepunt van een presbyteriale kerkorde lag z.i. niet in z.g. lastbrieven, die hij ,,een verdwijnende schaduw noemde, maar in de kerkelijke vergaderingen. Blijkens de door hemzelf geschreven kerkenraadsnotulen bestreed hij reeds in Wierden het beginsel van ,,de vrije kerk en de vrije school voor heel de natie, onder een neutrale overheid" en pleitte hij, in de lijn van art. 36 der Ned. Geloofsbelijdenis, voor een chr. geref. overheid, die de ware kerk handhaaft en beschermt. Daarom ijverde hij voor de oprichting van een chr. school ,,als noodhulp", uitgaande van de herv. kerk onder toezicht van een herv. bestuur en onder medetoezicht van de herv. kerkeraad. Van een samenwerking met ,,de gescheidenen" wilde K. niet weten, omdat hij hun staatkundige beginselen onzuiver achtte en hun schoolbeginsel verwierp. K. kwam in Wierden ook op voor kerkelijke tucht, inz. bij een ,,gedwongen huwelijk". De doop van het kind werd niet geweigerd, maar wel drie maanden uitgesteld, de termijn van de kerkelijke censuur. Het classicale bestuur van Deventer stelde de kerkenraad hierbij in het gelijk. Ook bestreed K. de verplichte bijdrage voor de generale kas, een verplichting die hij in strijd achtte met het wezen en welwezen der kerk. K.vervulde vele functies in het kerkelijk en maatschappelijk leven. In Rotterdam en Amsterdam was hij praeses van het classicale bestuur. In die kwaliteit was hij in 1928 te New York bij het 300-jarig bestaan der Herv. Kerk in Noord-Amerika. Ook woonde hij verschillende internationale, oecumenische congressen bij. In Rotterdam was K. curator en leraar godsdienstonderwijs aan het Marnix-gymnasium. In Amsterdam, waar hij de eerste van een reeks jongere conf. predikanten was, was hij werkzaam voor de Chr. Nat. Werkmansbond, het Chr. Volksonderwijs, de herv. scholen en de Koningin Emmaschool. Voorts bekleedde hij functies in het moderamen van de Utrechtse predikantenvergadering, de Herv. Geref. Predikantenvereniging, de Conf. Vereniging, de Vereniging tot stichting van bijzondere leerstoelen vanwege de Conf. Vereniging, de redactie van (Hervormd Weekblad). In 1898 richtte hij het tijdschrift Troffel en Zwaard op, dat tot 1919 heeft bestaan en waaraan hij veel artikelen bijdroeg. K., een begaafd en gedegen prediker, was pastoraal trouw, sociaal bewogen, voortdurend bezig met de problemen van kerk, politiek en maatschappij, ootmoedig en zachtmoedig, kinderlijk eenvoudig, voornaam van stijl.
Predikanten van de 20e eeuw
Ds. Rutgert. Steenbeek

Naast bovengenoemde predikanten hebben wij ook nog gegevens van twee predikanten die in de 20e eeuw Scherpenisse hebben gediend nl. Ds R. Steenbeek en Ds N. Kooreman. Ds. Rutgert Steenbeek heeft de Hervormde Gemeente van Scherpenisse gediend van 16 januari 1910 tot het jaar 1918. De predikant is toen vertrokken naar Driessum. Toen was de gemeente lange tijd vacant. Op 27 november 1932 werd kandidaat Cornelis. J. de Haan bevestigd tot predikant van de Herv. Gemeente te Scherpenisse door zijn zwager, ds J. Bakker toen Herv. predikant te Bleiswijk.
Ds Nicolaas Kooreman.
Ds. Nicolaas Kooreman, geboren op 1 december 1951. Na Theologie

gestudeerd te hebben aan de Rijksuniversiteit te Leiden en Utrecht werd hij in 1945 door het Provinciaal Kerkbestuur van Zuid Holland toegelaten tot de Evangeliebediening in de Ned Herv. Kerk. Op zondag 28 september 1946 werd kandidaat Kooreman in zijn eerste gemeente Scherpenisse bevestigd door Ds G. Koch destijds Herv. Predikant te Haarlem-Noord.
Bronnen en literatuur:
Rooze-Stouthamer C* Hervorming in Zeeland 1530-1572. Goes 1996. Romeijn A*Kroniek van een zeeuws dorp. Spijkenisse 1993. Redactie Prof Dr A. Nauta*Biografisch Lexicon van het protestantisme dl 2. Kampen 1983
Heeft u voor ons nog meer gegeven en/of foto's mail ons.
Email: ckleppe@zeelandnet.nl
Deze pagina is op gemaakt op 26 december 1998 door C.M. Kleppe ©copyright 1998
Update: 15 april 2003