Welkom
De Meestoof
Gilde
Scherpenisse
De vakmensen rond 1900
Schippers en Vrachtrijders
Onderwijs
Scholen 2001
Geslacht Kleppe
Kerkhistorie van Scherpenisse
Boekbinderij
Westkerke
Gorishoek
Ned Herv Kerk
Gereformeerde Gemeente
 
G O R I S H O E K
 
 
 
 
 
Ontstaan
 
De naam Gorishoek is, blijkens "oude papieren" , te zoeken bij de familie Goris die voor zover bekend eigendommen had. Gilles Hanne Glorijs wordt reeds in 1317 genoemd en Claas Janss Goris was in 1585 penningmeester van de watering. Bovendien was hij in 1590 schout van Scherpenisse. Claas Janss. Goris pachte in 1590 de Bakkersdijk die toen heette " de dijk op Onze Lieve Meet". Al heel vroeg word Gorishoek genoemd als veerplaats. Reeds in de veertiende eeuw bestond er al een veer op Gorishoek. In 1351 werd er een veerrecht afgegeven door graaf Willem de Vijfde, in die tijd was er dus al een beschut haventje aanwezig.
 
 
Postvervoer
 
 
Omstreeks 1900 liep ten westen van Scherpenisse naar Gorishoek de oude Postweg, later wel Rijksstraatweg genoemd. Nu wordt hij genoemd de Westkerkseweg en gaat dan ongeveer 1 kilometer verder over in de Gorishoeksedijk. Zij die naar Zuid Beveland wilden lieten zich dan over zetten door schipper Larooy. Verscheidene generaties "Larooy" hebben daar het veer Gorishoek - Yersekendan met het ambt als veerman vervuld. Niet alleen was het veer voor personenvervoer maar ook het postvervoer naar de richting Vlissingen ging via dit overzetveer van veerman Larooy. Ons dorp had eertijd een distributiekantoor voor brievenposterij en een postpaardenstation. Het was een belangrijke schakel in de grote Postroute van Noord-Brabant naar Vlissingen. De postwagen werd te Tholen per veerpont overgezet en bereikte, na Poorvliet aangedaan te hebben, ons dorp Scherpenisse. Hier werden de poststukken opnieuw gesplitst, de moede paarden werden door verse vervangen en verder ging het weer. Het devies luidde: zo snel als het kan. Overal had de Postkar voorrang. De Postkar, een grote vierwielige wagen met hoge bok (zie foto boven), waarop de Koetsier troonde, met hoge hoed die versierd was met oranje kokarde, reed over de Postweg, langs het nieuw dorp, (foto onder) naar Gorishoek en werd daar overgezet naar Yersekendan, waar zij haar weg door Zuid Beveland vervolgde. De steden en dorpen aan zo'n postweg gelegen waren erg bevoorrecht. Zij genoten het voorrecht van een snel briefverkeer. Niet altijd kon de hoogaas bij lag water aanleggen. Ze kon dan niet verder komen dan de slikken. Dan wist de schipper met en geweldige worp de zakken op het slik te doen belanden. De postkar trachtte dan zo dicht mogelijk bij het schip te komen, honkend en bonkend over de slikken met vele geulen. De postdienst ging altijd door al was het weer nog zo slecht.
 
 
Jacob van Lennep
 
 
Als men op reis ging maakte het vele overstappen de reis in de praktijk vaak omslachtig, al was het maar omdat de reiziger ook nu afhankelijk bleef van particuliere vervoerders, die er geen vaste dienstregeling op na hielden. Dat overkwam Jacob van Lennep die in 1823 een reis maakte samen met zijn vriend Dirk van Hogendorp, hij gaf het volgende reisverslag. ""Allereerst moesten we vanuit Scherpenisse over een smalle akelige dijk naar Gorishoek reizen, waar we twee uur lang op de boot moesten wachten. De veerman bleek een stel Brabanders naar Wemeldinge te hebben gebracht, in plaats van zijn veerdienst uit te voeren. Eindelijk kon men aan boord, maar eerst moesten de reizigers en steile dijk af, die voorzien was van grote, puntige en hoekige stenen, waaraan allerlei kleine paaltjes stonden. Een loopplank ontbrak, klaagde Van Lennep zodat een verkeerden stap ons zou hebben doen vallen en het aangezicht aan 'flarden rijten' De overtocht duurde een uur. In de vallende duisternis moest in Yersekendamme nog een half uur gewacht worden op een wagentje met twee vetgemeste paarden dat de twee wat verwende Hollanders uiteindelijk voor het Goese logement "De Nieuwe Zoutkeet' afzette''.
 
 
Dijkval
 
 
Op 9 februari 1946 heeft er op Gorishoek 's nachts een dijkval plaats gehad(Zie foto). Van deze dijkval heeft niemand iets gemerkt. Toen de veerman 's morgens naar zijn overzetboot ging lag deze niet meer op de plaats waar hij moest liggen maar op een eilandje verderop. Ook de vuurtoren was verdwenen. Wat was er gebeurd, er was een heel stuk dijk weggevallen met de vuurtoren er op. Of er aan dat stuk weggevallen dijk nog een bootje lag weet ik niet. Wel melde mij kort geleden een duiker uit Antwerpen dat er 150 meter ten oosten van de "Punt" van Gorishoek een klein metalen wrak is gezonken. Of ik dit in verband kan brengen met die dijkval weet ik niet. Maar omdat ik dit gebeuren kende, dacht ik er gelijk aan. Maar zowel die duiker als mijn persoon zijn op zoek naar de ""sociale"" geschiedenis aangaande dit wrak. (waar het vandaan komt, van wie het was, en waarom het gezonken is enz.) Mocht hij of zij hier meer over weten wil die mij dan mailen.
 
 
Veerman Larooy
 
Veerman Larooy was behalve schipper ook landbouwer en had ook een paar koeien. De veerman droeg kleine gouden oor-ringetjes in de oren. Het veer werd niet zoveel meer gebruikt sinds de spoorweg door Zuid-Beveland was aangelegd. Ook de post ging niet meer met de boot mee maar met de trein via Bergen op Zoom. Maar lieden, die in de buurt van Yerseke moesten zijn, maakten er nog wel gebruik van. De overtocht per zielschip duurde ongeveer drie kwartier. Je kon bij de veerman ook een kruik bier bestellen, die dan ook grif door een aantal personen werd leeggemaakt. Zo'n kruik bier koste toen vijftien cent. Een van de dijken waar de veerboot aanlag liep een heel eind de zee in. Waarachter zich een kleine ree bevond voor de veerboot. Die pier noemde men "De punt van Gorishoek". Op het eind ervan stond een ijzeren vuurtoren. De veerman was ook vuurtorenwachter. De veerman zette niet over op vaste tijden dit is later bij de laatste veerman(G.M. Larooij, foto onder, rechts op de hoek van de kajuit; links van de kajuit zijn knecht) veranderd toen zette men wel over vaste tijden. In de zomer vertrok de boot vanaf Gorishoek eerste dienst, om 8.00 uur, dan om 11.00 uur, 15.00 uur en de laatste dienst was om 18.00 uur. De overtocht duurde toen ongeveer twintig minuten. Ook heeft deze laatste veerman G.M. Larooij, toch nog drukke tijden gehad zoals in de zomer. Er waren toen wel eens momenten dat hij alle klanten niet in een keer over kon zetten en moest dan twee keer varen.
Maar laten we terug keren naar de pier of de zogenaamde "punt van Gorishoek". Als je een wandeling onderlangs de pier zou maken en het eb is, dan bereikte het water dus slechts de onderste laag stenen van de dijk, de zogenaamde stortsteen, begroeid met wier en waartussen zich de alikruiken, door het volk "kreukels" genoemd, afzetten. Verder naar boven, op deze stortsteen aansluitend, bestond de glooiing uit donkergrijze basaltblokken, netjes in elkaar passend neergezet, zodat het geheel wel een tegelvloer leek. Deze basaltglooiing strekte zich uit naar boven tot daar waar de grasbegroeiing begon. Op deze scheiding lag het smalle looppad. In de basaltglooiing bevonden zich over de gehele dijklengte rijen perkoenpalen, dicht tegen elkaar gezet om de golfslag te breken. Ze waren van eikenhout en hadden en dikte van ongeveer tien centimeter. Als het eb was waren er hier en daar zandbanken te zien en als je dan een verrekijker bij je had kon je daar een groot aantal zeehonden zien liggen, die zich koesterden in de zon. Ze waren erg schuw, want in die dagen waren die niet beschermd. Het waren grote visvreters en als men kans zag er een te vangen of af te schieten kreeg men een premie van drie gulden. Wat wel aantrekkelijk leek.
Bezoek ook onze andere links over Scherpenisse en omstreken.
 
Email: ckleppe@zeelandnet.nl
 
Deze pagina is opgemaakt op maandag 5 april 1999 door C.M. Kleppe ©copyright 1999.
Update: Scherpenisse, 16 mei 2003.