Start
Griep uit Rilland
Genealogieen
Kwartierstaten
Stamreeksen
Voorouders
Kloetinge
Links

 

Memorie van Successie Abraham Griep
(kantoor Goes, 1833, deel 9, no. 299)

 

Memorie van Nalatenschap van Abraham Griep

De ondergetekende Cornelis Griep, schipper-visiteur wonende te Bath, Jan Griep, schipper wonende te Kruiningen, Marinus Griep, schipper wonende te Waarde, Krina Griep, ten dezen geassisteerd en geauthoriseerd door haar echtgenoot Marinus Paauwe, dijkbaas, wonende te Kruiningen, Jacoba Griep, ten dezen geassisteerd en geauthoriseerd door haren man Pieter van Loo, arbeider, wonende te Waarde, en eindelijk Augustijn Wisse, timmerman wonende te Kruiningen, in kwaliteit van vader en voogd over Francina Wisse, in huwelijk verwekt met wijlen Francina Griep, en kiezende de ondergetekende ter zake dezes domicilie ten huize van de eerstondergetekende te Bath, kanton Kruiningen, arrondissement Goes.

Doen bij deze aangifte der nalatenschap van wijlen Abraham Griep, in leven schipper te Waarde en aldaar overleden den zestienden september dezes jaars achttienhonderd drie en dertig, en verklaren dat genoemde overledene bij testament verleden voor den notaris Hendrik Karel Jan van den Busche residerende te Kruiningen in dato den derden maart dezes jaars achttienhonderd drie en dertig heeft gelegateerd aan de kinderen van zijne dochter Krina Griep voornoemd (zijnde Maria en Pieternella van Saarloos en . Paauwe alle minderjarig) dat deel zijner nalatenschap hetwelk dezelve zijne dochter, ingeval hij testateur abintestatio kwam te overlijden zoude zijn toe komen, onder voorwaarde echter dat de zelve zijne dochter, daarvan haar leven gedurende het vruchtgebruik zal moeten genieten.

Dat bij huwelijks contract gepasseerd voor den notaris Jan Soetebier en zijn ambtgenoot Leonard de Fouw Janszoon residerende te Goes, de twee en twintigsten juny achttien honderd dertien is bepaald dat in geval de aanstaande echtgenoot Abraham Griep, zoo als nu plaatsheeft, de eerst stervende der comparanten zijn zal, de aanstaande echtgenote, nu zijne weduwe Lena Janse Stevense, met welke de overledene geene kinderen heeft verwekt, uit zijne nalatenschap moet genieten het vruchtgebruik van eene som van zesduizend driehonderd negen en veertig francs twintig centimes (vijfhonderd ponden Vlaamsch) dragende in Nederlandsche munt drieduizend Guldens haar leven lang gedurende. in welke beschikking door de erfgenamen van den overledene wordt berust, en terzake welke bevoordeling, door genoemde weduwe domicilie kiezende als gezegd is, en deze mede ondertekend hebbende bij deze insgelijks de noodige aangifte wordt gedaan.

Dat als vastgoed tot de nalatenschap van de overledene behoort:

1 De helft in een woonhuis en erve staande te Waarde no. 78 staande het huwelijk verkregen, met een daaraan hoorend moestuintje.

2 De helft in een moestuin liggende te Kruiningen bij het kadaster bekend sectie G no. 13 groot twee roeden vier en negentig ellen, mede staande het huwelijk verkregen.

3 Een woonhuis en erf te Kruiningen, in het dorp bij het kadaster bekend sectie G no. 32 groot in erf eene roede twee en dertig ellen, voor het geheel aan den overledenen behoorende, als door hem voor zijn laatste huwelijk bezeten en volgens het huwelijks contract niet in de gemeenschap komende.

Verklarende wijders de aangevers dat door het afsterven van den overledenen geen fideicommis of vruchtgebruik vervallen is.

Gedaan en aangegeven den 21 november 1833

(getekend: C. Griep, Jan Griep, M. Griep, M Paauwe, Krina Griep, P. van Loo, J. Griep, A. Wisse, Lena Jans Stevense)

 

Deze pagina  is voor het laatst gewijzigd op 16 juni 2004. C. Griep.